Paaswake

Gemeente van onze Heer Jezus Christus; 
Lieve mensen van God…

 

Er brandde vuur – licht en warmte
Er brandt een kaars  – licht en warmte
Het verhaal van de schepping  –  God zegt: Kome er licht!
en er komt licht – en God ziet… dat het licht goed is…
De paasnacht is vol licht… en warmte.

We zongen een lied dat ons als dierbaar is geworden
nog voor het nieuwe liedboek verschijnt:
Licht dat ons aanstoot in de morgen,
vroegtijdig licht waarin wij staan,
koud, een voor een en ongeborgen,
licht overdek mij – vuur mij aan?

Licht dat aanstoot…
Geeft het aanstoot?
Nemen wij aanstoot aan?  

Vroegtijdig licht… zijn we er niet aan toe? 
koud…!  Warmte toch? Een voor een…  nogal alleen! Ongeborgen… ook niet fijn

Er is iets loos met dat licht: aanstoot, vroegtijdig, koud, een voor een, ongeborgen.

Dat lied neemt ons mee terug naar de aarde, woest en vormloos – met
duisternis op het aanschijn van de oervloed.

Ademloos wachten op: “Er kome licht!” Een grote kaars wordt ontstoken…
Licht van Christus – wordt geroepen. We ontsteken zijn licht voor onszelf
Bij dat licht, lezen we…  
“Er kome licht” –
Goddank – de eerste dag

“Water opzij!” –   Goddank– de tweede dag –  land in zicht
Het wordt dan nog… vijf keer avond en vijf keer morgen – zeven dagen.
Langzaam maar zeker… een plek waar het leven goed is.
God gaat rusten –  Dat kan ook… want ziet: alles is goed – zelfs zeer goed! 

Plots klinkt het verhaal anders…
Het leven is niet goed… een volk heeft geen leven – slavernij.
Achter de woestijn staat een braambos in brand – voor het eerst klinkt die NAAM…
“Ik zal er zijn voor jou!”   
Mozes gaat… voor zijn volk het conflict aan … met de macht die levens neemt
Mozes gaat… zijn volk voor – in Gods naam – Geen zee gaat te hoog.
Op naar veelbelovend land – waar alles goed is – ja zelfs zeer goed.

Er klinkt nog een derde verhaal…
een gedicht… met een beeld erbij –

Jacob bij de Jabbok – vechten met de engel…
U kent het verhaal… Jacob gevlucht voor voor Esau, zijn broer.
Geen cent op zak, neemt hij de benen.
Nu voetje voor voetje terug… naar de tred der kinderen
Hij heeft veel te verliezen.
De grensrivier
Een nachtelijk gevecht met… Esau? Zichzelf? God?

Toen het leven de dood bedwong, was het donker, koud, eenzaam.
Jacob, Israël weerstaat de dood en hinkt gewond het leven tegemoet…
Over de grensrivier… Naar het land waar leven goed is, zeer goed.

Toen het leven de dood bedwong,
was het donker, koud,  eenzaam.
Licht dat aanstoot, vroegtijdig licht,
koud, een voor een en ongeborgen.
Het eindigt in smeekgebed:
Licht overdek mij, vuur mij aan!!!

Er klinkt onrust door in dat bidden.
Als het leven de dood bedwingt is dat onrustbarend.
Ja, de paasnacht baart onrust.
De kerstnacht gelijk.

Vrouwen waren getuige van een haastige begrafenis.  
Na de sabbat keren ze terug om het begrafenisritueel af te maken.
Ze gaan die ochtend op weg naar de dood.
Twee mannen in het wit blokkeren die weg.
De twee in het wit vragen:
Waarom zoek je DE LEVENDE bij doden?

De twee in het wit leggen uit:
de Mensenzoon moest worden uitgeleverd
Hij moest wel gekruisigd worden…
Hij zei toch dat Hij op de derde dag zou opstaan?!’
Dan gaat hen een licht op…
herinneren zich zijn woorden.

De horen het van de vrouwen…
Hun reactie? Zotteklap! Vrouwenpraat!
Macho-vooroordelen klinken,
want de angst slaat toe bij
onrustbarende berichten.

Alleen Petrus,
die moet er aan geloven…
Hij moet eraan geloven, aan die onrustbarende verkondiging:
Een levende Heer, die Hem inschakelen bij de vestiging van zijn koninkrijk…
Een levende Heer, die ons allemaal inschakelt op weg naar dat veelbelovend
land…
Waar dat ligt? Overal en nergens… Dat land is de aarde…
Ja, ook Wervershoof en zelfs Andijk, Ja tot in Enkhuizen toe…
want dat veelbelovend land strekt zich uit tot de einden der aarde.

Nou daar sta je dan, als Galilese visser, als ex-tollenaar, als de moeder  die gisteren haar zoon heeft begraven. Daar sta je dan met je verleden, zoals Maria Magdalena Daar sta je in vroegtijdig licht… dat je aanstoot in de morgen.
Je voelt je verre van geborgen,
hebt geen idee wat je boven ‘t hoofd hangt.
Het is onrustbarend nieuws, die opstanding.
De stemming is niet uitbundig…
Er wordt helemaal geen triomfantelijke verhaal verteld, integendeel!
Toen het leven de dood bedwong, was het donker, koud,  eenzaam.

God riep: Er kome licht… en er kwam licht… de eerste dag. 
Als Jacob met zijn nieuwe naam: Israël, de grensrivier oversteekt
Als Israël – met pijn aan de heup – beloofd land betreedt
dan herhaalt zich de schepping: De zon gaat over hem op.
Ja echt! Lees het maar na… Genesis 32:32.

Er kome Licht! – en er was licht.
De zon gaat over hem op…
Licht – verdrijft donker…
Warmte verdrijft de kou.
Niks “een voor een”
In het warme zonlicht van paasmorgen,
zien we elkaar als broers en zussen,
die eerst samen opstanding vieren
en dan aan de slag gaan …
want de wereld is een mooi
maar bewerkelijk ding.

We zien onze broer en zussen weer staan…
in de gemeente – in ons dorp en tot aan de einden der aarde.
DE zon gaat over hem op… is het slotlied uit een musical over Jacob.
Daar zou ik nog uren over kunnen vertellen
doe ik niet… luister maar …
en wie weet zing je mee???

 

De  zon gaat over Jakob op.

1. De zon gaat over hem op.

  De zon begint te stralen.

  De koude nacht van angst en strijd,
van wanhoop die zijn leven splijt…

  Voorbij, voorbij. Vrij.

2. De zon gaat over
  hem op.

  De zon begint te stralen.

  De lange nacht van pijn en schuld,

  die wie hij is zo lang verhult…

  Voorbij, voorbij. Vrij.

3. De zon gaat over
  hem op.

  De zon begint te stralen.

  De zwarte nacht van eenzaamheid,

  die hem van echte liefde scheidt…

  Voorbij, voorbij. Vrij.

4.
  De zon gaat over hem op.

  De warmte dringt naar binnen.

  Maar onbeschadigd is hij niet.

  Er zit een gat van diep verdriet;

  pijn die nooit meer overgaat,
die als een brandmerk in zijn lichaam

  staat.

5. De zon gaat over
  hem op.

  Die zal zijn weg verlichten,

  al gaat hij mank het leven door,

  en trekt hij nu een heel nieuw spoor.

  Pijn die altijd voelbaar is,

  die herinnert aan een diep gemis.

  En toch? De zon gaat over hem op.

6.
  De zon gaat over hem op.

  Hij ziet zijn broer weer staan.

  De zon gaat over hem op.

  Ze kunnen verder gaan.



 


Dat het zo mag zijn

Amen.