De barmhartige Samaritaan

DE VERTELLING

Als wij hier in onze kerk in Andijk een dienst beginnen,
hoor je altijd weer deze woorden: God brengt zijn schepping tot een goed einde
en leidt ons leven naar een grote kwaliteit, kwaliteit die we eeuwig noemen.

In de bijbel gaat het heel vaak over eeuwig leven.
Daarmee wordt bedoeld een heel goed leven,
een heel fijn leven, leven zoals God het bedoelt…

Het verhaal dat ik jullie wil vertellen vanmorgen gaat daar ook over, denk ik.. 
Nee dat denk ik niet, dat weet ik zeker… wat het staat er gewoon bij.  

Moet je horen..

Er komt een heel geleerde man bij Jezus. Iemand die ontzettend veel van de bijbel weet. Hij zegt: Rabbi ik heb een vraag.
Jezus zegt: “O.K. Kom maar op met je vraag… Vragen staat vrij!”

“Goed dan… dit is mijn vraag:
“Wat moet ik doen om van mijn leven, zo’n eeuwig leven te maken?”
Anders gezegd:
“Wat moet ik doen om te leven op de manier zoals God het bedoelt?
Jezus antwoordt met een tegenvraag: “Wat lees je daarover in de Bijbel?”
Nou, dat weer die geleerde man precies:
“Dat ik heel veel van God mag houden en van mijn naasten.”

“Klopt…!” 
Doe dat maar en dàn krijgt ook jouw leven de kwaliteit die we eeuwig noemen!

Ja maar, ja maar… Je kunt toch niet van alle mensen houden?
Dat is nu juist mijn vraag: “Wie is mijn naaste?”
Goeie vraag…  zegt Jezus. Luister… ik zal je een verhaal vertellen.


Er was eens een man… vertelt Jezus. Hij is op reis van Jeruzalem naar Jericho.
Je weet wel, Jeruzalem de stad met de tempel, boven op een berg….
Jericho, de stad aan de Jordaan, heel diep in het dal…
De weg van Jeruzalem naar Jericho gaat steil naar benenden,
en dwars door de woestijn…. De man reist alleen– Bergafwaarts gaat het!
Een woestijnreis is het. Het goede leven is ver te zoeken…

Plotseling verschijnen er rovers.  Ze grijpen
hem bij zijn lurveDe pakken hem alles af… Zijn geld, zijn kleren, zijn
waterfles.Ze slaan en ze schoppen… en ze maken dat ze wegkomen

De man blijft alleen… en zwaar gewond achter.
in die hete, droge eenzame woestijn.
Het goede leven is ver te zoeken.
Hij heeft niets meer… ja… pijn
Hij ligt daar maar…
langs de kant
van de weg. 

He, daar komt iemand… iemand uit de tempel…
iemand van de kerk zouden wij zeggen…
Een soort pastor, of dominee… een priester noemen ze het daar.
De priester ziet de man liggen en loopt er met een grote boog omheen…
Waarom? Ik weet het niet. Maar hij doet het.
Het goede leven is ver te zoeken.
Die man ligt daar maar…
langs de kant van de weg.



Na een poosje komt er weer iemand…
Weer iemand uit de tempel, weer iemand van de kerk…
Dit keer is het een muzikant… een zanger of de organist misschien.

Een leviet noemen ze het daar.
De leviet ziet de man liggen en loopt er met een grote boog omheen.
Waarom? Ik weet het niet… maar hij doet het…
Het eeuwige leven is ver te zoeken.
Die man ligt daar maar
langs de kant van de weg.

 

Na een poosje klinkt daar in de woestijn weer een geluid.
Het komt dichterbij. Het zijn de hoeven van een ezel, die je hoort.
Even kijken wie daar aankomt. Weer iemand van de kerk?
Nee, het is een Turk of een Marokkaan.
Het is zo een allochtoon! Samaritanen heten ze daar.
De mensen van het land hebben een hekel aan Samaritanen!

Ook die Samaritaan ziet de man liggen.
Moet je nou kijken… Hij loopt er niet met een boog omheen,

Hij gaat naar de gewonde man toe…
Hij giet olie en wijn over zijn wonden …
wij zouden zeggen: hij doet er jodium op en plakt een pleister.
Hij tilt de gewonde man op en zet hem op zijn ezel
Hij brengt de gewonde man naar een hotel…
huurt daar een kamer en verzorgt de berooide reiziger.
Waarom? Ik weet het niet… maar hij doet het…

Het eeuwige leven is … …
soms dichterbij dan je denkt.