To be your presence

Gemeente  van onze Heer Jezus Christus –

Lieve mensen van God

Deze week waren enkele leden van onze kerkenraad bijeen met een drietal collega’s uit de gereformeerde kerk. Ik was daarbij en mocht de bijeenkomst openen. In ons
onvolprezen nieuwe liedboek vond ik een prachtige liedtekst om voor te lezen.
In dat lied, zo vertelde ik onze gasten, wordt bezongen hoe wij in en om de Kapel graag gemeente willen zijn. Lied 973

Mijn oog viel op de kleine lettertjes helemaal onderdaan.
De oorspronkelijk Engelse titel van dat lied luidt namelijk:
To be your presence…
Letterlijk: Uw aanwezigheid te zijn… 
Letterlijke vertalingen klinken bijna nooit goed.
Gert Landman loste het voor ons op… Hij bidt:

Om voor elkaar te zijn: uw oog en oor…
te zien wie niet gezien wordt, niet gehoord
en op te vangen wie zijn thuis verloor,

Om voor elkaar te zijn: uw hand en voet.
te helpen wie geen helper had ontmoet
wie dorst of hongert wordt getroost, gevoed,

Om voor elkaar te zijn: uw hart en mond
om op te komen voor wie is verstomd
voor wie gevangen zit of is gewond,

roept u ons, Christus , uw gezicht te zijn.
gerechtigheid en vrede, brood en wijn,
uw liefde, hoop, geloof uw zonneschijn,

Met andere woorden, wij als gemeente mogen ons geroepen weten het gezicht van
Christus te zijn. Dat betekent we er mogen zijn voor alle mensen, maar vooral  voor degenen die niet gezien worden,
niet gehoord , dakloos zijn, geen helper hebben,
monddood zijn gemaakt, gevangen zitten, hongeren en dorsten naar recht…

We mogen het gelaat van de Heer laten zien
aan allen die gewond zijn geraakt naar lichaam en geest.
Mensen die verslaafd zijn, mensen die rouwen, die pijn lijden,
die klem zitten, die tussen wal en schip raken…

Kortom wij mogen de mens, die een ander nodig heeft,
zijn liefde geven. God grote verhaal met de mens en de wereld
biedt hoop voor de samenleving en warmte voor het individu
We mogen het icht laten zien, dat straalt, aan het eind van de tunnel.

Is dat niet heel erg pretentieus?
Leid zo’n opvatting niet tot zelfgenoegzaamheid?
Zetten we onszelf met zulke teksten niet op een voetstuk?
Dat gevaar ligt op de loer, maar dàt is niet de bedoeling…
Wat dan wel?

Degenen die de liedtekst hebben meegelezen,
hebben gezien dat ik bij alle coupletten het laatste woord heb overgeslagen.  
Dat woord is bij alle coupletten hetzelfde, t.w. halleluja!
U weet wat dat woord betekent hè?  
Prijst God – Loof de Heer.

Het eerste couplet luidt dus:  
Om voor elkaar te zijn:  uw oog en oor…
te zien wie niet gezien wordt, niet gehoord
en op te vangen wie zijn thuis verloor,  
Halleluja…


We zingen halleluja,we loven en prijzen de Heer
omdat wij zijn ogen mogen zijn in een samenleving,
die mensen over het hoofd ziet.

We zingen halleluja,
we loven en prijzen de Heer
omdat wij zijn oren mogen zijn,
voor wie hier niet wordt gehoord!

We zingen halleluja,
we loven en prijzen de Heer
omdat wij ZIJN handen mogen zijn;
mensen opvangen, die geen thuis meer hebben
en in een gammel bootje  op zee dobberen,
daar ginds, in de buurt van Malta en Lampedusa.
En dat is dan alleen nog maar
het eerste couplet…


Misschien zijn er ook mensen, bij wie de schrik om het hart slaat…
Dat eerste couplet is al zoveel…en er zijn er nota bene vier…
Dat kunnen wij als kleine gemeente in Andijk en Wervershoof
toch helemaal niet aan?
To be your presence … Halleluja.   

Hoe  kunnen wij nou Gods aanwezigheidlaten zien? 
Dat kan door de mensen om ons heen te laten ervaren dat de God met die naam
“Ik zal er zijn voor jou!” er ook werkelijk voor hen is.

Dat kan misschien soms groots en meeslepend zijn…  
zo groots als een onweer, zo meeslepend als een aardbeving…
maar als het erop aankomt gaat God voorbij in het suizen
van een verkoelend briesje, vraag het maar aan Elia!

Ik bedoel… in kleine eenvoudige dingen
is het gelaat van de Heer herkenbaar…
een autotochtje met een dementerende broeder…
in een kilometers lange zondagmiddagwandeling
met iemand die er nodig eens even uit moet.
het bezoek aan een zieke,
in de diaconale gift van de gemeente
voor de kinderen in Syrië. 
Er suist een zachte koelte…
Een lekker windje –
Roeach – Gods Geest.

Lied 973 laat zien hoe het geloofsverhaal verbonden is
met ons levensverhaal, persoonlijk maar zeker ook als gemeente.  

Donderdagavond kwam het leerhuis bijeen. We bekeken een seizoen lang allerlei kunstwerken, o.a. dit schilderij.
Het zijn de Emmaüsgangers, geschilderd door Henri Schoonbrood in 1929.
Ze dragen confectiepakken. Het zijn twintigste-eeuwers die wandelen met Christus.
Ook deze schilder actualiseert het oude verhaal – zoals dat de eeuwen door gebeurde.

Ik moest denken aan de Emmaüswandelingen zoals we die, eerst vanuit onze gemeente hebben georganiseerd en dit jaar deed Jan dat samen met de andere kerken in Andijk

Een middag lang  optrekken met iemand die je niet kent…
iemand uit een andere kerk, of iemand die zich niet tot een kerk rekent.
En dan blijkt dat waar mensen, die echt geïnteresseerd zijn in elkaars verhaal
en samen op weg gaan – bijzondere ervaringen opdoen.

Waar mensen echt gevoelig worden voor elkaars vreugden en verdriet
en die gevoelens willen delen… daar gebeurt het verhaal opnieuw
Waar mensen bereid zijn elkaars angsten en zorgen te doorleven
en samen op pad gaan, daar voegt zich een derde bij hen…
daar laat de ANDER (met vijf hoofdletters) zijn gezicht zien
in de gestalte van mensen.

Daar toont Christus zich als de opstandige Heer,
die zich er niet bij neerlegt dat de lieve mensen van God uitzichtloos eenzaam,
voor altijd verdrietig en door en door angstig zijn.

Die rol , to be his presence, speelt de geloofsgemeenschap
dan eens als gemeente als geheel;
dan eens in de gestalte van
een enkel individu.

Maar hoe dan ook ..
Aan het eind van het verhaal zit je samen aan tafel
en wordt de ANDER met vijf hoofdletters herkend…
Rembrandt verbeeldt dat werkelijk schitterend.
Kijk eens hier…

Dit lijkt een heel gewoon tafereeltje…
Drie mensen aan tafel. Niks bijzonders…
Maar kijk eens waar het licht vandaan komt…
op andere schilderijen valt het zonlicht binnen via een raam
of komt het van een paar kaarsen die op tafel staan..
Bij Rembrandt  komt het licht bij
Christus zelf vandaan
Jezus is het licht…
Het licht der wereld
dat tot op vandaag  zichtbaar wordt
in de gemeente van Christus
voor alle lieve mensen
van God. 


To be His presence,
Zijn tegenwoordigheid te zijn,
dat is wat we vijf jaar lang
hebben geprobeerd te doen…

U en ik, wij samen. Kerk, wij samen.
Dat hebben we  – met vallen en opstaan – proberen te doen.
Dat blijven we ook doen.
U gaat door als gemeente in Andijk en Wervershoof,
want u weet zich geroepen… to be his presence.

Ik ga weliswaar een beetje rust nemen, maar ook mijn passie voor het
verhaal verandert niet… ook ik weet me geroepen door diezelfde Heer
to be his presence..  


U roept ons, Christus, uw gezicht te zijn.
gerechtigheid en vrede, brood en wijn,
uw liefde, hoop, geloof …. uw zonneschijn,
Hallelluja!

 

AMEN