Judith 9

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God


De preek bestaat vanmorgen uit vier delen.

Eerst zal ik uitleggen hoe het komt dat u vanmorgen een lezing krijgt
voorgeschoteld uit een Bijbelboek dat u waarschijnlijk niet kent.

Vervolgens zal ik het verhaal van Judith en Holofernes in grote lijnen weergeven. Dan
kunnen we het gedeelte dat we lazen plaatsen in het geheel van de vertelling. 

In het derde deel iets over de manier waarop de schrijver met de feiten omgaat.
Het boek is minder historisch dan het lijkt en veel theologioscher dan je op het eerste gezicht zou denken.

Ten slotte zal ik nader ingaan op een paar aspecten van het negende hoofdstuk, dat we samen hebben gelezen.

Deel 1. Het boek Judith.
Eén lange lezing uit een Bijbelboek dat  u op catechisatie niet hebt geleerd.
Het staat niet in het rijtje dat begint met Genesis – Exodus –Leviticus…..
en dat eindigt met Haggaï,  Zacharia en Maleachi.
Zo’n vastgestelde inhoudheet: canon.
De boeken die tot zo’n canon behoren heten: canonieke boeken.

De canon van de joodse bijbel (TeNaCH) is – qua inhoud – gelijk aan ons Oude
Testament. Die canon is in het jaar 100 van onze jaartelling, vastgesteld door
de rabbijnen, die zich na de verwoesting van Jeruzalem in Jamnia hadden
gevestigd.

In de eeuwen daaraan voorafgaand werd er in Alexandrië gewerkt aan een Griekse vertaling van TeNaCH. Die was  bestemd voor de vele Grieks sprekende joden in steden als Alexandrië en Carthago.
Bovendien werd Egypte in die tijd geregeerd door koningen, die er gigantische
bibliotheken op nahielden, waarin de joodse heilige boeken niet mochten
ontbreken. 

Deze vertaling in het Grieks heet: Septuagint… De vertaling van de 70.
Een legende vertelt dat 70 joodse geleerden, ieder op een eilandje in de Nijldelta,
een vertaling hebben gemaakt.
Al die 70 vertalingen bleken wonder boven wonder woord voor woord gelijk.
In die Septuagint waren echter enkele boeken opgenomen, die de rabbijnen van
Jamnia later niet hebben opgenomen in de definitieve joodse canon.
De vroeg christelijke kerk – die voor een groot deel bestond uit niet-joden –
was uiteraard heel gelukkig met die Septuagint.

De catholica werkt tot op vandaag met de canon van de Septuagint.
De kerken van de reformatie hebben de joodse canon overgenomen,
waarbij ze wel de volgorde hebben gewijzigd.
Protestanten beschouwden die weggelaten boeken als minder gezaghebbend en
noemden ze deutero-canoniek. Wel canoniek maar van het tweede niveau.  
Daardoor staan er in de katholieke bijbel meer verhalen dan in de protestantse.
En zo kan het gebeuren dat een oecumenisch leesrooster ons zo af en toe enkele zondagen laat lezen uit een van die zogenoemde deuterocanonieke boeken. In dit geval het boek Judith. Het boek Judith is geschreven ten tijde van de Makkabeeën.

Dat is een familie van priesters en hogepriesters.
Die hogepriesters traden op als koningen van een vrij en onafhankelijk Israël.
In 167 voor Christus kwamen ze in opstand tegen de Assyriers. Versloegen die in
164 en stichtten hun dynastie, die regeerde tot  63 v.Chr. Toen moesten ze wijken voor de Romeinen. Het boek Judith ontstond dus in een periode waarin hogepriesters alskoningen het land regeerden.

Deel 2 – Het verhaal in grote lijnen

Het verhaal gaat over de Assyrische koning Nebukadnessar, die zijn legeroverste Holofernes de opdracht geeft de stad Bethulia te veroveren.
Holofernes besluit – op advies van de omliggende volkeren – om de stad af te
snijden van haar waterbronnen en de inwoners van honger en dorst te laten
omkomen.
Na 34 dagen belegering willen de inwoners van Betulia dat Ozias, hun leider,
de stad overgeeft, maar burgemeester Ozias wil nog 5 dagen wachten. Hij wil wachten tot de 40ste dag aanbreekt en roept zijn mensen op tot gebed.
In die periode van 5 dagen neemt Judith, een weduwe, een besluit.
Ze gaat naar het legerkamp van Holofernes.
Weet tot zijn tent door te dringen en hoe dat afloopt kun u zien op het plaatje
voor op de liturgie. Judith redt haar volk horen we in deze vertelling.

Deel 3. Het karakter van het boek
Ik gebruik bewust het woord “vertelling,” want het boek Judith is bepaald geen modern geschiedenisboek. De feiten worden niet in historische zin beschreven,
maar er wordt ons een verhaal verteld. Wij mogen proberen te achterhalen wat de schrijver zijn lezers, toen en nu, te zeggen heeft. Het is ook een verhaal dat vragen oproept.
Nebukadnessar was de Babylonische vorst die Israël 500 jaar eerder in ballingschap voerde. Hij is dus geen Assyrische koning. Dat is historisch onjuist. De schrijver maakt een mix en vertelt op die manier over de vele machthebbers die eeuwenlang het volk hebben onderdrukt.

De laatste Assyriër, Antiochus IV Epifanes, plaatste een beeld van Zeus in de tempel van Jeruzalem. Dat werd de aanleiding tot de opstand van de Makkabeeën, want Zeus in de tempel van Bethulia, dat pikte de priesterfamilie niet.  

By the way… “Betulia” is een verzonnen plaatsnaam. Beth – oel/el – ja.
Het huis van God JHWH. Hier wordt verteld over een godsstad,
hoog op een berg. Wie een beetje thuis is in de Bijbelse aardrijkskunde,
denkt dan ogenblikkelijk aan een hooggelegen stad waarvan de inwoners door een
tunnel het dal in moesten om water te halen: Jeruzalem.
Judith noemt ook expliciet de tempel en de berg Sion…

Ziet u, dit is geen geschiedenisboek, maar een vertelling, een verhaal waarin het gaat over Jerusjalaïm, de stad van de vrede. Die naam past op dit moment niet, maar het blijft Beth ul ja, het huis van God JHWH – het huis van God, de eeuwige.

We lazen vanmorgen het gebed van Judith. Vastend en biddend gaat ze die vijf dagen in. In Betulia, het Huis van de Eeuwige God, stijgt het gebed van Judith, tegelijk met de wierookdampen van het reukoffer in de tempel naar de hemel.
Dat klinkt heel godsdienstig, maar dat reukoffer wordt ontstoken door iemand
van de Koninklijke familie. IK zei al: Het is een verhaal dat vragen oproept.
Staat haar godsdienstigheid niet heel erg in dienst van de priester/koningen
die  aan de macht zijn? Wordt het beleid van de Makkabeeën hier niet heel erg vereenzelvigd met de wil van de Eeuwige? Goeie vraag…


Het zal u niet ontgaan zijn, dat er nog een ander verhaal
door dit gebed heen speelt. Waar gaat dat andere verhaal over?
Over Simeon, de stamvader van Judith. Simeon is een van de 12 zonen van Jacob.
Het is een verhaal dat wel canoniek is, maar dat de meeste kerkgangers niet kennen,
omdat het in geen enkele kinderbijbel voorkomt.

Het staat in Genesis 33 en 34. Daar wordt de dochter van Jacob, Dina, heet ze,
door de kroonprins van Sichem onteerd.
Hij is hevig verliefd op Dina en weet zich niet te beheersen.
De koning biedt daarvoor zijn excuses aan en de prins blijkt graag bereid om met Dina te trouwen. Jacob stemt daarmee in, op een voorwaarde!
Alle mannen van Sichem moeten besneden worden.
Daar stemmen de koning en de kroonprins mee in en aan de soldaten wordt natuurlijk niets gevraagd.

Nu is besnijdenis op latere leeftijd bepaald geen pretje. Daar ben je goed ziek van, zeker als het mes een scherpe steen is. Terwijl de Sichemieten liggen bij te komen van de operatie, nemen de zonen van Jacob o.l.v. Simeon het zwaard ter hand.
Ze doden de weerloze, zojuist besneden mannen… allemaal.
Jakob neemt dat Simeon zeer kwalijk. Hij schendt de gemaakte afspraak.  
Simeon echter vindt dat de ontering van zijn zusje gewroken moet worden.
Als Jacob later zijn zonen zegent… ontbreekt Simeon. Hij krijgt ook geen eigen
gebied in het beloofde land. Hij wordt onterfd.

Maar Judith, een nakomelinge van Simeon dus, zegt er dit van:
Heer, U hebt mijn stamvader Simeon een zwaard in de hand gegeven.

U bent het immers, die al die dingen hebt teweeggebracht, met wat eraan voorafging en wat eruit voortkwam. Wat nu gebeurt en wat nog staat te gebeuren, is allemaal door u bedacht. Want al uw wegen zijn gebaand  en wat u beslist, hebt u al voorzien. 
 
Ziet u, Judith rechtvaardigt de handelwijze van haar stamvader.
En tegelijkertijd zoekt ze rechtvaardiging voor de moord, die zij zelf van plan is te plegen. Het zoeken van goddelijke rechtvaardiging voor typisch menselijk gedrag, past naadloos in een samenleving waar priesters de scepter zwaaien. 

Is die rechtvaardiging niet een beetje vergezocht? Is het niet overdreven om de veldtocht van Holofernes tegen Betulia te vergelijken met een verkrachting. Voor Judith blijkbaar niet. 


Betulia – lees Jeruzalem – geregeerd door priesters – is in de ogen van Judith als een eerzame bruid, getooid voor de Heer.  Ze zijn in Betulia heilig overtuigd van de zeer bijzondere relatie tussen God en zijn volk. De God van Abraham, Isaäk en Jacob,
die zich in de oude verhalen heeft bekend gemaakt is voor hen de bron van hun identiteit. Zonder God zijn ze niets…

Holofernes snijdt Betulia af van haar bron. Holofernes ontneemt hen de bron van levend water. Hij wil de verbinding tussen de Eeuwige God en zijn volk verbreken.
Hij wil de tempel ontwijden met een beeld van Zeus. Wie dat doet ontneemt Betulia haar eer die verkracht de maagd Jeruzalem.  

Die verkrachting van Betulia (lees: Jeruzalem) maakt Judith net zo boos als ooit haar stamvader Simeon…en die greep naar het zwaard… en Judith bidt…
al uw wegen zijn gebaand en wat u beslist, hebt u al voorzien.  

Met andere woorden het zijn niet Simeon en Judith die moorden,
maar het is God die zijn volk bevrijdt van de hoogmoed van Holofernes.


Het gaat niet om haar woede…. Zegt ze… maar om die van God
Zie hun hoogmoed en stort uw woede over hen uit.
Ze bidt om moed en kracht, om een vaste hand… en legt de nadruk op het feit dat ze een vrouw is… een weduwe zelfs. Ze behoort tot een van de meest kwetsbare groepen in de samenleving.


U bent de God van de vernederden, de helper van onaanzienlijken,
de steun van zwakken, de beschermer van moedelozen, de redder van wanhopigen.

Deze weduwe die zich vernederd voelt, die tot de meest onaanzienlijke stam van Israël behoort, die zichzelf portretteert als een zwakke vrouw, die de moedeloosheid en de wanhoop om zich heen ziet… Deze weduwe roept god aan met…. God van mijn
stamvader, God van uw Israël…

Je ontkomt niet aan de vraag of God hier niet ontzettend wordt ingepalmd.
Wordt de Eeuwige hier niet enorm aan de kant van een van de strijdende partijen
neergezet? God van mijn stamvader, God van uw Israël… Zou Bob Dylan hier zijn beroemde lied: With God on our side… gaan zingen?

Judith noemt God ook: Heer van hemel en aarde, schepper van de wateren, koning van heel uw schepping

Daar trekt ze het gelukkig allemaal wat breder, maar ze blijft proberen de
Eeuwige voor haar karretje te spannenof is Judith er heilig van overtuigd dat zij zichzelf voor Gods karretje spant?

Geef dat mijn misleidende woorden hén verwonden en striemen,
die gruwelijke dingen in de zin hebben
tegen uw verbond en uw gewijde tempel,
tegen de Sion en het huis dat uw kinderen toebehoort: Beth Ul –JHWH

De rabbijnen hebben dit verhaal, dertig jaar na de verwoesting van
Jeruzalem niet opgenomen in de canon. Het gevoel dat God aan hun kant staat,
kenden zij niet. Het idee dat de staat Israël een heel bijzondere positie
inneemt te midden de andere volken, was op dat moment helemaal niet aanwezig.

De rabbijnen van Jamnia konden hun identiteit niet ontlenen aan de sterkte van
de stad, niet aan de glorie van de tempel, niet aan een koningshuis van
priesters; ze hadden helemaal niet het idee dat God aan hun kant stond…
Die liepen niet het risico van de vermenging van religie en politiek…

Judith, een verhaal dat vragen oproept…
Heel actuele vragen, want religie en politiek mengen zich nog steeds.
In Noord Ierland regeerde een dominee … en voerde strijd tegen katholieken.
In Zuid Afrika werd verderfelijke politiek gesanctioneerd met Bijbelteksten.
In Rusland zien we vandaag de dag kerk en regering onder een hoedje spelen,
in Iran is het de moskee, die samenspant met machtspolitici…
in Israël worden nederzettingen gebouwd met een beroep op heilige teksten.


Judith… een boek dat, wat mij betreft meer vragen oproept, dan antwoorden
geeft, maar wel vragen die het overdenken meer dan waard zijn.

In de nieuwsbrief treft u een aankondiging van het grote gesprek… op zaterdag
24 november hier in deze kerk. Dan gaat het over Karl Barth en de betekenis van
zijn theologie voor onze tijd. Judith zal daar waarschijnlijk niet aan de orde
komen, maar wel die vraag naar de verhouding tussen religie en politiek…

dat kan haast niet anders.

AMEN