Jezus deelt brood en vis

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God


Ik kan het niet vaak genoeg herhalen.
Het idee dat de oudtestamentische profeten zich bezig houden met
toekomstvoorspelling is eigenlijk een godslastering.
Wat de toekomst brengt is voor ons mensen principieel verborgen,
dus wie van een profeet een soort waarzegger maakt, is echt verkeerd bezig.

Jeremia geeft commentaar op de situatie van het volk Israël in zijn tijd.
Met die herders worden de koningen aangeduid.
In het oude oosten regeerden koningen als absolute vorsten,
als ware potentaten. Ze onderdrukken hun volkeren,
zoals Assad de Syriërs eronder houdt.
Koningen gedragen zich als goden
Mensen vereren hen ook zo.

In Israël is dat anders.

Het de taak van de koning om het volk te leiden op de weg van de Heer,
de God die hen telkens weer bevrijd van zulke baaskoningen.
en koning is Israël wordt niet geacht de baas te spelen,
maar zorg te dragen voor zijn mensen,
zoals een herder voor zijn kudde.

Jeremia ziet hoe de koningen van zijn tijd zich gedragen zoals als die andere…
Hele rijen koningen doen wat kwaad was in de ogen des Heren…
Ze leggen de woorden van God naast zich neer
en storten het volk in het verderf…
als een kudde die uiteengeslagen wordt.

Die hoogmoed komt die koningen duur te staan.
God zal hen straffen, zegt Jeremia.
God zelf zal de verdwaalde schapen bij elkaar brengen
en dààr zal de kudde wel bij varen.
Dat is Gods belofte voor zijn volk bij monde van zijn profeet.


Een volk dat lijkt op een kudde zonder herder,
door de traagheid van de koningen,
die hun taak verzaken: Gods bevrijding realiseren
in het dagelijks bestaan van gewone mensen.

De profeet heeft het daar moeilijk mee.
Zijn boodschap wordt hem niet in dank afgenomen,
vooral niet door de koningen… en al helemaal niet door de kliek
die zich altijd om machthebbers heen verzamelt

en de leugen van de macht met geweld in stand houdt

Vorige week zond Jezus zijn discipelen uit,
met het advies het stof van hun voeten te schudden
als mensen de boodschap van bevrijding niet wilden horen.

Eigenlijk zegt Jezus:
Wees maar zo vrij om degenen
die Gods bevrijdend handelen belemmeren…
te negeren, achter je te laten. Niet op reageren!

Schudt het stof af van je voeten en ga maar gewoon verder!

Ze zijn gegaan… op sandalen en met een stok in hun hand – verder niets.
Geen lunchpakket voor onderweg – geen beurs met contanten  – 
geen bankpas met pincode. Zomaar gegaan met een stok in hun hand…
In alle kwetsbaarheid op weg.

Vandaag keren de apostelen terug
Jezus neemt hen mee naar een eromos topos.… een eenzame plaats.
Je kunt dat eromos topos van ook vertalen met: een plek waar het stil is.

Ze zoeken de stilte…
de stilte die nodig is, om de dingen des levens goed tot je door te laten
dringen. Dat kun je bijvoorbeeld hier doen op woensdagmorgen – in de kapel – als
je het stiltecentrum bezoekt. Je kunt zomaar binnenlopen… en even rustig gaan
zitten… zachte muziek accentueert de stilte.
Even je hoofd leegmaken bij de kleurrijke kring van brandende kaarsen
die het leven zelf verbeelden.

Het Bijbelse stiltecentrum heet: woestijn…
dat is de plek waar het zo stil is,
dat je er de stem van je hart kunt horen…
of de stem die je hart vervult.

Zoekt Jezus die eromos topos om de dood van Johannes een plekje te geven?
Johannes’ boodschap viel ook niet goede aarde bij de machthebber Herodes.
En de appel valt niet ver van de boom, want Herodes’ dochter vraagt om Johannes
hoofd als beloning voor een dansje…

Marcus vertelt de dood van Johannes direct na de uitzending van de apostelen en
vlak voor onze lezing van vandaag.
Zoekt hij die stille plek om de apostelen de gelegenheid te geven hun
belevenissen te vertellen?
Hoe dat ook zij… hij zoekt de stilte…
maar vindt de schare.

Een grote groep mensen heeft blijkbaar door waar Jezus heen gaat.
Ze zijn nog eerder op die eromos topos dan Jezus zelf.
Als Jezus uit de boot stapt wordt hij opgewacht door de scharen,
een grote groep mensen die je nog het best kunt omschrijven als een kudde
zonder herder… mensen die vastzitten in hun ziektes, hun gedachtenkronkels, hun
armoe, hun verslaving, hun verdriet, de bezetting door de Romeinen!

Voelt Jezus zich belaagd door die uiteengeslagen kudden?   
Integendeel hij voelt medelijden… zegt de NBV.
In oudere vertalingen lees je: Hij is met ontferming bewogen.
Ontferming is dat eigenaardige gevoel in je buik en je maagstreek,  
dat je krijgt als er onrecht in het spel is…  
Het is een mengsel van
boosheid om het onrecht dat je ziet geschieden,
opstandigheid tegen de plegers van dat onrecht
en medelijden met de slachtoffers…

Hoe ziet die ontferming er dan uit?
Schudt hij misschien het stof af van zijn voeten?

Van de machthebbers trekt hij zich niets aan…
Hij richt zijn aandacht op de slachtoffers.
Hij onderwijst de scharen langdurig.

Jezus vertelt dit arme, verpauperde zootje ongeregeld, over hun bevrijder.
Jezus geeft deze slachtoffers van de onderdrukking de  boodschap mee,
die ook de apostelen in de afgelopen week hebben uitgedragen.
Hij toont mensen de mogelijkheid om als Gods vrije kinderen te leven –
dwars tegen de onderdrukking van de Romeinen in.

Je hoeft je niet te laten kisten door de kwalen die je kwellen,
Je mag blij en dankbaar leven, ook al is armoe je deel.
Vrij leven, zoals veel mensen in Tanzania en Burundi .
Je mag het stof afschudden van je voeten als
medemensen je het leven zuur maken.

De tijd vliegt…
zeker als je naar een rabbi zit te luisteren, die je perspectieven toont,
die je nog nooit eerder hebt gezien.

Vol verwondering luistert de schare… Ze bewonderen Jezus.
Zijn woorden doen wonderen…  
Mensen zien het weer zitten…  maar het wordt wel laat.
De apostelen waarschuwen… “Je moet ze nu naar huis sturen, hoor!
Het is zoetjesaan etenstijd en we zijn hier op een eromos topo …
een eenzame plek.
En dan – alsof het de gewoonste zaak van de wereld is -:
“Geven jullie die mensen maar te eten.”  

Daar schrikken de vrienden terug…
Aan die mogelijkheid hadden deze verkondigers
van de blijde boodschap nog niet gedacht…
Dat dit de consequentie is, de boodschap die ze overal hebben gebracht…
daar hadden ze nog niet bij stil gestaan. De traagheid grijpt hen aan…

De woorden van Thora zijn er niet om  alleen maar te bestuderen.
Je kunt het werk aan de wereld , niet aan anderen overlaten zoals de
ultraorthodox joden in Israel willen. De woorden van Thora zijn er om
gedaan te worden. Het Hebreeuws heeft er zelfs maar één woord voor:

Dabar… en Dabar betekent woord en daad.

Het principe van “dabar” kennen de discipelen natuurlijk wel…
Maar ze vinden dat Jezus zich nu toch even te veel als idealist gedraagt.
Principes prima, maar je moet wel realist blijven en voor 5000 man brood kopen,
dat zit er echt niet in hoor…
Dan moeten we voor wel 200 denarie brood kopen.
Dat is ruim een half jaarsalaris van een goedbetaalde arbeider.
Voor zoveel barmhartigheid zien ze echt geen mogelijkheden…
Het is of je ons kabinet hoort praten…
dat geld hebben we niet…
dus kan het niet…
Zoveel mensen te eten geven… onmogelijk!

“Het kan niet??? vraagt Jezus…  
“Het kàn wel! Jullie zien de mogelijkheden niet.”

Laat de mensen maar in het gras  gaan zitten.. in groepen van 50 of 100.

Tussen haakjes… Dat woord voor “groepen” betekent ook… bloemperken.
Laat ze maar in bloemperken gaan zitten.
Voor Jezus zijn het geen arme, verpauperde sloebers
die de tijd zijn vergeten en rammelen van de honger
Het zijn florissante mensen, die in groepjes een plek vinden in de woestijn.
Kleurrijke perkjes van onbeperkt vrije mensen,
maken van deze eromos topos een bloeiende woestijn.
Die evangelisten zijn ware woordkunstenaars,
vertellers van het zuiverste water
de woestijn bloeit… Het koninkrijk wordt zichtbaar…  soms even…
waar het woord wordt gedaan … waar liefdedaden het woord waar maken.
Jezus vraagt naar het voedsel dat voor handen is… Vijf broden en twee vissen…
Duizenden mensen worden verzadigd – 12 manden vol blijven over…

De westerling vraagt: Hoe doet hij dat? … Net als bij een goochelaar…
De oosterling herkent in die vijf broden – de vijf boeken van Thora,
het hart van Tenach,  de kern van wat wij het Oude Testament noemen.

Ik heb het vaker verteld… Brood en goddelijke woorden – dat is het zelfde :
Het is eerste levensbehoefte.
Je kunt er niet buiten… zonder Thora raak je als mens binnen de kortste keren
verzeild in de eenzaamheid van de woestijnen des levens…  eromos topos.

De westerling noemt dit de wonderbare broodvermenigvuldiging en roept:
Dat kan nooit!

De oosterling begrijpt dat het bij de twee vissen gaat om die twee andere delen
van TENACH:  de profeten en de geschriften.

Hier gebeurt iets bijzonders… iets wonderlijks,
maar het is geen broodvermenigvuldiging
Het is geen truc van een goochelaar,
hier wordt een teken opgericht, een teken van het koninkrijk!

Hier  wordt niet vermenigvuldigd…  Hier wordt gedeeld…
Hier wordt een totaal andere levensstijl neergezet
mensen die niet langer krampachtig bezig zijn met de vraag:
Hoe krijg IK een zo groot mogelijk deel van de voorraad
maar met eerlijk delen… met solidariteit…
met barmhartigheid…  met diaconaat.

Hier is een gigantische schare…. een kudde bijeen,
maar hier geen koning die met macht en geweld de baas speelt
Nee. Deze kudde  wordt geleid door een goede herder,

de Goede Herder bij uitstek. Dit verhaal verzet zich tegen de graaicultuur
dit verhaal moet niets hebben van premies en bonussen
dit verhaal gaat lijnrecht in tegen de hebberigheid van mensen.
dit verhaal moet niets hebben van macht en intimidatie

Dit verhaal laat alleen maar zien dat het anders kan…
Dit verhaal vertelt dat we ons mogen laten leiden
door de boodschap van de goede Herder

Wij mogen ons laten leiden door de God van Israël,
de vader van Jezus Messias, de Gans Andere.

Hij zal ons geleiden naar grazige weiden
en ons voeren naar wateren der rust.

Dat het zo mag zijn

AMEN.