Als sterren die stralen…

Gemeente van onze Heer Jezus Christus –  Lieve mensen van God

In de Middeleeuwen en nog lang daarna,
kwam Jan Splinter maar moeilijk door de winter.
Gewone mensen leefden van wat de natuur per seizoen opleverde.
Wintervoorraad hadden ze nauwelijks. En als ze die al konden aanleggen,
dan waren ze er vaak al heel snel doorheen. Gelukkig waren er in dat zware seizoen
een aantal gelegenheden om legaal te gaan bedelen bij meer bemiddelde dorpsgenoten. Bij die gelegenheden werden de kinderen veelal op pad gestuurd.

Die praktijk leeft nog voort in een aantal tradities, die van streek tot streek nogal verschillen.  Zo kun je in Noord-Holland benoorden het IJ al op 11 november de kinderen Sint Maartenliedjes horen zingen. Die liedjes worden er – naarmate de kinderen ouder worden- niet fraaier op, maar toch!
In andere streken werd op 5 of 6 december de H. Nicolaas vereerd, met gezang langs de deuren.  Als kind ging ik zelf op Zuid Beveland in de laatste dagen van het jaar met de rommelpot  – wij noemden dit instrument “de koenkelpot” – bij de mensen langs, om op nieuwjaarsdag op het eiland Tholen – uiteraard na kerktijd –
“veel heil en zegen voor het nieuwe jaar” te gaan wensen, wat meestal een dubbeltje en soms een kwartje per huisdeur opleverde.
Toen we later in Brabant woonden, ging op 6 januari de bel en dan stonden er drie kleine zingende koningen voor de deur…

Driekoningen, Driekoningen, geef mij een nieuwe hoed –
M’n ouwe is versleten en mijn moeder mag het niet weten –
Driekoningen, Driekoningen, geef mij een nieuwe hoed.

Er zijn tijden geweest dat de opbrengsten van dergelijk feestgezang
een stevige bijdrage leverde aan de overlevingskansen van het gezin, dat in de barre winters  – want die had je toen nog – maar moeilijk aan de kost kon komen.
Kinderen die de emoties van de welgestelden wisten te bespelen,
waren een regelrechte zegen voor het hele gezin.  

Mijn ouders hadden, toen ik zo tussen de 8 en de 12 was, de opbrengst gelukkig niet meer nodig. Was ik 10 jaar eerder op route gegaan, waren ze ongetwijfeld heel blij geweest met soms wel 15 gulden extra, want toen ze pas getrouwd waren en ik al in de wieg lag, deelden ze nog een gebakken ei.

Vandaag viert de kerk wereldwijd een van die bedelgelegenheden: Driekoningen.
Het is morgen 6 januari. Drie magiërs komen op kraamvisite bij het kind van Bethlehem. Ze gaan de boreling begroeten, zoals ook jullie – Femke en Chris – bezoek kregen van mensen die eerst Lotte en later Teun kwamen verwelkomen in jullie familie- en vriendenkring.
Vandaag zijn we hier in “De Kapel” samen gekomen om Lotte en Teun welkom
te heten in de gemeente van de Heer. Vandaag zeggen we tegen elkaar
dat ze allebei van harte welkom zijn in de kring van mensen,
die zich op zondagmorgen laat aanspreken als:
“Lieve mensen van God.” 

De lieve mensen van God…
Wil dat nou zeggen dat de Here God dit stel mensen liever vindt dan andere?
Nee, hoor. God houdt van alle mensen…
Maar de gemeente kan wel een verschil maken.
De mensen, die vandaag hier om jullie heen zitten,
weten namelijk wel dat ze geliefd zijn. Het zijn mensen
die erop vertrouwen dat God van ze houdt, wat er ook gebeurt!
En ik hoef jullie niet te vertellen, dat zulk vertrouwen soms ook ver te zoeken is.

Als de pijn weer eens heel heftig is, dan valt het niet altijd mee te blijven geloven dat God echt van je houdt. Als iemand, waar je zelf zielsveel van houdt, teleur-stellende dingen doet, dan wordt het soms moeilijk om te blijven geloven, dat God ook die mens lief heeft.
Maar juist voor mensen, die het gevoel dat er van ze gehouden wordt,
af en toe helemaal kwijt zijn is er een kapel. Hier, deze, maar er zijn ook andere. Nietwaar oma?

Kapellen (en kerken) zijn plekken,
waar je het gevoel dat je waardevol bent,
dat er van je gehouden wordt, terug kunt vinden,
omdat daar woorden klinken en gebeden opstijgen,
omdat hier kaarsen branden en liederen worden gezongen,
omdat er rituelen plaatsvinden en verhalen worden verteld,
omdat je er gemeenschap met anderen beleeft, omdat je er relatie met God kunt ervaren.
Die vertrouwensrelatie met God wordt gekoesterd in de geloofsgemeenschap.
Jouw relatie met de Heer, wordt gevoed in de gemeente van Christus,
gelaafd door alle mensen van Gods welbehagen…  mensen waar God van houdt.
De lieve mensen God.

Heel veel mensen leven aan die liefde voorbij, ook in de gemeente,
maar dan nog mag je…en kun je die liefde elke zondag opnieuw beleven.
Wat zeg ik? Elke zondag? Elke dag! Wat een cadeau! Wat een godsgeschenk.
Inderdaad een geschenk uit de hemel, waarin iedereen die dat wil, mag delen.
Ook de lieve mensen van God vergeten het wel eens, maar ze weten er van!
Zij mogen proberen om die liefde elke dag weer hoorbaar, zichtbaar,
voelbaar te maken voor iedereen die het wil zien,
horen en voelen.

De gemeente weet van die goddelijke liefde…
Het is dan ook goed nieuws voor alle inwoners van Andijk en Wervershoof,
dat jullie als doopouders hier vanmorgen wilden beloven dat je je kinderen wilt meenemen  naar plekken waar Gods woorden klinken, waar kaarsen zijn licht verspreiden, waar liederen ook hun gevoel vertolken, waar ook hun namen geschreven worden in het grote verhaal van God en de mensen. Zolang er mensen zijn die hun kinderen daarheen leiden,
zal er een gemeenschap zijn waar Gods liefde
voelbaar, zichtbaar en hoorbaar wordt
Nu, maar ook als Lotte en Teun
volwassen mensen zijn.  

Daarom ook is het goed nieuws voor alle inwoners van Andijk en Wervershoof dat jullie allemaal,
vandaag wilden beloven dat je deze twee lieve kinderen in je midden wilt opnemen
en ze alle gelegenheid wilt bieden om de liefde van God – ook in deze kapel –
te leren kennen en beleven. Liefde die jullie in woord en daad
mogen uitdragen in die beide dorpen…

Dat klinkt misschien wel wat vaag…
Vroeger was dat allemaal veel concreter;
toen was de kerk veel meer aanwezig in de samenleving.
Toen hielp de heiligenkalender Jan Splinter nog door de winter.
Sint Maarten, Sint Nicolaas, Oudejaarsavond, Nieuwjaarsdag, Driekoningen
en tegen de tijd dat echt alles opraakte, vierde men carnaval en maakte samen de restanten op …
Daarna begon de vastentijd. Ze moesten wel vasten, want er was niet meer…
O.K. maar dat klinkt ook al tamelijk cynisch, nogal liefdeloos eigenlijk.  
Maar in de geloofsgemeenschap van de liefde, gaf men ook aan de minder leuke zaken: betekenis…
Het hebben van honger is lastig, maar het hoeft niet per se zinloos te zijn.
Het is een hele uitdaging om, ook als je honger hebt, te blijven geloven dat er een eind aan komt!
Als je pijn hebt, of als je verdrietig bent, kun je steun ervaren, als je weet en voelt  dat er van je gehouden wordt; als je ziet en ervaart dat je geliefd bent, wat er ook gebeurt.  Die goddelijke liefde herken je vaak in de liefde van je ouders,
in de liefde van je partner en dat helpt dan weer
om van  jezelf te blijven houden…
wat er ook gebeurt.

Het is vandaag – nou morgen dan – Driekoningen.
Onze lezing vertelt over magiërs, die naar sterren kijken.
Astrologen, die betekenis aan geven aan de stand van de sterren.
Ze trekken horoscopen, voorspellen toekomst, doen dus dingen, die Thora verbiedt. Als er een grote ster straalt in het westen, vermoeden ze de geboorte van een koningskind.  Ze gaan op weg om het te begroeten en belanden in Jeruzalem, in het paleis van de koning Herodes.
Het is klip en klaar: de astrologie brengt je niet op de plek waar je wezen wil.
Integendeel, want die Herodes deugt voor geen meter.
Die heeft niets met koningskinderen.
Zelfs zijn eigen zonen vormen
een bedreiging, vindt hij.
Liefde komt in zijn
 woordenboek
niet voor.

Hij regeert bij de gratie van grof geweld…
Hij wordt geregeerd door z’n angst de macht te verliezen.  
Hij is ontsteld en heel Jeruzalem met hem. Hij raakt in paniek –
Hij raadpleegt de geloofsgemeenschap. Bijbelgeleerden betreden het paleis.
Zullen ze koning Herodes ervan overtuigen dat ook Hij mag behoren
tot “de lieve mensen van God?”
Zullen de mensen van de kapel – die ze daar de tempel noemen – de magiërs
op het spoor zetten naar Bethlehem? Zal de geloofsgemeenschap werken als een stralende ster?
Zullen de pastores uit de tempel hem het spoor van de liefde terug helpen vinden?
Zal hij ontdekken dat ook goj en magoj zich geliefd mogen weten, door de God van Israël 
Wordt hier ten paleize al duidelijk God er ook is voor de volkeren en voor magiërs? 
Want dat is wat Mattheüs vertellen wil: ook de buitenstaanders, de niet-joden,
de heidenen, de volkeren worden op het spoor van de liefde worden gezet…
en waar komen ze dan uit? In Bethlehem… bij een kind… een vluchteling
zo eentje als je steeds op TV ziet, als het over Syrië  gaat.  

Met zijn verhaal over de magiërs, vertelt Mattheüs dat ook wij,
ook al zijn we heidenen van huis uit, het spoor van de liefde
mogen volgen. Dat spoor brengt ons niet bij de macho’s
en niet bij de machthebbers, niet bij mannen die stoer doen
om hun angst te verbergen, maar bij het kind dat weerloos
en open is en vol vertrouwen de wereld in kijkt.
Kinderen, een o zo kwetsbaar klein schepsel
roept wakker wat mensen kan redden
van alles wat ons bestaan bederft,
wat ons leven stuk maakt.
Kinderen, heel kwetsbaar, maar o zo waardevol.
Kinderen, die voortkomen uit de liefde van hun ouders,
Kinderen die groeien en gedijen bij de liefde van familie en vrienden,
kinderen die hun basisvertrouwen ontlenen aan Gods liefde, die zichtbaar
en voelbaar wordt in de liefde van mensen voor elkaar.

Kinderen, roepen ook liefde wakker.
Ze worden geliefd door hun ouders, hun grootouders,
ooms en tantes, buren, meesters, juffen, dokters en zusters… mensen!
Al die mensen vormen samen met nog weer anderen de gemeenschap,
waarin de liefde van God zichtbaar en voelbaar mag worden voor alle mensen:
De geloofsgemeenschap,die straalt als een ster en mensen op het spoor zet van God… die liefde is.

Op de voorkant van het liturgieboekje staat die prachtige foto van Lotte en Teun,
de dopelingen van vandaag. Het onderschrift “als sterren, die stralen…” heeft betrekking op die twee. Het teken van hun doop, laat zien dat juist kinderen mensen op het liefdesspoor zetten…
Dat geldt voor alle kinderen, maar je voelt het eens te meer als er twee worden gedoopt. Rituelen maken zichtbaar wat van waarde is.

Langs de spoorlijn van Gods liefde staan kerken en kapellen. Daar brandt de paaskaars, opdat mensen steeds weer zouden opstaan uit de doodsituaties van het leven.

In kerken en kapellen klinken de oude verhalen,
opdat mensen steeds weer hun leven spiegelen aan de woorden van die liefdevolle God. Tja, daar kijken mensen wat vaker in de spiegel van verhalen.

Daar wordt gedoopt, zoals hier vanmorgen,
opdat je de moed niet verliest als je eens kopje onder dreigt te gaan.

Daar nodigt Christus mensen aan tafel, zodat je na de maaltijd weer verder kunt reizen.
Aan tafel heb je de gemeenschap met God en elkaar ervaren. Je kunt er weer even tegen! Daar klinken de gebeden voor een goede reis…. Daar klinken de liederen die je onderweg kunt zingen om je gevoelens tot expressie te brengen.

Het beeld is een beetje versleten, ik geef het toe, maar ik wens jullie,
Femke en Chris, samen met Lotte en Teun
en jullie wederzijdse familieleden toe
dat je langs dat spoor zult reizen,
dat je de stations in de vorm
van kerken en kapellen zult
weten te vinden, op weg
naar een leven van
 grote kwaliteit,
kwaliteit die
we “eeuwig”
 noemen.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest…

Amen.