Van God los?

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.

 

Er wordt wel eens gediscussieerd over de vraag of politiek in de kerk thuishoort of niet. Voor mij persoonlijk is dat geen moeilijke vraag. Ik denk dat de Woorden van God betrekking hebben op het menselijk bestaan. God geeft d.m.v. TeNaCH zijn volk – en daarmee ook ons – handvatten om vorm te geven aan ons dagelijks leven en samenleven.

Je kunt die woorden verschillend uitleggen en op grond van een andere uitleg
ook tot een andere toepassing komen in je dagelijks handelen. Een fundamentalist leeft anders en stemt anders dan een vrijzinnig denkend mens… Je overtuiging vertelt je wat goed en wat kwaad is… Wat je goed vindt, streef je na. Wat je verkeerd vindt, probeer je te  voorkomen. De dingen die je verwerpelijk of nastrevenswaardig vindt voor de samenleving komen aan de orde in de politiek. Geloof en politiek hebben dus alles met elkaar te maken.

Daarvan is onze lezing uit Ezechiël trouwens een prachtig voorbeeld, ook al zou je dat op het eerste gezicht niet zeggen. Het lijkt een liefelijk tafereeltje. Een verhaal over vogels die twijgjes plukken de toppen van bomen. Wie Ezechiël 17 echter helemaal leest en dan ook nog in zijn context, die ontdekt dat het hier gaat over ontrouw.

Dat begint al in hoofdstuk 15. Het gaat hier over een wijnstok die geen vrucht draagt. Een wijnstok is geschapen om druiven te produceren, dat is zijn bestemming en als hij daaraan niet voldoet… is hij ontrouw. Als een wijnsok geen druiven
voortbrengt, wat moet je er dan mee?  Voor het hout hoef je geen wijnstok te kweken.

In hoofdstuk 16 heet die ontrouw: overspel.
Als je van pikante teksten houdt, is Ezechiël 16 een aanrader…

Hoofdstuk 16 en 17 gaan echter ten diepste over een verbroken verbond. Israël,
het verbondsvolk is als die wijnstok die geen vrucht draagt. Het volk, de
mensheid, komt niet tot zijn bestemming, omdat we God ontrouw zijn geworden.

Carla las ons een gelijkenis voor, die betrekking heeft op de politieke
situatie van dat moment. Wat is er aan de hand? Jojachin was koning van Juda. Nebukadnessar kwam, veroverde de stad en voerde de elite naar Babel.
Bij die elite hoort ook de priester Ezechiël.

Over de mensen die achterblijven in Jeruzalem, stelt Nebukadnessar Sedekia aan als
koning. Die Sedekia is dus een soort zetbaas van Nebukadnessar. Sedekia zoekt
echter steun bij een andere grootmacht in die tijd: Egypte.
Met steun van farao probeert hij zijn land te bevrijden van de Babylonische
overheersing. Dat verhaal staat in 2 koningen 25 en vormt de uitleg van de
gelijkenis. We horen van een ceder waarvan het topje wordt afgeplukt…
Een ceder, een prachtige boom, kaarsrecht van stam, symbool van macht.

Die ceder staat voor Jeruzalem onder koning Jojachin. De stad waarvan de top –
de elite – wordt weggevoerd. Je ziet voor je geestesoog de adelaar Nebukadnessar wegvliegen met een twijg in zijn snavel. Hij brengt die twijg naar Babylon en laat hem daar vallen… De ballingen, die wonen aan het Kebarkanaal, weet u nog? Velen assimileren in de Babylonische samenleving.

Ook van hun religie zie je enkele jaren later niets meer. In veel van die
Babylonische gezinnen met een hebreeuwse naam op de deur, worden de oude
verhalen niet meer doorverteld. Maar andere ballingen zijn juist daar begonnen
met het opschrijven van de oude verhalen. Juist daar is TeNaCh op perkament
gezet, om als spiegel te dienen voor volgende generaties.


Over degen en die achterblijven in Jeruzalem, wordt een lagere boom koning;  geen ceder, maar een wilg… Was die wilg nou maar zo buigzaam als een wilg behoort te zijn, maar hij doet zich voor als een wijnstok…

Sedekia, die zogenaamde wijnstok wendt zich tot de Farao van Egypte.
Sedekia’s angst voor Nebukadnessar drijft hem in de handen van die andere
adelaar, de koning van het slavenhuis, de vorst van het angstland waaruit de
Eeuwige ons heeft bevrijd. De boom – wilg of wijnstok – Sedekia  raakt ontworteld, los van zijn roots.  Sedekia pleegt overspel met angstland, is
ontrouw aan het verbond met de Eeuwige, die zijn volk bevrijdde. 

Israël ontworteld, mensen losgeslagen van hun roots, mensen die vergeten dat ze ooit werden bevrijd uit het land van de angst en dood… Mensen, die zich laten
regeren door hun eigen oerangsten – mensen in crisis… een samenleving die de
kluts kwijt is.
De ontworteling zit hem niet in de ballingsschap, de ontworteling zit in de pogingen van Sedekia om zich aan die crisis te onttrekken. Ezechiël, de profeet, verkondigt het telkens weer: De crisis is terecht, die hebben we over onszelf afgeroepen.

Als we dat erkennen zullen we ook de kansen zien die elke crisis,altijd en overal toch weer met zich meebrengt. Fouten erkennen, stommiteiten onder ogen zien,
moedig zijn en het lijden doorleven, das Leben bestehen, zeggen de Duitsers
Het leven doorstaan… is bijna hetzelfde… daarin ligt de hoop voor de toekomst, zegt Ezechiël.

Die hoop ligt niet in terugkeer naar hoe het ooit was.
Die hoop ligt in het de opgang naar Jerusjalaïm, naar de stad van vrede!
De hoop voor de mensheid ligt niet in “hoe het was..” maar in “hoe het zou kunnen worden.”  Ten slotte doet God zelf nog eens wat die eerste adelaar deed.
Hij plukt een takje uit de top van de ceder, maar dat laat de Eeuwige niet zomaar ergens vallen. Hij plant het met liefde op de hoogste berg in Israël… lees Sion.
Die twijg groeit uit tot een boom, een statige ceder…  
In die Ceder nestelen de vogels,
in de schaduw van die ceder vinden mens en dier bescherming tegen de
verzengende hitte. Een machtige boom, die leven mogelijk maakt.  

Ik las in een commentaar dat de boodschap van het verhaal ligt in het feit dat
God de wereld bestuurt… Hij verhoogt bomen en maakt ze een kopje kleiner…
Hij is uiteindelijk degene die koningen en presidenten aanstuurt en dus het lot
van de mensheid in zijn hand heeft. Je zult het mij niet horen zeggen dat God het allemaal zo bestuurt. Je zult mij niet horen zeggen dat de Eeuwige aan de touwtjes trekt en laat gebeuren wat gebeurt… Het klinkt heel gelovig, maar dat krijg het na deze week mijn strot niet uit! Na dat afschuwelijke ongeluk met die bus vol schoolkinderen…blijven dat soort vromigheden haast letterlijk steken achter dat brok in mijn keel, dat er al zit, sinds ik hoorde van die ramp. De God die daar achter zit, kan wat mij betreft de boom in… Een wilg, of een ceder of een wijnstok… Het kan me niet schelen!

Ik vermoed dat God in de hemel door zijn tranen heen tegen de engelen heeft
gezegd: Wat een ramp! En ik zal er wel weer de schild van krijgen!

De ouders van die kinderen, de nabestaanden van de volwassenen rond die scholen in Lommel en Heverlee… krijgen een crisis te verwerken die zijn weerga niet kent. Het verlies van een geliefde, het verlies van een kind…  een stuk van je zelf.

Bij die mensen kun je voorlopig alleen maar stil aanwezig zijn. Hebt u toevallig vrijdag de burgemeester van Lommel gezien bij Pauw en Witteman? Wat een verademing is die man. Op de vraag: Wat deed u daar nou in Zwitserland? Was zijn eenvoudige en afdeonde antwoord: “Er gewoon zijn voor mijn mensen!” We herkennen de NAAM: Ik zal er zijn voor jou!

Lieve gemeente, de dingen die gebeuren, gebeuren gewoon. Ze worden ons niet
aangedaan. Het is ons lot… Er is ons geen gemakkelijke weg beloofd – geen
lekker lui luxe leventje – integendeel. Er is ons geen gemakkelijke weg
beloofd, maar wel een behouden aankomst. De weg daarheen gaat dwars door allerlei crises heen…
Persoonlijke, zoals de ouders in Lommel meemaken, maar die ook velen van  ons kennen uit persoonlijke ervaring. Menigeen raakt in zo’n crisis ontworteld en raakt ver van huis.

Er is een financiële crisis gaande. We werden als Muppets gekwalificeerd door
mensen die het tot op vandaag vertikken om fouten te erkennen en zo snel mogelijk terug willen naar oude tijden met bonussen en vertrekpremies. Terug naar de vleespotten van Egypte, in plaats van op weg naar een nieuw Jeruzalem.

Er is een schuldencrisis, waarin een beroep wordt gedaan op onze solidariteit
met de armen in binnen- en buitenland. We worden opgeroepen te delen met
mensen die fouten hebben gemaakt… mensen zoals wij dus.

We worden uitgedaagd om – nu het even iets minder gaat – vast te houden aan de
solidariteit met die delen van de wereld, waarvan we in het verleden hebben
geprofiteerd. Daar wonen mensen zoals u en ik.  

Van politici horen we dat alles bij het oude moet blijven. Maar de oude verhalen dagen ons uit om op weg te blijven naar een nieuw Jeruzalem!

Van politici horen we dat het niet onze taak is de mensonterende armoede in de
derde wereld te helpen bestrijden. De producten van daar hoeven niet op onze
markten, die van ons wel op de hunne natuurlijk. Hun kinderen hoeven niet naar school, de onze wel – die hebben recht op passend onderwijs.

We kruipen in alle zelfgenoegzaamheid weg in ons Hollandse holletje, achter een heel hoge dijk en dat terwijl de oude verhalen ons laten zien dat het veel verstandiger is om de ander uitnemender te achten dan jezelf, dat de dingen niet moeten blijven
zoals ze zijn, maar moeten worden zoals ze zouden kunnen zijn!

Maar die oude verhalen worden verbannen uit het openbare leven.
Daar kun je je privé mee doen wat je wilt… maar uitsluitend privé!

Lieve mensen, zonder die oude verhalen raken we ontworteld.
We raken los van onze roots. Opiniemakers zetten zich af tegen een andere
godsdienst, zonder geplaagd te worden door enige kennis van onze eigen traditie, laat staan van die andere. Zonder de oude verhalen raakt onze samenleving van God los en dat komt dan waarachtig niet door Polen
en zeker niet door de moslims…

Ik weet het. Het is weer een behoorlijk politiek verhaal vanmorgen, maar dat is
niet omdat ik zo nodig moet… dat komt doordat de Bijbelse profeten zich steeds
weer uitermate kritisch opstellen tegenover de macht van allerlei koningen.
Mozes tegenover Farao; Nathan tegenover David; Elia tegenover Achab; Jesaja en
Jeremia tegenover een heel rijtje koningen; Ezechiël tegenover o.a. Sedekia en
ga zo maar door. Die koningen raken telkens weer op de dwaalsporen van op eigen blenag gerichte machtspolitiek… en daar moet God niets van hebben!


Ook Jezus verzet zich tegen degenen die mensen op dwaalsporen zetten… Jezus verzet zich tegen leerlingen die de mensen naar huis willen sturen om zelf maar voor hun brood te zorgen. Wij hebben het geld niet! zeggen ze. O wee er is crisis, daar boven op die berg.

Jezus ziet die crisis ook wel, maar hij ziet ook de kansen.
Jezus ziet die kleine jongen, met zijn vijf broden en twee vissen. |
Jezus weet, als deze mensen 5 en 2 doen, als ze nu hier zittend in het gras hun
traditie met elkaar delen; als ze hier zittend in het gras doen waartoe Thora
en profeten en geschriften hen uitdagen… dan is er genoeg.

Als u het fijn vindt om Jezus te zien als iemand die fysiek van vijf bruine
bolletjes en twee lekkerbekjes 5000 man te eten kan geven…dan is dat uw goed
recht. Als u het fijn vindt om Jezus te zien als iemand met boven-natuurlijke
krachten en paranormale gaven, dan is dat uw goed recht.

Dan kunt u ook zeggen: Dat was hij, daar en toen. Dan wordt het een verhaal van ver weg, over lang geleden. Het evangelie als de ver-van-mijn-bed-show.

Als u dit verhaal kunt lezen als een gelijkenis waarin het volk de kracht van zijn traditie herontdekt; waarin ze door dat beeld van de 5 broden en twee vissen denken aan TeNaCh, waarin ze worden opgeroepen te delen met elkaar, solidair te zijn, dan zie ik overal de broodtrommels te voorschijn komen. Ze gaan rond in de kring… 5 en 2 is… genoeg.

Als u dit verhaal durft te lezen als een gelijkenis waarin het volk de kracht van zijn traditie opnieuw ontdekt, dan kunnen ook wij wellicht…
Nee, niks wellicht…

Ook wij kunnen de kracht van Bijbelse verhalen opnieuw ontdekken…
Ook wij kunnen opnieuw gaan leven vanuit de traditie die ons uitdaagt tot
solidariteit. Dat is lastig, dat is moeilijk, want dat zijn we niet meer zo gewend… maar we vieren de 40 dagentijd niet voor niets onder het motto: voor de verandering!

Weet je; van God mag je zijn wie je bent, zolang je ernaar streeft te worden wie je zou kunnen zijn…
Dat geldt voor ons persoonlijk, en dat geldt voor ons als gemeente…
We mogen worden: een solidaire geloofsgemeenschap.

Dat het zo mag zijn.
Amen.