Schud je vrij van het stof

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

Lieve mensen van God

Een jaar of tien geleden vormde zich binnen onze kerk
een groep predikanten, onder de naam “Op goed gerucht!”
Dat waren de jonge theologen van toen.
Ze wilden de kerk van binnenuit vernieuwen,
een brug slaan tussen de kerk en de samenleving.

De afgelopen week deed een nieuwe groep van zich spreken.
Ik geef wat kreten weer uit een interview in “Trouw”…
“De kerk geeft antwoorden op vragen die niemand stelt,”
wist de woordvoerster te vertellen. Dominee.2 – zo heet de groep –
beweert dat er in de kerk nauwelijks nog over God wordt gesproken.
“Wij leren preken over het licht van de paaskaars en liturgische kleuren,”
roept een studente theologie in dagblad Trouw van afgelopen woensdag.

 

“De kerk moet terugkeren naar de bron, naar de Bijbel.
We willen en kunnen onbevangen  spreken over God!
Wij geloven dat het christelijk geloof ook voor moderne mensen relevant is!”
Maar wat gebeurt er? Wij – jonge theologen dominee.2  –
worden gedwongen om in het ouderwetse kerkelijke straatje mee te lopen.
Wij moeten verjaarsvisites afleggen
eindeloos vergaderen met commissies en kerkenraden…

Intussen blijft het missionaire werk van de gemeente liggen
of beperkt zich tot het organiseren van een rommelmarkt.
Dat moet anders!

We moeten naar buiten met het evangelie.
We moeten ons als kerk laten zien in de wereld!
We moeten het Woord verkondigen op een manier die de wereld begrijpt.
Die laatste drie zinnetjes zijn me uit het hart gegrepen.
Ook al hoor ik al lang niet meer bij de jongeren.    
In eerste instantie klinkt het allemaal heel goed,
maar dan stelt de “Trouw”-journalist de beide hamvragen:
Wat zou jij dan de moderne mens over God willen vertellen?
Hoe zou het kerkelijk leven er dan uit moeten zien, om dat mogelijk te maken?

Op die twee vragen bleef dominee.2 het antwoord voorlopig schuldig.
Teleurgesteld vouwde ik de krant dicht en dacht aan Andijk…
Zullen we dan nog maar even blijven meedoen met Wonen +  en de Wering
en  Sorghvliet en de ouderenbonden…in de Andijker werkgroep
MAATSCHAPPELIJK STERK”.

* Zullen we dan toch maar blijven proberen om samen met de andere kerken een vorm van jongerenpastoraat op te zetten, voor alle jongeren van Andijk, kerkelijk of niet?

* Zullen we op de jaarmarkt dan toch maar twee bossen bloemen blijven verkopen onder het motto “een voor jezelf en een voor je naaste?”

* Zullen we het werk van Stichting Hulpverlening vanuit de West-Friese kerken
dan toch maar gewoon voortzetten.

* Zullen we dan toch maar doorgaan met onze activiteiten voor father Bayo in Tanzania en ds. Sylvestre in Burundi?

* Zullen we op woensdag dan toch de kaarsen maar blijven aansteken voor iedereen
die even binnen wil lopen voor een momentje van bezinning.

 

Dominee.2 probeert de kerk wakker te schudden. Dat deed Jesaja ook:
Ontwaak, ontwaak, Sion en bekleed je met kracht!
Bekleed je met je pronkgewaad , Jeruzalem, heilige stad!

Blijkbaar moet Jeruzalem uit een soort slaapstand worden gewekt.
Jesaja spreekt tot de inwoners van een stad die grotendeels in puin ligt.
De mensen wonen in de restanten van verwoeste huizen.
De meeste andere inwoners zijn weggevoerd naar Babylon.
We schrijven de dagen van de ballingschap.
Het godsvolk is ver van huis.Letterlijk en figuurlijk.

Wat is er over van die prachtige tempel van Salomo? Niets.
Het gebouw is een puinhoop en kandelaars en de watervaten
staan nu te pronk in de schatkamers van koning Nebukadnessar.

Het is een stoffig zootje geworden daar in Jeruzalem.
De beschrijving van de stad tekent de gemoedstoestand van haar bewoners. Het is
een puinhoop, een zootje, een stoffige in zichzelf gekeerde gemeenschap van
mensen die bezig zijn met… overleven.
Het lijkt warempel de kerk wel … maar dan in Europa – anno 2012.

Dominee.2 –de volgende generatie predikanten –
voelt helemaal niets voor een achterhoedegevecht.
“We zijn niet geroepen tot dit ambt om straks de deur dicht te doen!”
Dominee.2 schreef een manifest dat je zou kunnen samenvatten met de woorden van
Jesaja: Ontwaak, ontwaak, Sion en bekleed je met kracht!
Bekleed je met je pronkgewaad, Jeruzalem, heilige stad!


Sta op PKN,  wordt wakker! Kerk van Christus en laat je kracht zien…
Gods volk  onderweg! Zet je beste beentje voor …
Kleed je op je paasbest! Laat je van je beste kant zien!

Jullie zijn ecclesia – geroepenen!
Jullie zijn heilig… zeg maar: apart gezet.
Jullie zijn een apart stel mensen, met een mooie taak:
De naam van de Heer bekend maken
Handen en voeten geven aan – Ik zal er zijn, voor jou!
Hoe je dat doet? Door die naam overal te noemen? Dat kan!
Maar vooral door het te doen! Er voor elkaar te zijn.
Door er te zijn voor je medemens. Wie het ook is.

Ja, ja, maar dat wordt je niet altijd in dank afgenomen, hoor.
Je kunt je beter maar een beetje gedeisd houden,
als je zegt dat je bij de kerk hoort, dan lachen de kinderen je uit,
de jongeren halen hun schouders op,
de volwassenen respecteren het,
maar kunnen er ook niets mee.
Vroeger was het anders… maar ja… de tijden zijn veranderd. 
We zullen als kerk genoegen moeten nemen
met een marginale rol in de samenleving.

Zelfs op het prioriteitenlijstje van de leden staat de kerk helemaal onderaan.
Alle andere dingen gaan voor!
Gemeenteleden maken zich zorgen over het voortbestaan van de gemeente…
We praten elkaar de put in, als we niet oppassen.

Zo gaat het in Jeruzalem 600 voor christus
Zo gaat het in Europa – 2600 jaar later…

en dan lezen we…

Wat win ik daar nu bij? – spreekt de HEER. 
Voor niets is mijn volk weggenomen, hun leiders weeklagen –
spreekt de HEER –, dag in dag uit wordt mijn naam bezoedeld.

God zegt: “Wat heb ik aan jullie?
Snappen jullie dan niet dat deze moeilijke situatie bedoeld is
om jullie te activeren!  Wat koop ik voor dat geweeklaag?

Jullie bezoedelen mijn naam. Jullie halen mijn naam “Ik zal er zijn” door het
slijk,  met je gezeur. Jullie doen net alsof ik er niet ben!
Doemscenario’s zijn even zoveel ontkenningen van de NAAM… van God zelf.

Maar zo blijft het niet. Onze lezing uit het Oude Testament eindigt met :

6 Daarom, op die dag, zal mijn volk mijn naam kennen, beseffen dat ik het ben die zegt: ‘Hier ben ik.’

God zegt in de situatie van het verwoeste Jeruzalem,
waar mensen is het stof terneer zitten: Klop het stof van je af en sta op,
Jeruzalem, neem plaats op de troon.

De ketenen om je hals zijn losgemaakt, gevangen vrouwe Sion.
Sta op!
Blijf niet zitten waar je zit… maar verroer je.
Kom in beweging… Klop het stof van je af…
Eigenlijk staat er: schud je vrij van het stof!

Ik moest denken aan Baggus, onze herdershond,
die na een eind zwemmen in het IJsselmeer,
zich helemaal vrij kan schudden van het water
dat zwaar weegt tussen zijn lange haren.

Schudt je vrij van het stof,
zoals de hond van de pastor zich vrij schudt van het water. 

Inwoners van het verwoeste Jeruzalem zitten in zal en as…
Ze worden opgeroepen zich daarvan vrij te schudden.
Schud je vrij van zak en as…!

Zak is afgeleid van het hebreeuwse saq – s.a.q – dat rouwkleed betekent. Schud je vrij van de doemscenario’s
Op de dag dat jij je vrij schudt van het stof … zal mijn volk mijn NAAM kennen…
Op de dag dat jij je vrij schudt, spreekt de Heer,
zullen de mensen begrijpen dat IK het ben die zegt: “hier ben ik!” 

Als jij je vrij schudt van de doemscenario’s,
als jij je vrij schudt van het negatieve gepraat,
als jij je vrij schudt van je eigen schuldgevoelens,
vrij van alles wat je kwaliteit van leven belemmert… 
Op die dag  zullen de mensen om je heen God ervaren.

Dan wordt zijn naam waar: Ik zal er  zijn voor jou!

Die ervaring hebben de leerlingen van Jezus opgedaan in de tweede lezing.
Jezus roept zijn discipelen bij zich en zendt ze uit!

Dat is wel aardig om te zien.
De beweging gaat eerst naar Jezus toe… en dan de wereld in.
Een gordel, een paar sandalen, een stok en een goed woord voor de mensen,
is alle bagage die ze meenemen…
geen beurs, geen reiszak, geen wegenkaart, geen veiligheidshesje, geen
blaaspijpje en laat vooral die rugzak met zwarigheden uit het verleden
thuis. 

Ga maar, gewoon zoals je bent…  Roep de mensen op om zich vrij te
schudden van het stof waarin ze zitten.
Er zijn altijd mensen dat niet willen horen.
De boodschap van bevrijding wordt je niet altijd in dank afgenomen…  
Mensen zijn niet altijd bereid zich vrij te schudden van het stof, die kiezen
ervoor om te blijven zitten waar ze zitten… in het stof …

Die koesteren hun narigheid…

Wie er voor kiest om iemand iets nooit te vergeven;
wie ervoor kiest om altijd in de slachtofferrol te blijven;
wie ervoor kiest om andere mensen te oordelen;
wie er voor kiest zelf te gloriëren door anderen naar beneden te trappen…
die mag dat doen.
Het staat hem of haar vrij, maar van verlossing is geen sprake meer.
Mensen zullen zich van hem of haar afkeren…
Je komt alleen te staan. Mateloos alleen!

”Ik zal er zijn voor jou?”
Ja is die is er wel, maar mensen die uitsluitend kiezen voor zichzelf,
zien Hem niet. Er zitten teveel stofjes in hun ogen.
Ze ervaren zijn aanwezigheid niet… ze zitten te diep in het stof.
Het is veelal een kwestie van hoogmoed… zelfoverschatting.

En de leerling? De gelovige? Wat doet die als hij zo iemand tegenkomt?  
Die zoekt naar de mens, maar wil met dat stof niets te maken hebben,
en schudt het af van zijn voeten.
Die gaat een deur verder… op weg naar de volgende ontmoeting.
Wie weet kun je daar iets zichtbaar maken van: “Ik zal er zijn voor jou!”

Dat is onze taak in de wereld…
als mensen die zich hebben vrij geschud van het stof…
als mensen die onder de puinhopen van het leven uitgekomen zijn
als mensen die telkens weer opstaan uit de doodsituaties die het leven soms
meebrengt…  is het onze taak iets
zichtbaar maken van: “Ik zal er zijn voor jou!”

Dat klinkt alsof het alleen maar een opdracht is,
die we te vervullen hebben.
Dat is het ook… maar het is nog meer.

Die opdracht geeft zin aan ons bestaan.

Waartoe zijn wij op aarde? Om iets zichtbaar te maken van Gods veelbelovende naam:
“Ik zal er zijn voor jou”

Die taak is de zin van ons leven.
Gods veelbelovende naam is ee zinvolle taak
die wij mogen vervullen… en tegelijk de vervulling van die belofte.

Ik zal er zijn voor jou!

Als wij – gemeente van de Heer – er zijn voor onze medemensen,
dan is God alles in allen

Dat het in uw en mijn leven zo mag zijn

AMEN