De rijke dwaas

Gemeente vanonze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God


Je kunt aan onze evangelielezing twee delen onderscheiden.
Eerst is er sprake van een gesprek en vervolgens vertelt Jezus een verhaal.
Iemand vraagt Jezus recht te spreken tussen hem en zijn broer.

In Thora staan godsdienstige wetten en regels, maar ook zaken, die wij in het
wetboek van strafrecht en in het burgerlijk wetboek hebben opgeschreven.

In het oude oosten waren samenlevingen gebaseerd op religieuze wetten.
Er was geen sprake van democratie, maar van theocratie.
Niet het volk (de demos) heeft het laatste woord,
maar de Godheid (de theos) bepaalt de gang van zaken.
Religieuze leiders waren dientengevolge bevoegd tot gerechtelijke uitspraken.

Er zijn nog steeds landen waar de geestelijkheid de politieke en de
gerechtelijke dienst uitmaakt. Er zijn nog steeds gelovigen, in welke
godsdienst dan ook, die religieuze wetten opleggen aan de samenleving,
of dat graag zouden willen.

Menigeen denkt dan meteen aan radicale moslims met hun sjaria, maar er zijn ook
joden die op grond van Thora de omvang van de staat Israel bepalen. Christenen,
die – als ze de kans krijgen – het gemeentelijk zwembad op zondag sluiten.
De neiging om macht religieus te legitimeren, is van alle tijden en alle plaatsen
en komt in alle religies voor.

Hoe wij daar ook over denken, in die tijd ging je met een familieruzie naar een
rondreizende rabbi, die dan als een soort Rijdende Rechter optrad.  Wie de musical over Judas heeft gezien, weet
dat hij hoogstwaarschijnlijk naar Kajafas ging, om een uitspraak over Jezus Messiasschap uit te lokken. Maar dat is een heel ander verhaal.

Vandaag komt er iemand met een erfeniskwestie. De vragensteller wil dat zijn
broer de erfenis met hem deelt.
Is dat niet een vreemde vraag? Moeten twee broers dan niet sowieso de erfenis
delen? Nee, dat gebeurde juist heel vaak niet.

Een erfdeel werd vaak als een geheel  in stand gehouden. De hele familie leefde en werkte – na het overlijden van de familieoudste – samen verder op dat erfdeel. Vaak generatie na generatie. Denk maar aan Naboth, die onder geen voorwaarde het erfdeel van zijn vaderen,  wil verkopen aan koning Achab. Die wijngaard is gemeenschappelijk bezit van de familie. Het is het erfdeel van zijn grootouders, zijn ouders, maar ook van zijn kinderen en kleinkinderen. Daar helpt een vette vertrek-bonus van Achab niets aan.

Komt een man bij de rabbi… met een juridische vraag bij Jezus. Jezus antwoordt: ‘Wie heeft mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?’ Hij verklaart zichzelf niet ontvankelijk. Jezus is meer leraar… dan rechter.
Jezus doet geen uitspraak die hij afsluit met: dat is mijn oordeel en daar zult
u het mee moeten doen… Nee, niets daarvan. Jezus legt niets op. Jezus begint
met een waarschuwing en hij vertelt.. een verhaal.

Hij waarschuwt de man, die kennelijk denkt dat zijn bankrekening de graadmeter
is voor de kwaliteit van zijn bestaan. Dat begroot de Heer… Een mens die
daaraan zijn vastigheid in het leven ontleend, heeft hulp nodig.
‘Hoed je voor iedere vorm van hebzucht,
want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen,
zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’

Jezus licht die woorden toe met een verhaal. Wat de man daarmee doet, mag hij helemaal zelf weten. Het verhaal gaat over een schatrijke boer. Tot uw  geruststelling: Daar is op zich niks mis mee. Jezus stelt het vast. Zonder enig waardeoordeel. Maar het gaat pas mis als de schuren overvol raken,
als de man besluit om meer en grotere schuren te bouwen.
Hoe groter de voorraden, hoe meer zekerheid, toch?
Hij denkt: Als de schuren klaar zijn en vol zitten,
kan ik verder leven in zorgeloze rust. Gewoon, lekker op mezelf…
Van niemand afhankelijk.
Dat is helemaal niet zo’n vreemde gedachte anno 2013.
Je zou hem vandaag de dag zomaar kunnen tegenkomen op straat.
Iemand die leeft bij kreten als: Verbeter de wereld en begin bij jezelf. 
Ieder voor zich en God voor ons allen…

Als iedereen zijn eigen belangen veilig stelt, zijn we allemaal gelukkig.



Hoe Jezus daarover denkt? Dat wordt vertellenderwijs duidelijk.
Het leven van de rijke man wordt teruggevorderd.
Zo’n leven van binnenhalen en oppotten heeft geen enkele zin.
Dat is een zinloos bestaan… Dus waarom zou het voortbestaan?
Arme, zieke en hongerige mensen komen in zijn redenering niet voor.
Mensen die dorst lijden, gevangen zitten of en zonder kleren rondlopen,
hebben geen plek in zijn manier van doen en denken.
U herkende de zeven werken van barmhartigheid…

Deze man doet niet anders dan binnenhalen, in bezit hebben, vasthouden voor de
zekerheid. Die werken van barmhartigheid komen in zijn woordenboek niet voor.
En dan zegt God in deze gelijkenis: Jij hebt niet te geven?
Dan vorder ik terug wat ik jou heb gegeven: 
Je leven!

Theocratisch denkende mensen zeggen dan:  Dat is een straf van de HEERE, HEERE. 
Anderen, die een meer liefdevolle God hebben leren kennen, weten dat Jezus met dit
verhaal de vragensteller wil helpen tot inzicht te komen.
Thora is bedoeld om mensen te helpen een rechtvaardige samenleving te bouwen.
Jezus vertelt dit verhaal om deze man op het spoor te zeggen van “het
koninkrijk Gods.”
Thora en evangelie vellen geen oordeel over mensen. Laat dat helder zijn, maar
dat de grondhouding van halen, hebben en houden voor geen meter past in Gods
plan met deze wereld, dat steekt Jezus ook niet onder stoelen of banken.  

Wie zinvol wil leven, wie – net als Jezus – een samenleving wil, waarin alle
mensen tot hun recht komen, wie leven wil met de kwaliteit die we “eeuwig”
noemen… die doet er goed aan “los te laten”, “uit de delen”, “weg te geven.”

Ja maar, dat ligt ons niet zo…
Wij zijn van nature geneigd eerst voor onszelf te zorgen.
Wij zijn van nature geneigd het recht van de sterkste te laten gelden
en daar horen we dan wel graag bij. The survival of the fittest.
De sterksten overleven tot behoud van de soort, leerden we van Darwin.

Natuurwetten als uitgangspunt voor de inrichting van de samenleving.
Dat doet zowel het oude en het moderne heidendom. Daar worden goden vereerd
als Baal en Astarte van de Filistijnen; als Wodan en Donar van de germanen;
De moderne hoofdgod heet: Mammon ook wel Pecunius  genoemd en zij zusje heet Economia. Dat zijn de goden van halen, hebben en houden. Hun tempels staan in Wallstreet en langs de Zuidas. Waar die religie wordt omarmd, daar heerst de wet van de jungle. Daar ontstaan verhoudingen, waarin de één van gekkigheid
niet weet wat hij met zijn geld moet doen…en de ander met een lege koelkast
drie weken moet wachten voor hij/zij bij de voedselbank terecht kan.

Rabbi Jezus pleit met zijn verhaal voor loslaten, uitdelen en weggeven.
Maar, zoals gezegd dat ligt ons niet zo…
Wat mensen van nature niet ligt, dat kunnen mensen leren.
Jezus is meer leraar dan rechter.
Hij is onze meester in de allerbeste betekenis van dat woord.
Hij houdt zijn tijdgenoten, maar ook u en mij, een andere levenshouding voor:
Niet egocentrisch – ik in het middelpunt – maar met het oog gericht op de hele schepping, op alle mensen. Inclusief denken, noemde Feitse Boerwinkel dat in de jaren 70.  Maar dat wordt vandaag de dag, als naïef bestempeld.  


Wat is nou de grote vergissing van deze o zo herkenbare man,
die door moralistische Bijbelvertalers “de rijke dwaas” is genoemd?
Dat hij zijn centen uiteindelijk niet mee kan nemen als hij dood gaat?
Dat ook, maar daarmee vertelt Jezus niks nieuws.

Deze man denkt dat “algemeen belang” een optelsom is van privébelangen.
Maar Jezus denkt omgekeerd.
Een privébelang is alleen van belang, als het deel uitmaakt van het algemeen
belang. Iets kan alleen maar goed zijn voor jou, als het ook goed is voor alle anderen. De ander betrekken in je denken en doen … De Ander met – een hoofdletter – mee laten doen in jouw denken. 

Karl Barth noemt God: De GANS ANDERE. God is degene die de natuurwetten reserveert voor de planten en de dieren en sterren en  planeten, maar de  mens zijn Thora heeft gegeven. Als wij zeggen: Ja maar, dat ligt ons van nature niet zo…

Dan zegt DE GANS ANDERE…
Klopt… maar je kunt het wel leren.
En dat leren leven op de manier die God bedoelt, is zeer de moeite waard.
Het is namelijk de enige manier om met alle mensen in vrede te leven… 
Dat betekent: kritisch leren kijken naar sociale verhoudingen.
Dat is m.i. een belangrijke functie van godsdienst in onze maatschappij.
Niet als rechter, maar als leraar.
Niet als een leraar die je beoordeeld en cijfers geeft;
Maar zo’n meester, die je zo weet te raken, met wat hij te vertellen heeft,
dat je jezelf de opdracht geeft om het te proberen, met “loslaten”, “uitdelen”,
“weggeven.”

Als de kerkelijke gemeenschap de mensen toch eens in het hart zou raken met verhalen over compassie en rechtvaardigheid;  als de kerk van Christus de barmhartigheid nou eens zou terugbrengen in het publieke debat.  
Als het christendom deze inmiddels spijkerharde samenleving,
waarin alleen de sterksten overleven, de ogen eens zou openen voor liefde en
solidariteit, als krachten die iedereen tot zijn recht doen komen.  

Dat een leven van halen, hebben en houden compleet zinloos is,
dat is niet bedacht door en of andere softie uit Nazareth.
We lazen het ook bij Prediker. Dat is koning Salomo.
de rijkste en machtigste koning die Israel ooit heeft gehad,
Salomo die op zijn toppunt het hele Midden-Oosten onder controle had.
Ook Salomo concludeert dat alles volkomen nutteloos is. Najagen van wind…
Wat is nutteloos? Hij vertelde het in de verzen die we lazen: geld verdienen,
huizen bouwen, boomgaarden aanleggen, vrouwen versieren, kortom leven als een
succesvol macho het stelt helemaal niets voor!
Hij had ook de armen in zijn rijk op weg kunnen helpen,
Hij had ook een ruimhartig  asielbeleid kunnen voeren,
Hij had ook bij Poetin kunnen protesteren tegen de discriminatie van homo’s…
Hij had ook … maar daar hoor je hem niet over.

Barmhartigheid tonen in een seculiere samenleving, daarmee kan de kerk geloofwaardigheid terugwinnen.
Kijk eens hoe er wordt gereageerd op de totaal andere houding van de paus.
Die wil ook geen rechter zijn, maar meer als leraar optreden…
en dan niet zoals Benedictus, de strenge schoolmeester;
maar zoals Franciscus van Assisie, die mensen wist te raken met zijn verhalen,
met zijn manier van leven: loslaten, delen, weggeven! 


Leef je als rechter of als leraar?
Kunnen we als kerk het verschil maken?
Misschien kunnen we om te beginnen het verschil laten zien.

In het dagblad voor West-Friesland lees je regelmatig verhalen over daklozen,
die in Hoorn die voor overlast zorgen. De nachtopvang is ongeveer 100 meter
bij ons huis vandaan en die overlast speelt zich af in het park waar wij en onze
buurtgenoten de hond uitlaten.
Hoe de gemiddelde hondenbezitter reageert op mensen die er onverzorgd uitzien,
meestal al vroeg dronken en/of stoned zijn, kunt u zich waarschijnlijk wel
voorstellen. Inderdaad: afwijzend. 

Vorige week was een stel opschoten jongens uit de buurt bezig een nog tamelijk
jonge, dakloze Somaliër – met zo’n kegel – doodsangst aan te jagen,
door hem achter op een brommer te zetten en met hem door het park te scheuren.
Een mevrouw spreekt die pestende Hollanders aan op hun gedrag.
Die knullen waren helemaal niet van kwade wil. “Hij vind het leuk mevrouw!”
“ Nee jongens, hij is bang! Bang om jullie teleur te stellen, maar vooral
doodsbang om van die brommer af te vallen.

Intussen hebben de hondenbezitters zich op de rechterstoel genesteld.
De Somaliër wordt veroordeeld om zijn dronkenschap en de vrouw om het uiterst
naïeve idee dat die rotjongens ook maar een moment naar haar zouden luisteren.

Deze week waren enkele daklozen en een paar vrienden bezig vlees te roosteren. Terwijl de hondenbezitters de vierschaar spanden, ging diezelfde mevrouw een praatje maken met de heren. Ze was benieuwd naar de herkomst van het vlees.
Het bleek konijnenbout  te zijn, die een van hen had gehaald bij de supermarkt.
“Maken jullie het vuur straks wel goed uit, want als het nagloeit en de honden lopen
er doorheen… “ “Doen we mevrouw!” “Afgesproken!”  “Wat een mooie herder hebt u, mevrouw” Die mannen kunnen niet meer stuk. Terwijl ze wegloopt, hoort ze die kereld rond het vuurtje nog net zeggen: “Kijk, dat is eigenlijk de enige die ons als mens behandelt.”       

Natuurlijk verklaart de genoemde rechtbank, dat vuurtje stoken onverantwoord is.
De hondenbezitters  verklaren de vrouw voor gek… Zij denkt er het hare van… en wat ze ervan denkt, vertelde ze bij thuiskomst aan haar man en die verwerkte haar verhaal in zijn preek voor vandaag.  

Zij is leraar… en weet dat in een samenleving van rechters slachtoffers vallen.
In zo’n samenleving noemt men daklozen a-sociaal, maar wat de denken van die
hondenbezitters. In zo’n samenleving heten verslaafden: junks – afval) maar wat heeft de samenleving aan zo’n oordeel? Dat kan de prullenbak in.

In onze samenleving roept men om zware straffen. Het staat wetenschappelijk
vast dat het niet helpt, maar ja die primitieve, natuurlijke onderbuikgevoelens,
die moeten worden bevredigd…  Mijn God, wat valt er nog veel te leren… 

Je kunt deze  gelijkenis opvatten als een persoonlijke vermaning voor die rijke boer… en voor iedereen die daarin iets van zichzelf herkent.

Je kunt deze gelijkenis opvatten als een vermaning voor de onderhandelaars die
prate over vrede in het Midden-Oosten. Het belang van jouw land, is alleen echt
– als het voortkomt uit algemeen belang. Dat is de enige weg naar vrede!

Je kunt die gelijkenis ook lezen als een vermaning aan de wereldwijde christenheid.
Die spanning tussen privébelangen en Gods koninkrijk, duiken immers telkens weer op. Durf jij te vertrouwen op het oude verhaal? Durf jij gehoor te geven aan de oproep tot solidariteit, wil jij genade voor recht laten gelden?

De gelijkenis zet ons ook daarover aan het denken…
De Hoornse Raad van Kerken wil een straatpastor aanstellen, een steun en
toeverlaat voor daklozen, hangjongeren…. Dat is tegen de tijdgeest in, ik weet
het. Maar dat is misschien wel het beste bewijs, dat wel past bij de God van
Israël, die we – te midden van andere namen – hebben leren noemen:
De Gans Andere… Dat het zo mag zijn… AMEN.