De verloren zoon – Lucas 15

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God.

 

De lezing uit het boek 2 Kronieken moeten we situeren 
aan het begin van de ballingschap.
Koning Nebukadnessar van Babylonië heeft Jeruzalem veroverd,
de elite van het volk weggevoerd en de tempelschatten geroofd. 
Crisis in optima forma en de theoloog die hier aan het woord is,
weet hoe het komt:
Zowel de politieke als de geestelijke leiders zijn in gebreke gebleven.
De priesters hebben zich overgegeven aan verfoeilijke praktijken,
waarmee ze volk en de tempel hebben bezoedeld. 
God heeft weliswaar telkens weer profeten gezonden om hen te waarschuwen,
maar die worden uitgelachen, weggehoond, in elkaar geslagen.

Op een bepaald moment – zo lezen we in vers 16 –
is de toorn van de Heer zo hoog opgelopen
dat er geen redden meer aan is.
God stuurt de koning van de Chaldeeën op hen af…

Je hoeft het niet met de Zeeuwen eens te zijn
die de watersnood in 1953 zagen als een straf van de HEERE,
voor de zonden die mensen hebben begaan.
Het idee dat God de zonden van de mensen collectief bestraft
is niet de hoofdlijn in de Heilige Schrift,
maar je kunt ook weer niet zeggen
dat die gedachte in de Bijbel niet voorkomt.
Hier in dit stukje Kronieken is die gedachte luid en duidelijk aanwezig.    

Toch is diegedachte in het boek Kronieken niet zo massief als het even lijkt.
In vers 20 lezen we dat het rijk van Nebukadnessar in handen valt van Perzië.
Dat koning Cyrus de Israëlieten laat terugkeren naar Jeruzalem,
omdat hij ervan overtuigd is, dat het de Heer is,
die hem alle koninkrijken der aarde heeft geschonken,
en de opdracht heeft gegeven een tempel voor hem te bouwen in Jeruzalem.

Iemand van wie je dat helemaal niet zou verwachten,
de heidense koning Cyrus, een aanbidder van Ahura Mazda
erkent de God van Israël… en Kanaän wordt opnieuw een veelbelovend land.
God komt zijn beloften na. De ballingschap is niet het einde!
Het is een stevige crisis in Israëls volksbestaan.
Een crisis vergelijkbaar met de holocaust.

Nu zijn crises – ook als ze minder heftig zijn dan die in 40-45 –
weliswaar heel vervelend,
maar mensen komen er wel altijd weer doorheen.
Met Gods hulp, zegt de gelovige.
Het idee van de kroniekenschrijver ligt dus wel genuanceerder
dan dat van de vrome Zeeuwse boer, die bij de vloed van 53 
in zijn verbijstering niets anders wist uit te brengen dan:
“De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen.
De naam des HEEREN zij geloofd.  
Het beeld dat de bijbel schetst van de Eeuwige is dan ook niet het beeld van de
straffende God, het is het beeld van een God die met je meegaat… ook als jij de crisis over jezelf hebt afgeroepen.
Ook als jij hebt verzuimd de dijken te onderhouden;
ook als je geen rekening hield met mogelijk aardverschuivingen, toen je begon
gas te winnen; ook als je had gedacht weg te komen met je bedrog aangaande epo
en andere dopingproducten… en ik vermoed dat iedereen voor zichzelf die lijst
wel kan aanvullen.

 

We lazen vanmorgen ook het verhaal van die vader met zijn twee zonen.
De oudste, die thuisblijft en de jongste die de wijde wereld intrekt.
Toen ik dat verhaal ooit aan een cursus schoolkinderen vertelde vroeg ik:
Wie van die twee zou je willen zijn? Ze kozen bijna allemaal voor… de jongste!

De jongste zoon vraagt om het deel dat hem toekomt.
De vader verdeeld zijn bezit. Twee derde voor de oudste,
een derde voor de jongste, want zo zat het erfrecht in elkaar.
De oudste werd geacht het bedrijf voort te zetten.
Let wel, als die oudste aan het eind zegt dat hij nooit iets, nog geen bokje,
heeft gekregen om een feestje te vieren met zijn vrienden,
dan is hij zeer ten onrechte  bezig zichzelf te beklagen. Twee derde deel
van het bezit van zijn vader heeft hij gekregen, noem dat maar “niks.”

Die jongste maakt zijn deel van de bezittingen te gelde.
Wat moet je met een akker als je van plan bent de wijde wereld in te gaan
en met dat plan is op zich niks mis hoor, integendeel!
Hij wordt pas de verloren zoon als blijkt dat hij een losbandig leven leidt…
Hij blijkt niet geleerd te hebben met geld om te gaan en
over erg veel mensenkennis beschikt hij blijkbaar ook niet.
Waaruit die  losbandigheid bestaat, staat er niet bij.
Moralistische kinderbijbelschrijvers weten het altijd wel in te vullen:
sterke drank en vreemde vrouwen; seks, drugs en rock-and-roll!
Het staat er niet, zoals er in het hele verhaal ook geen oordeel wordt
uitgesproken, noch over de oudste, noch over de jongste zoon.

De jongste loopt verloren als hij door een losbandig leven in de armoe verzeild
raakt. Er heerst hongersnood in het land en dan is een buitenlandse werkloze jongere
altijd en overal als eerste de pineut. Zo gaat dat in landen waar men denkt
dat “eigen volk” eerst komt… en buitenlanders voor een hongerloon
het werk mogen komen doen, waar dat eigen volk geen zin in heeft.
Zo gaat in landen waar men de kwaliteit van leven meet in Euro’s.
Zo gaat het in landen waar de politici zeggen alle religie
te willen bannen uit het openbare leven, en tegelijk
door de knikkende knieën gaat voor de goden Mammon en Economia.

Daar waar de band met Thora en evangelie wordt doorgesneden
daar ontstaat losbandigheid… daar gaat het erfdeel naar de vaantjes
en zit de erfgenaam uitgeteerd bij de vette varkens van het heidendom.
Laat nou toch alsjeblieft niemand zeggen dat bijbelverhalen niet actueel zijn.

Die jonge man hoedt de varkens. Enkele weken geleden dineerde hij nog met vrienden
in de meest chique restaurants van de stad
en nu zit hij hier in zijn eentje te verpieteren
bij de meest onreine dieren van zijn religie.
Hij begeert zelfs de schillen te eten uit de trog van de varkens.
Hoe diep kun je zinken als boerenzoon?
Knecht worden is nog tot daaraan toe
maar de vette varkens hoeden…
en als mens honger lijden…
Hij voelt zich minder dan die varkens en dat is
– alle activisten voor dierenrechten ten spijt – dat is “puur onrecht.”
Zo heeft de schepper dat niet bedoeld –
Dit past niet bij wat hij thuis van zijn vader heeft geleerd.
Thuis werd een knecht als mens behandeld.
Thuis was een mens een mens
en een beest een beest…
De jongste zoon wordt hij geconfronteerd
met de beestachtigheid van de mens.
De bewoners van dat land eisen van de vreemdeling,
dat hij zijn identiteit te niet doet.

En dan staat er dat ene, kleine maar o zo belangrijke zinnetje:
Hij kwam tot zichzelf.

Hoort u dat… Er is sprake van inkeer, van bezinning.
Waar ben ik nou toch helemaal mee bezig?
Het staat er niet, hoor, maar er had kunnen staan …
en na 40 dagen, kwam hij tot zichzelf.

Hij realiseert zich weer wie hij werkelijk is…
Hij realiseert zich dat hij niet geboren is om
datgene wat onrein is in stand te houden…
Hij heeft hier geen leven – dit is het land van de dood.
En daar in het land van dood en duisternis kun je twee dingen doen:
Je kunt je erbij neerleggen… en je kunt opstaan en naar huis gaan.
Hij kiest voor het laatste. Hij staat op en laat de onreinheid achter zich en
gaat naar zijn vader.


Jezus vertelt deze gelijkenis aan mensen die hem aanvallen
op het feit dat hij eet met tollenaren en zondaren…
Eerst vertelt hij over het verloren schaap en dan over het verloren muntje.
Beide worden teruggevonden en de vreugde daarover wordt gedeeld…
in de hemel als alzo ook op aarde.

Bij de terugkeer van de z.g. verloren zoon,
zal het dààrom gaan… om die vreugde
Zal zijn Vader blij zijn met zijn komst? En als vader verheugd is,
zal iedereen willen delen in de vreugde om zijn terugkeer?
Zijn oudste broer bijvoorbeeld?

Jezus houdt de mensen een spiegel voor.
De houding van de Vader ten opzichte van zijn zonen,
kun je vergelijken met hoe Jezus naar mensen kijkt…
Er zijn er die dicht bij huis blijven…
Die denken dat ze door keurig te doen wat er van hen wordt verwacht,
een waardevol leven te leiden.
Anderen trekken de wereld in. Proberen uit het leven te halen wat erin zit.
Nemen daarvoor risico’s en komen zichzelf op een geweldige manier tegen
en keren – in het gunstigste geval – met hangende pootjes terug naar huis.
Jezus verheugt zich – net als e vader in het verhaal – over zo’n terugkerende
avonturier;maar de schriftgeleerden en de farizeeën lijken meer op de oudste…
Die staan nou niet meteen te juichen, als ze horen dat een zondaar zich
bekeert.

De gelijkenis noemt de man die twee zonen heeft consequent: VADER.
Voor joodse toehoorders kan dat woord twee dingen betekenen:
1. Het kan dezelfde betekenis hebben als bij ons. Het is dan een biologisch
begrip. Je vader is de man die jou verwekt heeft.
2. Het kan echter ook een sociologisch begrip zijn. Je kunt iemand die hoger op
de maatschappelijke ladder staat dan jij, iemand dus die je met respect wilt
bejegenen, aanspreken met: Vader.
In Afrika is dat ook zo… Ds. Sylvestre spreekt mij af en toe aan als: pappa
Ton. Ik keek daar eerst wat raar van op.Hij heeft me die Afrikaanse traditie
uitgelegd. Sindsdien beschouw ik het als een eretitel.

De mens met de twee zonen uit de gelijkenis wordt in de verzen 12, 18 en 21
aangesproken met VADER. De vader laat er tegenover die teruggekeerde jongste
zoon geen twijfel over bestaan. In woord en daad erkent hij dit jongmens als
zijn ZOON.
De oudste heeft het echter niet over zijn broer, maar over “die zoon van u.” De oudste
beschouwt zijn vader veeleer als zijn Heer, zijn baas…. Ik heb u altijd gediend! Hij stelt zich op de arme knecht… verongelijkt zelfs. En dan het toch weer typisch een verhaal van Jezus, die altijd weer de rollen omkeert.

De jongste, die voluit bereid is om dagloner te worden;
degene die geen enkele aanspraak meer maakt op wat dan ook…
die wordt erkend als Zoon.

En de  verongelijkte, z.g. arme knecht moet als het ware nog weer zoon en broer
worden.

De jongste wordt weer wie hij werkelijk is… De oudste mag worden wie hij zou kunnen zijn… Let wel… in de gelijkenis veroordeelt de Vader geen van beide.
De jongste niet en de oudste ook niet. Voor de vader zijn ze allebei “zijn zonen.”

Geen oordeel, maar een open einde.

Ik vermoed dat Jezus (of Lucas) dat einde bewust open laat, om u en mij uit te
dagen…  Denk eens na: Verheug jij je over de omkeer van een medemens, die domme dingen deed?
Gedrag afkeuren, dat kan, dat mag… sterker nog dat moet soms!
Een mens afkeuren… dat kan niet. Dat mag niet.
Wat er ook is gebeurd…  Pas als wij  ons als mensen gedragen en ons oordeel over medemensen opschorten, naarmate wij kans zien gewoon blij te zijn met de terugkeer
van iemand die helemaal van het padje was geraakt
erkennen we God als… VADER.

Naarmate wij kans zien in elke medemens een broer of een zus te zien,
zal de vader ons “zijn dochters en zonen” noemen.  

Dat het zo mag zijn

AMEN