Waar het op aankomt

Waar het uiteindelijk op aankomt…

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, 
Lieve mensen van God.


Vorige week zondag vierden we het feest van Sint Maarten.
Ik weet niet of daar in deze kerk veel aandacht aan besteed is,
maar in Andijk hebben ik de kinderen verteld over Martinus van Tours,
de heilige die zijn naam gaf aan o.a. de beide kerken in Zwaag.

We definieerden vorige week heiligen als bijzondere mensen;
zo bijzonder dat ze apart worden gezet.
Dat is de eigenlijke betekenis van heilig:
apart gezet voor een speciale dienst,
een bijzondere functie. 

Daarvoornoemden we in de preek vijf verschillende redenen
*   Ze hebben een voorbeeldfunctie. 
 – Probeer maar een kindervriend te zijn zoals Sint Nicolaas.
*   Ze gelden als bijzondere leraren               
–    Sint Maarten leert ons te delen met de armen
*   Ze zorgen voor wonderen               
–    Sint Anthonius brengt verloren voorwerpen terug.                              
     Mijn Brabantse katholieke oma geloofde dat zonder de minste twijfel.
*   Ze bemiddelen tussen hemel en aarde  
–    Daar hebben wij protestanten niet zo veel mee.
*   Ze laten iets zien van Gods bedoeling met de wereld
–   en dat spreekt ons vaak wel weer aan. 

Vandaag echter worden we in de eerste verzen van de evangelielezing
geconfronteerd met schijnheiligen. Jezus zegt:
Pas op voor degenen die graag vooraan zitten in de synagoge
en de ereplaatsen innemen bij feestmaaltijden.
Ze lopen in prachtige gewaden over straten en pleinen
en worden maar al te graag met veel eerbied begroet…
maar ondertussen… hou ze in de gaten…
want ze terwijl ze aan jan en alleman hun vroomheid lopen te bewijzen,
verslinden ze de huizen van weduwen.
Ze zeggen ellenlange gebeden…
maar intussen bedenken ze hoe ze de armen
een poot uit kunnen draaien…

Ik kom nogal eens mensen tegen die mij uitleggen
waarom ze niet meer naar de kerk gaan.
Ze hebben in hun jeugd te veel van dat soort schijnheiligheid gezien,
zeggen ze dan. 

Schijnheiligheid van kerkmensen
die helemaal geen voorbeeldfunctie hadden
en waarvan je hooguit kon leren hoe het niet moet
In wonderen geloven ze al lang niet meer
Als het waar is dat die schijnheilige figuren Gods bedoelingen laten zien,
dan willen ze met die God helemaal niets meer te maken hebben.

Jezus zegt, zo lazen we, dat er over die schijnheiligen strenger zal worden geoordeeld
dan over anderen… en zo lijken de kerkverlaters gelijk te krijgen.
Maar ze vergeten dat het oordeel over mensen niet aan mensen is.
Zelfs al zou het waar zijn,
dan nog behoort het oordeel over die schijn-heiligen,
niet tot de competentie van die kerkverlaters.

Dat oordeel behoort overigens ook niet tot de bevoegdheid
van degenen die wel ter kerke gaan…
maar die weten dat wel.
Toch?

Ja, u en ik, wij weten dat wel…
maar het kan geen kwaad het elkaar zo af en toe eens voor te houden…
Oordelen is niet wat ons te doen staat… maar wat dan wel?

Het is opvallend dat er twee heiligen zijn,
die de beeldenstorm op de heiligen-kalender hebben doorstaan.
Twee heiligen wier feestdag valt in de periode dat we in de kerk bezig zijn met
het einde…  Allerheiligen, Allerzielen,
de laatste zondag van het kerkelijk jaar, eeuwigheidzondag.

We gedenken volgende week de mensen die gestorven zijn…
en velen van ons zijn opgevoed met de gedachte
dat over hen het uiteindelijke oordeel wordt geveld.
Velen van ons zijn op dat punt grootgebracht met zwaarmoedige gedachten…

Juist in deze tijd van het jaar vieren we de naamdag van Martinus van Tours  (11/11) en houdt Nicolaas van Myra intocht.
Het lijkt wel of Sinte Maarten en Sinterklaas onze zwaarmoedigheid willen
corrigeren.
Het is alsof die twee heiligen ons komen vertellen:
Laat dat oordeel nou maar over aan de Eeuwige.
Vertrouw nou maar op zijn naam:“Ik zal er zijn voor jou!”
ook als je gestorven bent…

Het lijkt wel of Maarten en Klaas – als voorbeeldfiguren  – ons komen vertellen… maak je nou niet al te druk over het hiernamaals;
maar concentreer je, juist in deze tijd van het jaar,
op datgene waar het tijdens je leven hier op aarde op aankomt…

Met een beetje fantasie kun je Maarten en Klaas zien zitten te midden van de
discipelen, die samen met Jezus kijken naar de mensen die hun gaven geven in
een van de offerkisten in de tempel.

Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek
hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist.

In de tempel van Jeruzalem stonden maar
liefst 13 offerkisten.

Zeven daarvan hadden een opschrift:

1. Nieuwe sjekels             
  daarin deponeerde je je jaarlijkse bijdrage

2. Oude sjekels                
    daarin gingen de nog niet betaalde bijdragen van vorige jaren

3. Vogeloffers 
     voor het offeren van een tortelduif.

4. Brandofferduiven        
    voor het offeren van een jonge duif

5. Hout    
    ook de brandstof moest worden betaald

6. wierook  
    de wierrook voor het reukoffer

7. goud voor het bekken 
    we weten niet precies waarvoor dat bestemd was, maar het is wel interessant om te weten dat de oorsprong van al deze bijdragen ligt in de tabernakel. U weet wel, dat draagbare heiligdom, dat het volk meedroeg door de woestijn op weg naar het veelbelovend land. De palen van die tabernakel werden niet zomaar in het woestijnzand gezet, maar in een soort voetstukken. Er ging een metalen pin de grond in en daarbovenop zat een houder waar de palen in pasten.
Die voetstukken werden gemaakt van omgesmolten munten.
Dat is betekenisvol…
De bijdrage van het volk, vormt het fundament van Gods woning op aarde.
God woont te midden van mensen.
Die mensen geven hun gaven om dat wonen van God mogelijk te maken.
Ze delen de kosten…  om de aanwezigheid van de Heer zichtbaar te maken voor zichzelf, hun kinderen en voor gojim… de heidenen… de volkeren.



In die eerste zeven offerblokken doneerde je een vast bedrag:
een halve sjekel.
Dat is niet veel, maar dat bedrag is bewust laag gehouden.
Als het erom gaat Gods aanwezigheid op de aarde zichtbaar te maken,  
is de bijdrage van de een…niet groter dan die van de ander.
Een klein bedrag: iedereen kan meedoen.

Het geld in die offerblokken heet: losgeld.

Wij denken bij dat woord aan het vrijkopen van mensen die ontvoerd zijn,
gekaapte schepen, mensen die in slavernij verzeild raakten.
Maar wat moet God nou toch warempel met losgeld?
Gaat God iets of iemand vrijkopen? Bij wie dan?
Aan wie moet Hij dat losgeld dan betalen?
Dat losgeld is bestemd voor de tabernakel
en later voor de tempel,met de hele daarbij horende eredienst.
Dat hele tempelgebeuren was gericht op het gedenken van “bevrijding.” 

Waar de schepping centraal staat
gedenken gelovigen bevrijding
bevrijding uit de macht van de natuurgoden.

Waar Abraham gevierd wordt
gedenken gelovigen bevrijding
bevrijding uit de banden van knellende familierelaties.

Waar Davids gedachtenis in ere wordt gehouden
gedenken gelovigen bevrijding
bevrijding uit de banden van absoluut koningschap.


Die bevrijding uit het verleden, 
wordt vandaag present gesteld,
met het oog op de toekomst van recht en vrede.

Het gaat bij dat geld in die offerkist dus niet om
de instandhouding van de gebouwen
en ook niet om de instandhouding van de eredienst op zich

Het gaat erom dat mensen hun bevrijder
blijven gedenken.
dat ze zich niet opnieuw in de slavenrol laten drukken.
dat ze de vrijheid nemen om onrecht te bestrijden
en vrede te bewerkstelligen, want
daar komt het op aan!


Naast die zeven genoemde offerblokken,
waren er nog zes.
Daar kon ieder een bedrag naar keuze inwerpen.
Jezus gaat zitten tegenover zo’n kist voor de vrijwillige bijdragen…
een soort kerkbalans maar dan anders!

Er kwam een arme weduwe, die er twee muntjes ingooide.
De waarde? Niet meer dan een quadrans.
Een kwartje…  Het is bijna niks.  

In financieel opzicht is haar bijdrage
te verwaarlozen.
als je daar je predikantsplaatsen van moet bekostigen,
dan moeten er nog veel meer wijken worden samengevoegd. 

In financieel opzicht stelt het dus niks voor…
maar Jezus werkt niet bij het NIBUD
Jezus maakt geen koopkrachtplaatjes,
rekent niet met gemiddelden, zoals het CBS.
Jezus laat zich niet op stang jagen door een half  % meer of minder.
Jezus ziet, waar vrijwel alle politici aan voorbijzien…
Jezus ziet hoe deze bescheiden vrouw offert
ze is haast onzichtbaar – het is bijna niets .
Jezus ziet dat ze veel meer geeft dan de rijke
die met een uitgebreid gebaar zijn beurs opent 
en een hele serie grote munten met veel lawaai in de kist laat rinkelen.


Jezus rekent haar bijdrage niet uit in procenten bnp
bepaalt niet de waarde in euro’s
Hij zegt volgens de Nieuwe Bijbel Vertaling:
dat die weduwe haar hele levensonderhoud in die kist doet…
Dat is zwak vertaald: Er staat n.l. letterlijk dat ze heel haar leven geeft.

Hoe waardevol is dat niet?
Haar hele hebben en houden,
maar ook haar doen en laten,
haar lijf en haar leden,
haar kracht en haar creativiteit…
alles staat in dienst van de Eeuwige.

Ze geeft haar leven als losgeld…
Zij blijkt een mens te zijn,
zo vrij als God de mens van den beginne bedoelde.
En wij? Wij zitten vaak zo vast.  
Als alle binnenlandse politieke opwinding van de laatste
weken iets heeft duidelijk gemaakt is het dat wel…

Die Schriftgeleerde,
maar dat geldt dus ook voor velen van ons, zit zo vast.
Hij is zo ontzettend gebonden, zo onvrij!
Zijn status bindt hem,
maar – en dat is veel erger –
zijn status bindt ook anderen.

Hij verwacht dat ze voor hem buigen.  
Dat ze hem hoogachten.
Hij verwacht respect van mensen die hij veracht…
Hoe dom kun je zijn…
We zitten vaak zo vast.

Er zijn Nederlanders die verwachten
dat zogenoemde allochtonen zich aanpassen aan onze manier van leven.
En dat terwijl de minachting voor minderheden
van hun Hollandse gezichten druipt. 
Hoe dom kun je zijn. We zitten vaak zo vast…
Zoals u wellicht weet, kom ik zo af en toe in Burundi…
een van de allerarmste landen ter wereld.
Weet u wat het hoogtepunt is een zondagse dienst
in de kerk van collega Sylvestre?  De collecte!

Echt waar. Er zingen soms wel vijf koren in een dienst.
Die doen allemaal hun eigen ding… kinderen, volwassenen, jongeren…
ook daar heeft elke  generatie zijn eigen repertoire…

Maar tijdens de collecte zingen al die koren samen
dan klinken de favoriete liederen van de gemeente
dan zingen ze allemaal mee en komen dansend naar voren
om hun gaven te geven in daartoe gereedstaande manden.
Geven met vreugde; delen wat je hebt,
ook al is het bijna niets.
Daar komt het op aan!

Ze hebben in Bwiza ook bijna niets,
maar toen er een feest gevierd werd
en iedereen bleef eten in de kerk,
was er niet alleen voedsel voor de leden van de synode
en voor de gasten uit Nederland en Korea,
maar er was ook volop voedsel voor de straatkinderen.

Vanuit je vreugde geven;
delen wat je hebt, ook al is het bijna niets.
Daar komt het op aan! 

Op gezette tijden worden achter de kerk de houtskoolvuren
gestookt om eten te koken voor de zieken in het hospitaal
en de gedetineerden in de gevangenis.
De weduwen van Bwiza,
die zelf met een microkrediet bedrijfjes hebben opgezet,
hebben me geleerd waar het op aankomt…
Geven met vreugde; delen wat je hebt,
ook al is het bijna niets.
Daar komt het op aan! 

In deze tijd van het jaar proberen we na te denken over
waar het in het leven werkelijk op aankomt… waar het uiteindelijk om gaat.
Uiteindelijk gaat het om vrede en recht…
Uiteindelijk gaat het om kwaliteit van leven…
Uiteindelijk gaat het erom dat we ons niet neerleggen bij de status quo.

De machtsverhoudingen zijn nou eenmaal zoals ze zijn
religies legitimeren hier en daar
dat men armen een poot uitdraait,
dat kinderen soldaat gemaakt worden,
dat Afrikaanse jongeren ons dankbaar zouden moeten zijn
omdat ze naar school kunnen gaan. 

Zij hoeven ons niet te bedanken,
because this is not a matter of charity;
it’s matter of justice…
Het is geen zaak van liefdadigheid – het
is een kwestie van recht.

Geve de Heer dat we onszelf meer en meer herkennen
in de weduwe die haar bescheiden bijdrage levert
met haar kwartje in het offerblok…

Geve de Heer dat Jezus ons herkent als mensen die
zo vrij zijn hun hebben en houden,
hun lijf en hun leden, hun doen en laten
in dienst stellen van de droom …
de droom van Israëls God.

Geve de Heer,
dat wij mensen mogen worden,
die een leven lijden van grote kwaliteit…
een kwaliteit die we “eeuwig” noemen: eeuwigheidsleven
Dan zullen we elkaar toeroepen:
Ik zal er zijn voor jou!
want dan is God alles in allen.

Dat het zo mag zijn  –
Amen.