Datum:                 15 maart 2020 — dienst ging door wegens corona-crisis. 
Locatie:                 De Kapel – Andijk

Lezingen:              Exodus 17: 1-7 en Johannes 4: 5-26 

Thema:                 Ont-reddering  vs  ont-moeting

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus – Lieve mensen van God

Wie het verhaal over de ontmoeting bij de bron leest, voelt dat er meer aan de hand is, dan zomaar een toevallige ontmoeting.
Gedachten gaan onwillekeurig naar andere ontmoetingen, bij andere bronnen.

Eliëzer, Abrahams knecht, ontmoet de ideale vrouw voor Izaäk, bij een bron. Eliëzer vraagt om water. Rebecca put ook water voor de kamelen.

Jacob – op de vlucht voor Esau – ontmoet Rachel bij-de-bron
Mozes, op de vlucht voor Farao, ontmoet Zippora bij-een-bron.
Let wel, een bron. Geen put!
Jozef werd door zijn broers in een put gegooid. Een put staat droog.
Als er al water in zit, dan is dat stilstaand regenwater,
broedplaats voor malariamuggen.
Zo slecht als putwater is een staande uitdrukking.

Uit een bron welt levend water…
Bronwater lest je dorst, verkwikt je geest.
Bij de bron vind je – in Bijbelse beeldtaal – nieuwe inspiratie.
Bronwater daar knap je van op. Wie drinkt uit de bron kan verder!
Na de ontmoeting bij de bron, kan Jacob verder-met Rachel aan zijn zijde.
Bij de bron krijgt het leven van Mozes weer zin met Zippora als zijn partner.
Je mag hopen dat ook deze viering een ontmoeting wordt bij de bron.

Op de voorkant van het boekje staat een icoon. Een verbeelding van de Schrift.
De maker van zo’n icoon is geen schilder, maar een iconen-schrijver.
Deze schrijver heeft op drie plaatsen de kleur rood gebruikt,
voor de beide waterkruiken en voor de kleding van Jezus.
Verder overheerst de kleur, die aan woestijnzand doet denken.

De iconenschrijver vertelt: Kijk goed, het gaat om die man in het rood…
en om de twee kruiken, met lichaam-en-geest-verkwikkend-bronwater.
Die kruiken hebben de kleur van Pinksteren…
Feest van de Geest. Feest van Enthousiast verder gaan!
Zie je, dit is geen verhaal van “twee emmertjes water halen.”
De bron is er niet zomaar een. Het is de Jacobsbron.
Uit deze bron dronk aartsvader Jacob.
Aartsvaders zijn belangrijk in de Samaritaanse variant van het jodendom.
Samaritanen erkennen alleen Thora als Woord van God.
Alleen de eerst vijf bijbelboeken.
In het eerste van die vijf – Genesis – spelen de aartsvaders een grote rol.
De aartsvaders, altijd weer op weg naar veelbelovend land,
met de nadruk op: OP WEG NAAR…
Abraham komt wel aan in Kanaan…
maar Lot krijgt het meest welvarende deel.
Jacob wordt er geboren, vlucht eruit weg, keer terug, maar eindigt in Egypte.

Het vijfde boek, Deuteronomium, eindigt met de dood van Mozes.
Hij sterft op de berg Nebo, met uitzicht op het land van belofte.
De Samaritanen leven bij die belofte. Zij zien hun bestaan als
een levenslange reis naar de vervulling van die belofte.
Samaritanen zien het leven als een woestijnreis.
Ze leven meer bij: het uitzicht op…
dan bij het bereiken van…
hun bestemming.

Het idee dat de God van uittrekker Abraham,
de God van vluchteling Jacob en van reisleider Mozes
zich definitief zou hebben gevestigd in een tempel in Jeruzalem,
wil er bij Samaritanen niet in.
Zij gaan dan ook niet naar die tempel. Gaan niet naar Jeruzalem
voor de grote feesten. Joden en Samaritanen accorderen niet.
Galileërs maken een omweg, als ze naar Jeruzalem gaan.
Ze mijden het gebied van de Samaritanen en trekken er omheen!

Het feit dat rabbi Jezus wel door Samaria naar Jeruzalem gaat,
is op zijn minst bijzonder. Het wordt nog bijzonderder
als deze joodse man een Samaritaanse vrouw
om een slok water vraagt.
Hier vindt ontmoeting plaats. Jezus ontmoet een vrouw bij de bron.
Dat woord ontmoeten past hier naadloos.
Hij komt haar niet tegen; hij loopt haar niet tegen het lijf;
Hij ont-moet haar.

Ik heb het vast wel eens vaker verteld,
maar voor wie het vergeten is …of er die zondag niet bij was.
Ontmoeten is in dit verband een prachtig woord.

Wie een fles ont-kurkt, haalt de kurk van die fles;
Wie een medemens ont-moet, haalt de moet weg bij die ander.
Het gaat Dan om een moet met t.
De afdruk van een tafelpoot in je hoogpolig tapijt,
dat is een moet.
Je zet de tafel het liefst op dezelfde plek terug,
want je wilt niet teveel
moeten in je vloerbedekking.
Een moet is een stempel, een etiket,
een brandmerk, een vooroordeel.

Jezus en de vrouw benaderen elkaar in eerste instantie
als
de Joodse man en een Samaritaanse vrouw,
met alle brandmerkende vooroordelen, die daarbij horen.
Maar ze ont-moeten elkaar. Ze voeren een gesprek van mens tot mens.
Van persoon tot persoon. Ze ontmoeten elkaar.
De stempels die ze elkaar opdrukten tellen niet meer;
de vooroordelen vallen weg, daar bij die bron.

Ook in onze samenleving wordt met etiketten gestrooid.
Een kwart van alle Nederlanders drukt stempels op vluchtelingen:
Op het brandmerk staat: profiteur, gelukzoeker, syrieganger, terrorist.
Zelfs hun kinderen laten we creperen aan de Turks-Griekse grens.
Ze komen er niet in! We mogen hen niet ontmoeten. De stempels die onbarmhartige regeerders – de onze incluis – hen opplakken blijven in stand.
Er zijn Europese landen die een “coalition of the willing” vormen;
wij horen bij de onwilligen…

Het tijdstip. Het is omstreeks het zesde uur.
Het middaguur. Het is het heetst van de dag…
Er is normaal gesproken op die tijd geen levende ziel te bekennen bij de put.
Voor de vrouw die zoveel mannen verslindt,
schaamt zich t.o.v. haar dorpsgenoten
en gaat juist op dat moment naar de bron.

Ze heeft dorst – behoefte aan water.
Letterlijk, lichamelijk… maar ook geestelijk.
Ze heeft ook grote behoefte aan levend water, aan inspiratie.
De vrouw zit vol levensvragen, die haar a.h.w. de keel dichtknijpen.
Het is het heetst van de dag, maar als de nood het hoogst is, is redding nabij.
Die redding is gelegen in de ontmoeting met Jezus.
Hij neemt de moeten weg. Wat er ook gebeurd is
Ze is en blijft een mens als u en ik..

We gaan even naar Genesis 18.
God is, met twee engelen op weg naar Sodom.
God en Abraham ont-moeten elkaar.
Het vooroordeel dat Goden zomaar, puur willekeurig,
met mensen doen waar ze zin in hebben, blijkt niet te passen
bij de God van Abraham, Isaak en Jacob.
Dat Godsbeeld wordt ontkracht.
Die moet wordt verwijderd.

Goden worden veelal voorgesteld als alwetend en almachtig.
Ze doen waar ze zin in hebben en de mens heeft zich maar te onderwerpen.
Zo niet de God van Israël. De Heer luistert naar Abraham. God hoort het pleidooi:
50 – 45 – 40 -30 – 20 ja zelfs 10 rechtvaardigen redden Sodom van de ondergang.
De
moet van menselijke machteloze onderwerping wordt verwijderd.

De Samaritaanse vrouw – ontdekt in de ontmoeting met deze gans andere,
haar dorst naar antwoorden op de grote vragen van het leven.
Ze gaat naar de bron voor een kruikje H²O,
maar vindt water dat niet alleen haar droge mond,
maar ook haar droge ziel, haar hele wezen verkwikt.
Daar bij de bron van haar traditie, valt haar een ont-moeting ten deel,
met Hem, die wij kennen als Thora in mensengedaante,
het vleesgeworden woord.

Tijdens deze ontmoeting–bij –de-bron leert de Samaritaanse vrouw
het wezen van Jezus kennen… Haar inzicht groeit.
Als de moeten er af zijn, ziet ze wie Jezus werkelijk is…

Hij is niet zo’n man die haar minacht, omdat zij een tot een ander volk behoort,
of omdat ze een andere godsdienst belijdt; of omdat ze twee paspoorten heeft.
Nee, hij is een medemens die ziet dat zij zoekt. Hij luistert… en hoort in haar woorden het zoeken naar zin, het zoeken naar God.

Ze is op die zoektocht allerlei relaties aangegaan…
Vijf mannen heeft ze gehad.
Staat die vijf voor de Samaritaanse traditie?
De man die je nu hebt ( de zesde dus) is je man niet.
De schuwe teruggetrokken leefwijze die je er nu op nahoudt, hoort niet bij jou…

Terug naar de icoon…
Jezus draagt rode kleding en zegt: Ik ben het levende water.
Ik breng je een leven-gevende Geest. Ik maak je vrij van die mannen.
In deze ontmoeting blijkt dat “eigen volk eerst” niet bij Jezus past.
Hij is Messias voor alle mensen! Dus ook voor haar!
De zevende man zet haar op eigen benen.

Dat is geen dagelijks nieuwtje zoals die bij de bron vaak worden uitgewisseld. Nee, dat is hot stuf. Dat is geen praatje voor de vaak, dat is breaking news.
Stel je voor, zeg… de Messias!

Jezus gaat in Gods naam een relatie met haar aan.
In Gods naam. Ik zal er zijn voor jou!
Jij mens, bent mijn partner… zegt God.
Dat zei God zelf tegen Abraham…
Dat zegt Gods zoon tegen de Samaritaanse vrouw,
dat zegt Gods Woord tegen jou en mij.


 

Jezus zegt: Ik ben de zevende, bij mij vindt je rust, sabbatsrust…
Vanuit die rust mag je je dagelijks leven Gods partner zijn.
Die rust geeft je scheppende kracht.
Vanuit die rust mag jij zijn:
Schepper naast God.

Dit verhaal gaat over een mens vol
moeten.
Allerlei lervaringen hebben hun stempels,
hun brandmerken, hun littekens achter gelaten…
Dit verhaal gaat niet alleen over een willekeurig vrouwspersoon.
het gaat over over mensen zoals u en ik, getekend door het leven…
met een rugzak vol frustraties en zaken waar we spijt van hebben
maar niet meer om te keren zijn… Van die dingen die we het liefst maar
diep wegstoppen omdat ze – als ze weer boven komen – pijn doen.
In oude kerkelijke taal: zondige mensen.
Met die mensen gaat Jezus een ont-moeting aan.

Jezus draagt een rode mantel. Pinksterkleur…
Die rode mantel is ook de rode mantel van Goede Vrijdag.
Soldaten verkleden Hem als koning met een rode mantel.
Die rode mantel, is bedoeld ter vernedering…
maar juist zo – als de met mensen meelijdende knecht – wordt Hij Messias.

De rode mantel op de icoon vertelt over Jezus als het levende water…
Hij, de inspirator, schenkt zichzelf. Het is het zesde uur,
het heetst van de dag, dorst ondraaglijk.

De rode mantel op Goede Vrijdag, roept hem uit tot koning van ons leven.
De vraag is of je partner wil zijn? Of Hij ook jouw wegwijzer en inspirator mag zijn.
Hij geeft de levengevende geest aan zijn gemeente. Op zijn sterfdag, gaf hij de Geest. Die uitdrukking… de geest geven… heeft dubbele betekenis:

De gemeente komt in beeld. De gemeente is een groep mensen met een rode kruik. Een groep mensen die levend water meedraagt. We mogen vanuit die inspiratie proberen gemeente te zijn in Andijk en Wervershoof

Laten we samen met onze broeders en zusters in de andere kerken
proberen Levend Water te zijn voor mensen die sterven van de dorst,
Levend water voor de mensen die leven op het heetst van de dag.

Geve de Heer ons de kracht en de moed om – net als Mozes –
desnoods levend water uit een keiharde rots te slaan.
Wij leven in een maatschappij
waarin mensen hun vertrouwen kwijt zijn,
de ontmoeting met Christus uit de weg gaan.
Barmhartigheid wordt gediskwalificeerd
Medemenselijkheid als linkse hobby betiteld
Naastenliefde noemt met naïef christelijk gedoe.
We zien het voor onze ogen gebeuren… en kijken toe.
Onze traditie wordt om zeep geholpen. Niet door de moslims,
maar door degenen die medemensen bestempelen met vooroordelen,
die machteloze vluchtelingen etiketteren als potentiële terroristen en vooral
ten opzichte van de kinderen elke vorm van medemenselijkheid kwijt te zijn….

Geve de Heer ons de inspiratie om de woorden die God beitelde in steen, te maken tot richtsnoer van ons leven – tot een bron van levend water.

Geve de Heer dat Gods gemeente mag worden tot een plek waar mensen elkaar
ont-moeten, en bemoedigen … opdat ze leven kunnen.

Geve de Heer dat Gods gemeente mag worden tot de krachtige stem,
die politici oproept de schande van Europa af te wenden,
en gastvrij de vluchtelingen op te vangen
die – as we speak – creperen aan de
grenzen van ons werelddeel.

Dat het zo mag zijn.
AMEN.