Wie staat er in zijn hemd?

Vertelling:
Jezus is op weg naar Jeruzalem. Ze zijn van Galilea, samen met duizenden
anderen, door het Jordaandal, naar het zuiden gereisd. Hier in de stad Jericho
stond een bordje à Jeruzalem, rechts af. Vanuit Jericho gaat de
weg, dwars door de woestijn, steil omhoog. Als je boven bent, sta je op de top
van de Olijfberg.

Als daar staat en achterom kijkt, zie je de woestijn, waar je door bent
gelopen; Als je naar voren kijkt… zie je Jeruzalem liggen, een prachtig gezicht!
Echtwaar!

Als je om je heen kijkt, zie je de kleine huisjes van Bethanië.
Bethanië … huis van de armen … betekent dat. Het is een eenvoudig dorpje boven
op de Olijfberg. Bethanië … een toepasselijke naam.  Een klein eindje verder ligt Bethfagé…  Huis van de vijgen, betekent dat. Je mag raden wat voor bomen daar staan. Precies: vijgenbomen. Bethfagé is een toepasselijke naam.

Jezus stuurt twee van zijn vrienden het dorp in. “Hier om de hoek
staat een ezeltje… Dat ezeltje is helemaal niet gelukkig… het is vastgebonden. Bovendien voelt dat dier zich heel erg nutteloos. Er heeft nog nooit iemand op zijn rug gezeten. Vastgebonden en werkloos… Ga er naar toe en maak hem los!
En als er iemand iets van zegt… zo van: “Waarom maken jullie de ezel los?”
Dan moet je zeggen: “De Heer heeft hem nodig!””
Die twee vrienden gingen het dorp in… Ze vonden die vastgebonden ezel.  

Ze maakten hem los; maar toen riep er iemand: Waarom maken jullie de ezel los?”
Ze zeiden: … “De Heer heeft hem nodig!” Toen maakten ze het ezeltje los en
brachten het bij Jezus. Petrus trekt zijn bovenkleed uit en legde hem op de rug
van de ezel… Hij staat nu wel in zijn hemd, maar dat kan hem niet schelen…
Anderen volgen zijn voorbeeld… Jezus ging erop zitten en nog weer anderen legden
hun kleren op de weg, zodat Jezus er overheen kon rijden.

Je moet weten dat een paar dagen daarvoor stadhouder Pilatus intocht heeft
gehouden in de stad. Hij zat hoog te paard en stak hoog boven de mensen uit.
Om hem heen liepen wel vijf rijen militairen, met een helm op en een schild
voor hun borst! Die soldaten hadden hun zwaard in de hand, voor het geval er
iemand een aanslag zou willen plegen. Wat een machtsvertoon was dat!
Je kon aan die hele optocht merken dat er eigenlijk een heel erg bang mannetje
op dat paard zat. De mensen hadden stilletjes langs de kant van de weg gestaan…
De priesters hadden Pilatus keurig netjes ontvangen bij de stadspoort.

Vandaag is het een stuk leuker. Rabbi Jezus zit niet op zo’n hoog paard.  Hij rijdt
op een ezeltje… Hij steekt helemaal niet boven de mensen uit. Hij is niet bang…
en de mensen? Die staan ook niet stilletjes langs de kant…
De mensen zien Petrus en Johannes en Jakobus in hun hemdsmouwen lopen…
maar ze begrijpen heel goed wie er echt in zijn hemd staat. Precies… Pilatus.

Dat verschrikkelijk machtige, akelige, wrede, en tegelijk o zo bange mannetje…
Ha ha … dat is lachen. Ze blijven ook niet stilletjes langs de kant staan… Nee de mensen van Jeruzalem doen volop mee…
Ze plukken takken van de bomen en beginnen te zingen: Hosanna, hosanna…
Gezegend hij die komt in de naam de van de Heer… Even is zelfs de naam
Jeruzalem een toepasselijke naam: Jerusjalaïm – stad van vrede.  


Er lopen ook een paar van die geleerde mannen tussen. Zij maakten een
buiging voor Pilatus, toen hij de stad binnenreed, maar die intocht van
vandaag,  dat vinden het maar niks.  “Je moet de mensen laten ophouden, Jezus,
en je vrienden een standje geven!” zeggen ze tegen Jezus. Maar die trekt zich niets
aan van die chagrijnige kerels…

Hij zegt: “Als de mensen niet zouden roepen en zingen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen: Hosanna! Hosanna! Hosanna!” Zo trekt Jezus Jeruzalem binnen… Koning Jezus… Het is een heel vrolijke optocht! Een optocht die we straks zullen naspelen… als we met onze palmpaasstokken naar Sorghvliet gaan. Nu zingen we met de mensen in Jeruzalem nog een keer dat liedje: Hosanna voor de koning.