Vertelling: Helemaal het einde

De pastor vertelt een verhaal.
Je kunt het in de bijbel nalezen in Lucas 15



Een vader heeft twee zonen. 
Ze wonen op een wat afgelegen boerderij.
De oudste vindt dat prima. Hij vindt het heerlijk rustig op de boerderij.
Hij staat ’s morgens vroeg op, doet overdag zijn werk
gaat ’s avonds vroeg naar bed.
De jongste vindt het maar een saaie bedoening op die boerderij.
Hij zou wel eens op vakantie willen of een keer lekker uitgaan!
Een wereldreis maken, dat lijkt hem helemaal het einde!  

Op een dag zegt hij tegen zijn vader: “Als jij dood bent, krijg ik toch een
stuk van deze boerderij?” Vader knikt. “Mag ik dat stuk nu vast hebben,
want ik hoop dat u nog heel lang leeft, maar ik heb nù een plan!”

De vader geeft hem zijn deel, de jongen verkoopt het,
en met een zak vol geld trekt hij de wijde wereld in.
Ja, dit is helemaal het einde! 

Hij slaapt in de mooiste hotels, eet in de duurste restaurants en drinkt de heerlijkste wijnen. Geld genoeg, geen probleem! Totdat de geldzak leeg raakt.
Er komt zelfs hongersnood in het land. Hij moet warempel werk gaan zoeken.
Maar overal staan er van die bordjes op het erf: No work! Geen werk!

Na lang zoeken en zeuren mag hij eindelijk bij een boer op de varkens passen.
“Denk erom; je eet niet van het varkensvoer, hoor!  Die beesten moeten veel eten en goed vet worden! Nou daar zit hij dan… honger te lijden tussen een stel vieze vette varkens. Is dit dan helemaal het einde? 

Hij, de zoon van een rijke boer. Hij de zoon van een lieve vader,
die veel beter voor zijn knechten zorgt dan deze vieze vette varkens-boer!
Er spookt een vraag door zijn hoofd… “Wat doe ik hier eigenlijk nog?”
en nog een:
“Waar ben ik nou toch helemaal mee bezig?”
en nog een:
“Waarom ga ik eigenlijk niet terug naar mijn vader?” 

Natuurlijk geeft mijn vader me niet nog een keer een erfenis,
Nee, zijn zoon kan ik niet meer zijn, maar misschien wel zijn knecht.
De knechten van mijn vader krijgen eten, en ik zit hier honger te lijden.
Ze zullen me misschien uitlachen, maar hier zit ik ook voor gek!
Het leven op de boerderij is misschien saai, maar dit is helemaal geen leven.  Weet je… Ik doe het. Ik laat die hele zwijnenstal achter me en…
Hier komt een eind aan! Ik ga naar huis.

Hij staat op en maakt de lange reis terug.
Hij denkt aan het huis waar hij de gewoontes kent,
waar hij mee kan eten, waar hij altijd een eigen plaats aan tafel had,
en sliep in zijn eigen bed.
Hij denkt aan het land waar hij de taal van kent,
waar hij de liedjes mee kan zingen;
de gebeden kan zeggen samen met anderen.

Hij denk aan zijn vader… onderweg is hij soms ook een beetje down!
Dan denkt hij: Ik had zoveel van mijn vader gekregen
en ik heb alles, alles opgemaakt. Ik schaam me zo…
Ik durf mijn vader haast niet onder ogen te komen…
Mijn vader ziet me aankomen!

 

Jan, zijn vader ziet hem aankomen. Al van heel ver ziet hij zijn zoon aankomen
en hij rent naar hem toe en neemt hem in zijn armen. “Vader, vader, ik heb heel veel domme dingen gedaan. Dingen die u niet leuk vindt, dingen waar God een hekel aan heeft maar alstublieft, mag ik alstublieft u knecht zijn.”

Als ik naar het beeld kijk, zie ik verdriet op het gezicht van die vader.
Die vader begrijpt hoe moeilijk zijn kind het heeft gehad Dat doet hem pijn!
Kom maar, mijn jongen.
Ga maar mee naar binnen.
De knechten staan met open mond te kijken.
Is dat…? Is dat de jongste zoon? Wat ziet hij eruit!
Een mager gezicht, vieze nagels, vuile kleren… een zwerver is er niks bij.

“Wat staan jullie daar nou?!”roept de vader.
“Maak een bad klaar! Ga naar de keuken om eten klaar te maken.
Ga naar de  linnenkast om schone kleren.
In de stal staat een kalf dat we bewaren voor een feestmaal, schiet op!
Zie je dan niet dat mijn kind is thuisgekomen.
Het was dood en het leeft weer.” 

Keurig op tijd komt ook de oudste thuis.
Hij hoort van een eind de muziek, hij ruikt het eten en vraagt:
“Wat is hier aan de hand?” De knechten vertellen wat er is gebeurd.
De oudste broer is razend. Hij gaat ook niet naar binnen.
Is vader nou helemaal niet wijs? Een feest? Voor die zwerver?
Het moet toch niet gekker worden!
Ik ben altijd netjes geweest.
Ik heb altijd goed op de boerderij gepast.
Ik heb meegeholpen om het geld te verdienen…
en voor mij heeft die man nooit een feestje gegeven
en nu komt die varkenshoeder van een broer van me op de proppen
en het lijkt hier wel bruiloft.
De vader is naar buiten gekomen.
Hij zegt: Ik vier feest omdat ik heb teruggekregen wat verloren was…
en dat zou jij ook moeten doen.