Een vertelling over Sint Maarten

Het verhaal  van Sint Maarten

Het is al bijna 1700 jaar geleden.
Om precies te zijn in het jaar 316.
Ergens in Hongarije werd een jongetje geboren.
Zijn ouders noemden hem Martino, want zijn vader kwam uit Italië.
Martino ging met zijn papa en mama terug naar Italië.
Hij groeide op in Pavia, niet ver van Milaan.

Toen Martino twaalf jaar was, ging hij naar de pastor van Pavia
en zei dat hij graag alles wilde leren over God en over Jezus en de kerk.
De pastor vond dat prachtig natuurlijk,
maar de vader van Martino was er niet zo blij mee.

In die tijd was het nogal bijzonder om naar de kerk te gaan.
De meeste mensen geloofden helemaal niet in Vader God en Jezus zijn zoon.
De allerhoogste was in die tijd: De keizer. Keizer Julianus.
Die keizer was ongelooflijk machtig en had een heel groot leger.
In dat leger van die keizer was de vader van Martino een hoge officier.

Op een dag besloot de keizer dat de zonen van zijn officieren ook in het leger
moesten. Martino werd van de kerkschool gehaald, kreeg een soldaten mantel en
een paard…  Hij was vijftien jaar en soldaat in het leger van keizer Julianus, die zijn leger naar Frankrijk stuurde om de Galliërs, die daar woonden te onderwerpen. Ja, keizer Julianus wilde de baas zijn over alle mensen op de hele wereld en daar moest soldaat Martino hem bij helpen.


Op een koude winteravond reed soldaat Martino de poort van Amiens binnen.
En daar, in die poort, waar alle mensen langskwamen die de stad in en uit
gingen, daar zat een heel  arme man… een bedelaar. Hij had bijna geen kleren aan zijn lijf…en toen moest Martino denken aan iets dat hij had geleerd van de pastor in Pavia… als je iemand tegenkomt die niets, dan mag je met hem delen, wat je wel hebt.

Martino trok meteen zijn soldatenmantel uit. Scheurde hem in tweeën en gaf de
ene helft aan de bedelaar en sloeg zelf de andere helft weer om.
Die nacht droomde Martino… In zijn droom zag hij Jezus… maar wat is dat nou?
De Heer Jezus draagt een halve soldatenmantel… en zei: Onthoud goed Martino:  Als je iets voor arme mensen doet, dan doe je dat voor mij!
Toen hij wakker werd heeft Martino wist Martino het zeker:
Niet de keizer is de allerhoogste, maar Jezus …
Hij wilde best gehoorzaam zijn … maar niet meer aan Julius.

Martino liet zich dopen. Hij wilde laten zien: Ik hoor bij Jezus.  
en bij Vader God. Voor mij is God…  de allerhoogste.

Martino ging naar de keizer…

De anderen vonden dat hij voor gek liep in zijn halve mantel
Maar dat kon Martino niets schelen. Hij leverde zijn zwaard in.

Alstublieft. Dit heb ik niet meer nodig!  Ik wil geen mensen dood maken, keizer,  
U doet net alsof alle mensen van u zijn, maar dat klopt niet!
“De mensen zijn niet van U,  mensen zijn kinderen van God.
Ik  vecht zonder wapens.

De keizer geloofde hem niet, maar de volgende morgen was het leger van de
vijand verdwenen…  De keizer had
gewonnen… maar in oorlog vielen geen doden.

Martino werd een belangrijke man in de kerk.
Hij werd bisschop en er bestaan allerlei wonderlijke verhalen over hem.
Ze zeggen dat bisschop Martinus allerlei mensen hielp…
als er mensen met hun schip in nood raakten, bracht hij de storm tot bedaren…
als er een huis in brand stond, ging hij midden in het vuur staan en het doofde…

Of die dingen echt gebeurd zijn? Ik weet het niet, dat is ook niet zo
belangrijk…
de verhalen vertellen over een man die altijd andere mensen wilde helpen,
als ze bang waren, verdrietig, of eenzaam…

Als het donker was geworden in je leven, bracht bisschop Martinus, licht. 

Martinus,  of gewoon Maarten, was een man waar je een
voorbeeld aan kunt nemen. De mensen zeiden: Hij is een heilige… een bijzonder
mens… iemand om nooit te vergeten. En we zijn hem ook nooit vergeten want vanavond gaan een heleboel kinderen weer met hun lichtjes en hun liedjes langs de
deuren… 11 november is de dag, waarop de kinderen als kleine bedelaars langs de
deuren gaan in de hoop dat de grote mensen die opendoen… de helft van hun
mantel … nou nee dat maar niet. Maar een snoepje of een appel …

Veel plezier vanavond.