In de synagoge van Nazareth

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, 
Lieve mensen van God.



Het is de oplettende toehoorder vast niet niet ontgaan.
In het verhaal over Jezus in de synagoge van Nazareth
kreeg hij de boekrol aangereikt van Jesaja en hij kiest daaruit
hoofdstuk 61:1-9.  Dat is precies het gedeelte dat we hebben gelezen.
Dat kan geen toeval zijn…

U moet zich voorstellen dat er in die tijd nogal wat rondtrekkende bijbel
geleerden waren, die op de op de sabbat in een synagoge de oude verhalen kwamen
uitleggen.Gastpredikanten avant la lettre.

Zo’n leraar las dan een gedeelte voor en interpreteerde die oude woorden met
het oog op de actualiteit.
De profeten zelf actualiseerden de Thora voor hun tijd – [Jesaja leefde rond 600
voor Christus.]  De leraren van de eerste eeuw van onze jaartelling actualiseerden die profetenwoorden weer voor hun omstandigheden… en vandaag de dag doen pastores dat weer voor mensen van de 21-ste eeuw.

 

Ik weet dat er mensen onder u zijn, die houden van een korte preek.
Die waren misschien wel jaloers op de mensen in de synagoge van Nazareth.
De uitleg van Jezus was namelijk – zo lijkt het – heel erg kort.
Het lijkt een preek van één zin: Vandaag hebben jullie deze schrifttekst
in vervulling horen gaan.

Nou, dat is lekker kort.  In het Grieks staat er echter, dat Hij zo begon… 

Dat maakt ons nieuwsgierig naar het vervolg,
maar voor een goed begrip moeten we even terugkijken.
Jezus staat nog aan het begin van zijn openbare optreden.
Hij is eerst kopje onder gegaan in de Jordaan
en heeft vervolgens veertig dagen in de woestijn doorgebracht.

Daar heeft hij de voors en tegens afgewogen
van de taak die God voor hem in gedachten heeft.
Daar – in de afzondering, in die oorverdovende stilte –
neemt hij de beslissing, die zijn hele leven zal bepalen.

Zulke ingrijpende beslissingen vallen in de woestijn.
Denk maar aan Mozes, de  vluchteling,
die bij de brandende braambos de opdracht van zijn leven krijgt
of aan Elia die het helemaal niet meer ziet zitten na dat akkefietje met de
Baälspriesters.

Zowel van Mozes als Elia als van Jezus wordt verteld
dat ze gesterkt terug komen uit de woestijn.
Na zo’n woestijnervaring – en dat zijn niet de prettigste momenten in je leven –
weet je weer hoe het verder moet.

Er is weer perspectief… Je hebt je keuzes gemaakt,
je weet wat je te doen staat.

Jezus gaat onderricht geven in de synagogen.
Het uitleggen van Gods woorden, dat ziet hij als zijn eerste taak.
Hij wordt als schriftuitlegger door iedereen geprezen… 
De manier waarop Hij de oude verhalen benadert en uitlegt,
spreekt zijn tijdgenoten aan. 

Hoe hij dat in andere synagogen doet, weten we niet,
maar in Nazareth gebeurt iets interessants…

Jezus komt thuis.
Hij is vandaag te midden van vrienden en oude bekenden,
daar in die synagoge waar hij is opgegroeid.
Hier voelt het vertrouwd.
Hier durft hij het wel aan om in alle openheid te vertellen,
welk besluit hij in die woestijn heeft genomen.
Jezus krijgt de boekrol van Jesaja aangereikt.
Hij kiest voor het begin van Jesaja 61:

De geest van God, de HEER, rust op mij,
want de HEER heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden,
om aan verslagen harten hoop te bieden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan geketende mensen hun bevrijding.

En Hij begint zijn uitleg met:
“Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.”

Met andere woorden:
Jezus herinnert zich zijn doop en zegt:
de geest des Heren rust op mij…
Hij weet zich Gods gezalfde; zijn opdracht is:
leven als Messias, als gezalfde.
En dat houdt in: de armen goed nieuws brengen.
Hoop geven aan verslagen harten;
bevrijding verkondigen aan mensen
die op de een of andere manier vast zitten.

Hij vertelt vandaag in Nazareth
in een kring van vrienden en bekenden
dat hij bereid is die opdracht op zich te nemen.
Hier is niet iemand aan het woord,
die triomfantelijk vertelt dat hij de Messias is…
Nee, Jezus vertelt aan mensen die hem kennen,
althans dat mag hij verwachten,
dat Gods bevrijdend handelen,
doorgaat tot op die bewuste sabbat daar in Nazareth…
“Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.””

En zo horen ook wij vandaag dat Gods bevrijdend handelen
doorgaat tot op 27 januari 2013 en alle dagen die komen…. 

De mensen in Nazareth, mar ook wij hier in Andijk,
kennen de oude verhalen over het bevrijdend handelen van de Heer.
Het boek Exodus bijvoorbeeld, vertelt over de uittocht uit Egypte.
We lezen in exodus dat Israël zijn taak als volk van God aanvaardt
bij de wetgeving op de Sinaï.

Wat die taak inhoudt wordt duidelijk in die Tien Geboden,
die je eigenlijk beter 10 tips kunt noemen.
10 Tips om vrij te zijn en vrij te blijven.
God zegt bij de wetgeving tegen zijn volk..
Je bent nu vrij en als je vrij wilt blijven,
dien dan geen andere goden,
maak geen gesneden beelden,
eer je vader en je moeder,
moord niet en
wees niet jaloers… enfin,
u kent ze natuurlijk alle tien en anders hangen ze daar aan de muur.

Het geschenk van de vrijheid is ook een opdracht.
Een opdracht die zin geeft aan je leven.
Die opdracht luidt: Je bent vrij, blijf vrij!
Jij bent vrij, je mag al je talenten tot bloei brengen.
Jij bent vrij en daarom zul je er voor zorgen dat ook de mogelijkheden van
anderen tot bloei kunnen komen.

Jesaja actualiseert Thora. Jezus actualiseert Jesaja.
Achter de woorden van de profeet steekt die opdracht:
wees zo vrij anderen te bevrijden.

En met betrekking tot die opdracht,zegt Jezus in Nazareth:
Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’

Jezus neemt de taak op zich om een genadejaar van de HEER uit te
roepen.
Jezus doelt daarbij op een jubeljaar.
Onder degenen die het zich permitteren kunnen
is het tegenwoordig in om een sabbatical te nemen.
Die term is ontleend aan de bijbel.
Daar heet het een sabbatsjaar.

In Leviticus krijgt Israël de opdracht eens in 7 jaar
de akker braak te laten liggen en de bodem rust te gunnen.
In het 50-ste jaar, dus na 7×7 jaar, worden zelfs alle slaven vrijgelaten
en alle schulden kwijtgescholden.
Ik heb wel eens begrepen dat het er nooit van gekomen is…
maar dat neemt niet weg dat als Jezus een genadejaar of een jubeljaar aankondigt,
er sprake is bevrijding en vergeving.

Hij zegt dus eigenlijk tegen de mensen in Nazareth:
Ik ben zo vrij… om als een knecht van de Heer,
de opdracht op me te nemen anderen te bevrijden.
Bevrijde mensen werken aan de vrijheid van anderen.
Wie echt vrij is, gunt ook anderen die vrijheid.  
Tegen die missie zegt Jezus – hier in zijn thuis-synagoge – volmondig: JA. 

Voor de mensen in Nazareth is het hemd nader dan de rok, voor Jezus Messias
zijn alle mensen gelijk. Kreten als “eigen volk eerst”, zijn Hem vreemd.
“Nazareth voor de Nazareners,” Hij moet er niets van hebben –
De aarde is van God!  Over die
weerstanden, gaat het pas volgende week.
Vandaag gaat het om Gods bevrijding.
Psalm 145 beschrijft allerlei aspecten van die bevrijding…
God steunt hen die gevallen zijn en richt gebogenen weer op.

De Eeuwige bevrijdt je van de schuldgevoelens, waaronder je gebukt gaat.   
Er is niet op tegen dat je je afvraagt of je dingen wel goed hebt gedaan,
maar lopen tobben over je schuld, heeft geen zin. Al voor je erover nadacht,
was het je vergeven. Je bent bevrijd om bevrijdend bezig te kunnen zijn met anderen.

In de gemeente mogen we elkaar de hand reiken als er iemand valt…
We mogen elkaar een arm geven als we krom lopen onder de lasten
die we moeten dragen… Zo wordt je als mens een instrument
in de handen van die bevrijdende God.

God doet recht aan de verdrukten.
Die zijn er ook in ons land, echt waar!  
Menig predikant kan je vertellen over mensen
die ooit domme dingen hebben gedaan,
en daarvoor hun straf hebben uitgezeten,
maar die niettemin onder een schuilnaam verder moeten leven,
omdat ze anders helemaal geen leven hebben.

Die mensen gaan een leven lang gebukt
onder de wraakgevoelens van een samenleving,
waarin angst nog de enige  – maar spreekwoordelijk slechte –
raadgever blijkt te zijn. 

Die mensen onder druk gaan terneergeslagen door het leven.
niet omdat zij slachtoffer zijn, maar omdat hen onrecht wordt aangedaan.
Soms kun je, namens die bevrijdende God,
een hand uitsteken en ze weereven op hun benen zetten.
Tot ze weer vallen. En dan, dan huilt de hemel. 
Het doet God zo’n pijn als er onrecht geschiedt.

Jesaja zegt: er komt een  dag van wraak voor onze God,
om allen die treuren te troosten, 
om aan Sions treurenden te schenken
een kroon op hun hoofd in plaats van stof,
vreugdeolie in plaats van een rouwgewaad,
feestkledij in plaats van verslagenheid.

Dat woordje wraak, ligt bij ons niet zo lekker…
Ik heb voor mezelf vervangen door: revanche.
God neemt revanche op degenen die onrecht plegen.
God zet de plegers van dat onrecht in hun hemd…
en dat gebeurt niet door een bovennatuurlijk ingrijpen
maar door een troostrijk woord van een medemens
door een helpende hand, uitgestoken door een solidaire gemeente.

De treurenden te troosten… door er gewoon te zijn!
Er komt een dag dat het stof op je hoofd (teken van ontreddering)
wordt vervangen door een kroon (teken van je waardigheid)
Door gewoon uit te spreken wat jij waardeert in de ander,
kun je die ander een oppepper geven,
die veel groter is dan je ooit had gedacht.
Er komt een dag dat wordt je gezalfd met vreugdeolie
en dan leg je je rouwgewaad af.
Dan straalt je kledij feestelijkheid uit in plaats van verslagenheid.

God bevrijdt jou en mij, door mensenhanden die zijn woorden DOEN,
uit benarde situaties… Situaties waarin mogelijkheden zijn afgesneden…
Situaties waarin de energie en de liefde en de creativiteit
van mensen niet ten volle gebruikt kunnen worden…

Door zich te laten inschakelen bij Gods bevrijdend handelen
worden zowel de bevrijders als de bevrijden – meer mens naar Gods beeld.
Als je iemand die in een wak ligt, een hand toesteekt 
wordt hij, maar ook jij meer mens zoals God mensen bedoelt.  

Bevrijdend handelen kan heel veel vormen aannemen…
Het kan zelfs de vorm aannemen van “vragen om hulp,”
want je kunt net zo goed gevangen zitten in je trots als in je zelfmedelijden;
je kunt net zo goed gevangen zitten in je sportschoenen als in je rolstoel.
Het zal erop aan komen onze ogen en oren open te houden.
Degenen die –hoe dan ook – gevangen zitten te ontdekken…
Het zal erop aan komen om zo vrij zijn “Help” te roepen,
als je zelf eens klem zit. Doen hoor! 

Jezus aanvaardt vandaag in Nazareth die manier van leven als zijn opdracht.
Hij leest zijn leermeester, Jesaja, en actualiseert de boodschap in woord en
daad. Wij mogen vandaag in Andijk en Wervershoof, 
die manier van leven aanvaarden als volgelingen van Jezus Messias. 
Dat het zo mag zijn. AMEN