Vertelling naar Lucas 7:11-17

 

Een paar uur geleden zaten ze nog met zijn allen in het gras.
Een heleboel mensen luisterden, daar in het veld naar rabbi Jezus.
Hij hield een toespraak. Een rede… zomaar, buiten, in het veld.
Die rede heeft een naam. Die toespraak heet: de veldrede!
Dat is logisch! Toch?

 

Een paar uur geleden dus, zaten ze nog met zijn allen in het gras…
En nu? Nu zijn ze al weer bijna thuis, in Naïn…
Nain is een kleine stad, met een muur eromheen en als je goed kijkt,
kun je in die muur en de poort van het stadje al zien.
Door die poort gaan ze straks naar binnen.
Achter die muur staat hun huis.
Binnen de poort zijn ze veilig.
Daar zijn ze thuis.

 

Een paar uur geleden dus, zaten ze nog met zijn allen in het gras…
Nu lopen ze met rabbi Jezus  mee, naar Nain 
en onderweg praten ze honderduit over
de bijzondere dingen, die Jezus zei. 

Iemand zegt: “Telkens weer dacht ik… die man is niet goed wijs,
maar toen ik er nog eens goed over nadacht…”  
“Ja”, zegt iemand anders, als je er dan goed over nadenkt,
dan lijkt het wel gek, maar het klopt wel, hè?
“Weet je nog wat hij zei over verdriet?”
“Eh ja-a, hij zei: Gelukkig de mensen die weten wat verdriet is… 
“want….” “alleen dan kun je voelen hoe fijn het is als iemand je troost.”
“Precies!” en dat is ook zo, hoor!”
Ja, en als je zelf wel eens heel verdrietig bent geweest,
kun je ook veel beter iemand anders troosten!”

Nou je hoort het wel hè… de mensen praten nog  volop over die toespraak
over die veldrede van Jezus. Ze zijn er vrolijk van geworden.
Ja, het is een vrolijke groep die Nain nadert.
Allemaal blije mensen buiten de poort.

Zijn er ook nog mensen binnen de poort?
Zijn er ook mensen niet naar Jezus toegegaan?
Zijn er ook mensen die zijn veldrede niet hebben gehoord?  
Ja die zijn er… En die mensen zijn helemaal niet blij… die zijn juist heel verdrietig.
Want terwijl Jezus zijn veldrede uitsprak buiten de stad,
is er in de stad iets vreselijks gebeurd. Er is een kind
gestorven.

De moeder van die jongen is helemaal wanhopig.
En dat begrijpen de anderen heel goed.
Die mevrouw is weduwe…
Een paar jaar geleden is haar man gestorven.
Dat vond ze heel erg … want ze hield heel veel van haar man.
En nu is haar zoon gestorven.
Dat vindt ze ook heel erg, want ze houdt heel veel van die jongen.

Het is altijd heel verdrietig als er iemand sterft waar je
veel van houdt.

Maar om het  helemaal te begrijpen moet je weten dat
in die tijd, in dat land, de mannen voor de vrouwen moesten zorgen.
De mannen werkten op het land  –  en hoedden de schapen
De man zorgde dat er eten en drinken was voor zijn vrouw en zijn kinderen.
De man zorgde voor wol om kleren van te maken.
In onze tijd, in ons land kunnen de meiden voor zichzelf zorgen –
en dat is maar goed ook.
Maar in die tijd, in dat land, was je als weduwe heel erg alleen,
maar ook vaak heel erg arm. Tot vandaag had ze nog haar zoon.
Later als ze te oud geworden is om zelf op het land te werken,
te moe om schapen te hoeden – zou hij voor haar zorgen…
Maar dat kan nu niet meer.
Nu moet ze misschien haar huisje verkopen
Straks als ze oud is zal ze honger lijden.
Ze zal moeten bedelen om een stukje brood
en om wat geld om kleren te kopen…
Dat is geen leven. Dat is vreselijk!

De mensen die thuisgebleven waren vormen ook een optocht
Ze gaan met die wanhopige moeder mee…
Ze gaan naar de begraafplaats … en die ligt buiten de muur.
Ze komen bij de poort…

En daar, bij de poort, komen ze die andere optocht tegen…
De vrolijke optocht botst… met de droevige stoet.
De mensen die vrolijk de toekomst tegemoet gaan
ontmoeten die vrouw, wier toekomst
naar een graf wordt gedragen…
Als de blije mensen horen wat er is gebeurd,
is ook hun vrolijkheid in een klap voorbij!

Dan komt Jezus naar voren…

Hij ziet die moeder…
Hij ziet haar wanhoop…
Hij ziet het niet alleen, hij voelt ook dat ontzettende verdriet in zijn uik…
hij voelt de pijn die ze heeft om haar dode zoon…
Veel kinderen weten nu precies wat ik bedoel,
want heel vaak kunnen kinderen dat ook:
zo diep meelijden met iemand, dat ze
er zelf buikpijn van krijgen.

In Bijbeltaal heet dat: ontferming.
met ontferming bewogen worden.
Jezus is met ontferming bewogen als hij de moeder ziet.
Hij wil niet dat het leven van mensen stuk gaat…
Hij wil niet dat het leven van mensen mislukt
Hij wil niet dat de moeder moet bedelen…
als ze oud geworden is.

Jezus loopt naar de draagbaar en zegt tegen de jongen:
Sta op… en dat doet die jongen…
Jezus geeft die jongen terug aan zijn moeder.
De dood had hem afgepakt…
HIJ geeft hem terug.

Even later trekt er EEN stoet door de poort van Nain de stad in.
Zou dat een vrolijke of een verdrietige stoet zijn?
Wat denk je?

Het was een vrolijke stoet, want alle mensen waren blij
dat de wanhopige moeder weer verder kon leven
rustig oud kon worden…  niet hoeft te
bedelen odat haar zoon voor haar zorgen kan… zoals het hoort.