De goede herder

Gemeente van onze Heer Jezus Christus – Lieve mensen van God.

U dacht het al. Bijna alle liederen die we zongen gingen erover…
Deze zondag heet in de liturgische traditie van de kerk: Zondag, de goede herder.


Ook de beide lezingen handelen over het beeld van “de herder.”
Logisch dus dat we aandacht besteden aan het beeldwoord herder.
Ik gebruik de term beeldwoord, want het gaat niet zozeer om een concrete
schaapherder. Heel wat bijbelschrijvers gebruiken de “Herder” als metafoor
om ons iets duidelijk te maken… over God.


Wij stellen ons bij een herder graag een wat zonderlinge figuur voor, die breiend
aan een kous, over de grote stille heide dwaalt. Je ziet hem vaak afgebeeld met
een kudde vredig grazende schapen om zich heen. Een idyllisch tafereel waarover
minstens één – in Nederland wereldberoemde – smartlap is geschreven.

In de Bijbel is een herder een totaal andere figuur. Alleen dat anders-zijn al
maakt de herder al geschikt als metafoor. God is immers ook totaal anders dan
wij ons voorstellen. God is onvoorstelbaar!

Bijbelse herders gaan voor hun kudde uit.  De herder wijst de kudde een begaanbare weg. De herder ziet de valkuilen en voorkomt dat zijn schapen erin trappen. De herder jaagt slangen en schorpioenen op de vlucht, zodat de kudde veilig kan passeren.

De herder vecht desnoods met leeuwen en beren om zijn schapen te beschermen.
De herder weet met zijn slinger heel precies een steentje te richten op een
schaap dat is afgedwaald… of op een reusachtige tegenstander, als dat zo
uitkomt. Herders nemen grote risico’s ter wille van hun schapen.
Ze staan met hun leven in voor de kudde.

 

We kennen die Bijbelse herder o.a. uit de psalmen en de verhalen over David.
Een herder schept optimale voorwaarden voor zijn schapen,
zodat ze goed kunnen groeien, veel wol produceren en
volop melk geven om kaas van te maken.
De herder gaat voor duurzaam ondernemerschap:
als mijn schapen het goed hebben, dan is dat uiteindelijk ook goed voor mij!

U begrijpt: We schetsen een ideaalbeeld. In
de Bijbel verbeelden herders zowel priesters die de kudde – het volk – voorgaan,
als koningen voor het volk uitgaan.In de verhoudingen van het toenmalige Israël zijn priesters en koningen de leidinggevende figuren. Herders nemen risico en geven leiding. Althans dat horen ze te doen.

De herders waar Ezechiël over spreekt, hebben dat omgekeerd:
Die hebben de leiding genòmen en dat gééft risico voor de schapen.

Hij schrijft: Die herders weiden zichzelf in plaats van de schapen.
Die leiders scheppen voor zichzelf optimale voorwaarden; het volk lijdt er
onder.

Deze herders eten wel schapenkaas…  Zekleden zich wel met schapenwol…
Verkopen wel schapenvlees….  maar de schapen weiden? Ho maar!

Deze herders gaan niet voor duurzaam. Als de teksten niet zo oud waren,
zou je denken dat de partij voor de dieren hier aan het woord is.
Wel geld verdienen aan de producten van de dieren, maar dierenwelzijn…
Ho maar

Daar gaan die teksten natuurlijk niet over.
Het is onzin om te beweren dat Ezechiël, Israëliet in ballingschap te Babel,
zo’n 2600 jaar geleden een mening had over onze intensieve veehouderij.
Hij doet ook geen voorspellingen. Hij is een profeet en dat is iets heel anders
dan een waarzegster op de kermis!

Dat neemt echter niet weg, dat die teksten ons zijn overgeleverd.
Dat neemt niet weg dat ze voor ons een spiegel vormen.
De Bijbel roept ons op om eens wat vaker te kijken in de spiegel van verhalen,
want wat de echt belangrijke dingen in het leven, zijn van alle tijden,
alle plaatsen en alle mensen.

Wie kijkt in de spiegel van verhalen, leest over mensen van daar en toen;
Wie goed kijkt in de spiegel van verhalen ziet zichzelf bezig…
Lezend in de Bijbel zie je jezelf worstelen met de grote vragen van het leven,
met die vreemde, bijzondere God, die ook voor jou uitgaat,
die ook voor jou de valkuilen lokaliseert,
die ook voor jou de schorpioenen en de slangen op de vlucht jaagt…
Die ons o zo vreemde God, laat reuzen op hun bek gaan door een steentje zo
klein als het menselijk geloof.

Het hoort tot de wezenskenmerken van gemeente-zijn om samen te kijken in die
spiegel van verhalen. Ook al spiegelt die spiegel niet altijd en niet voor
iedereen even zacht. 

Kijkend in die spiegel van Ezechiël 34, zien we herders, die niet zorgen voor
hun schapen. We zien herders die uitsluitend proberen te profiteren van de
mensen die hen zijn toevertrouwd.

In de godsdiensten van andere volkeren vindt men dat heel normaal.
Daar ligt de norm in natuurlijk gedrag. De natuurreligies
gaan ervan uit dat de natuurwetten – zeg maar de natuurlijke instincten –  niet alleen het gedrag van dieren bepalen – maar ook dat van mensen.

De wet van de jungle is daar ook van toepassing op het menselijk samenleven.
De wet van de jungle herken je in zinnen als: 
Het is in het leven een kwestie van eten of gegeten worden!
The survival of the fittest!  De sterkste verleeft.
Als  sterke individuen overleven is dat heel goed voor de soort!

In onze tijd herken je die manier van denken, in de opvatting dat de mens het
eindproduct is van een evolutie vanuit de dierenwereld. In wetenschappelijk
biologische zin zal dat wel zo zijn. Maar dat betekent toch niet dat de menselijk
samenleving zich niet onderscheidt van de verhoudingen op de apenrots?  

In de tradities van Jodendom, christendom en islam is het niet normaal dat iemand die groot en sterk is, de kleine en zwakke intimideert en uitbuit. In de drie grote godsdiensten van het boek is het niet normaal dat alles en iedereen gehoorzaamt aan de grote sterke alfa man? Niet normaal!
Daar gelden andere normen.

We mogen dan als biologische wezens afstammen van de apen,
maar dat wil nog niet zeggen dat je ethisch niet verder zou kunnen komen
dan een chimpansee.

We mogen dan het eindproduct zijn van de evolutie, tot nu toe;
dat wil nog  niet zeggen dat we net zo aan onze instincten zijn overgeleverd
als een orang oetan.

 

Genesis 1 is geen natuurwetenschappelijke verhandeling over het ontstaan
van de aarde en het heelal. Genesis 1 is een gedicht over hoe de verhoudingen
liggen.

God schiep hemel en aarde…  Hij heeft ze gecreëerd, ze zijn eigendom.
Wij mogen ermee omgaan als iets dat we in bruikleen hebben
en daarna mogen doorgeven aan een volgende generatie.  
Zo ook ons menselijk bestaan, ons persoonlijke leven. We hebben het in bruikleen
en mogen het ooit teruggeven in handen van de schepper.

Omwille van dat soort gedachten,
is het de moeite waar het lied van de schepping heel serieus te nemen.
God schiep de dieren naar hun aard   en   de mens naar zijn beeld.

De wet van de jungle is voor de dieren…
Waar mensen de natuurwetten toepassen op hun samenleving,
daar leven ze bij de beesten af.
De mens is geschapen naar Gods beeld. Naar het beeld van der Ganz Andere. 
De mens is van een totaal andere orde. De Heer ziet naar zijn mensen om…
Die sterke God kijk om naar zwakke mensen,
de Heer roept ons op…
om te zien naar de zwakken,
om te zien naar elkaar
zoals hij omziet naar ons.

Sprekend over de herder, mag je dat omzien heel letterlijk nemen.
De herder, die zijn kudde voorgaat, moet – wil hij zijn schapen niet uit het
oog verliezen, omzien naar zijn schapen. Naar ze omkijken!
De God van de Thora, Evangelie en Koran is een God – en dat is echt uniek – met
compassie voor de armen en verdrukten. Als God Israël bevrijdt uit Egypte,
begint het verhaal met: De Heer heeft naar zijn volk omgezien.   

In de week die voor ons ligt, gedenken we de vierde en vieren we de vijfde…
mei. We gedenken slachtoffers van een ideologie, die de wet van de jungle
hanteerde. De Nazi voelde zich superieur en wilde het ras, de soort, sterk houden:
Het bloed … “van vreemde smetten vrij!” Daarom moesten joden en zigeuners naar vernietigingskampen.

De Nazi liet er zich op voorstaan één te zijn met de natuur en dachten daarmee
ook in Gods ogen superieur te zijn aan anderen. Zij voelden zicht de absolute
top. Ze verwarden natuur en schepping. Zij verklaarden de wrede wetten van de natuur gelijk aan Gods bedoelingen met mensen. Wat u en ik beschouwen als een speling van die natuur, werd dan ook als “onnatuurlijk” gediskwalificeerd

en dus werden ook gehandicapten en homofielen slachtoffer van die verderfelijke
ideologie.  Wat onnatuurlijk is, past niet bij God, zeiden theologen die in hun preken het derde rijk probeerden te legitimeren. Er zijn overigens nog steeds christenen die op diezelfde grond bijv. anti-conceptie afwijzen. Wat de paus ook beweert:

De schepping is niet natuurlijk, die is goddelijk. Gods schepselen zijn geroepen om naar elkaar om te zien, niet om elkaar af te maken.
Het recht van de sterkste is desastreus als basis voor een samenleving.

De ouderen onder ons en onze ouders hebben, na de ramp die zich tussen 1939
en 1945 in ons deel van de wereld voltrok: de Europese Unie gesticht.
Als ware herders zijn ze ons voorgegaan op de weg naar recht en vrede!
Als ware herders hebben ze de valkuilen van revanchisme en vijanddenken
aangewezen en dichtgegooid…

Als ware herders hebben ze de superioriteitideeën van de pseudo-christelijke
schorpioenen verjaagd: Niks “Gott mit uns” op de koppelriemen van soldaten.
Als ware herders hebben ze de fascistoïde gifslangen van eng nationalisme
de kop ingedrukt.   
Als ware herders hebben ze een weg gewezen en zodanige voorwaarden geschapen,
dat er in dit deel van de wereld nooit meer oorlog zou zijn;
dat recht van de sterkste nooit meer een kans zou krijgen.

Een herderkoning, is een leider die in staat voor zijn mensen…
Een huurling loopt weg als zijn eigen hachje in hert geding dreigt te komen.
Zo’n herderkoning heet in de Bijbel een gezalfde, een massiach, een Messias.
Dat is iemand die voor de dood nog niet bang is en zelfs reus… achtige
problemen weet op te lossen, met een steentje zo klein als wat onderling
vertrouwen.

Messiaanse leiders geven vorm aan Gods zorg voor mensen.
Ze luisteren naar profeten… die niet voorspellen, maar verkondigen.
Messiaanse leiders gaan ons voor in een herderlijke levensstijl
die ruimte biedt om
de zwakke dieren te laten aansterken…
De zieke dieren te genezen…      
de gewonde dieren te verbinden…   
de verjaagde dieren terughalen…
de verdwaalde schapen zoeken…

 

De volgelingen van Jezus herkennen in zijn manier van doen Gods ontferming.
In het verhaal dat aan onze lezing voorafgaat wordt een blinde genezen op
sabbat.  Herder Jezus vindt niet deregeltjes belangrijk, maar de kwaliteit  leven.
Niet wat wel en niet mag op sabbat, maar het leed van een blinde dat geen dag
langer moet duren dan nodig is.

De farizeeën gedragen zich als mensen die menen superieur te zijn aan anderen
en grijpen naar machtsmiddelen: ze zetten deze genezen man uit de synagoge!
Ze houden de joodse gemeenschap “van vreemde smetten vrij.”

Maar die law-and-order mentaliteit van deze herders en leraren gaat Jezus als een mes door de ziel. Deze herders en leraren zijn geroepen om in woord en daad getuigen te zijn van de misericordias domini – de uitvoerders van de  barmhartigheid des Heren.

In de spiegel van verhalen kun je dus ook ontdekken
dat het in het leven dus niet gaat om het uit je hoofd leren
van de Heidelbergse catechismus of de twaalf artikelen des geloofs.
Velen van ons hebben kinderen die op dit moment de kerk niet zien zitten
als plek om het leven te vieren, maar die in hun leven wel iets zichtbaar maken
van die “goede herder-mentaliteit.”

Het woord goed heeft niets te maken met zo’n goeierd, zo lamme goedzak, een softie, of een goeie sul. Die goede herder is uiteindelijk een menselijk mens,
zo’n exemplaar dat niet handelt naar zijn aard… maar naar Gods beeld.

Daar zit het verschil tussen de huurlingen en de goede herders.
De huurlingen doen wat ze moeten doen. Passen de regeltjes toe.
Als het erop aankomt zijn het spijkerharde managers,
die tot op de seconde bepalen hoeveel zorg je mag besteden
aan een patiënt in een commercieel gerund verpleeghuis.

Het zijn de huurlingen die tot op de cm² bepalen hoeveel je per minuut moet
stofzuigen in de thuiszorg en daar uiteindelijk zichzelf voor belonen met een
flinke bonus…

Die huurlingen blijken bang voor dialoog, regeren met ijzeren hand,
beschikken over geen enkele creativiteit en zitten vastgeroest in regels
en tradities. Huurlingen verdedigen hun graaigedrag met een stuk papier in hun
hand dat ze contract noemen. Aan dat soort kille zakelijkheid is Jezus ten
ondergegaan.

Menige geloofsgemeenschap
mist openheid en creativiteit in de beleving van ons geloof,
mist transparantie in het bestuur,
mist een gezonde warsheid van manipulatie en machtsmisbruik. 

Positief gezegd:
De ruimte die we elkaar geven in de geloofsgemeenschap en in de  samenleving moet blijvend op de agenda staan. 
Onze gerichtheid naar buiten, ons samenwerken met anderen (christen of niet)
t.b.v. de kwaliteit van leven in ons dorp, moet bij de hele gemeente in beeld blijven
onderdeel uitmaken van onze gebeden.
Christus is niet gekomen om de goede herder te zijn voor een klein kluppie protestantse christenen, die menen het beter te doen anderen.

De Heer roept zijn hele wereldwijde kerk om zijn barmhartigheid bekend te maken
in woord en daad, ten overstaan van alle mensen. Het gaat Hem om zijn
schepping  om de hele aarde met alles erop en eraan en eromheen.

In de gemeente zijn we elkaars herders en herderinnen.
Als gemeente mogen we de kudde die we samenleving noemen voorgaan op de weg die Heer ons wijst, opdat er geleefd kan worden. Geleefd met een kwaliteit die we
eeuwig noemen: Dat het zo mag zijn.  AMEN