Hosanna…

Gemeente  van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God


Palmzondag,een dag met twee kleuren… rood en paars.
Rood, de kleur van de Geest… de geestdrift.
De kinderen kwamen in optocht binnen.
Ze wekten ons enthousiasme. 
Dat woord “enthousiast” is Grieks en betekent letterlijk:
Vol van God – Vol van Gods Geest.   

Palmzondag – een zondag met twee gezichten,
want, behalve de dag van de feestelijke intocht
is het ook de eerste dag van de laatste week.
Er breekt een dramatische week aan,
waarin de grimmigheid dag-voor-dag toeneemt
en die –althans op het eerste gezicht -zal eindigen aan een kruis.

Het verhaal van de intocht in Jeruzalem is een van de weinige verhalen die je alle vier de evangeliën kunt vinden.
Het is – als je het verhaal van Jezus wilt vertellen –  blijkbaar een onmisbaar verhaal.

Waarom?
We hebben Jezus tot nu toe leren kennen als een koninklijke gestalte,
1 als iemand die verzoekingen weerstaat;
2 die op een lijn wordt gezet met geloofshelden als Mozes en Elia,
3 die onvruchtbare mensen – verbeeld in een vijgenboom – een nieuwe kans biedt
4 die de verloren gelopen kinderen Gods, laat zien dat er een weg terug
is. 
5 die het onrecht van de pachters ontmaskert
6 en die vandaag intocht houdt als een koning.

En toch, ondanks al die verhalen,
waaruit Jezus als een spirituele grootheid tevoorschijn komt,
gaat hij nu een week in waarin hij de schlemiel blijkt te zijn
althans in de ogen van hen die macht hebben.
De religieuze leiders draaien hem een loer,
en de wereldlijke macht voert het valse vonnis uit,
op basis van corrupte machtspolitiek.

Zijn vrienden laten hem in de steek
en een deel van de mensen die hem vandaag toejuichen,
roepen vrijdag: Kruisig hem!

Wat een tegenstelling.
Ja, dat lijkt zo. Maar, dat is niet zo!
Het lijkt een tegenstelling, maar
het verhaal van de intocht ligt op een lijn met het lijdensverhaal. Sterker
nog, het verhaal van vandaag zet de toon voor de hele week.


Dat moet je uitleggen!
Het is als in de muziek. Vooraan een notenbalk staan tekentjes…
en die tekentjes zorgen ervoor dat de melodie klinkt zoals hij klinkt…
Bij het Hosannaliedje staat vooraan een mol – een tekentje dat lijkt op letter
b en het buikje van die b staat getekend dwars door de middelste lijn. 
Alle noten, die op die middelste lijn staan, worden een halve toon lager gespeeld,
dan wanneer die mol er niet gestaan zou hebben. 

Nu naar de Bijbel.
De eerste regel van de 10 geboden luidt:
Ik ben de Heer, je bevrijder!
Aan het begin van de regels waaraan je je moet houden, staat:
Ik ben je bevrijder.
Die vrijheid is het voorteken van de 10 geboden.
Ze moeten je als bevrijdend in de oren klinken…
en als dat niet zo is… als je het gevoel hebt
dat ze je veeleer gevangen zetten,
dan heb je het voorteken over het hoofd gezien.
Dat kan gebeuren, maar dan klopt het niet meer. 
Als we die mol over het hoofd zien, klinkt het liedje heel raar….

Het intochtverhaal is het voorteken van de stille week.
Dat moeten we niet over het hoofd zien, want het is onmisbaar.
Als we dit verhaal niet scherp voor de geest houden,
dan gaan de andere verhalen heel gek klinken.
Als we dit verhaal niet als zo’n muzikaal voorteken
voor de lijdensweek zetten,
dan worden de verhalen van goede vrijdag
enge verhalen over een wrede God,
die genoegdoening wil, voor de zonden van de mensen.

Als je dit verhaal overslaat loop je het risico het passieverhaal
alleen maar als een lijdensverhaal te gaan lezen.
Dan loop je het risico Jezus te gaan zien als een zielepoot.

Als je de intocht overslaat,
devalueren de verhalen van de komende week,
tot horrorverhalen over die niets anders wekken dan onze afschuw.
Dan wordt er iemand de dood ingejaagd m.b.v. een van de gemeenste
martelwerktuigen die het menselijk brein ooit heeft bedacht…

Dit verhaal is onmisbaar. De evangelisten vertellen het alle vier…
Als Jezus Jeruzalem nadert, nadert hij het moment suprême!
Hij komt steeds dichter bij het ogenblik waarop de Schriften worden vervuld.

De schriften, die vertellen over een God die met zijn volk meegaat
bij de uittocht uit slavenland…
bij de doortocht door de zeeën enwoestijnen van het leven
en bij de intocht in een veelbelovend land…

Het volk dat gebonden zat, geen leven had, in slavenland Egypte,
Het volk dat hem kneep als een oude dief – bij de Schelfzee.
Het volk dat 40 jaar doolt door de woestijn.
Dat volk ontvangt 10 woorden, die de vrijheid garanderen.
Dat volk gaat uiteindelijk het veelbelovend land binnen.
Maar helaas… het loopt toch weer vast.

Bevrijdende woorden, verworden tot knellende banden.
De schrift vertelt van bevrijding,
maar de wereldlijke en de  religieuze leiders
zitten vast in de collaboratie met allerlei bezetters…
Babyloniërs, Perzen, Assyriërs, Romeinen, noem maar op!

Van die God die meegaat merkt het volk niet veel meer.
De bevrijdende regels worden tot bron van onderdrukking,
voor gewone mensen. Priesters en schriftgeleerden stellen hun
eigen belangen veilig.

En dan… dan breekt het moment suprême aan…
De beloften van de Schrift worden toch weer waar.
Christus verschijnt in deze wereld… en laat zien dat God zijn mensen nabij is:

Blinden zien, doven horen, lammen lopen en aan gevangenen wordt vrijlating
verkondigd.  Jezus gaat zijn uittocht, zijn
exodus volbrengen.

Jezus gaat zijn doortocht, de lijdensweg van de mensheid volbrengen,
en draagt alle sores naar de overkant. Jij hoeft je niet schuldig te voelen,
over de narigheid in de wereld. Schuldgevoelens werken verlammend… daar wordt
niemand wijzer van. Hij maakt een nieuw begin en daarin mag jij delen.

Koning Jezus trekt, omgeven door een menigte leerlingen, Jerusjalaïm, de stad
van de vrede binnen. De verhalen gaan over het joodse volk,
maar de boodschap is voor de hele mensheid.

Die boodschap luidt – God is erbij, wat er ook gebeurt…  
Ik zal er zijn voor jou… als je je vreugde delen wil,
Ik zal er zijn voor jou …op je moeilijke momenten
Ik zal er zijn voor jou… of je wilt of niet…
Ik zal er zijn voor jou… als jij me nodig hebt.

 

En dan zullen we niet kunnen zeggen: Wat weet jij daar nou van?
Onze Heer heeft allemaal zelf meegemaakt, niet als schlemiel,
maar omdat Hij er voor heeft gekozen trouw te blijven aan de levensstijl
die past bij Gods bedoeling: Er zijn voor de ander.

 

De keuze voor die messiaanse manier van leven is uniek.

Dit onmisbare verhaal begint dan ook met een ezeltje,
waarop nog nooit iemand heeft gereden.

Het ezeltje is vastgebonden.
Het is een veulen, een jong beestje mog,
maar het staat er al eeuwen te wachten totdat de Heer hem nodig heeft…
Bij Zacharia lezen we:

Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!

Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en overwinning.

Nederig komt hij aanrijden op een ezel,  op een hengstveulen, het jong van een ezelin.

Geen schlemiel, maar een koning! En dan komen de leerlingen van Jezus in beeld.

Maar ze worden hier voor het eerst apostelen genoemd.

Apostelen dat zijn de mensen, die de manier van leven van Jezus voortzetten.
Het losmaken van die ezel is het beeld van hun apostolische missie.
In het losmaken van de ezel laten de apostelen zien,
waartoe ze geroepen zijn: Losmaken! Bevrijden.
Verlossing aanzeggen!

De apostelen maken een ezel los.
Het rijdier waarop Salomo ooit Jeruzalem binnenreed.
En… en dat is frappant: Salomo is ook door zijn vader, door David, op die ezel
gezet.
Zo zetten ook de apostelen Jezus op een ezel. Jezus bestijgt die ezel niet zelf;
De apostelen zetten hem erop. Ze zetten hem niet op een paard, niet op een
voetstuk – Nee, op een ezel.

Het rijdier van gezalfde koningen. Messiaanse koningen, die hun groot zijn,
door zich kleinte maken, hun koninklijke waardigheid ligt in hun dienstbaarheid
aan God en mensen. Wat zei Zacharia ook weer?  Nederig
komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin.


Koninklijke waardigheid is niet het tegenovergestelde van nederigheid.
Integendeel, waar mensen leven op de manier die de Heer voor ogen staat, is
nederigheid een voorwaarde voor leiderschap. Dat heeft Paus Franciscus goed
gezien.


En wij? Waar zitten wij nou in dit verhaal?
Behoren wij tot de apostelen, die hun mantels uittrekken en ze op de weg uitspreiden. Gaan we takken van de bomen snijden en die messiaanse koning toejuichen? Leggen we de rode loper uit voor deze koning?

Behoren wij tot de menigte van leerlingen (vers 37) –
Let wel, alle andere evangelisten vertellen dat Jezus wordt toegejuicht door de
massa, die nauwelijks weten wat ze roepen. Daarom had Nel de mensen op haar
schilderij nauwelijks gezichten gegeven, weet u nog?

Lucas is de enige van de vier die niet vertelt niet over de massa,
waarin iedereen, iedereen napraat. Nee, hij vertelt over een menigte
leerlingen! Met andere woorden daar bij die intocht lopen u en ik.
Daar loopt de gemeente, we zijn bezig de koning van ons leven binnen te halen
omdat hij ons losmaakt.
Zoals zijn leerlingen die ezel losmaken,
zo maakt hij ons los van de ons verlammende schuldgevoelens,
zo maakt hij ons los van de schaamte, die ons zou kunnen beletten om met de
kinderen mee te dansen… en zo ons leven een nieuwe impuls te geven.

Hij maakt ons los van het waanidee dat de mensen er zijn voor de regels
Hij geeft ons het grootse Gods geschenk van de vrijheid opnieuw in handen.
Hij bevrijdt ons uit knellende relaties,
uit enge familiebanden, zoals Abraham wordt bevrijd
uit de verslaving aan werk, zoals de Israëlieten in Egypte

Hij bevrijdt ons van de gedachte dat we definitief verloren kunnen lopen…
Hij bevrijdt ons van het idee dat leven zinloos zou zijn en dat je aan lijden
geen zin zou kunnen geven. Deze koning kiest ervoor die zware weg te gaan.

Als we de mens lijdt … lijdt hij mee.
Als jij je zelfvertrouwen verliest, komt hij vertellen dat ook jij er mag zijn.
Als de eenzaamheid toeslaat, is de Naam al voldoende:  IK ZAL ER ZIJN VOOR OU!   
Als wij denken voor de poorten van de hel te verkeren –
komt hij daar ook heen… en haalt ons daar weg.
Als wij het dodenrijk zijn binnengegaan – komt hij daar ook heen…
en draagt ons naar de schoot van Abraham. 

Deze zondag heet ook wel passiezondag

In dat woord passie zitten alle twee de
kleuren: rood en paars
Enthousiasme en bezinning  –  Geestdrift en boete
Passie – associëren we met lijden. Mee lijden heet compassie…
Vrijdag klinken hier weer liederen uit de Mattheuspassion.

Maar  passie is ook: met hart en ziel bezig zijn, met wat jij belangrijk vindt. 
Sommige mensen kunnen gepassioneerd vertellen… over de Koopmanspolder
  bijvoorbeeld.

 

 

De passie
  van Jezus is: Koste wat het kost, mens-zijn op de manier die God van den
  beginne bedoelde. Trouw aan Thora… 
  Recht doen, vrede stichten, medemensen liefheben. Coûte-que-coûte,
  koste wat het kost! Het kost Hem zijn leven. 

Trouw aan Thora, Trouw ten einde toe…
opdat er recht gedaan wordt 
en mensen in vrede kunnen leven…
Jezus heeft Jeruzalem en allen die in die stad wonen lief. 
Als hij de stad overziet, is hij vervuld van compassie, tranen over zijn
wangen. 

Hij had die stad, welke staat voor de wereld, 
graag die kwaliteit van leven gegund, die liefde en die  vrede.

  Helaas, de leiders zagen niet wat tot hun vrede diende.

 

  Trouw aan Thora… 
  Doen wat gedaan moet worden, ook als het geld kost. 
  Doen wat gedaan moet worden, ook als het moeite kost. 
  Doen wat gedaan moet worden, ook als het tijd kost
  Doen wat gedaan moet worden, ook als het pijn doet… 
  in het vertrouwen dat het nooit zo erg kan worden dat Hij je niet meer kan
  bereiken…
  Geve de Heer ons allemaal zoveel vertrouwen… 
  Sterke de Heer ons allemaal in dat geloof
 

Alles wat over ons geschreven is

gaat Gij volbrengen deze  laatste dagen,

alle geboden worden thans voldragen,

Jezus, de haard van uw aanwezigheid

zal in ons hart een vreugdevuur ontsteken.

Gij gaat vooraan, Gij zult ons niet ontbreken,

Gij Hogepriester in der eeuwigheid. 

 Dat het zo mag zijn – Amen.