De stad is gevallen

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.

“De stad is gevallen”
Op het eerste gehoor is dat een oorlogsbericht.

“De stad is gevallen”
Als het in de bijbel over “de stad” gaat, dan wordt Jeruzalem bedoeld.
Op het eerste gehoor denk je dan aan
de verzameling gebouwen, die door het GPS-satelietsysteem wordt gelokaliseerd
op 31° 46′ noorderbreedte en  35° 13′ oosterlengte.

Maar als je de rijkdom van Bijbelse verhalen wil leren kennen, heb je niet
genoeg aan het eerste gehoor. Ons eerste gehoor is immers verbonden met onze westerse manier van denken.
Maar we hebben niet te maken met wetenschappelijke gegevens, ontleend aan
metingen met geavanceerde apparatuur.
We hebben te maken met oosterse vertellingen.

Als we vernemen dat “de stad is gevallen,”
dan horen wij het bericht van een oorlogscorrespondent,
die vertelt dat een of andere generaal ergens een stad heeft veroverd.

Maar  als oosters joodse oren horen dat  een vluchteling uit Jeruzalem aan de  ballingen komt vertellen dat “de stad is gevallen” dan stort er een
wereld in. Dan ligt er een complete geloofswereld aan stukken.
Dan vervliegen alle dromen. Dan val je in één…groot… zwart… gat!

Jeruzalem is veel meer dan alleen die verzameling gebouwen.
Jerusjalaïm is een metafoor… een beeldwoord … een gelijkenis als u wilt.
Jerusjalaïm is de stad van waaruit Thora de wereld over gaat,
opdat de mensheid leert leven met een kwaliteit die we eeuwig noemen.

Jerusjalaïm is de stad waar de volkeren naar toe optrekken om vrede en recht te
leren…  Jerusjalaïm is de stad die
neerdaalt uit de hemel…  de stad die iedereen een plaats biedt onder de hemel,
waar meer dan voldoende voedsel is
waar broederschap het wint van de rivaliteit
waar de zwaarden zijn omgesmeed tot ploegscharen
waar de wolven en de lammeren samen spelen
waar kerken, tempels en moskeeën niet meer nodig zijn, omdat
God er woont – in een tent – te midden van zijn mensen!

Als je op het tweede gehoor verneemt dat “de
stad is gevallen”,
dan is de schrikt niet minder! Integendeel!

Immers… Als je een bericht hoort waardoor je hele wereld instort…
is de ontreddering nog veel groter, dan wanneer er op het eerste
gehoor een stad in handen van een vijand valt. 

Dat tweede gehoor zit niet tussen je oren…

Dat tweede gehoor leeft in je hart, je ziel, je wezen!
De metafoor van je hart… klopt niet meer.
De droom ligt in duigen! Het visioen aan diggelen.

Hoe kijken we naar de beelden uit Ohms in Syrië…
Hoe gaan we om met berichten over het misbruik van kinderen…
Horen we die berichten op het eerste of op het tweede gehoor?
Ezechiël 33 blijkt opeens een heel actueel verhaal.
Reden te meer om het nog eens goed te bekijken…

Er is iets bijzonders mee aan de hand.
Het begint met die mededeling: “De stad is gevallen.”
Maar in de volgende zin grijpt de profeet terug naar de avond te voren.
De hand van de Heer geschiedde aan mij en hij opende mijn mond.

Voordat we horen dat de stad is gevallen,
moet er ons kennelijk iets anders worden gezegd.
Er is… “Een woord vooraf!”

Dat “woord vooraf” helpt ons, westerlingen, om te schakelen naar dat tweede
gehoor. De berichten die tot ons komen, zijn niet zomaar nieuwsfeiten … nee, ze
moeten gezien worden in het licht van de profetie.
Je moet deze berichten horen met Gods beloften, Gods grote daden, Gods plan, Gods
droom m.b.t. deze wereld op de achtergrond.

En als we dan te horen krijgen dat de stad is gevallen… dat de droom in duigen
ligt, dan zegt de Heer met die woorden: Jullie hebben er een zootje, een
puinhoop van gemaakt.

“Ik heb Abraham en Sara toch niet
voor niets laten uittrekken uit UR de Chaldeeën,” spreekt de Heer.
De Chaldeeën – die wonen in Babylon; Ur ligt op een steenworp afstand.
Dat kinderloze stel had geen leven, in een land waar superpotente goden

de dienst uitmaken. Die hele
vruchtbaarheidscultus bond hen aan de familie en zijn land;  aan volk en vaderland; aan bloed en bodem.
Ik heb hen toch niet voor niets naar een veelbelovend land gebracht?  

“Ik heb jullie toch niet voor niets met Mozes uit Egypte geleid!”
spreekt de Heer!
Als slavenvolk hadden jullie geen leven in het land van dood en duisternis. Egypte,
waar jullie kinderen werden vermoord en jullie zelf als vee werden behandeld.
“Ik heb toch niet voor niets een pad dwars door de schelfzee gelegd, toen het
woelige water die uittocht dreigde te versjteren.
Ik heb jullie toch niet voor niks naar een veelbelovend land gebracht?  

Maar wat doen jullie met dat veelbelovend land?
Jullie verklaren het tot je eigendom en dan vallen alle dromen in duigen.
Want in jouw land… houd je anderen buiten de deur
Als het jouw land is… wordt de vreemdeling een bedreiging en de oorspronkelijke
bewoner een indringer…

Ook onder ons koesteren velen het idee dat het land alleen van ons is…
dat merk je aan het immigratiebeleid van allerlei regeerders…
dat merk je aan de Navo-schepen die mensen laten sterven op zee
dat merk je aan het verlangen naar een munt die alleen van jou is…
dat merk je aan de gedachte dat je niet moet delen met minderbedeelden omdat
het nou eenmaal van ons is…

Ik heb niet voor niets “Licht!” geroepen, spreekt de Heer.
Ik heb orde geschapen in de chaos. Ik heb wereldwijd “land onder de hemel”
gecreëerd , opdat alle mensen zouden leven. Dat is mijn droom… spreekt de Heer…
en toen ze  – nota bene in Babel – op
kluitje rond een toren gingen zitten … heb ik hun taal verward zodat ze mijn
aarde wel moesten bevolken.

Met deze woorden vooraf wordt het nieuwsbericht over de gevallen stad niet minder
ernstig. Integendeel. Al die rampspoed die ook ons ter ore komt gaat in tegen
Gods droom, tegen zijn bedoeling, tegen het mensbeeld dat Hij voor ogen had, toen
hij de mens schiep – man en vrouw schiep hij hen- en zag dat het zeer goed was!

De profeet Ezechiël werd vorige week tot wachter aangesteld, weet u nog?
Hij is geroepen om de mensheid te waarschuwen… Hij is degene die mag
verkondigen dat die oude verhalen tot op de dag 
van vandaag als spiegels dienen, waarin we onszelf zien als wachters op
de muren van Jerusjalaïm.

In de spiegel van verhalen leren we onszelf herkennen als dragers van de droom,
als bewoners van dat veelbelovend land, dat de hele aarde omvat,
en dat er uitziet als een nieuw Jeruzalem, een stad van vrede en recht die neerdaalt
uit de hemel. Dat is geen toekomst voorspelling…
Dat Gods droom… bedoeld om waar gemaakt te worden

Met die goddelijke droom in je hoofd en in je hart kun je – ook al is het niet
altijd gemakkelijk -het leven aan… zelfs als er wordt gemeld: De stad is gevallen

Ook al zijn er dictators die schieten op eigen mensen  – dan nog!
Ook al baal ik van krijgsheren met legers kindsoldaten – dan nog!
Ook al walg ik van mensen die kinderen seksueel misbruiken – dan nog!
(zingend)
Dan nog, dan nog
klamp ik mij ; klamp ik mij
vast aan JOU – of je wilt of niet….
op ongenade of genade
ik zal red mij red mij roepen
of zoiets als heb mij lief

Die boodschap zit achter de woorden van de profeet…
Die boodschap moet klinken voor de onheilstijding over ons komt
Ezechiël  moet het de ballingen vertellen…
Of ze nou luisteren of niet… ze moeten in elk geval weten dat er een profeet is
geweest in hun midden.

Ook in onze tijd moeten de ballingen… de mensen die van God los zijn… volkeren
die ver van huis zijn geraakt… ze moeten weten dat er profeet is in hun midden.
Een profeet? Ja, een profeterende gemeente, een sprekende kerk… De wereld heeft
behoefte aan een kerk die Bijbelse normen en waarden onder de aandacht brengt
in de samenleving, die de kluts kwijt is

En de beste manier om dat te doen,
lijkt te zijn om Gods bedoelingen voor te leven… zelf te laten zien dat het
anders kan en anders moet.

Ik las dat Arjen Paisir  – een hele hoge dominee in de PKN –  gisteren in Trouw
schreef: “Bezuinigen op de armsten is bijna blasfemisch.” Niks bijna! Dat is
godslastering. Bezuinigen op de armsten is een regelrechte elleboog in het
aangezicht van de Heer! De Heer heeft toch niet voor niets…

Is dat nou de boodschap van Palmzondag?  Ja! Voluit!
We hoorden in de vertelling voor de kinderen al dat die intocht veel meer is
dan een leuke optocht… Het is een politiek statement van de eerste orde.
De vrolijke sfeer ontstaat, doordat Pilatus in zijn hemd wordt gezet.

In een oud verhaal reed koning David op een ezel de stad uit. Een van zijn
zonen pleegde een staatsgreep. Nu rijdt er iemand op een ezel de stad in.
Salomo, de zoon van David, deed intocht op een ezel in Jerusjalaïm
Jerusjalaïm… de mensen kennen de metafoor.
Ze hebben tijdens hun reis hierheen…
de pelgrimpsalmen gezongen…
Is nu de dag aangebroken?  
Rijdt hier een nieuwe David de stad binnen?
Zou het dan toch??

Jezus ziet de stad… Cultureel gezien? Prachtig!
Religieus?  De tranen springen in zijn ogen.

Hij weet maar al te goed hoezeer de religieuze leiders samenspannen met de
wereldlijke macht … opdat alles zal blijven zoals het is:
Bijv. De handel op het tempelplein levert een stevige paasbonus op!
Die tempel moet nodig gereinigd worden.

Jezus ziet de stad… De tempel schittert in het zonlicht
Hij is prachtig gerestaureerd. Koning Herodes heeft het betaald.
De tranen schieten Jezus in de ogen, als hij denkt aan die  poort.
Boven de ingang… een beeltenis van de keizer
Tja… wie betaalt, bepaalt…
Die tempel moet nodig gereinigd worden.

Jezus ziet de stad. De burcht Antonia, torent overal bovenuit.
De burcht waar die bange man, die Pilatus, huishoudt. 
De tranen biggelen Jezus over de wangen,
als hij denkt aan de wreedheid van deze angsthaas…
De pelgrims hebben de kruisen zien staan onderweg.
Al die vrolijk lachende mensen weten hoe de hazen lopen.
Als die hosanna zingende pelgrims weten dat de militaire overmacht
te groot is, maar niettemin.. vandaag vieren we de droom Jerusjalaïm,
stad van vrede. Een enthousiast begin van de dienst met rode kleden!

Toch lijkt het alsof ook de feestgangers… de dubbelheid van deze dag aanvoelen.
Ze zingen niet halleluja… Ze zingen Hosanna. Hosanna Hosanna!
Als u over twee weken, op uitnodiging van de raad van kerken,
aan het andere eind van de Middenweg naar de musical over Judas gaat,
dan zult u ontdekken wat dat woord betekent:
Red ons, red ons, red ons.. zo klinkt het—Hosanna… zingen de tieners.

Jezus huilt en hoort ze zingen: Red
ons… Red ons…

Hij voelt zich aangesproken. Hij weet dat redding nodig is. 
De metafoor is zo akelig leeg… De stad is zo diep gevallen
Jerusjalaïm lijkt voor geen meter op die stad van vrede.
De droom is voorbij, tenzij… tenzij hij met de stad door de dood heen gaat, tenzij
Jezus ons erdoor sleept… tenzij Jezus redt.

Heeft hij dan voor niets drie jaar
lang tekenen van het koninkrijk opgericht?

Heeft hij dan voor niets drie jaar lang.. Thora gepreekt en gedaan!
Hebben al die mensen dan voor niets naar hem geluisterd?  
Met Jezus gaat het, zoals we ook lazen bij Ezechiël.
De profeet wordt geduldig aangehoord…
en vervolgens: niets. Je praat tegen dovemansoren
Dat is het lot van de profeet…  “De stad
is gevallen…” Ze laten je kletsen.

De feestgangers van vandaag roepen nog deze week: kruisig hem!
En zeg nou niet dat jij niet bij die mensen hoort…
De droom ligt in duigen. De stad is gevallen.

Dwars door Jezus’ tranen heen klinkt ergens uit het raam
het wat schrille geluid van een fluit. Een meisje speelt met trillende vingers…
Als je geen liefde hebt voor elkaar… vallen de dromen in duigen
dromen van vrede worden niet waar…  kwaad is niet om te buigen
als je geen liefde hebt… voor elkaar…

Maar dat heeft Jezus nu juist wel… liefde!  
De Heer Je God liefhebben en je naaste als je
zelf… Die woorden heeft hij drie jaar lang gepreekt…
Die woorden gaat hij waar maken.

Als hem dat zijn leven kost –
omdat Pilatus nu eenmaal Pilatus is  -dan nog!
omdat Kajafas nu eenmaal Kajafas is – dan nog!
omdat wij allemaal nu eenmaal zijn, wie we zijn – dan nog!

dan nog … klampt Jezus zich vast
aan de belofte

dat ieder mens niet hoeft te blijven wie hij is,
maar mag worden wie hij zou kunnen zijn.

Dan nog…  hoor ik hem in Getsémané zijn
god aanspreken:
Dan nog … Dan nog
klamp ik mij klamp ik mij
vast aan Jou – of je wilt of niet
op ongenade of genade
ik zal red mij, red mij roepen
of zoiets als Heb mij lief!

Dat het zo mag zijn

AMEN