Elisa en de Sunamitische

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.


Wat een merkwaardig verhaal…
Elisa passeet Sunem. Het ligt aan een belangrijke verkeersweg.
Vandaag de dag zouden er grote borden in de berm staan:
Sunem, direct  aan de A1. Gunstige vestigingsvoorwaarden. Top locatie! 

Daar in Sunem woont een vrouw.
Ze is in de hele bijbel de enige vrouw die “gadol”genoemd wordt.
Ze is – in velerlei opzichten – een krachtige vrouw:
Lichamelijk, geestelijk, sociaal.
Een dame met allure, rijk, voornaam, hoog in aanzien, mooi.
Het is niet zo eenvoudig om haar te beschrijven.
Toon Hermans, die kon dat!
Die kon zo’n “grande dame”zo  neerzetten,
dat een stampvol Carré haar helemaal herkende.   
We hebben te maken met een top-vrouw; op een top-locatie.

Hoe zou ze heten? Het wordt niet vermeld.
Ze wordt consequent aangeduid als “die Sunamitische”

Haar allure blijkt vooral ook in haar gastvrijheid.
Velen komen langs haar huis, en dat staat altijd open.
De drempel is laag. Je kunt zo bij haar binnenlopen.

Maar Elisa, de profeet, aarzelt. Die loopt niet zomaar binnen.
Ze moet daar sterk bij hem op aandringen.
Je kunt je afvragen waarom ze dat doet, dat aandringen, bedoel ik.
Vind ze het leuk om een B.I.-er (een bekende Israëliet) in huis te halen?
Je kunt je ook afvragen waarom Elisa zo terughoudend doet?
Vertrouwt hij de motieven niet, van deze gehuwde dame?
Of misschien vertrouwt hij zichzelf niet helemaal.
Een profeet is ook maar een mens… en mooi is ze!

Maar op een dag heeft ze succes…
Elisa bezoekt haar en het bevalt hem blijkbaar,
want hij komt regelmatig terug.

Zo regelmatig dat ze tegen haar echtgenoot zegt:
“Laten we op het platte dak van ons huis een logeerkamertje bouwen.
Een kamertje, speciaal voor de man Gods.
Ze vindt die profeet heel apart.
Ze noemt haar gast “een heilige.”
Wat haar man vindt van dat plan, is niet van belang.
We horen er in elk geval niets over.
Hij is een nietszeggende figuur.

Het plan wordt gerealiseerd, maar is wel iets opvallends
Ze bouwt een kir aliya.  Een kir is een muur…
“Aliyah” is een woord dat met opgaan van doen heeft…

Als de plattelanders opgaan naar Jeruzalem voor de grote feesten,
is dat een letterlijke opgang … naar de stad op de berg;
maar het is ook een opgang… naar een heilige plaats
opgaan naar een hoger, heilig niveau
Een pelgrim voelt die heiligheid.
Je voelt je apart! Bijzonder.
Denk maar aan Moslims die opgaan naar Mekka
Katholieken die opgaan naar Lourdes.

In de eerste helft van de vorige eeuw gingen vele zionisten naar Palestina.
Dat was voor ieder van hen een aliyah – opgaan naar het Heilig Land.
Na 1948 kwamen er diverse aliyoth opgang…
grote golven van immigranten op naar Erets Israel – het Heilige Land
Heel bijzonder,heel apart.

U begrijpt dat in ons verhaal de term Kir Aliyah – opgaande muur –
problematisch is.
Daarover hebben joodse mensen zich de eeuwen door het hoofd gebroken.
Ze hebben hun rabbijnen een verklaring gevraagd.
Die hebben ze in alle soorten en maten gegeven.
Een modern joods theoloog Eliëzer Segal,
professor aan de Calgary university in Canada – zegt:
“Dit gastverblijf garandeert zowel de privacy van de gast,
als die van de gastvrouw.” Gastrecht is heilig, maar privacy ook.

De term kir aliya, “opgaande muur” benadrukt enerzijds Elisa’s
heel bijzondere relatie met God en tegelijk haar status aparte,
als gastvrije “grande dame.”

Eliëzer Segal zegt: De opgaande muur benadrukt de verticale relatie die de
Man Gods zo bijzonder maakt; Die muur wordt gebouwd op het horizontale dak en
dat verbeeldt de manier waarop Elia met mensen omgaat.
We laten die typisch joodse belangstelling voor dat woord, aliya, verder
aan de geleerden over, maar constateren dat het over meer gaat dan
over de bouw van een gewoon kamertje. Er zijn zowel horizontale als
verticale relaties in het geding.  

De inrichting lijkt ook heel gewoon:
Een bed, een lamp, een tafel en een stoel.
Maar die lamp is een menora, een zevenarmige kandelaar,
zoals er in de tempel een staat: in het heilige der heilige.
U weet wel, die plek waar God heel dicht bij de mensen is.

De stoel is een kesè, een zetel, een
troon. Die stoel doet denken aan een messiaanse koning. Zo een die het
koninkrijk Gods zicht- en tastbaar maakt.

Dat gastverblijf heeft iets van een kapel, een plek waar je Gods aanwezigheid
ervaart.
Dat gastverblijf heeft iets van een kloostercel, waar in contemplatie een
intens contact met de eeuwige tot stand komt. 
Dat gastverblijf heeft ook iets van een gevangeniscel, waar de mens tot inkeer
komt en beseft wat werkelijk belangrijk is in het leven.

In de Lutherse traditie is het vandaag de eerste zondag van de voleinding. De periode waarin we bezig zijn met de dingen… die van wezenlijk belang zijn.

De vrouw noemt Elisa consequent de“Man Gods.”  Ze is een fan van Elisa.

Ze adoreert de profeet. Dat blijkt uit alles… zelfs uit de inrichting van dat
kamertje. Elisa gaat heel afstandelijk met haar om.
Zijn hulpje heeft een naam: Gehazi.
Maar deze grande dame noemt hij consequent “de Sunamitische.”
Vindt hij het moeilijk haar gastvrijheid te accepteren? Is hij op zijn hoede?
Een roddel is gauw geboren… veel sneller nog verspreid.

Toch komt er een moment dat hij beseft, dat hij iets terug moet doen.
Hij laat haar naar boven komen. En terwijl zij nota bene vlak naast hem staat,
laat hij Gehazi vragen of hij misschien iets voor haar doen kan.
Over afstandelijkheid gesproken.

Hij biedt aan om een goed woordje voor haar te doen…
bij de koning of bij de legeraanvoerder. Hij stelt zich op als een autoriteit!
Zo in de trant van “Zij mag het zeggen! Ik – Elisa – kan wel het een en ander
voor haar regelen.” Die Elisa mag honderd keer een “Man Gods” zijn, maar
dit gedrag is natuurlijk volkomen misplaatst. Wat een arro!

Ze wijst zijn aanbod dan ook zeer zelfbewust af.
Ze antwoordt Gehazi: “Ik woon hier te midden van mijn eigen mensen.”  
Met andere woorden: Ik sta hier op mijn eigen benen; ik heb mijn eigen netwerk
Ik heb de voorspraak van jouw baas helemaal niet nodig.
Ze verlaat zwijgend het vertrek.

Ik vermoed dat ze haar teleurstelling nauwelijks kan verbergen.
Maar de grote profeet Elisa, ziet blijkbaar niet wat er in haar omgaat.

Elisa, staat op een zo hoog voetstuk, dat hij een heel gewone,
menselijke behoefte van een “grande dame” 
aan de vriendschap van een “grand seigneur”
niet meer onderkent. Hij kijkt vanaf zijn hoge sokkel
over al die laag-bij-de-grondse menselijke behoeften heen!

Elisa is zelfs zo bot dat hij het Gehazi nog een keer laat vragen.
De vrouw zwijgt. Ze vernedert zichzelf niet en laat de profeet
in zijn grootheidswaan!

Gehazi, is maar een heel gewone jongen. Die staat niet op een voetstuk.
Die heel gewone jongen ziet  precies wat er aan de hand is.
Hij doorbreekt  de impasse.  Hij vat haar hele habitus in één zinnetje
samen: Ze heeft geen zoon en haar man is al oud.

Met andere woorden: Ze mag dan in het verleden een goede positie hebben opgebouwd. Ze mag dan vandaag de dag een “grande dame”op een toplocatie zijn,
maar toekomst heeft ze niet!

Ze zal straks – naar de mens gesproken – een kinderloze weduwe zijn.
Wie kijkt er dan nog naar haar om? Wie zal er dan voor haar zorgen?
Kinderen vormden toentertijd je levensverzekering.

In de hedendaagse politiek is dat weer modern…
De participatiemaatschappij bestaat al heel, heel lang.
Gehazi zegt dus: Ze heeft geen zoon en haar man is al oud.

Nu zou je denken dat Elisa in gebed gaat.  Je zou verwachten dat hij God vraagt
deze gastvrije Sunamitische een kind te schenken, toch?  
Hij laat haar roepen. Ze staat in de opening. Zonder ook maar enig contact met  God, zegt hij: ‘Vandaag over een jaar zult u eenzoon in uw armen houden.’

Hij zegt dat, zomaar … op eigen gezag… alsof hij God zelf is.
Zij protesteert! Nee! Niet doen! Geef me nou geen valse hoop!
Je kunt zo geadoreerd worden, dat je je als een God gaat gedragen.
Wie op een voetstuk wordt geplaatst, gaat zelf geloven dat hij bijzonder is…
Zulke mensen menen vaak boven de wet te staan.
Hooghartig! Onuitstaanbaar arrogant, en altijd bezig de ander te
vernederen. 

Een jaar later wordt er een zoon geboren in het huis van “die Sunamitische.
Elisa komt nog steeds af en toe langs.

Is dit kind het godsgeschenk, dat wordt geboren uit de liefde tussen haar en
haar man? Of zou deze zoon zijn geboen uit de arrogantie van een over het paard
getilde profeet? Die op eigen houtje, zijn onzalige gang ging?

Zij aanvaardt haar verantwoordelijkheid als moeder. Haar man speelt de vader.
Elisa komt af en toe eens langs.
Het kind groeit op en is op een dag bij zijn vader op het land.
Het joch krijgt een zonnesteek en die vader laat het kind
door een knecht naar zijn moeder brengen.

Wat is dat  nou weer? Wat ben je dan vooreen vader?
Dat doe je toch niet? Dan pak je toch zelf je kind op…
dan ga je toch zelf naar je vrouw… dan deel je toch de zorgen …
Niets daarvan. Dat doodzieke kind wordt thuisbezorgd door een knecht.
Ik ken geen vader die zo met zijn eigen vlees en bloed omgaat.

Het kind sterft… Je verwacht dat de moeder volkomen van de kaart is.
Niets is immers zo ingrijpend in een mensenleven als het verlies van een kind.
Maar wat doet ze?  Ze zegt niks. Niemand kent haar gevoelens.

Ze legt het kind op het bed in dat beroemde opkamertje.
Ze sluit de deur en vraagt haar man om een ezel…
Ik ga naar de man Gods! Waarom?
Laat me nou maar!  Ze gaat!
Hij laat haar gaan.
Wat een stel!

Elisa ziet haar aankomen. 
Kijk, daar heb je warempel “die Sunamitische.”
Gehazi moet gaan vragen of alles goed is net haar,
haar man en haar zoon… Ja ja, alles is goed, zegt ze tegen Gehazi! 
Maar als ze bij Elisa komt valt ze op haar knieën en pakt zijn voeten vast.
Gehazi wil haar wegjagen, maar – geloof het of niet – Elisa ziet haar verdriet.
 
Hij zal haar troosten… denk je. Niks hoor! 
Hij verwondert zich over het feit dat hij dit niet weet.
Dat de Heer dit voor hem verborgen heeft gehouden.
De arrogantie wordt werkelijk schrijnend.

Maar voor “die Sunamitische” is de maat vol
Ze pakt hem bij zijn lurven en wijst deze “grand seigneur”
op zijn verantwoordelijkheid: ‘Heb ik u soms om een zoon gevraagd?
Heb ik niet gezegd dat u geen valse hoop moest wekken?’
Ze blijft beleefd, maar ze is zò boos!
Zo ontzettend boos!

Elisa probeert nog zijn status overeind te houden.
De truc met de stok mislukt. Het fallussymbool werkt niet!
De machomentaliteit is ontmaskerd. Hij moet zelf aan de bak.
Met zijn hele hebben emn houden.
Elisa gaat dat kamertje binnen –
Hij trekt zich terug achter die opgaande muur.
Sluit de deur… en voor het eerst in het hele verhaal –
is er contact met God. Elisa is terug bij zijn oorsprong.
Hij stapt van zijn voetstuk. Niet langer God zelf, maar nabi… profeet.

Waar de Gods man op een voetstuk staat…
Waar de Gods mensen zich verheffen boven de wet en boven de anderen,
daar hebben de kinderen geen leven – daar is geen toekomst.
Hoogmoed maakt leven kapot.

De Gods man is er om Gods koninkrijk verkondigen.
Gods mensen mogen zijn liefde zichtbaar maken, toekomst openen,
opstaan om mensen tot hun recht te laten komen.
Met die boodschap mogen we de nieuwe week in.
Laat je niet heilig verklaren…
laat je niet op een voetstuk zetten,
want waar dat gebeurt verkillen de verhoudingen.
Als je jezelf op een voetstuk zet,
ontloop je je verantwoordelijkheid t.o.v. medemensen

Als je op een voetstuk staat…  Kom eraf
en schaam je niet voor het feit
dat de Eeuwige ook jou – net als Elisa  –
terug op het spoorzet en je op het spoor houdt.

Roep de moeder,’ riep Elisa tegen Gehazi.
Hoor je dat? “De moeder.” Dat klinkt al beter dan “die Sunamitische”
Gehazi waarschuwde haar, en toen ze boven kwam zei Elisa, zomaar rechtstreeks
tegen haar: ‘U kunt uw zoon meenemen.’ 
De vrouw kwam de kamer binnen, viel aan Elisa’s voeten neer en boog diep voorover. Toen nam ze haar zoon op en ging de kamer uit.
Die twee gaan samen de toekomst tegemoet.
Of Elisa af en toe nog langs kwam?
Geen idiee! Wat denkt u? 

AMEN