De verheerlijking op de berg

Gemeente van onze Heer Jezus Christus – Lieve mensen van God.

Wie de verhalen van de eerste en de tweede zondag
in de veertig dagen naast elkaar legt, ziet twee totaal
verschillende kanten van de spiritualiteit,
die ons in deze bezinningstijd ten deel valt. 

Vorige week klonk het verhaal over de verzoeking in de woestijn
en vandaag de verheerlijking op de berg.

Wie zich in deze periode bezint op het leven met God,zle die dubbelheid wel herkennen. Telkens weer bekruipt je het gevoel dat je in de woestijn vertoeft
door de verleiding om wat je je had voorgenomen weer te laten varen…
Maar er zijn ook momenten die je als hoogtepunten ervaart.   
Je loopt je te stralen omdat het je… soms even… lukt,
je eigen gedrag echt in de greep te krijgen.

Op aswoensdag is in Andijk de gemeente in een vesper bijeen.
Een aantal mensen wil de traditie om 40 dagen vastend naar Pasen toe te leven,
opnieuw vorm geven. Als echte protestanten laten ze zich natuurlijk niet
voorschrijven, hoe ze dat moeten doen. Bovendien, als iets moet,
gooit een West-Fries zijn kont tegen de krib.
Maar er moet niets, iedereen kiest zijn of haar eigen weg.

De één wil het Bourgondische karakter van zijn levensstijl wat inperken.
Zo’n echte vergadertijger wil meer tijd aan vrouw en kinderen besteden.
Een jongere probeert de “social media” een zondanige plaats te geven,
dat zij in gezelschap niet langer asociaal overkomt.
Weer een ander pakt, via ons projectboekje, de traditie van het dagelijks
Bijbellezen weer op.

Mensen werken aan kwaliteit vanleven.
Daar gaat het om in deze 40 dagen.
Die Bourgondiër ontdekt dat zijn lijf positief reageert op de afwezigheid van wijn en chips.
De rasbestuurder ervaart hoe belangrijk hij thuis is.
De jongere ontdekt hoe interessant lessen zijn, als je 25 whatsapp’s
en sms-jes per lesuur achterwege laat.  

En de Bijbellezer? Ach, die begrijpt de woorden van Petrus wel…
Die Bijbellezen zou zelf ook wel een tentje willen bouwen en de hoogtepunten
van zijn leven willen vasthouden.

Wat Petrus hier boven op die berg beleeft, is zo groots, zo geweldig mooi…

Eindelijk ziet hij Jezus zoals hij hem graag ziet. Dat is nog eens wat anders
dan dat onzalige plan om naar Jeruzalem te gaan. Dat idee bevalt hem helemaal
niet! En dan die uitspraken over “overgeleverd worden” en over “lijden en
sterven.” Het past allemaal voor geen centimeter in het plaatje dat Petrus zich
heeft gevormd van de Messias. Nee, dan dit hier… Dit is een topper! Dit moet
blijven!
Jezus in stralend hemels licht! Eindelijk een Messias die je zou kunnen
vereren! Een goddelijke Jezus, die je de hemel in kunt loven en prijzen.

Jezus is echter in gesprek met Mozes en Elia. En waarover spraken zij?
Zijn spraken met elkaar over de Exodus die hij in Jeruzalem gaat volbrengen.
Dit haast hemelse tafereel, daar boven op die berg, is gericht op wat komen gaat: PASEN. Maar de weg naar Pasen zal geen gemakkelijke weg blijken te zijn. De verheerlijking op de berg is een moment van bemoediging voor de menselijke Jezus, die zijn exodus – zijn uittocht –  gaat volbrengen.

Mozes verschijnt ter bemoediging.
Mozes’ aanwezigheid daar op die berg, herinnert Jezus (en ons als Bijbellezers)
eraan het volk Israël een weg is gegaan vanuit het land van lijden en onrecht,
dwars door het doodswater van de schelfzee, naar woestijnen van vrijheid.
Mozes’ verschijning daar op die berg, herinnert Jezus (en ons als Bijbellezers)
eraan, dat je na die exodus, die vrijheid ook nog moet leren gebruiken. 
40 jaar woestijnervaringen op weg naar een veelbelovend land.
Mozes ziet dat land voor zich vanaf de berg Nebo. Daar, op de berg is hij,

met dat perspectief voor ogen gestorven en door God zelf begraven.

Niemand heeft ooit zijn graf gevonden.

Mozes is, na een uiterst zinvol leven, geborgen bij God.

Elia
verschijnt ter bemoediging.

Elia’s aanwezigheid daar op die berg, herinnert Jezus (en ons als bijbellezers)
eraan dat er momenten kunnen komen, waarop ze het helemaal niet meer ziet
zitten, zoals hijzelf na zijn strijd met de Baälspriesters op de berg Karmel.

Dat lijkt een hoogtepunt in zijn profetencarrière, maar die slachtpartij is hem
niet in zijn kouwe kleren gaan zitten. We treffen hem, direct daarna volkomen
depri aan in de woestijn, waar hij zich lijkt neer te leggen bij de suprematie
van Achab en Izébel. Hij voelt zich de enige dienaar van de Heer.
Geloof kan je immers o zo eenzaam maken.

Elia maakt een reis van 40 dagen door de Sinaïwoestijn.
En daar, op de berg Horeb, ontmoet hij de Heer in het suizen
van een zachte koelte. God, een fris windje in de woestijn.
Na die ontmoeting kan Elia verder en ook zijn graf nergens te vinden.
Een vurige wagen met vurige paarden draagt Gods knecht naar het eeuwig vaderhuis.

Elia is geborgen bij God.

Mozes en Elia, allebei geborgen bij God.
Mozes en Elia twee iconen van de joodse traditie.
Mozes, de profeet en schrijver van Thora.
Elia, de profeet die ooit terug zal keren op aarde.

Mozes en Elia.
Twee hemelse iconen van de Heilige Schrift, zoals Jezus die kent.
Thora en profeten gepersonifieerd in twee gestalten,
die staan in een hemels licht…
In dat perspectief staat de komende exodus van Jezus.    

Twee iconen, op de achtste dag.
Op de achtste dag, maken deze twee mannen in hun blinkend witte kledij,
duidelijk wie Jezus is. Hij behoort tot de kringen van Mozes en Elia,
kijk maar op de icoon op de liturgie.

Het Woord Gods, zichtbaar in die twee lichtende gestalten,
is mens geworden in Jezus van Nazareth.  
Hij is de incarnatie van de weg, die Mozes en Elia zijn gegaan.
De verpersoonlijking van de weg die zij hebben beschreven:
door de dood heen, naar een leven, dat geborgen is bij God.

Hier op de berg komen die twee hem duidelijk maken
dat zijn weg helemaal in lijn is, met de weg die zij gegaan zijn:
door de dood heen, eindigend in geborgenheid bij God.

Betekent dat nu dat de mens Jezus na zijn dood in de hemel komt en dat hij
daarom niet bang hoeft te zijn voor alles wat er nog staat te gebeuren in
Jeruzalem? 

Ik zal het niet tegenspreken, maar er is meer.
De eerste zin van ons verhaal maakt melding van “de achtste dag.”
Deze gebeurtenis is zo bijzonder, dat hij niet past in een gewone week,
want die heeft per slot van rekening maar zeven dagen.

De achtste dag is in de Bijbelse verteltraditie
een dag die boven het gewone uitstijgt…
Un jour extra-ordinaire, een heel bijzondere dag.
Op de achtste dag gaan alle beloften van het veelbelovend land in vervulling.
De achtste, is de dag van de Messias, de dag waarop het koninkrijk waar wordt…

Op de achtste dag staan deze twee iconen van de heilige Schrift, in een hemels
licht, boven op een berg, om ons te vertellen dat de tijd van de langverwachte
Messias  is aangebroken: God ziet naar zijn mensen om! 

In de oosterse orthodoxie noemt men iconen, vensters op de hemel. In hun kerken
bouwen ze hele wanden vol met van die “vensters op de hemel.”
De ikonostase… prachtig om te zien. De heilige liturgie van de oosterse kerk  gunt de gelovigen zo af en toe een glimp van de hemel. 

Wordt ons via dit verhaal wellicht ook zo een blik in de hemel gegund?
Zijn deze iconen van de schrift, twee vensters op de hemel?
Heeft de belofte van die twee bij God geborgen profeten,
betrekking op het hiernamaals?

Het beeld van het venster is mooi, laten we dat maar vasthouden,
maar de blikrichting is omgekeerd: De hemel kijkt naar mensen om.
Het gaat er niet om dat wij een glimp van de hemel opvangen;
De hemel richt zijn blik op de mens… op de ware mens, op de zoon des mensen. De
hemel steekt Jezus een hart onder de riem,
door zijn weg te duiden als de weg van de Schriften,
en nogmaals dan gaat het over de Schriften, die wij aanduiden als: Het Oude Testament. 

De weg die Jezus gaat, is er een van grote kwaliteit …
want het is de weg die Mozes heeft beschreven: door het water; door de woestijn;
en dan de berg waar God je ontmoet en bemoedigt. 

Jezus gaat door het water bij zijn doop in de Jordaan,
Jezus gaat door de woestijn – bij de verzoekingen van vorige week
God is op de berg om hem te ontmoeten…in het verhaal van vandaag.
Na die gang door het water, klinken de woorden:
Deze is mijn geliefde zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem.

Die stem klinkt vandaag opnieuw, vanuit een wolk, horen we:
Deze is mijn geliefde zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem.

Nog een enkel woord over die wolk…
De wolk het symbool van Gods onzichtbare aanwezigheid.  
Weet u nog, in de dagen van Elia was God afwezig in het rijk van koning Achab.
Geen druppel zegen viel er op het land.
Het verdroogde en nam woestijnige proporties aan….
Totdat er boven de zee een wolkje verscheen, ter grootte van eens mans hand.  

Weet u nog in de dagen van Mozes, toen een wolkkolom het volk de weg wees door de woestijn? Toen God in een wolk neerdaalde op de Sinaï terwijl Mozes 40 dagen op de berg verbleef.

Vanuit de wolk, die Mozes en Elia aan het zicht onttrekt, klinkt dus die stem:
Deze is mijn geliefde zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem.

Die woorden zijn gericht tot Petrus, Johannes en Jacobus.
Die woorden zijn gericht tot Jezus’ volgelingen, tot de gemeente, tot u en mij.
De hemel kijkt niet alleen om naar Jezus, maar ook naar die andere drie.
God ziet naar ons om en zendt zijn Messias.

En wij mensen – in dit verhaal vertegenwoordigd door de drie vrienden –
herkennen hem niet. Wij willen een tentje bouwen, de religieuze topervaring van
de achtste dag vast houden… terwijl onze opdracht is gelegen in het gewone
dagelijkse leven, met al zijn kleine vreugden te midden van de grote sores.

Jezus is weer alleen.
De vrienden doen er het zwijgen toe.
Ook Jezus zegt er verder niets over.
Pas als hij zijn weg ten einde is gegaan…
Pas als de boodschap van Pasen echt is doorgedrongen,
pas als ook zij zien dat de weg van Jezus helemaal in lijn is,
met het grote verhaal dat God tot dan toe met de mensheid schreef,
dan pas… spreken ze over wat zie op de berg hebben gehoord en gezien.

Aan de voet van de berg wachten de mensen
die willen werken aan kwaliteit van leven:
mensen – lamgeslagen.
mensen, die niet uit de voeten kunnen in het leven;
mensen verblind
mensen die niets zien dat hen aan God doet denken;
mensen verdoofd
mensen aan wie troostrijke woorden voorbijgaan.

Na  Pinksteren pas wordt het zwijgen verbroken
dan dringt tot de vrienden door dat Hij opstaat,
waar zij zijn werk voortzetten… 

Hij staat op… en op paasmorgen zijn ze er ook:

Die twee mannen in hun blinkend witte kleren.  
Mozes en Elia zijn erbij als Jezus zijn Exodus volbrengt…
Twee mannen in het wit vertellen de vrouwen:
Hij is hier niet, hij is op gestaan.

Nog een keer komen die twee mannen in het wit in het vizier…
40 dagen na Pasen… zien de vrienden hun Heer ten hemel varen.

Een wolk… hé, een wolk …  ontrekt hem aan hun oog. Ze staren hem na… en dan zijn er twee mannen in blinkend witte kleren die de vrienden aanspreken: wat staan jullie nou te staren… naar de hemel.
Hun blikrichting is hemelwaarts, maar hun taak ligt op aarde. 
Omzien naar de lammen en de blinden en de doven en … vul maar in.

De vrienden van Jezus kunnen de verheerlijking niet plaatsen
en dalen zwijgend de berg af, maar waarom zouden wij zwijgen?
Wij weten immers hoe het afloopt…
Wij weten immer dat het niet afloopt.
Wij weten van zijn opstanding…

Het refrein van het projectliedje dat ik maakte voor Andijk luidt:

Als jij opstaat in mij, krijgt m’n leven weer zin
dan voel ik de vrijheid en zind’rende zin
in een leven met God, scherpe kantjes te spijt
dat wordt een HEERlijk bestaan
van topkwaliteit.


We worden bemoedigd door de wetenschap dat je leeft in lijn met Jezus,
dat je staat in de traditie van Mozes en Elia
dat je zelf mag blijven werken aan de kwaliteit van jouw leven,

totdat hij komt …  Maranatha, kom Heer Jezus kom spoedig!
Amen.