Gemeente: PKN – Opperdoes
Locatie: kerk
Datum: Zondag 26 januari 2019
Lezingen: Jesaja 49:1-7
Mattheus: 4:12-22
Thema: Vissers van mensen

Lieve mensen van God,

De eerste christengemeenten bestaan uit joden,
mensen, die in Jezus de Messias herkennen, maar ook naar de synagoge gaan.
Aan de oostkant van het meer van Galilea, in het Overjordaanse,
zijn al vroeg een aantal van zulke gemeenten ontstaan.
Daar wonen de eerste hoorders van Mattheüs’ evangelie.
aan de overkant van het meer, waar de Jordaan doorheen stroomt.

In de eerste drie hoofdstukken van zijn boek stelt Mattheus ons Jezus voor. Eerst een geslachtsregister, dan een geboorteverhaal over magiërs.
In hoofdstuk 3, leren we Jezus kennen als volwassen joodse man.
Hij laat zich dopen door Johannes…
Dat wil Johannes eerst niet, maar Jezus zegt:
We doen het wel… opdat wij de gerechtigheid vervullen.
Wat zou die gerechtigheid anders kunnen zijn dan Thora en de profeten?

Misschien hoeft het helemaal niet, hoor,
omdat u dat allemaal al lang weet,
maar ik zeg het toch nog een even:

Matteüs bedoelt met dat vervullen niet dat er een of andere toekomstvoorspelling uitkomt.
Matteüs gebruikt dat woord om
verbanden met de oude verhalen te leggen.
Hij laat zien dat Jezus voluit in de joodse traditie staat.

Gerechtigheid vervullen is Thora doen.
Jezus leeft die woorden zo intens dat
hij
zelfs “het vleesgeworden woord”
wordt genoemd.


Boven de lezing staat: Het begin van Jezus verkondiging.
U raakt in de war… Vorige week was toch zijn eerste publieke optreden?
Toen we te gast waren op de bruiloft in Kana? Dàt was toch het begin…
Klopt!
De evangelist Johannes gebruikt dàt verhaal
om
Jezus aan ons voor te stellen
als staande in de traditie van Thora.

D
e evangelisten componeren alle vier hun eigen Jezus symfonie.
Ze schrijven
hun boeken niet om feiten op een rij te zetten,
maar om een boodschap wereldkundig te maken.
Die boodschap zit verpakt in verhalen.
Iemand die verhalen vertelt,
houdt rekening met zijn gehoor…
In dit geval joodse mensen aan de oostkant van het meer.

Soms lijkt de Bijbel op een geschiedenisboek….
Onze lezing
lijkt ook op een lesje aardrijkskunde:
Jezus verlaat Nazareth,gaat in Kafarnaüm wonen,
aan het M
eer van Galilea in het gebied van Naftali en Zebulon
Dat aardrijkskundelesje roept
bij de hoorders teksten op uit de eerste lezing:
Zoals het land van Zebulon en Naftali
in het verleden smadelijk is bejegend,
zo wordt weldra eer bewezen aan de kuststreek,
het Overjordaanse en het domein van de andere volkeren.


De hoorders kennen die profetie. Zij wonen in het Overjordaanse
en kijken uit op het gebied van Naftali en Zebulon.
De aardrijkskundige aandu
idingen zijn voor ons wat vaag…
Maar de eerste hoorders, weten zich
gezien, door de verteller.
Ze worden in het verhaal betrokken… weten dat het ook over hen gaat!

Ik heb de eerste zin van onze lezing even overgeslagen.
Johannes de Doper
is gevangen gezet…
Herodes heeft hem de mond gesnoerd.
Zijn wake-up-call om de traditie weer serieus nemen;
zijn oproep om d
e gerechtigheid te vervullen, verstomt.
Ja, dat dacht Herodes, maar dat pakt anders uit.
Jezus neemt de oproep van Johannes over:
Kom tot inkeer!
Het koninkrijk van de hemel is nabij!


 

Inkeer? – Ja, inkeer – maar vergis je niet.
Dat is weliswaar een oproep tot zelfonderzoek
maar dan wel n.a.v. vraag: Wat doe jij met Thora?
Negeren of vervullen? En als het antwoord “negeren”is,
kom dan in beweging… Keer je om. Ja, omkeren! Een U-bocht maken…
De weg richting koninkrijk kiezen. De oproep van Johannes en Jezus luidt:
Keer om
opdat het onrecht wordt omgekeerd!
De ongelijke verdeling van welvaart in deze wereld
past voor geen millimeter bij het
vervullen van gerechtigheid.
Keer dat om!
Doe niet mee met onderdrukking en uitbuiting!
Koop liever een fair-trade T-shirt, dan drie van die goedkope,
waarvan je
kunt raden dat ze gemaakt zijn gemaakt door mensen
die worden uitgebuit of zelfs door kinderen.
Keer dat om!
Keer om, want het koninkrijk van de hemel is niet ver… Je bent er vlak bij.
Dat is niet bedoeld als bedreiging… Het is eigenlijk gewoon een goeie tip”
Keer om… want anders gaat het koninkrijk je neus voorbij.
Keer om… want anders kun je fluiten naar de kwaliteit van leven,
die de Here God ook voor jou in petto heeft…


Over kwaliteit van leven gesproken.
Zebulon en Naftali zijn twee stammen,
die wonen langs “de weg der zee.”
Dat is
de naam van een handelsroute tussen Egypte en Damascus.
Langs die weg
weg van de zee, gebeuren veel dingen,
die het daglicht niet verdragen.
D
ie handelaren zijn lang onderweg. Ver van huis.
Het zijn de vaste klanten in de bordelen.
Pooiers verdienen geld als water.
De
meiden worden uitgebuit.

Langs die handelsweg wemelt het van de tollenaars.
Woekeraars, die de mensen geld uit de zak kloppen.
Jezus wordt verweten, dat hij
met dat soort volk omgaat
Hij eet warempel met hoeren en tollenaars.

Hij hoeft ze niet te zoeken…
Je komt ze in dat
godvergeten Galilea vanzelf tegen.
De mensen waar Mattheus voor schrijft, kijken uit op dat “Galilea der heidenen”.
Ze weten, daar aan de overkant wonen mensen, die in duisternis wandelen Maar, zo vertelt Mattheüs: Juist dat volk ziet een groot licht!
Juist daar… te midden van die chaos, treedt Jezus aan het licht.

Waar het leven woest en leeg is – tohoe wa bohoe – zegt God: Er zij licht.
En zie er was licht… voor mensen die in duisternis wandelen.

Wat ze aan de overkant niet kunnen zien,
is dat Jezus op een dag wandelt langs de oever van het meer.
Twee eenvoudige vissers uit Kafarnaüm staan tot hun knieën
in ondiep water en gooien hun net uit. Halen het weer in,
hopend op wat vis, voor eigen consumptie.
Misschien ook wat voor de verkoop.

Even verderop een wat groter visserijbedrijf: De firma Zebedeus en zonen.
Een vader, twee zonen en een knecht. Deze diepwatervissers maken
een schip gereed om in de nacht die komt op visvangst te gaan.
Jezus roept: Hé, hierheen! – Achter mij!
Ik maak jullie vissers van mensen!
Vreemd! Toch? Die eerste twee,
Petrus en Andreas laten pardoes
hun net vallen en gaan mee!
Even verder laten Johannes en Jacobus hun vader en de knecht en het schip
en de hele vennootschap onder firma achter zich en volgen Jezus.

Jezus wordt vergeleken met een licht, voor een volk dat in duisternis wandelt.
Zijn opdracht voor de vissers, is ook zo’n metafoor. De gelijkenis onthult de bestemming van hun leven: “Ik zal jullie vissers van mensen maken.”

Nu is de vraag:
Als je een visser van mensen bent? Wat doe je dan?
Meestal klinkt de volgende uitleg…
“Het woelige water van de zee” staat voor de bedreiging van het goede leven. Het wemelt van de waterverhalen:
De grote vloed … Alles wat kwaad doet, vergaat. Noach plant een wijngaard.
Mozes leidt het volk dwars door de Schelfzee… de boze Farao vergaat –
Het godsvolk trekt verder naar veelbelovend land.

Als je weet dat water meer is dan H2O, wordt de uitleg logisch.
Als je iemand opvist, dan redt je die mens uit de chaos.
Dus: een visser van mensen, is een mensenredder.
Mooi, maar de vergelijking gaat ook een beetje mank.
Een vis hoort in het water… daar is de vis in zijn element.
Een vis op het droge voelt zich niet lekker.
Sterker nog… Hij wordt gebakken en geconsumeerd.
M.a.w. die uitleg is mooi, maar qua logica
wringt ook een beetje.

Je kunt er ook anders naar kijken.
Ik doe nu even wat Matteüs doet
en leg een verband met de oude verhalen

Ik citeer een paar profetieën, waarin
mensen met vissen worden vergeleken:
Amos 4:2
Weet dat de dagen niet ver zijn, dat jullie als vissen met hengels worden opgehaald. Wie dan nog overblijft met haken…
Ezechiël 29: 4
Ik zal haken door je kaak slaan – spreekt de Heer – en de vissen van de Nijl aan je schubben laten kleven.
Jeremia 16:16
Ik laat vissers komen om hen te vangen en daarna jagers om hen op te jagen.

Bij de profeten wordt het opvissen van mensen gezien als het aan de kaak stellen van ontrouw, het zichtbaar maken van wandaden…
Als je
vanuit dat beeld kijkt naar het vissen van mensen,
dan
wordt de gelijkenis sterker… uitdagender ook!

De vraag is nog steeds: wat doet een visser van mensen?
Is het een mensenredder, iemand die anderen redt uit de chaos
of vist hij de schurken en de schobbejakken er tussen uit….

Zo ja, waartoe?
Ja waartoe haalt hij de hoeren en de tollenaars boven water,
daar langs
die handelsroute die door dat godvergeten Galilea loopt?
Het antwoord
is eenvoudig. Omwille van de gerechtigheid!

Zou u een visser van mensen willen zijn?
De taakomschrijving?
De ene uitleg zegt dat
een “visser van mensen” een mensenredder is,
die af en toe een girootje uitschrijft voor een goed doel…
De andere uitleg zegt dat je als visser van mensen de geldgod ontmaskert,
die met zijn
perverse prikkels het onrecht in stand houdt
en de kwaliteit van het bestaan aantast.

Kijk rond in onze samenleving, waar alles wordt uitgedrukt in geld.
Wij leven in het koninkrijk van de mammon:
Zieken zijn er omdat
je daar geld aan kunt verdienen en als dat niet lukt,
gaat je ziekenhuis failliet.

E
en bejaarde is een schadepost… Dat wordt – tussen neus en lippen –
zo vaak gezegd, dat ouderen het zelf gaan geloven en maar liever
willen uitstappen. Ze willen anderen niet tot last zijn.

Als je in de jeugdzorg zit en18 wordt, zoek je het
verder zelf maar uit, want het wordt allemaal
veel te duur… Marktwerking heet dat…
Afgoderij is het en afgoden helpen
de kwaliteit van leven om zeep.
Keer je om!


Een visser van mensen is iemand die het
koninkrijk der hemelen een stukje dichterbij brengt.

En dat koninkrijk is niet een andere wereld…
Dat is deze wereld… anders.


Jezus roept… zijn volgelingen om zich daarvoor in te zetten.
Kom, je wordt visser van mensen…
W
e gaan ze er samen de schubbejakken tussenuit vissen.
Waartoe?? Niet om ze aan de schandpaal te nagelen,
maar om ze
tot omkeer te bewegen!
Kom, we gaan ze
samen boven water halen…
d
ie poenerige pooiers en die kwallen van tollenaars…
Niet om ze op
de platte kar door het dorp te rijden,
maar om
ze uit te nodigen aan de tafel van de Heer.

Maria Magdalena zat, – zo wil de traditie – in de prostitutie.
Matteüs, onze evangelist, begon zijn carrière als tollenaar.

Ik weet niet hoe u naar dat schilderij “zielenvisserij” hebt gekeken.
Geeft u de schilder gelijk, dat je maar het best naar
het protestantse bootje kunt zwemmen
om gered te worden?
Je kunt ook anders kijken.
Waarom zou je de katholieken iets verwijten,
wij protestanten polariseerden toch volop mee…
Het kan geen kwaad je bewust te worden van je tekort…
Dat helpt om met
enige barmhartigheid naar anderen te kijken.

De afgelopen
week was de week van gebed voor de eenheid van alle christenen.
Toevallig zag ik in de week daarvoor een film: The two popes, de twee pausen. De paus, die opvolger van Petrus de visserman wordt genoemd.
Visserman Franciscus vist corrupte figuren uit de chaos van de curie…
probeert orde te scheppen in de tohoe wa bohoe van het Vaticaan.
Niet als een
schijn-heilige, die zich verheven voelt boven anderen,
maar als iemand die zich bewust is van zijn eigen tekort…
t.o.v. vrienden die de junta van Videla bestreden.

Die film staat op Netflix – Van harte aanbevolen!
The two popes – de twee pausen

Visser zijn – een bijzonder beroep.
De ene keer haal je als visser in de vroege ochtendnevel, lieslaarzen aan,
een maaltje vis uit je fuik
. Een vrediger tafereel is nauwelijks denkbaar.
Soms ook slaan er hoge golven over je boot
en moet je vechten voor je leven.
Visser van mensen zijn is nog bijzonderder…
Het vissen van mensen varieert van het girootje tot de gevangenis;
van een doosje
Amahoro bonbons… tot martelaarschap.

Ik sluit af met een citaat uit de Jesajalezing,
die voor vandaag op het leesrooster staat.

Dat is een andere dan we gelezen hebben.

Ik zal je maken tot een licht voor … hé …. niet voor Israël.
Ik zal je maken tot een licht voor
alle volkeren
opdat de redding die ik brengen zal – spreek de Heer –
reikt tot de einden der aarde. Dus ook tot in Opperdoes.

AMEN