als een die roept in de woestijn

Gemeente van onze Heer Jezus Christus; 
Lieve mensen van God.


In de tijd dat de evangeliën werden geschreven,
dus zo tussen het jaar 60 en het jaar 100,
waren er nogal wat mensen die geloofden
dat Johannes de Doper de langverwachte Messias was
en Jezus een van zijn volgelingen.

Lucas , die in Jezus de langverwachte Messias ziet,
doet een poging deze mensen te overtuigen van hun ongelijk.
Om zijn pleidooi voor Jezus als Messias kracht bij te zetten,
citeert deze evangelist de profeten uit het zogenoemde Oude Testament.

Johannes wordt getekend als een heraut, boodschapper van de koning.
Dat beeld wordt gebruikt om de functie van Johannes aan te duiden.
Over Johannes wordt verteld als de heraut van de komende koning.
Dat beeld  is ontleend aan de praktijk aan
het hof van een machtig koning.
Daar werd zo’n boodschapper aangesteld om voor de koning uit te gaan,
zijn komst aan te kondigen; obstakels op te ruimen – de weg te bereiden.

Het kon zelfs gebeuren dat de boodschapper
de rol van de koning moest overnemen,
als de majesteit andere verplichtingen had.

Zo’n boodschapper werd door de ontvangende partij
doorgaans met alle egards behandeld.
Als de boodschapper van de koning goed werd behandeld,
dan beschouwde men dat als eerbetoon aan de koning zelf.
De boodschapper was – in functie – dan ook niet langer zichzelf,
maar hij was de stem van de koning en sprak met hetzelfde gezag.

Vaak droeg hij, als teken van het gezag waarmee hij bekleed was,
de ring van de koning bij zich. Het teken dat hij in absentia 
als plaatsvervanger van de koning kon optreden.

De rol die Lucas toekent aan Johannes, is dus een uitermate belangrijke rol.
Hij spreekt met het gezag van de koning.

Johannes wordt getekend als een belangrijk persoon, door dat beeld van die heraut op hem toe te passen. Een beeld dat de evangelisten ontlenen aan de profetieën van
mensen als Jesaja en Maleachi.

Ik benadruk bewust dat de evangelisten van het Nieuwe Testament
dat beeld, dat idee ontlenen aan de profeten van het oude testament.
dat is heel iets anders dan dat de profeten de komst
van Jezus en Johannes zouden hebben voorspeld.
Profeten doen geen voorspellingen,
want toekomstvoorspelling en waarzeggerij zijn verboden in Israël.
Kristallen bollen horen op de kermis… eventueel voor de lol; niet in de kerk.  

 

De profeet Maleachi leeft ongeveer 450 jaar voor Christus.
Hij heeft het dus niet over Jezus en ook niet over Johannes.
Een paar decennia daarvoor waren de Israëlieten
teruggekeerd uit ballingschap.
Hun gedwongen verblijf in den vreemde was voorbij.
In de eerste jaren heerste een sfeer van optimisme; van vrolijke vroomheid.
Het was een tijd van wederopbouw. Alles zou beter worden.
Ze zouden gaan leven als Gods volk! Een voorbeeld voor de anderen.

Het is echter anders gegaan. Het optimisme is in elkaar geschrompeld.
Ze zijn gedesillusioneerd geraakt door de graaiers
en de oplichters; teleurgesteld door de wereldverbeteraars
die ook al uit bleken te zijn op eigen gewin.
Je kunt wel proberen om goed te doen,
maar het helpt toch allemaal geen fluit…
Dat is de sfeer in de dagen van Maleachi…
De tempeldienst raakt in de versukkeling –
de mensen haken af –op zondagmorgen slapen ze uit,
het geloof verkeert in crisis. 

En tegen die sfeer stelt de profeet zich te weer. Daar gaat hij tegenin.
Opeens zal hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien,
de engel van het verbond naar wie jullie verlangen.
Komen zal hij – zegt de HEER van de hemelse machten!

Ziet Maleachi de oplossing van de geloofscrisis in het komst van de Messias?
Ja. Maar niet op de goedkope, makkelijke manier,
die hier en daar ook wel wordt verkondigd.
De Messias is geen Haarlemmerolie…
die je kunt gebruiken voor alles wat jou goed uitkomt.

Als de Heer der hemelse machten komt, zegt Maleachi,
wie zal die dag kunnen doorstaan? Wie zal er overeind blijven?

Maar nu komt er een ander spookbeeld op ons af…
Als God komt, vergaat de wereld.
Ja, velen denken dat we nog 13 dagen hebben te gaan.
De wetenschap zegt dat de aarde nog 5 miljard jaar te goed heeft…
U moet het zelf weten… maar ik hou het op het laatste!

Ik moet veel te ver uitweiden om het helemaal uit te leggen,
maar in het kort:  die teksten over het
einde der tijden zijn bedoeld om mensen
die te lijden hadden onder de christenvervolgingen in het Romeinse Rijk
een hart onder de riem te steken; en niet om u en mij – 2000 jaar later de stuipen op het lijf te jagen.  Wat lazen we ook weer…

Hij is als het vuur van een smid, als het
loog van een wolwasser.

Vuur zuivert… loog ook. Ook dit is beeldspraak over
het komen van God in de wereld. Om dat te leggen
Wil ik graag een klein verhaaltje vertellen…
Het gaat over een vrouw die bij een zilversmid komt.
Mag ik eens kijken hoe u te werk gaat, meneer de zilversmid?
Maar natuurlijk,  mevrouw.
Elke ambachtsman vind het leuk als iemand belangstelling toont
voor wat hij doet en hoe hij dat doet.  
Kijk, mevrouw, ik houd het zilver hier in het blauwe deel van de vlam.
Daar is het op zijn warmst.
Die hitte is nodig om ook de laatste ongerechtigheden eruit krijgen.
Want wat ik nodig heb, is zuiver zilver…  

Maar… met zilver is het net als met croma, mevrouw, je moet erbij even blijven!
Stel u voor dat het zilver te heet wordt en verbrandt.
Dat is natuurlijk niet de bedoeling… De vrouw schudt haar hoofd en vraagt:
Maar hoe weet u dan wanneer het echt schoon is? 
Oh, dat is heel simpel.
Als ik mijn eigen beeld weerspiegeld zie in het zilver, dan is het klaar.

Hebt u hem? De vergelijking, bedoel ik? Dit simpele verhaaltje is een parabel.
Als Maleachi spreekt over het komen van God in de wereld, dan vertelt hij
Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert;
Hij tekent God als een zilversmid, die het zilver zuivert totdat hij
in zijn mensen zijn eigen beeld weerspiegelt ziet…

Het is het beeld van een God als de ambachtsman
die geduldig doorwerkt aan zijn werkstuk… de schepping,
een God die zijn mensen met aandacht en toewijding in het oog houdt
en precies weet wat hij doet… Hij werkt door tot de schepping – en dus ook de
mens – beelddragr van God is.  Die beeldspraak
mogen ook wij gerust lenen.
Die beeldspraak wekt vertrouwen, het geeft hoop, het schept toekomst.

Als we in deze adventsweken zeggen: Hij komt…
dan is dat geen goedkope kreet,
om de mensen gerust te stellen.

Het is geen makkelijk gepraat
waardoor iedereen gewoon door kan gaan met zijn ongerechtigheden…   

Als we in deze adventsweken zeggen: Hij komt
dan is dat ook geen dreigende taal om mensen op stang te jagen
geen donderpreken over hel en verdoemenis om je in het gareel te dwingen. Als
we in deze adventsweken zeggen: Hij komt
dan is dat een geloofwaardige boodschap.

Dan gaat het over een God waarop we vertrouwen
omdat Hij God-met-ons – Immanuël – wilde zijn.
Als we zeggen: Hij komt, dan gaat het over de ware mens,
over Jezus van Nazareth, over mensen waarin Hij zijn spiegelbeeld herkent.

Maleachi heeft het niet over ons…
Maleachi sprak over het zilver dat in zijn tijd gereinigd moesten worden:
de zonen van Levi zal hij zuiveren en zeven als goud en zilver,
en dan zullen ze op de juiste wijze offeren aan de HEER.
De offers van Juda en Jeruzalem zullen de HEER
met vreugde vervullen,
zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van weleer.

Dat gaat over de priesters van die tijd – 450 voor chr –
die de tempeldienst laten versloffen,
maar er komt een tijd dat alles weer goed zal zijn . 



Wij lenen het beeld van de zilversmid… en we mogen bedenken welke
ongerechtigheden nog uit ons bestaan moeten worden uitgezuiverd.

Johannes de Doper weerspiegelt het beeld
van Gods boodschapper.
En we weten nu hoe dicht de boodschapper tegen de koning aan zit.

In het leven van Jezus weerspiegelt zich het beeld van God. Punt.

In een leven van geven en delen, van
rechtvaardigheid en liefde,
een leven dat uitnodigt en aanmoedigt tot navolging.
Jezus nodigt u en mij om beelddrager van God te zijn…
Jezus nodigt u en mij om boodschapper van God te zijn
in een wereld, die nog het meest weg heeft van een woestijn.

Droog, dor, eindeloos onvruchtbaar, dood – stil; zo stil dat je bloed hoort
stromen door je aderen, zo stil dat het leven zelf tot je doordringt..
zo stil totdat je gaat zingen: De steppe zal bloeien…. De ballingen keren… en
dode… dode sta op!
Het gaat over gelovigen. Over mensen die op God blijven vertrouwen,
wat er ook gebeurt…  

Het gaat over mensen die gelouterd worden door het pinkstervuur van Gods Geest.  Mensen zoals Jezus die zichzelf geven, in
vuur en vlam gezet om God meer en meer present te stellen in deze wereld.
In ons wil Christus komen, telkens opnieuw. In zijn kerk mag de mensheid  Christus herkennen en dat gebeurt ….. soms –
even;
Dat gebeurt, waar die kerk haar stem verheft tegen onrecht en arrogantie.

Dat gebeurt, waar die kerk niet zwijgend wegkijkt, als mensen slachtoffer
worden van corruptie en machtsmisbruik
dat geschiedt, waar de kerk zich niet te buiten gaat aan pracht en praal,
maar  net als de herders van Bethlehem
zingend de stal verlaat om voor de minsten onder de mensen te gaan zorgen.

Hij komt. Hij is bezig zijn koninkrijk voor te bereiden… In u en in mij hoopt
Hij God weerspiegeld te zien…  Dat het eenmaal zo mag zijn –
AMEN.