De laatste dingen

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,  Lieve mensen van God.

Het gebeurde ooit in huize Almere.
Het was in deze tijd van het jaar. De zondagen van de voleinding.
Het ging die avond over “de laatste dingen.”
Over God, die zal oordelen…

Ik probeerde de oude mensen een hart onder de riem te steken.
Ik vertelde o.a. dat Gods barmhartigheid zo oneindig groot is,
dat al onze zonden daarbij letterlijk in het niet vallen.

Na afloop kwam een van de vrijwilligers naar me toe om te vertellen
dat God niet alleen barmhartig, maar ook – en vooral – rechtvaardig is.
Hij bedoelde dat Gods oordeel ook negatief kan uitvallen,
dat je ooit ook in de hel terecht kunt komen.

Ik schrok nogal, want ik ontwaarde een manier van denken,
die ik wel kende vanuit mijn jeugd, maar die ik al achter me heb gelaten.
Het is een manier van denken over God, als een ouderwets soort Sinterklaas:
Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe!

Ben je braaf geweest?
Dan mag jij voor altijd spelen met die pop… met vlechten in het haar…
Dan mag jij voor altijd kaatsen met twee ballen uit datnet,
of snoepen van die letter van banket.

De Eeuwige als een soort goedheiligman, met een heel groot boek –
een soort grootboek eigenlijk, waarin de  goede daden aan de debetzijde,
en de zonden van elk mens aan de creditkant, worden genoteerd.
Iedereen heeft, sinds mensenheugenis, een eigen account in de hemel.
Het is een denkwijze die God minimaliseert tot boekhouder,
en de hemel tot een administratiekantoor…  
Dat is toch niet te geloven.


We lazen Ezechiël 34. Dat is het begin van een hele serie heilsprofetieën voor de  
ballingen in Babel. De allerhoogste stelt een goede toekomst in het vooruitzicht.
Die ballingen zijn Judeeërs, inwoners van Jeruzalem en omstreken. Burgers van het tweestammenrijk dat naar Juda is genoemd, maar ook Benjamin omvat.

In 722 voor Christus was Tien stammenrijk onder de voet gelopen. De mensen waren weggevoerd naar Syrië. Daar zijn die stammen zijn opgegaan in de andere volken. Van hun joodse identiteit is helemaal verloren gegaan.
Van hun eigenheid – het geloof in de ENE –
is niets over gebleven.

Dat mag en zal de Judeeërs, die van het tweestammenrijk dus, niet gebeuren.
De tempel mag dan zijn verwoest, Jeruzalem mag dan in puin liggen,
Ze mogen dan in 568 v Christus naar Babylon zijn verbannen,
maar  – zo spreekt Ezechiël – de Herder zal ze terughalen,
waar de schapen ook verzeild zijn geraakt.
Hij zal de verstrooiden doen keren.  
Ja, ze keren in stoeten…
Als een grote kudde en de HERDER zal recht spreken.

Recht en gerechtigheid, dat zijn echte kernwoorden in het Eerste Testament.
De goede herder zal de kudde weiden; Hij zal ze levensruimte geven –
met Thora als richtsnoer.
De goede herder zal niet tolereren, dat de sterke, de zwakke verdringt.  
De goede herder zal niet accepteren dat de macho de zachtmoedige overheerst
De goede herder staat niet toe dat de arme het loodje legt, ten faveure van de rijke.

Deze herder / rechtspreker treedt niet op als scherprechter
Angst voor zijn gerechtigheid is nergens voor nodig.
Deze herder/rechtspreker is een rechtzetter.
Hij is iemand die het goede recht van ieder mens garanderen.

Het oordeel van de Mensenzoon is geen afrekening in het religieuze circuit.
Het oordeel van de Mensenzoon vraagt geen verevening schulden
Het oordeel van de Mensenzoon haalt een streep door de rekening
Dat oordeel schept toekomst. Het geeft hoop – Het biedt jou en mij perspectief.

Even iets over dat woord MENSENZOON
Het woord “Zoon” duidt niet op een biologische familierelatie.
Als iemand “zoon van …” wordt genoemd, betekent dat:
Deze man lijkt op … , want hij heeft dezelfde levensinstelling.
Jezus wordt “zoon van David” genoemd…
Jezus is – net als David: een man naar Gods hart.
David was niet zonder fouten…  maar daar gaat het ook niet om;
Davis is geen heilig boontje… maar dat is ook helemaal niet Gods bedoeling.
Wat is dan wel de bedoeling? Waartoe zijn wij geschapen?
In den beginne wordt Ha-Adaam geroepen om mens te zijn.
Adam is de mens. Hij staat voor de mensheid,
God schept het mens-zijn.
Daarmee begint de Thora…
Met  een verhaal dat vertelt hoe de mens in beginsel, in principio, bedoeld is.
Als mens leef je met een roeping; de roeping om mens te worden naar Gods beeld;
d.w.z. mens worden zoals God het mens-zijn bedoelt. Dat zit allemaal samengevat in dat ene woord: “Mensenzoon”. Op die roeping spreekt God zijn mensen aan!
Mensenzoon!

Waar de Mensenzoon optreedt, wordt het Godsvolk,
aangesproken op zijn identiteit.  
Waar de Mensenzoon in beeld komt, wordt duidelijk waar
het in jouw en mijn leven uiteindelijk op aan komt.

Voor Mattheüs is Jezus de Mensenzoon.
Jezus noemt zichzelf niet Messias, maar Mensenzoon.
Jezus wil die Mensenzoon zijn;
Hij kiest voor een leven op de manier die God bedoelt.

Wil je die Mensenzoon leren kennen?
Dat kan.
Je kunt de Mensenzoon ontmoeten…
Hij is in een gammel bootje onderweg van Noord-Afrika naar Europa.
Hij dreigt te verdrinken in de Middellandse Zee, die Mare Nostrum wordt genoemd: Onze Zee…
Ja, Hij is een vreemdeling geworden, een vluchteling uit Syrië of Somalië.
Hebben wij hem opgenomen? 

Wilt u die Mensenzoon leren kennen?
 Dat kan.
Je kunt de Mensenzoon ontmoeten.
Hij staat op de wachtlijst bij de voedselbank, maar zijn koelkast is leeg.
Hij heeft honger …  Hebben wij hem te eten gegeven?

Wilt u die Mensenzoon leren kennen?
Dat kan.
Je kunt de Mensenzoon ontmoeten.
Hij woont ergens in het Midden-Oosten.  Zijn dorp is gebombardeerd, zijn vader is vermoord, zijn grote zus is meegenomen. Hij is drie en zijn moeder beschermt hem tegen de ijzige kou in de nacht op de kale berg. Ze beschut hem overdag voor brandende zon. Hij heeft – zo’n ontzettende dorst.
Wie geeft het ventje te drinken?

De Mensenzoon loopt ergens in Moldavië, met Nederlandse tekst op zijn T-shirt.
Als hij zijn kleding had moeten kopen, zou hij naakt zijn.

De Mensenzoon lijdt aan Ebola of is doodsbang om besmet te raken…
Tja hij is ziek, wie zal hem aan medicijnen helpen?

De Mensenzoon slaapt onder een brug in Parijs of op een bank in een park in Hoorn. Tja, hij is dakloos. Heeft geen thuis. Wie neemt hen op?

De Mensenzoon herken je, daar waar je naaste in nood is.
In ons verhaal worden bij het oordeel schapen en bokken gescheiden.
Wat is daarbij de maatstaf?
De maatstaf is de barmhartigheid, die je laat zien.
Of je die Mensenzoon herkend is niet zo vreselijk belangrijk,
maar of je Zijn barmhartigheid handen en voeten geeft, daar gaat het om.

Bij het oordeel loopt scheiding tussen schapen en bokken
niet langs de lijnen van gelovigen versus ongelovigen…
die scheiding loopt tussenhen die recht doen,
en hen die onrecht in stand houden.

Ik ken iemand die zonnepanelen op zijn dak heeft liggen,
omdat hij vindt dat je moet doen wat je kan om het milieu te sparen. 
Zijn buren vroegen hem pas wat hem dat nou aan besparing oplevert.
Ik zou het niet weten zei hij: Ik doe wat ik vind dat er gedaan moet worden…
maar een boekhouder ben ik niet. Zijn buren waren op zijn zachtst gezegd verbaasd

Recht doen! Doen wat gedaan moet worden… Goed doen! Los van het resultaat…
Dus bed, brood en bad… voor uitgeprocedeerde asielzoekers,
zelfs als dat valse hoop zou wekken want het is niet goed om mensen
te laten creperen. Dat komt in Gods woordenboek niet voor.

Recht doen! Doen wat gedaan moet worden… los van het resultaat.
dus redden, die mensen op de Mare Nostrum… ook als anderen
 jou er alleen voor op laten draaien.  Wat zeg je?
Ze noemen je gekke Gerritje? Nou en?
Op onze beste momenten zijn we
liever Gekke Gerritje dan… dat
we Gods bedoelingen
frustreren.


Jij, die zich inzet voor recht en vrede…
Jij wordt genodigd aan zijn tafel… Dikke PKN-rapporten of niet.
Jij mag de feestzaal binnengaan, want jij draagt bij aan zijn koninkrijk!
Geen woorden maar daden! Het gaat om de feiten! Om de ethiek!
Tsaddikim, mensen die recht doen, voeren geen boekhouding
van hun rechtvaardige daden, net zo min als de Eeuwige
er een boekhouding op na houdt.

We zijn sinds 11 november op weg naar Kerst. Sint Maarten, die zijn jas deelde met een bedelaar, heeft de toon gezet… We komen straks uit bij een schapenstal in Bethlehem; dat ligt op de westelijke Jordaanoever! 

Op 11 november zijn er 40-dagen van bezinning aangebroken.
De 40 dagen van bezinning op de vraag: Hoe zal ik U ontvangen –
Hoe wilt zij zijn ontmoet.
We mogen hem ontvangen als de Mensenzoon,
als degene die scheve verhouding recht komt trekken
Hij wil graag dat jij Hem ontmoet, als Martinus van Tours,
als iemand die deelt met de armen, ver weg en dichtbij.
De invulling van ons discipelschap, lieve mensen,
ligt in het diaconaat.

Bijna iedereen zal erkennen dat we Gods koninkrijk
vaak meer tegenhouden dan eraan meewerken…
We zijn immers zo vaak bezig met onze korte termijn belangen;
ons vermeende eigen voordeel. Maar… hoe tegendraads we soms ook zijn; 
Dat koninkrijk blokkeren, dat willen we niet en dat kunnen we ook niet…   
onze boosaardigheid valt bij Gods barmhartigheid volkomen in het niet.
Als je in het licht van Christus kijkt naar jouw zonden,
dan zie je er geen barst van.

Ik denk nog even terug aan de vrijwilliger in Almere, waarmee ik begon.
die zette Gods barmhartigheid tegenover zijn rechtvaardigheidsgevoel.
Het oordeel zou leiden tot straf; e straf was vooral vergelding.
De jongste dag… is voor hem de uiteindelijke afrekening,
waarbij het gelijk van hem en zijn kerk zal blijken.
Bij die afrekening gaan er veel naar de hel, zei hij,
ik kreeg het gevoel dat ik daar ook bij hoorde.
Het was de bedoeling dat ik
bang zou worden.

Maar lieve mensen, voor mij is de combinatie Jezus Messias en “het eeuwige vuur” volkomen absurd. De gedachte dat Jezus me bang wil maken voor de hel en me zo op het rechte spoor wil zien te krijgen, is volkomen uit de seculiere lucht gegrepen.

Ik prijs me gelukkig dat de Eeuwige u en mij ziet als zijn kleine bondgenoten…
en dat hij daarbij al onze fouten voor lief neemt…

Dat vertrouwen niet te hebben…
In angst te moeten leven.
Ik moet er niet aan denken
Dat is de hel… aan deze kant van het graf.
Leven buiten de lichtkring van Gods liefde,
waarbij alle miskleunen in het niet vallen,
dat moet de hel op aarde zijn…

We leven in een van God vervreemdende wereld…
Je zou je vertrouwen op de Heer verliezen,
als je kijkt naar wat er gebeurt
Het lijkt of alle menselijkheid verloren gaat,
De humaniteit is ver te zoeken.

Maar de Eeuwige laat ons weten
dat wat verloren lijkt, wordt gevonden!
Wie is verdwaald, wordt weer op het spoor gezet.

Wij worden soms moedeloos, maar de eeuwige geeft niet op!
Hij brengt zijn schepping tot een goed einde –
Ons leven groeit naar een kwaliteit die we eeuwig noemen
en dan roepen we elkaar zijn naam toe: Ik zal er zijn voor jou!
Daar kun je vast op rekenen!

Er zijn voor de ander… We zijn terug waar we begonnen…
Het discipelschap van de gemeente,
wordt ingevuld in haar diaconaat.

Dat het zo mag zijn
AMEN