pars pro toto

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

Lieve mensen van God,

In het materiaal dat de kindernevendienst hanteert, gaat het vandaag over de zalving koning  David. U kent dat verhaal wel. Samuel trekt naar Bethlehem met een kruik zalfolie onder zijn mantel en zalft uiteindelijk de jongste, de achtste zoon van Isaï, tot koning over Israël.

David, de gezalfde koning bij uitstek, de messiaanse koning uit Bethlehem.
Het zal wel ergens goed voor zijn om af te wijken van het gemeenschappelijk leesrooster. Ik begrijp er niets van, maar dat ligt ongetwijfeld aan mij.
Wij concentreren ons op Jesaja 60 vooral op Mattheüs 2.
Het is a.s. donderdag drie koningen, het feest van de epifanie,
de verschijning van het vleesgeworden woord in deze wereld.
Kerst staat voor de oosterse orthodoxie a.s. donderdag op de kalender.
Het is een feest met heel oude papieren in de kerk en trouwens ook in het volkgeloof, want ik heb van mijn katholieke oma nog wel drie-koningenliedjes geleerd: Drie koningen, drie koningen, geef mij een nieuwe hoed…

Op oudejaarsavond  vertelde ik iets kalenders en jaartellingen.
Ik noemde o.a. de naam van Januaris, een van oudste Romeinse Goden.
De maand januari is naar hem genoemd. Hij staat voor op de liturgie,
met zijn januskop, waarvan het ene gezicht terugkijken en het andere vooruit.
Zo’n dag kon het wel eens worden vandaag, want het is een dag van afscheid nemen. Een pastor en een gemeente gaan uiteen. Daar moet je niet sentimenteel over doen, want dat is heel gezond. Een pastor of een dominee is een voorganger, maar vooral ook een voorbijganger, iemand die een tijdlang optrekt met een gemeente en dan weer gaat, want je moet vooral niet aan elkaar gewend raken. Een goede pastor brengt onrust, zet aan het werk en vooral ook aan het denken. Zo heeft bijv. mijn manier van Bijbellezen de periode in Opperdoes tot een spannend avontuur gemaakt. Ik ben op dat punt echt een Amsterdammer, Marijke studeerde in Utrecht. Dat ga je merken… en dat is goed.

In Jesaja 60 gaat het over het Licht van de Eeuwige, dat schijnt over…
Ja over wie of wat, eigenlijk? Over Jeruzalem? Over Israël?
 Het is allebei waar en ook weer niet.
We hebben hier te maken met een typisch geval van pars pro toto. En vooral een beetje typisch, want pars noch toto worden benoemd.

Pastor, je spreekt in raadselen.
Pars pro toto betekent “Deel voor het geheel.”
Als iemand mij vraag uit welk land ik kom, zeg ik vaak: uit Holland.
Met de naam van het deel “Holland”, duid ik het hele land aan “Nederland”.

Dat licht in Jesaja 60 schijnt over Jeruzalem, maar het verlicht heel Israel
en zelfs voor de hele aarde.

Als er in de bijbel gesproken wordt over “heil voor Jakob”,
dan mag je daar zijn twaalf zonen, de stammen, dus het hele volk bij denken.
Als God zich bemoeit met Israel, dan bemoeit hij zich met de hele mensheid.
Israel als land staat pars pro toto voor de wereld.
Israel als volk voor de hele mensheid.

Is dat een algemeen aanvaarde opvatting in Israel? Nee… daar wordt zelfs binnen Tenach – zeg maar het oude testament – heel verschillend over gedacht. Er zijn delen in de Tenach waarin het heil uitsluitend en alleen voor Israel bestemd lijkt te zijn. Er zijn andere stukken waar de hele wereld meedeelt in Gods barmhartigheid, jegens het uitverkoren volk.

Er is altijd een zekere spanning tussen Israel en de volkeren.
Israel, uitverkoren… dat is duidelijk. Maar betekent dat nou dat Israel een zo unieke positie krijgt te midden van de andere volkeren, dat op haast natuurlijke wijze de jaloezie van de anderen wordt gewekt? Of is Israel uitverkoren om het voorbeeld te zijn voor de anderen. Gods eerstgeborene, die -zoals het de oudste betaamt – de andere volken ten voorbeeld is? Ik ben de oudste en als mijn drie zusjes me weer eens het bloed onder mijn nagels vandaan haalden, kreeg ik te horen dat ik de oudste was en dus de verstandigste moest zijn. Zoals gezegd, beide opvattingen komen voor in de bijbel.

Die prachtige regels in hoofdstuk 60 schrijft Trito-Jesaja om aan te duiden dat:
de ballingen terugkeren uit Babylon… ze keren in stoeten…de steppe zal bloeien… lachen en juichen.

Jeruzalem wordt weer het centrum van de wereld,
waarop koningen van alle volken zich zullen oriënteren,
als ze even de weg kwijt zijn; even niet meer weten hoe het moet.
Uit alle windstreken zullen ze komen,  mensen vanuit de hele oikumene,
de hele bewoonde wereld. Je ziet ze komen, dochters gedragen op de heup.

Dat is trouwens geen beste vertaling. Die dochters op de heup.
Vertalers zijn vaak net journalisten. Ze praten elkaar erg makkelijk na.
Het beeld van kleine meisjes die gedragen worden, bestaat al eeuwen.
Het gaat hier echter om volwassen vrouwen… om dochters die zeker zullen meelopen aan de zijde van hun mannen en vaders in die kerende stoeten. Jesaja heeft het nergens over kleine meisjes, maar wel veel beelden van  sterke vrouwen in zijn boek… We kennen van hem vrouwe Jeruzalem, de moeder van Immanuël, kortom vrouwen zoals Maria, met haar Magnificat.

Maria brengt ons de wijzen uit het oosten, bij de vertegenwoordigers van de heidenen, want Mattheüs wil van het begin af aan duidelijk maken waar hij staat in die discussie over Israel en de volkeren.
Hij maakt in zijn eerste hoofdstuk duidelijk dat Jezus tot het uitverkoren volk behoort, maar laat in het tweede hoofdstuk ook meteen de volken aanrukken. Ze komen. Ze komen in stoeten…

Wij hebben altijd over drie wijzen, maar we weten niet met hoeveel ze waren.  Het staat er niet bij. Ze komen met goud en wierrook en mirre.
Er worden drie geschenken genoemd. Waarschijnlijk daarom, is het aantal hoogwaardigheidsbekleders dat Bethlehem bezoekt op 6 januari door de traditie op drie gesteld. Het is zoiets als dat ezeltje van Jozef en Maria. Het is helemaal geen probleem, en we zullen er ook niet moeilijk over doen, maar het staat er niet en al zou het er wel staan dan nog gaat het niet om het aantal!
De volkeren komen! Dat is belangrijk! Die drie vormen een pars pro toto…
ze zijn een deel, dat staat voor het geheel. De volkeren, u en ik zijn op weg naar Bethlehem.

In Jesaja 60 wordt gesuggereerd dat koningen van alle volkeren naar Jeruzalem komen. Dat heeft er mede voor gezorgd dat deze 3 Magiërs ook wel koningen worden genoemd. 3 koningen, 3 koningen geef mij een nieuwe hoed.

Herinnert u zich koning Balak nog, u weet wel die Bileam inhuurde om Israel te vervloeken. En Bileam sprak, weliswaar tegen wil en dank, maar toch….

17 Wat ik zie is niet in het heden, wat ik waarneem is niet nabij.

Een ster komt op uit Jakob, een scepter uit Israël.

 

Die ster wordt herkend door de lezers van Mattheüs.
Het beeld van de ster is verbonden met een komende koning,
een sterke, een die zijn volk verlost van zijn vijanden…

Die wijzen volgen een ster. In de Nieuwe Bijbelvertaling heten ze magiërs.
We herkennen de tovenaars van Farao uit de kerk- en schooldienst.
Magiërs die ook stokken in slangen veranderden en de Nijl rood lieten kleuren.
De magiërs waren de dure adviesbureaus van de overheid in hun tijd.
Deze magiërs zijn sterrenkundigen die hun koningen adviseerden op basis van astrologische waarnemingen. Ze zullen toch niet op pad gestuurd zijn om pools-hoogte te nemen? Met zo’n uitverkoren volk weet je het maar nooit!

De Messiasverwachting van de joden is algemeen bekend. Dat is ook geen wonder, want het wemelde in die dagen van de Messiassen in Israel.
Dat half religieuze, half nationalistische gedoe heeft een hoop ellende gebracht. De ene na de andere “gezalfde”stond op tegen de keizer.
Al die opstandjes worden bloedig neergeslagen en de aanvoerders vrijwel direct gekruisigd. Daar is ons supersnelrecht niks bij.

Is hier de nieuwe koning der joden geboren? Herodes heeft zijn eigen adviesbureau: Een paar schriftgeleerden. Niet uit de sterren, maar uit de schriften komt het advies voor de wijzen: Ga naar Bethlehem!

Er zitten heel wat leuke tegenstellingen in dit verhaal…
1. De oprechte houding van de wijzen t.o. de slinkse streken van Herodes…
2. De stad van de vrede Jeruzalem tegenover het huis van brood Bethlehem.
Jerusjalaim is het grote en verre ideaal;  in Bethlehem (broodhuis) wordt onze eerste levensbehoefte geboren als een heel concreet mensenkind.
3. De stad die nog in duisternis is gehuld t.o. het stadje waar het licht van de Eeuwige straalt boven het huis dat onderdak biedt aan de heerser die opstaat uit Jakob.

Dat kleine kind is het licht der wereld-t.o. de sol invictus  de onoverwinnelijke zon, een van de vele eretitels van de keizer.

Al die tegenstellingen vormen een groot pleidooi voor de zachte krachten in de samenleving. Jezus Messias, beter gezegd God zelf is in de wereld gekomen om als lijdende knecht het tekort van de mensheid op zich te nemen. Niet door kracht of geweld, maar door ultieme solidariteit wordt de wereld, wat ze zou kunnen zijn: Gods koninkrijk. 

Jezus werd geboren als zoon van Israel, als kind van Gods volk, daar kunnen we en willen we niet omheen. Hoe lastig dat ook is in de huidige politieke verhou-dingen.
Jezus kwam voor alle mensen. Hij en zijn volgelingen hebben de volkeren definitief  betrokken bij dat ene grote verhaal van God en de mensen en de eersten die op weg gaan zijn de wijzen.

Zij brengen geschenken, erkennen met het goudgeschenk zijn Koninklijke waardigheid, onderstrepen met wierrook zijn priesterlijke middelaarsfunctie en de mirre is de zalfolie waarmee een Messias gezalfd werd en een lijdende knecht na zijn dood verzorgd.

Zij keerden langs een andere weg terug… De wijzen hebben geleerd dat de weg van God niet via de centra van de  macht verloopt; maar werkt me die zachte krachten… De weg van God gaat via een huis, met een klein en kwetsbaar kind, dat opgroeit tot een man die zich laat kruisigen, die doodgaat en opstaat.

De weg van God gaat niet langs de weg van de bewezen feiten,
de weg van de Heer loopt via verhalen, het een nog ongeloofwaardiger dan het ander als je op die feiten gefixeerd bent…
Die  verhalen blijken zeer vertrouwenwekkend als je ziet hoe ze uitwerken in het leven van mensen. Dat heb ik in de afgelopen 3½ jaar in uw midden mogen beleven, hoe verhalen vertrouwen wekken…hoe mensen rust vinden in een eenvoudig verhaal over een graankorrel die sterft in de aarde.

De weg van God gaat niet via de stad van het eigen gelijk,
maar via de stad van David… David, de koning met een horend hart.
Sommige mensen moeten gehoord worden, omdat ze onrecht aanklagen,
David luisterde naar Nathan… en keerde langs een andere weg terug.

De wijzen keerden langs een andere weg te terug.
Zo vergaat het ook mij. Ik keer langs een andere weg terug ,
want ik heb veel van u geleerd en omkijkend
zie ik één gemeente i.p.v. twee;
een zich vernieuwende cultuur à minder vereniging – meer ecclesia;
minder club – meer geroepen!
Ik zie een gemeente die tussentijds canons heeft leren zingen en musicals opvoert, met kinderen van buiten.

Omkijkend zie ik mensen wegen zoeken, om elkaar te vinden.
zie ik een gemeenschap opengaan naar de samenleving.  
En zie, zij keerden langs een andere weg terug!

Kijk ik vooruit… ach nee…
Die droom is aan u samen met Marijke.

AMEN