paasmorgen

PROTESTANTSE
GEMEENTE ANDIJK-WERVERSHOOF

Orde van Paasmorgendienst

op 31 maart 2013

in DE KAPEL te ANDIJK


 



Thema: Bevrijding

voorganger:pastor Ton Heijboer – Organist: Andrew Orme

Bij de samenstelling van deze liturgie is uitbundig gebruikt gemaakt van de
paasliturgie die “De Open Deur” publiceerde



Welkom,

Goede morgen allemaal. Wat fijn datjullie er allemaal zijn.
Ja dat is zelfs heel erg goed, want er is vanmorgen heel, heel veel te
vertellen!
Ik neem jullie vanmorgen mee naar een tuin.
Naar de tuin van bevrijding.
De tuin waar een graf openbloeit.
Welkom op de weg naar die heel bijzondere tuin -Een tuin vol leven.



Misschien zien we daar in die tuin wel een tuinman…

Misschien herkennen we die tuinman wel.

Ons verstand zal verstommen.

Dat geeft niet. Als ons hart maar openbloeit.

Als ons hart zich opent voor meer dan ons verstand begrijpen kan.

 

Welkom op de weg naar een nieuw begin.

In de tuin van Pasen zullen onze bedenkingen,
onze twijfels,

onze momenten van ongeloof er nog steeds zijn.

Maar ze zullen even naast mij liggen, als afgevallen boeien.

De ware steen zal zijn weggerold.



Mogen mijn ogen worden bevrijd.

Mogen ze een horizon zien,

die meestal niet gezien wordt. Wijder. Hoopvoller.

Een werkelijkheid zo werkelijk, dat er geen woorden voor zijn.

De tuin van Pasen is een tuin van ‘en
toch’
,

met een verhaal van ‘ooit, ondanks alles’.

Begrijpt je het niet? Ik ook niet.

Maar wees welkom… welkom op weg naar de tuin van bevrijding.

 

Samen zingen bij de nieuwe paaskaars.

Gisteravond laat brandde er een vuur op het
plein voor de kerk…

We hebben tegen elkaar gezegd: “Dit vuur is heel bijzonder,

want dit vuur gaan we gebruiken om een nieuwe paaskaars aan te steken.



Die nieuwe paaskaars hebben we naar binnen gedragen

en daaraan allemaal kleine kaarsen aangestoken.

Dat was een prachtig gezicht… en bij het licht van al die kleine kaarsen

zijn we gaan lezen…. oude verhalen



En in die verhalen werd ons goed nieuws gebracht

en dat goede nieuws van deze nacht

heeft ons hier bij elkaar gebracht

op weg naar de tuin van bevrijding



Nu is het licht geworden, de zon is
opgegaan.

Het goede nieuws van deze nacht heeft ons hier bij elkaar gebracht. 

We kijken samen naar het licht een nieuwe dag breekt aan. 



Refrein:

Licht, licht, raak ons aan –  druppel
onze dromen binnen                  

Help ons weer op nieuw beginnen. – Geef ons moed om op te staan.



Nu is het licht geworden,een mens is opgestaan.

De boze droom van dood en pijn    zal
eens voorgoed verdwenen zijn.

God zelf breekt door het donker heen      en geeft het licht ruim baan.  Refrein.



Nu is het licht geworden en wij zijn opgestaan.

Want onze weg loopt niet meer dood,    we
delen met elkaar het brood,

en danken God voor dit begin.       We
kunnen verder gaan. Refrein
.



Gebed bij de nieuwe paaskaars   



Kijken naar de kaars: alfa en omega – 

De eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet  (dia 1)



De paaskaars vertelt dat je nooit alleen bent

God is altijd bij ons… van het begin tot het einde.

Van de eerste tot de laatste letter. Alpha en de omega. 

Van A tot Z zou je ook kunnen zeggen…



Lieve God,

Wij zijn met elkaar op weg naar de
tuin van bevrijding

We begrijpen dat nog niet helemaal, of eigenlijk helemaal niet

maar we zijn wel heel nieuwsgierig geworden…

nieuwsgierig naar de verhalen die de mensen

vannacht hebben gelezen bij het licht van al die kaarsjes

bij het licht van die prachtige nieuwe paaskaars

die hier in de kerk staat te branden.

Het licht van die kaars vertelt ons,

dat we nooit alleen zijn.

U bent altijd bij ons…

Het licht van die kaars vertelt ons

dat u licht wilt schenken,

als het donker wordt in ons leven

U – het licht op onze levensweg

op onze weg naar de tuin van bevrijding

U – loven wij, u prijzen wij omwille van uw

o zo bijzondere naam: U bent: de Alfa en de Omega.



Dank u wel, voor die veelbelovende naam. Amen



Samenzang ‘Trekvogels’

Tekst Alfred C. Bronswijk, melodie
Liedboek voor de kerken Gezang 173



We zijn op weg, zoals de vogels onderweg
zijn.




De vogels gaan ons naar de verten voor.  Hun
vluchten leren mensen dat het leven

Een zoektocht is naar wat zichzelf wil
geven  Als huis en haard en grond, de
eeuwen door.

Als vogels trekken wij hier door de
tijd.  Wij gaan en komen, overschrijden
grenzen

Slaan vleugels uit, bezield door hoge
wensen. Verlangend naar een glimp van duurzaamheid.

 

Net als de mus zoekt naar
geborgenheid, zo zoeken wij naar schuilplaatsen voor leven,

naar muren die ons schutten en omgeven:
Een stem, een woord van onvergankelijkheid

 

U bent die stem, dat woord, dat ons
geleidt, de open hemel, waar de ruimten wenken.

U bent in ons, méér dan wij kunnen
denken. Trekvogels zijn wij – maar aan U gewijd.

 

Bemoediging

Martin
Luther King leefde op de weg naar bevrijding.

Hij nam ook een heleboel mensen mee op de weg naar bevrijding

Ergens
onderweg, zei hij :

‘Ik zal uiteindelijk mijn vertrouwen

niet stellen op de kleine godjes

die
vernietigd kunnen wor­den in het atoomtijdperk,

maar op de God die van oudsher was:

onze hulp… Zijn naam luidt:                   IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU

onze
hoop voor komende jaren heet:     IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU



Die naam is onze schuilplaats  in
stormachtige tijden, en ons eeuwig thuis.

Dat is de God waarop ik mijn uiteindelijk geloof zal stellen.’ AMEN

 

Israëls weg naar de tuin van bevrijding

Het volk Israël was op weg gegaan.
Naar het beloofde land.

Een land als een tuin overvloeiend van melk en honing.

Ze waren weggegaan uit Egypte, uit de slavernij.

Nu waren ze op de weg van een nieuw begin.

Ze moesten opschieten want de soldaten

van de farao achtervolgden hen.

Het volk Israël vluchtte naar de vrijheid. Maar toen stuitten ze op die zee,
die enorme zee.

Die Schelfzee met dat donkere, diepe water. En achter hen de soldaten van
Egypte.

Alles leek verloren.



En toch… toch was er een weg. Een weg door het water. Een weg door de dood.

Over het drooggevallen pad vluchtte het volk Israël

naar de overzijde en vervolgde de tocht naar de tuin van het leven.



Die weg door het doodswater? Waar is die weg gebleven?

Soms ontdekt iemand die in zijn angst
gevangen zit,

dat er een wijdere horizon om hem heen is

en dat God er is achter die horizon!

Dan zie je iets van die weg door het water…

de weg door de dood

 

Soms zit er iemand gevangen in grote
zorgen, maar ze gaat niet bij de pakken neerzitten.

Dan zie je iets van die weg door het
water…  de weg door de dood



Soms wordt er iemand gepest in de klas of op kantoor….

Eigenlijk wil je helemaal niet meedoen, maar het lijkt erop alsof je wel moet,
omdat iedereen het doet…

je voelt je gevangen… Maar soms is er dan iemand, die moedig een eigen weg
durft te gaan,

tegen de stroom in, omdat hij of zij weet: God wil het niet!

Dan zie je iets van die weg door het water… de weg door de dood



Soms als iemand in het aangezicht van de dood niet geknakt raakt,

dan zie je soms, al is het maar een
glimp, die weg door de Schelfzee.

Die weg is er nog steeds en Jeroen
Zijlstra zingt erover…

 

 

 

Muziekfragment  Over water Jeroen Zijlstra.

Van de cd: ‘Liefde & Dorpsgevoel’, 2009.

Niemand
kan op water lopen  –  Niemand heeft de zee zo lief

Niemand komt op eigen kracht zijn angst te boven

Niemand wil de zee beproeven – Niemand die er heil in ziet

Niemand wil er in haar zeggingskracht geloven



Wil je toch jouw angst beheersen  –  Wil je op het water staan

Weet dan waar je ooit in bent begonnen

Je bent begonnen in het water – En beseft pas veel later

Dat je daar de zee al eens hebt overwonnen.



In de luwte schuilt de waarheid  – in de
schaduw wacht het licht

In de stilte gaan je oren open  –  In de moeite van het wachten

Ligt de ruimte vind je moed – In het donker gaan je ogen open

Zie je het pas goed



Iemand kon de zee kalmeren – Iemand nam de zee voor lief

Hij liep vooruit op onze stoutste dromen

Jij wilt ook die kunst beheersen – Jij wilt ook op water staan

Maar je bent verblind van angst nooit ver gekomen



Iemand heeft de zee begrepen – Iemand heeft jouw angst verstaan

Iemand is er uit de chaos opgedoken – Hij dorst te lopen op het water

Door die ene wist men later – Dat in diepe nood een hand wordt uitgestoken



In de luwte schuilt de waarheid  –  In de schaduw wacht het licht

In het donker gaan je ogen open  –  In de moeite van het wachten

Ligt de ruimte, vind je moed – In de stilte gaan je oren open – Hoor je het
toch goed

Anna Suzanna –  Loop naar mij toe   Kom over ’t water – Jij weet best wel hoe

Anna Suzanna – Kom, durf het aan   Ik zal
je zeggen – Hoe je op kunt staan



In de luwte schuilt de waarheid – In de schaduw wacht het licht

Na de stilte zijn je oren open – Na de moeite van het wachten

Vind je ruimte, vind je moed – Kun je rustig op het water lopen  Zie je het pas goed



Tekst

We zijn nog steeds onderweg naar de
tuin van leven, de tuin van bevrijding, de tuin van de liefde.  

We letten onderweg op de vogels … daarover zongen we een lied.

We letten onderweg op de bloemen in het veld.

Jezus wees zijn leerlingen ook op die vogels en  opdat onkruid.

Hij zei: Ze leven in vertrouwen en maken zich geen zorgen voor de dag van
morgen….



Als je durft te leven als een vogel, die altijd wel ergens iets vindt om te
eten…

dan heb je de tuin van bevrijding gevonden –

bevrijding uit de gevangenis van de hebzucht



Als je durft te leven een bloem, die uitbundig bloeit, zonder er iets voor
terug te krijgen

dan heb je de weg naar de tuin van de liefde gevonden… dat kan hoor in de tuin
van het leven… soms even!

Op zulke momenten zullen honderd bloemen bloeien…  



Honderd bloemen

Huub Oosterhuis; Uit: Verzameld
liedboek. Kok, Kampen, 2004

 

1 Honderd
bloemen mogen bloeien. Grond en lucht genoeg voor alle zaden knollen
anjelieren.

Stenen moeten stenen blijven. Mensen vliegen hoog als goden. Maar de zuring en
de klaver mogen bloeien honderdvoud.

 

Korenbloemen,
flarden blauwe hemel, vlijmende papaver, morgensterren aan de dijken

flemend om gezien te worden, woekerend in de populieren als een nest de
maretak,

de bloem der zoenen bitterzoet.

 



Op zijn
stekelige stengel bloeit en treurt de kale jonker en geen vlinder zal hem
vinden.

Tronken
zullen twijgen dragen varens op bevroren ruiten zullen wuiven, bloeien mogen
honderd rozen van papier.

 

Broos op
stelen ongebroken, wild en blindelings verstrengeld in spelonken op de vaalten,

tussen
schotsen ijs en boeken,op de graven, mogen bloeien, alle ongelijk eenzelvig, honderd
bloemen zonder naam.

In een woud
van droomgewassen, stenen wortels, stalen webben, tochtig labyrint van woorden,

woont een
mens, op brekebenen, lelie van het veld, met ogen tranend bijna blind van
zoeken naar een plek die water geeft.

 



Onderweg naar de
tuin van de liefde
,

Onderweg naar de tuin van de liefde,

overdenken we wat liefde is.

en
beseffen we dat liefde kan niet ademen

als
er alleen dit aardse leven is.



Want de liefde wenst jou toekomst toe,

een
horizon zonder grenzen,

de
eeuwigheid,

bevrijd
van alles wat jou beklemt.



De liefde wil dat jij leeft.

De
liefde geeft ons het vertrouwen, dat er een eeuwig leven is.



Die liefde vinden we in de tuin, waar we Maria tegenkomen,

vroeg op de eerste dag van de week…

 

Schriftlezing  Johannes 20,1-18

Vroeg op de
eerste dag van de week, toen het nog donker was,

kwam Maria uit Magdala bij het graf.

 Ze zag dat de steen van de opening van
het graf was weggehaald.

2 Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus
veel hield,

en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem
nu neergelegd hebben.’

3 Petrus en de andere  leerling gingen op
weg naar het graf.

4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan
Petrus, en kwam als eerste bij het graf.

 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen
doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen.

 6 Even later kwam Simon Petrus en hij
ging het graf wel in.

Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt
had

niet bij de
andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek.

8 Toen ging ook
de andere leerling,

die het eerst bij het graf gekomen was,

het graf in.
Hij zag het en geloofde.



Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest
opstaan.

De leerlingen gingen terug naar huis. Maria stond nog bij het graf en huilde.

Huilend boog ze zich naar het graf,  en
daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten,

een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam
van Jezus had gelegen.

‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald

en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’

Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het
Jezus was.

‘Waarom huil je?’  vroeg Jezus. ‘Wie zoek
je?’

Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘

Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan

 ik hem meenemen.’

Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei : ‘Rabboeni!

(Dat betekent ‘meester’.)

‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben  nog niet opgestegen naar de Vader.

Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn
Vader,

die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’

Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen:

‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

Lied Tussentijds 171:



Het pure witte licht van Gods aanwezigheid is als een bliksemschicht, een
keerpunt in de tijd.

 

In stilte, ongezien
en stralend, onverwacht, herrijst de Levende uit
dood en donk’re nacht.



De kruiden van de dood, zij kunnen weggedaan.
De Opgestane leeft en spreekt Maria aan.

 

Haar blij getuigenis zet zich
onstuitbaar voort, dit ongeloof’lijk nieuws wordt tot vandaag verwoord.


 

De werk’lijkheid van God breekt
in ons leven in als ruimte, perspectief,
geeft alles nieuwe zin.

 

Waar leven triomfeert, het dode
overwint, daar bloeit de wereld op
 en
heel de schepping zingt.



Waar Pasen wordt gevierd is dood voorbijgegaan,
daar wortelt weer de hoop in ’t menselijk bestaan.

 

Gedicht: 
Ze zeggen dat het niet waar is’  van Geert Boogaard



Ze zeggen dat het niet waar is,

dat de doden op zullen staan.

 

Als er één ding is, dat mij klaar is,

 is het dit: dat de doden vergaan.



Ik zag met mijn eigen ogen,

dat de doden echt doden zijn,

maar een engel kwam uit den hoge;

hij zei niet: dit is slechts schijn,



maar dicht bij het graf gezeten

van Jezus van Nazareth,



liet hij drie vrouwen weten

dat de dode was opgewekt.



Hoewel ik het niet kon geloven,

heb ik dat toch gedaan,



want God laat er oren van doven

genadig van opengaan.

 

 

Samenzang
: U zij de glorie

U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu
en immermeer.

Uit een blinkend stromen daald’ een engel af, heeft de steen genomen van ‘t
verwonnen graf. 

U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer.



Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer! Hij brengt al
de zijnen in zijn armen weer.

Weest dan volk des Heren, blijd’ en welgezind en zegt telkenkere:
“Christus overwint!”

U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer.



Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen, die mij vrede
geeft.

In Zijn Godd’lijk Wezen is mijn glorie groot,

niets heb ik te vrezen in leven en dood.

U zij de glorie, opgestane Heer!

U zij de victorie, nu en immermeer.



Gods gemeente –  gaat waar geen wegen gaan… of toch?!



Lieve mensen van God…



We zijn met Maria Magdalena aangekomen in de tuin…

Wat ze daar doet? Ze zoekt eieren…  

Nee, niet als een vrolijk kinderspel,

maar ze is op zoek naar iets dat hard is, iets dat potdicht zit

en dat dood is.

Een keihard rotsgraf, met een grote steen ervoor,

waarin haar dode vriend begraven ligt…



En wat ziet ze?

Een rotsgraf – dat wel, maar de steen is weg en haar dode vriend is er ook
niet.

Het gebeurt ook nu wel eens dat graven op een begraafplaats worden beklad of
beschadigd,

maar ze openmaken  en leeghalen… Dit is
een afschuwelijke vorm van grafschennis…

Ze heeft ook al zoveel afschuwelijks meegemaakt de afgelopen dagen,

dat ze dit tafereel ook alleen maar zo kan interpreteren.



Maria Magdalena ziet er niet dat ei in, dat weliswaar dood lijkt,

maar dat in de afgelopen nacht is gebarsten van het leven

dat daarin ter ruste was gelegd. 

Die kwaliteit van leven opsluiten achter een grote steen?

Vergeet dat maar!

Nee, het is ongelooflijk.

Dit is niet de tuin van gevangen zitten… dit is de tuin van bevrijding!

Nee, het is ongelooflijk.

Dit is niet de tuin van de dood, dit is de tuin van het leven



Weet je, je kwam hier omdat je zo ongelooflijk veel houdt van je dode vriend.

Hij is opgestaan uit de dood, omdat hij ng ongelooflijk veel meer houdt van
jou!

Maria, dit is de tuin van de liefde.



Wie zegt dat allemaal tegen haar?

Nog steeds ziet ze alleen de dood. Zou de tuinman…

Als u hem weggelegd… zeg me dan waar, alstublief?



Maria ziet het ei nog steeds niet…

en dan… dan zegt degene die bij haar staat:

MARIA!

en dan barst ook voor haar, het ei …

Rabboenie….



Ze herkent hem, als hij haar naam noemt…

Ze herkent hem, als ze bij haar naam geroepen wordt…

Daar in de tuin van bevrijding, worden haar ogen bevrijd … de schellen vallen.



Daar in de tuin van de liefde, pakt ze hem vast…

Nee niet doen… Je mag dit niet voor jezelf houden,

je mag het verhaal uitdragen,

eerst bij de vrienden en uiteindelijk tot aan de einden der aarde.

Maria Magdalena staat voor de gemeente…

de gemeente, die aan het werk moet, want de hele aarde

mag worden: tuin van bevrijding, tuin van liefde, tuin van leven.



Daartoe zullen nog vele hobbels overwonnen moeten worden

sterker nog, we zullen gaan waar geen wegen gaan…

Maar, sinds Maria, daar in dit tuin

dat gebarsten ei in het oog kreeg

dromen mensen

ongekende dromen,

want niets is onmogelijk.



Wij dromen van een wereld wijd en zijd,

waar kinderen weer onbeschadigd
spelen,

waar zachtheid zich om ons heeft
uitgebreid,

waar God een lied is in de mond van
velen.

 

Laten we samen zingen………….





Samenzang
: ‘Wij dromen van een wereld wijd en zijd’

Tekst Alfred C. Bronswijk, melodie
Liedboek voor de kerken Gezang 487.

Wij dromen van een wereld wijd en
zijd,

waar kinderen weer onbeschadigd
spelen,

waar zachtheid zich om ons heeft
uitgebreid,

waar God een lied is in de mond van
velen.

Christus, kom, wij staan voor U
bereid,

wil met uw licht de zware aarde helen.

 

Wij lopen op het ongewisse pad

van menselijke kwetsbaarheid en
zorgen.

Wij zijn op zoek naar muren van een
stad,

naar handen waarin leven is geborgen.

Christus, wees de kracht die ons
bevat,

wil met uw licht ons leiden naar uw
morgen.

 

U kent de leegte van de woestenij,

doorstond de hitte van de wrede dagen.

Want in U wordt het paradijs nabij,

groeit antwoord uit het zaad van vele
vragen.

Christus, kom en wijk niet van mijn
zij,

wil met uw licht ons naar uw toekomst
dragen.



Gebed



 

 

 

Lieve God,

Dank u wel, dat u ons de verhalen hebt
gegeven

verhalen die ons vertellen dat niets is wat het lijkt,

dat alles kan…

het bevrijden van slaven – zoals bij Mozes

gelijkheid van rassen – zoals bij Martin Luther King

lopen over water – zoals Petrus

opstaan uit de dood – zoals Jezus



Geef dat die verhalen ons blijvend inspireren

om ook zelf te gaan waar geen wegen gaan…

om ook zelf die dingen te doen,

die gedaan moeten worden

opdat uw aarde een tuin

van liefde wordt.



Op deze paasdag doen we voorbede voor mensen

die juist door de verhalen geconfronteerd

worden met gewelddaden

in hun eigen leven.



Vader Vaatstra …

en de vrouw van Jasper  

de kinderen en de kleinkinderen uit beide families,

die verder moeten.



Geef dat ook daar wegen worden gevonden

die op het eerste gezicht onbegaanbaar zijn.

We bidden voor de kerkgemeentes waarin

beide families proberen in het reine

te komen met zichzelf en met u.

Ook zij moeten gaan, waar

geen wegen gaan.



We bidden vanmorgen voor onze gemeente

dat we een bijdrage mogen leveren aan

de kwaliteit van het bestaan in Andijk

en Wervershoof.



We doen voorbede voor alle mensen

die vandaag moeten werken…

op festivals en in voetbalstadions

in ziekenhuizen en gevangenissen.



Voor de zieken en voor hen die in spanning leven

Voor de mensen met een beperking

en voor hen die heel hard werken

om de beschadiging van hun lijf

te boven te komen.



Voor de mensen in Syrie bidden wij

en voor al degenen die daar een helpende hand uitsteken.

voor de families die hun kinderen onder invloed zien komen van extremisten,

met alle desastreuze gevolgen van dien, in de eerste plaats voor die kinderen
zelf.



We bidden voor de ouders van Junuz,

die gemanipuleerd worden door leiders met hoogmoedswaan

voor de pleegouders van Junuz

die moeten gaan waar geen wegen gaan

ten behoeve van hun pleegkind.

Heer er is zoveel…

Onze vader.



Inzameling van de gaven…

 

Slotlied Tussentijds 175: 1,2

Zolang wij ademhalen schept Gij in ons
de kracht

om zingend te vertalen waartoe wij
zijn gedacht:

Elkaar zijn wij gegeven tot kleur en
samenklank.

De lofzang om het leven geeft stem aan
onze dank.

 

Al is mijn stem gebroken, mijn adem
zonder kracht,

het lied op and’re lippen draagt mij
dan door de nacht.

Door ademnood bevangen of in verdriet verstild:

Het lied van Uw verlangen heeft mij
aan ’t licht getild.

 

Afsluiting

Wij zijn in de tuin van Pasen geweest.
Wij zullen er terugkeren, ooit, toch.

 En laten we nooit vergeten dat de
Levende met ons gaat.

‘Kome
wat komen moet, maar laat het om jou zijn

dat
wij het uithouden en niet om niemand.’ (Huub
Oosterhuis)



Zegen:

De Heer zegene ons en Hij behoede ons

De Heer doe zijn aanschijn over ons lichten en zij ons genadig

De Heer verheffe zijn aangezicht over ons en geve ons vrede

Gez. 456:3