De verzoeking in de woestijn Lucas 4

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God.


De veertigdagentijd is aangebroken.
Dat was, om precies te zijn, afgelopen woensdag: Aswoensdag. 
Tijdens de vesper lieten mensen zich betekenen met een askruisje.
Ze  willen zich in de 40 dagen bezinnen op zaken die in hun leven belangrijk zijn.  


Als goede protestanten, of misschien moet je zeggen: als echte West-Friezen,
laten we ons niet opleggen welke zaken dat zijn.
Wat belangrijk is in ons leven, dat maken we zelf wel uit.  

De een gaat zich bezinnen op de vraag of hij niet wat meer tijd en aandacht aan zijn gezin zou moeten besteden, i.p.v. zich suf te vergaderen in allerlei besturen.
“Ik zie mijn kinderen te weinig… en dat vind ik zo zonde!”

Iemand anders bezint zich op zijn levensstijl. Is die wel gezond?
Ze weet zelf het antwoord wel, maar het blijkt moeilijk om leefpatronen te veranderen.
Maar dat moet wel, vindt ze, want haar moeder is niet oud geworden.
Die heeft haar kleinkinderen niet zien opgroeien.  Stel je voor dat ik….
Dat zou toch zonde zijn.

Zomaar twee heel praktische voorbeeldjes.  Twee dingen anders kunnen en anders moeten in een mensenleven, omdat het zonde zou zijn zo door te gaan.

Het woord “zonde” is inmiddels een paar keer gevallen.
Zonde is geen populair begrip in een gemeente als de onze. 
“Zonde” en “schuld” zijn voor velen van ons woorden van vroeger.  
Woorden waarmee –  ook nu nog wel – mensen klein werden gehouden. 

Wie zonden beging, stond schuldig tegenover de Heer, en moest vrezen voor Gods
oordeel en dat was  – zo wist men te vertellen – dan meestal niet mals.

Je hoefde niet te wachten op dat oordeel tot je voor de hemelse rechterstoel
moest verschijnen. Dat oordeel werd hier al over je uitgesproken, door mensen,
die meenden zelf plaats te mogen nemen op de rechterstoel.  Het waren dominees en ouderlingen, die meenden medemensen te mogen en te moeten, kleineren. Gods barmhartigheid kwam in het theologisch woordenboek niet voor.
Dat willen we niet.  Zo geloven we niet.En zo oordelen doen we ook niet.
Menigeen heeft afgerekend met dat akelige zondebesef. 
Weg met die pijnlijke schuldgevoelens.
Het is met schuld en zonde net als met lichamelijke pijn.
We willen het niet… we zullen het met alle middelen bestrijden.
Ons levensgevoel vertelt ons dat pijn, schuldgevoel, zondebesef …
onze kwaliteit van leven aantasten en dus moeten worden uitgebannen.

Maar pijn heeft ook een signaalfunctie.
Pijn vertelt je dat er iets mis is met je lijf of je leden…
Daar moet je iets aan doen… of laten doen door de dokter.
Dat is lastig, want onderzoeken, behandelingen en revalidatie kunnen pijnlijk
zijn; maar je kunt er niet omheen… je moet er doorheen!

Zo is het ook met zondebesef en schuldgevoel.
Als die zich voordoen, dan is er iets mis met je.
Met je ziel, met je wezen, met wie je ten diepste bent.
Zondebesef en schuldgevoel geven aan dat er iets loos is
met de kwaliteit van je leven.

Dat zondebesef vertelt:
Je maakt niet meer ten volle gebruik van de mogelijkheden,
die God mensen beschikbaar stelt.   
Schuldgevoel vertelt ons: Je zou het beter anders kunnen doen!
Maar we doen het niet. We vergeten te veranderen.
We verzuimen ons te bekeren.
En dat is niet omdat we het niet weten.
Nee, we vergeten en verzuimen tegen beter weten in.
We doen het verkeerde  en we laten achterwege,
wat de kwaliteit van ons bestaan zou kunnen verhogen.

Dat is gek, maar zo gaat het wel. Ik geef u nog een voorbeeld…
Een paar weken geleden. Een gesprek tussen een jeugdleider
en een meisje van een jaar of veertien, vijftien.
Het ging over het gebruik van alcohol.
Zij vertelde dat ze af en toe wel eens een glas wijn drinkt.
Ze vindt dat ze dat moet leren drinken.
De vrijwilliger vertelde dat elk glas wijn haar een flink aantal hersencellen
kost. “Ja, dat weet ik”, zei ze.
“Maar dan is het toch niet verstandig om dat spul te leren drinken.”
Natuurlijk had die man volkomen gelijk, maar de jongere deed het af met:
Ja, dat is uw mening – ik denk daar anders over.”

“Het “waarom van haar standpunt” heeft ze die avond niet uitgesproken.
Ze heeft niet gezegd, dat ze er niet aan moet denken om in haar vriendinnenkring 
een buitenbeentje te worden.  
Stel je voor zeg, alle meiden aan de wijn en jij drinkt cassis! Dat kan toch helemaal niet! Het is doodzonde van die hersencellen, maar buiten de groep vallen is vele malen erger…en het gekke is, dat vinden de meeste volwassenen ook,

We stappen van het voorbeeld af,
want het is te makkelijk om het over tieners te hebben
We vragen ons als volwassen mensen af of bekering
niet de moeite waard zou kunnen zijn.
Zou het niet goed zijn om ons te bezinnen op de dingen,
waardoor we ons schuldig voelen.
Zou dat niet kunnen leiden tot veertig dagen voorjaarsschoonmaak…
in ons leven? Of valt er bij u helemaal niets op te ruimen.


Ik vertelde het verhaal van de verzoeking in de woestijn onder de titel:
Lekker makkelijk, toch?
Jezus wordt tot drie keer toe in de verleiding gebracht om op een “lekker
makkelijke manier”zijn leiderschap veilig te stellen.

Drie keer komt Jezus in de verleiding om zijn Messiasschap te vestigen
door mensen te behandelen als onderdanen;
Het verhaal schetst de mensheid als een manipuleerbare massa;
als een kudde die je kunt drijven naar de plek waar JIJ ze hebben wilt.

De gedachte komt op dat Hij de kwaliteit van het menselijk bestaan in een klap een heel stuk zou kunnen verbeteren door van stenen brood te maken!  

Maak het de mensen gemakkelijk. Geef ze brood en ze zullen naar  je luisteren.
Geef ze te eten en ze doen wat jij wil.
En het gekke is, dat lijkt nog waar ook! Het klinkt goed!  
Het is makkelijk zat!

Een populistisch politicus, die handig gebruik inspeelt op de gevoelens van
mensen, zou vast op die suggestie ingaan. Honger is immers pijnlijk…
Als je zo iets naars als bij toverslag kunt wegwerken, dan ben je popi jopi!

Maar Jezus behoort niet tot de popi jopies van deze wereld.
Jezus kiest niet voor de weg van de minste weerstand…
Jezus is niet van: lekker makkelijk, toch.
Jezus gaat niet domweg achter het eerste en beste gevoel aan.
maar bezint zich op een dergelijke verleidelijke suggestie.
Jezus voelt vast de verleiding, maar denkt daarna…
Jezus rent niet achter zijn gevoelens aan; Hij gebruikt zijn verstand.

Om je te kunnen bezinnen, heb je een referentiekader nodig. 

Een soort beginselprogramma waaraan je zo’n voorstel toetsen kunt.
Jezus legt het voorstel langs de meetlat van Thora –
samengevat in de TIEN WOORDEN.

Jezus toetst de gedachte die bij hem opkomt,
aan kernwaarden die ons in de Bijbel worden aangereikt.
Hij citeert de Schrift: “De mens zal bij brood alleen… niet leven.”

De kwaliteit van leven die God voor mensen in petto heeft,
omvat veel meer dan: je hand ophouden voor gratis brood!  
De kwaliteit van leven die we eeuwig noemen,
hangt samen met menselijke waardigheid.

Een paar jaar geleden ontmoette ik in Burundi een moeder,
die haar kind kwam aanmelden bij een school.
Op mijn vraag waarom ze het zo belangrijk vindt
dat haar kinderen naar school gaan, zei ze:
Als je kunt lezen en schrijven krijg je de regie over je leven…
en dat is een voorwaarde voor menselijke waardigheid.

Zelf verantwoordelijkheid nemen voor je bestaan.
Zelf zinvol bezig zijn in de samenleving –
en die kwaliteit bewaken door je telkens weer
te bezinnen op de keuzes die je maakt.  
Dat zou voor een Christen kunnen betekenen:
Je keuzes mede laten bepalen door ze te leggen
langs de meetlat van Thora en evangelie.

Die eerste verleiding gaat lijnrecht in tegen het eerste van die Tien Woorden:
Ik ben de Heer je God die je uit het diensthuis geleid heeft.

Als die God jouw God is, dan laat jij je niet weer tot slaaf maken,
omwille van een stuk brood.  Dat kan natuurlijk niet.

Nou ja… het kàn wel, want het gebeurt dagelijks.
Mensen leveren hun waardigheid als vrije mensen uit aan allerlei verslavingen:
alcohol, drugs, gokken… maar wat te denken van de roddelpers, omdat we nu eenmaal roddels willen lezen? Wat te denken van de seksindustrie, omdat mensen zich overgeven aan onderbuikgevoelens, zonder zich te bezinnen op wat dat betekent
voor de waardigheid van henzelf en die van de medemensen, die daar werken.

En de bijbel kent zijn pappenheimers, hoor.
Ook bij het bevrijde godsvolk zijn er volop mensen die kiezen voor de vleespotten van het slavenland, tegenover het vrijheidsbrood in de woestijn.
Liever slaaf van de Farao, dan door de woestijn trekken,
waar je mag leren wat “echte vrijheid” betekent. 

Wij staan aan het begin van zo’n woestijnperiode;  een tijd van bezinning. 
Het wordt een periode waarin we schuldgevoelens en zondebesef,
zaken die we vaak zo diep wegstoppen, mogen toelaten in ons leven.

We doen dat niet om te wentelen in zelfbeklag, zoals je dat in bevindelijke
kring wel tegenkomt, met alle hel- en verdoemenis die daar dan bij schijnt te
horen.  
We gaan die schuldgevoelens en dat zondebesef ook niet negeren. Er zijn
christenen die geloven dat ze ook zonder zo’n woestijnreis het beloofde land wel kunnen binnengaan, omdat Jezus die weg voor hen is gegaan. Dat is de wijdverbreide opvatting, die wordt samengevat in de zin: Christus heeft het voor ons gedaan!


Er zijn ook christenen, die schuldgevoel en zondebesef toelaten vanwege die signaalfunctie. Ze geven je een seintje, als je je menselijke dreigt te verliezen, door de weg van minste weerstand te kiezen.   
De Heer ziet ons als “Schepper naast God.” 
De menselijke waardigheid zit o.a. in creativiteit. Maar van die creatieve waardigheid blijft weinig over, als wij – bijvoorbeeld – in onze gebeden de Heer degraderen tot een soort tovenaar, die het onrecht in deze wereld zelf maar moet oplossen.

God heeft ons de mogelijkheid geschonken om onrecht te bestrijden;
God heeft ons de creativiteit gegeven tot het uitbannen van honger
en armoe;
God heeft ons het vermogen geschonken om mensen te bevrijden van
verslaving en mensenhandel.  In die mogelijkheden ligt onze waardigheid.

Dat wil niet zeggen dat het eenvoudig is, in tegendeel! Op die weg kom je
allerlei mislukkingen en teleurstellingen tegen. Op die weg ontmoet je
tegenstand, er zijn nu eenmaal machten die belang hebben bij onrecht. Mensen
die zwichten voor de verzoekingen in de woestijn.

Je leven krijgt iets van een lijdensweg, maar dank zij het verhaal van Jezus
Messias weten we, dat juist die weg leidt naar de vreugde van Paasmorgen. We
mogen weten dat we zelf die weg kunnen, willen en durven gaan en dat die ons
brengt bij het toppunt van menselijke waardigheid: Eeuwigheidsleven! 
Die opvatting kun je samenvatten met: Christus heeft het ons vòòrgedaan! 

Schuldgevoel en zondebesef geven ons een seintje
als we weer eens op het punt staan onze van God gegeven vrijheid in te leveren,
door een knieval maken voor de machten van deze wereld.
Als Jezus die verleiding voelt opkomen,  is dat voor Hem een signaal om het voorstel
langs de meetlat van de Schriften te leggen. Gij zult geen andere goden dienen!

Schuldgevoel en zondebesef  geven ons een seintje als we onze menselijke waardigheid weer eens te grabbel gooien door ons beter, groter, mooier, belangrijker voor te doen dan we zijn. Die neiging ligt altijd op de loer,
maar wij mensen zijn niet rechtstreeks uit de hemel neergedaald.
Wij horen met elke vezel van ons bestaan bij de aarde,
die prachtplaneet waar normaal gesproken alles wordt geboren,
opgroeit, oud wordt en weer sterft… We horen bij de aarde,
waar alles vergankelijk is… ook wij; tenzij…

Tenzij
we ons doen en laten, onze gevoelens en ons denken,toetsen aan de Schriften en kijken of het niet anders moet, hoe het anders kan.

Langs die spirituele weg is er een onvergetelijke kwaliteit van leven voor ons
weggelegd: de kwaliteit die we eeuwig noemen. Dat toetsen aan de Schriften,
kun je alleen doen als je de Bijbel ook leest.
Misschien ligt ook daar een invulling voor deze periode van bezinning.
In ons projectboekje is een leesrooster opgenomen.
Daarin staan voor de komende weken de Bijbelgedeelten,
die op de daaropvolgende zondag aan de orde komen.
Thuis – een beetje gestructureerd naar de zondag toe lezen –
is echt zo gek niet hoor; en er staat nergens in de Thora
dat het persé bij de maaltijd moet, met je puberkinderen erbij.


Lieve mensen, ik heb afgelopen woensdagavond een askruisje gekregen.
Gert-jan sprak daarbij de woorden:
Moge deze as voor jou teken zijn van hoop en geloof, van omkeer en nieuw begin.

Met een kleine variatie op die wens voor u allen sluit ik af:
Mogen deze 40 dagen voor ons allen een teken zijn van hoop en geloof,
van omkeer en nieuw begin.

Dat het zo mag zijn – Amen.