Tamar

Gemeente van onze Heer Jezus Christus –
Lieve mensen van God.

 

Straks ga ik naar Andijk om een kerstmusical in te studeren
met een groep enthousiaste kinderen.
Die musical heet “Het andere verhaal.”
Die titel duidt op het feit dat de schrijver verschillende verhalen
met elkaar verbindt. Nee, dat zeg ik niet goed, want die schrijver hoefde die
verhalen niet meer te verbinden, want dat had de evangelist Mattheüs al gedaan.

Mattheüs begint zijn boek over Jezus met een geslachtsregister.
Die stamboom is een haast eindeloze opsomming van mannennamen. Mannen, die
zonen verwekken.
De musicalschrijver pikte vooral de laatste regel van die stamboom op: Mattan
verwekte Jacob, Jacob verwekte Jozef…
De Jozef in het kerstverhaal, is dus ene Jozef – zoon van Jacob. 
Hij draagt in dit spel dan ook niet die eeuwige grauwbruine mantel, waarin hij
altijd weer zijn wat suffige bijrol moet spelen.

Nee, Jozef draagt de veelkleurige mantel,
die hij van aartsvader Jacob cadeau heeft gekregen.
Deze Jozef is een man met een droom.
Deze Jozef komt in Egypte terecht.
Heet hij daar dan ook Zafnat Paneach, redder van de wereld?
Bij die vraag, verwijst hij naar het kind van Maria,
zijn ondertrouwde vrouw, welke zwanger was.
Het kind waarvoor hij de vaderrol speelt.

Mattheüs begint met een geslachtsregister…
Is de evangelist zo iemand, die familiestambomen uitpluist?
Nee, dit is geen genealogische stamboom, maar een theologische.
De stamboom van Jezus is ons niet doorgegeven om ons iets wijs te maken over
zijn afkomst. David leefde maar liefst 1000 jaar eerder.
Gaat uw stamboom zover terug?   

Mattheüs wil ons vertellen wat voor man deze Jozef is.
Mattheüs schetst wat er zoal ligt opgesloten in zijn DNA-profiel.
Mattheüs vertelt over een vaderfiguur, die de eigenschappen overdraagt van
David – de koninklijke herder;
Jozefs stamboom roept Abraham en Sara in herinnering
– ook zo’n stel dat op wonderlijke wijze kinderen krijgt.

Jozef draagt die dingen niet over via zijn sperma, maar door zijn voorbeeld,
door zijn opvoeding. De bijbel heeft niks met natuurlijke viriliteit en
vruchtbaarheid. Voor prestaties op dat gebied,
moet je bij natuurgoden zijn, bij het heidendom.

In datzelfde geslachtsregister worden tientallen mannen en slechts vier vrouwen genoemd. Maar die vier zijn wel meer dan de moeite waard. Het zijn Tamar, Rachab, Ruth en Batseba.
Dat kwartet wordt bij name genoemd.
Deze vier vrouwen komen dit jaar elk op een van de adventszondagen, aan
de bod. Vandaag dus Tamar.

Tamar is de vrouw van Er.
Er is een zoon van Juda. Juda is – net als Jozef –
een van de twaalf zonen van vader Jacob.
Jacob wordt– na dat gevecht bij de Jabbok –
ook Israël  wordt genoemd. Juda zoon van Israël.

Hij en zijn stam vormen een onderdeel van het Godsvolk.

Zomaar midden in het verhaal van Jozef  klinkt  ineens
dit verhaal over Juda… Het lijkt een vreemd intermezzo,
maar dat valt bij nader inzien wel mee.

Meteen in de eerste zin  is er al een merkwaardige
overeenkomst. Jozef is zojuist afgedaald naar Egypte.
en dan lezen we in de Naardense Bijbel:
– een moderne vertaling die heel dicht bij het Hebreeuws blijft – 
NEER daalt Juda, van bij zijn broeders en
buigt af naar een Kanaäniet..  
 

Jozef daalt af en blijft – ook los van de anderen – vertrouwen op de God van
Abraham, Isaäk en Jacob. Juda maakt zich zelf los uit het stamverband en gaat leven als een Kanaäniet. Juda maakt zich los uit de verbondsrelatie met
de God van Abraham, Isaäk en Jacob.

Ruben, deoudste van de 12 heeft zijn plicht om recht te doen, verzaakt toen Jozef in de put werd gegooid. Dat wordt de vraag wie dan wel de belofte verder draagt.

Jozef is de door Jacob uitverkoren zoon! Hij droomt dubbele dromen…
natuurgoden buigen voor de Eeuwige, zon, maan en sterren zijn de goden Egypte
de schoven staan voor vruchtbaarheid.
Ja, Jozef heeft een droom… Joseph had a dream today…
maar ja, die daalt af naar slavernij in het huis van Potifar.

Tijd dus om eens te kijken of de tweede in rij,
Juda een geschikte kandidaat zou kunnen zijn
om de belofte van een veelbelovend land
verder door de geschiedenis te dragen.
Zou hij de leider kunnen zijn van …
ja en volk is het nog niet
12 families… het Duits
heeft er een heel erg
mooi woord voor:
“Grosfamilie.” 

 

Zoals gezegd, hij begint voor zichzelf.
Van God los en los van zijn broers…
Hij trouwt en krijgt drie zonen:
Er, Onan en Sela.

Juda neemt een vrouw voor ER: Tamar.
Een veelbelovende naam. Tamar betekent dadelpalm.
Een prachtige boom, die heel veel vrucht voortbrengt…
Het mag dan veelbelovend klinken, maar het huwelijk
blijft kinderloos.

Dan staat er zomaar ineens:

God vindt Er een slecht mens en laat hem dood gaan.
Ik weet ook niet goed wat ik met die opmerking moet.
In Kanaän worden de verbanden blijkbaar zo gelegd.
Het zegt meer over de heidense manier van geloven
die zich van de stam van Juda meester maakt,
dan over de manier waarop God met mensen omgaat.  

De Thora schrijft nu voor dat de broer van de overledene,
Onan dus, bij Tamar een zoon moet verwekken.
Maar Onan verzaakt zijn plicht.
Hij geniet wel de lusten, maar ontwijkt de lasten.
Het wordt een coïtus interruptus…
Tussen twee haakjes, de naam van Onan leeft voort in het woord onanie: zelfbevrediging. Dat klopt dus niet, maar dat terzijde!

Nu zou Sela zijn zwagerplicht moeten doen. Juda wil dat niet
Eerst verzint hij nog een smoes: Het ventje is te jong!
Uiteindelijk schuift Juda de hele verantwoordelijkheid
voor het erfdeel van zijn oudste zoon van zich af.
Ben je dan als pater familias pas diep gezonken?
Ga je dan af? Nee, Juda als leider van het volk
die experimentele gedachte heeft
absoluut geen toekomst
Juda’s vrouw sterft. 

Tamar is inmiddels verbannen naar het huis van haar vader.
Daar wacht ze tot haar recht wordt gedaan.
Op een man hoeft ze niet te rekenen…
Zij is tweede hands.
Haar enige hoop is dat Sela zijn plicht vervult
en zijn broer een zoon schenkt.
Maar Juda staat dat niet toe.
Er wordt Tamar groot
onrecht aangedaan.  

Jozef weerstaat intussen in Egypte de verleidingen van Potifars vrouw.
Maar Juda loopt er met open ogen in. Op weg naar een schaapscheerdersfeest in
Timna, ontmoet hij op een kruispunt van wegen bij Enajim – tweelingbron-
een vrouw die haar diensten aanbiedt en Juda maakt er gebruik van.
De  prijs: een geitenbokje. Maar dat had Juda niet bij zich.

Hij laat een borg achter in de vorm van zijn zegelring en zijn staf.
Dat woord borg moet u even in het achterhoofd houden.
We komen het nog tegen.
Als de volgende dag het bokje wordt bezorgd is de vrouw niet meer te vinden.
De ring en de staf is hij kwijt.
De tekenen van zijn
waardigheid – zijn
foetsie.

Als hij hoort dat zijn schoondochter zwanger is,
wordt ze meteen voor hoer uitgemaakt.
En dat niet alleen. Hij wil haar op de brandstapel zetten.
Ze maakt immers de familie te schande!

Dan speelt Tamar haar troeven uit.
De eigenaar van deze staf en deze zegelring…
dat is de vader van mijn tweeling!

De reactie van Juda slaat de spijker op zijn kop!
Zij is een rechtvaardige – ik niet.

Het leiderschap van die Grosfamilie kan hij wel vergeten.  

Dat hoeft ook niet meer, want Jozef is intussen Zafnat Paneach
de onderkoning, die de wereld redt van honger en dood.
Het is wel goed om even vast te stellen
dat Juda terugkeert in de kring van de broers
en een heel eind verder in het verhaal borg
staat voor Benjamin.
Nee, niet zijn staf – niet zijn zegelring,
maar hijzelf is de borg.
Hij heeft zijn vader beloofd dat Benjamin terugkomt
en daarvoor zet hij zich met lijf en leden in
tegenover die vreemde onderkoning…
die even later zijn broer blijkt te zijn.

Dat is de crux van deze verhalen…
Degenen die zich met lijf en leden,
met hun hele hebben en houden inzetten,
met heel hun hart, met heel hun verstand en met alle kracht
inzetten voor recht en vrede… dat zijn de rechtvaardigen.

Dat zijn de mensen die bouwen aan het koninkrijk Gods
Jozef is er zo een te zijn,
Juda is er zo een, en Tamar is er zo een!
Ook zij zet zich met lijf en leden in voor het recht…
voor het recht van haar overleden man,
wiens naam nu dubbel en dwars voortleeft
in de tweeling die Tamar ter wereld brengt.

Ik kan me zo voorstellen dat menig kerkganger,
die vandaag met Tamar wordt geconfronteerd,
daar zo het zijne en misschien vooral ook het hare van denkt. 

Ik kan me zo voorstellen dat velen blij zijn dat ook
de woorden uit Romeinen 13 hebben geklonken…
woorden over de liefde en een deugdzaam leven.

Het oude testament vertelt ons dat de liefde voor recht en vrede
soms je zover kan brengen dat je alle regels die moraalridders
in de loop der eeuwen hebben bedacht, aan je laars lapt.
Ja, zegt u misschien, maar Paulus roept ons op om
ons te omkleden met Christus… dus met liefde.
Ook Jezus zette zich met lijf en leven in voor
zijn droom, zijn ideaal, zijn missie. 
Hij liet mensen zien dat  wie leeft
vanuit de liefde van God, voor de dooie dood nog niet bang hoeft te zijn.

We zijn vaak zo snel met ons oordeel over mensen,
die net helemaal in het moralistische straatje lopen.
Maar we zijn ook vaak erg snel geneigd om misstanden te accepteren, terwijl
mensenrechten met voeten worden getreden.
Maar ja… handelsbelangen he.
Meneer Poetin moest eens boos worden.
Mensenhandel, discriminatie en machtsmisbruik’ ze zijn aan de orde van de dag.
En kiezen is verdraaid moeilijk…

Als Paulus schrijft over de nacht die haast ten einde is en over de dag die bijna
aanbreekt, schrijft hij over de wederkomst van Christus.
Daar zijn we – 20 eeuwen later een stuk voorzichtiger mee.

 

Maar we vieren wel advent… Advent: Hij komt.
We bereiden ons voor op het komen van God
in de gestalte van Jezus van Nazareth

Jezus, die mensen bevrijdt van de angst voor godsdienstige leiders,
en onderdrukkende machthebbers.

Jezus komt in je leven en bevrijdt je van de geest van de hebzucht
die mensen verblindt voor de sociale rechtvaardigheid.

Laat Jezus toe in je leven, want hij bevrijdt je van boze geesten,
zoals het populisme, dat mensen doof maakt voor woorden
als compassie en barmhartigheid. 

Geef Jezus de ruimte en hij zal je bevrijden van je cynisme,
dat zo vreselijk verlammend werkt op de inzet van mensen
voor recht en vrede.

Jezus bevrijdt ons van alle geesten die de liefde in de weg staan.  
We vieren de komst van God in de wereld, door Jezus een plek te geven in ons
leven… Jezus, zoon van Jozef de dromer,
de zoon van David de herder,
de zoon van God de Heer.

Bereid je maar voor op de komst van
Jezus, de zoon van Tamar,
die ook jou uitdaagt je
met lijf en leden in te
zetten voor recht
en vrede.

Geve de Heer ons allen,
een goede adventstijd.

Amen