Lucas 2: 22-40 – een vertelling

Vertelling – naar Lucas 2: 22-40

In onze kerstmusical zat eigenlijk een klein foutje…
Dat foutje zat in de rol van Maria, maar Judith
die de rol van Maria speelde, kon er niets aan doen, hoor.
De schrijver had foutje gemaakt… 
Welke? Hij heeft de naam van het jongetje erbij geschreven…
Dat klopt niet… want het jongetje dat daar in de stal van Bethlehem geboren
werd, krijgt vandaag pas zijn naam. 

Jozef en Maria hebben hem meegenomen naar Jeruzalem…
Ze zijn met hun kleine knulletje, naar die grote tempel gegaan…
en daar – in de tempel – hebben ze een moheel opgezocht.

Een moheel, dat is een soort priester, die bij alle jongentjes van 8 dagen oud
een klein stukje huid afsnijdt. Als je het goed doet, voelt zo’n jochie er
bijna niets van… en een moheel weet precies hoe dat je dat doen moet.
Zo gebeurt het ook bij het kindje van Jozef en Maria.
Als dat stukje huid is afgesneden, dan krijgt ook dit kindje zijn naam: J’shua.
De moheel neemt het kind in zijn handen, heft het omhoog en zegt:
Here God, schepper van hemel en aarde, dit is J’shua
Zijn vader en moeder gaan hem leren om te leven
als een kind van u. Halleluja

Nu denk je misschien dat die naam niet klopt…
maar die klopt wel hoor… in het hebreeuws, de taal van Jozef en Maria,
heet hun kind: J’shua.
In het Grieks, de taal waarin Lucas dit verhaal opschreef
heet het kind: Jezus.

Wat gebeurt er denk je als de mensen in de tempel zo’n moheel aan het werk zien?
Nou dan komen er altijd wel een stel mensen bijstaan…
Het is net zo iets als wanneer er bij ons een kind wordt gedoopt,
dan komen zijn er ook altijd belangstellende mensen, die komen kijken…
die het mee willen maken.

Vandaag zijn er twee mensen bij, die je vaak in de tempel ziet…
Het zijn allebei mensen die veel nadenken over God
en over de oude verhalen. De man heet Simeon.

Als hij de kleine Jezus ziet dan begint zijn hele gezicht te lachen
en zijn ogen stralen van pure blijdschap… Hij begint zelfs te zingen:

Vandaag kan ik tevree naar huis gaan, Heer
Wat u beloofd hebt, doet u, zoals elke keer
Met eigen ogen heb ik Hem aanschouwd
de redder voor de volken, wie op Hem vertrouwt,
mag leven in het licht – Hij redt wie niet gelooft en wel…

Hij hoort bij uw uitverkoren volk..  Hij hoort bij…  Israël!

Die Simeon… Hij is zo blij.
Hij wist het… Hij voelde het…
Het kon niet lang meer duren…
Hij had er zo vaak, zo hartstochtelijke om gebeden

Hij verwachtte de Messias elke dag…  
en nu… nu is hij er..
En dan kijkt hij naar  Maria…
Ben jij zijn moeder? Maria knikt.
Hoe heet je? Maria…

Het zal nog best moeilijk worden hoor Maria…
Want deze kleine redder, gaat een heleboel mensen blij maken,
maar anderen zullen boos zijn om wat hij zegt… en om wat hij doet…
Zo gaat dat met mensen die van God komen… denk maar aan de profeten!

Maria dacht na over die laatste, moeilijke woorden
Simeon heeft het nog niet gezegd of daar staat een profeet…
of beter een profetes… Ze is oud. Heel, heel oud.
Ze is al 84 jaar weduwe, na zeven jaar getrouwd te zijn geweest…
dus ze moet dik over de 100 zijn… Channa heet ze… Hanna…
Deze zeer oude vrouw… kon niet meer zingen… maar praten wel…
Deze kleine jongen – zei ze – komt ons allemaal vrij maken…
Jeruzalem wordt weer “Stad van vrede…”


Maria moest denken aan de engelen:
Vrede op aarde, vrede op aarde… in mensen een welbehagen…
Maria dacht… dat eerst maar: vrede op aarde … God houdt van alle mensen

dat nare… dat komt later wel…
Dat eerst maar, dacht Maria en ze ging samen met
Jozef terug naar Nazareth en daar groeide de kleine Jezus op
tot vreugde van zijn ouders en tot eer van God
en tot heil van alle mensen. 
Amen