DE doop van de Heer

 

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen van God,

In het aloude doopformulier werd de doop vooral benoemd als “afwassing van de erfzonde.” Ik zal niet zeggen dat we dat niet meer geloven, maar we zeggen die dingen toch anders dan vroeger.

We zijn sowieso niet meer zo uitdrukkelijk bezig met onze persoonlijke zondigheid en zeker niet als het om pasgeboren kinderen gaat. 
Daarin zien we toch graag kleine, onschuldige kinderen, die (nog) geen vlieg hebben kwaad gedaan. We zeggen tegenwoordig de dingen graag wat positiever.

De doop laat zien dat mensen die volledig kopje onder gaan, toch weer boven komen; dat we door diepe dalen kunnen gaan, maar in Gods kracht toch de weg omhoog weer vinden; dat we – in navolging van Christus – door de dood heen naar een kwaliteitsleven op weg zijn.

Het zou wel eens kunnen zijn dat het verhaal van vandaag een stevige bijdrage heeft geleverd aan een minder dogmatische en meer pastorale manier van spreken over de doop. Als de doop bedoeld is als een rituele afwassing, waarom wil Jezus zich dan laten dopen?  Hij is immers zonder zonde?!

Als we oude joodse verhalen benaderen met een Christelijk dogmatische bril op, dan lopen we onherroepelijk vast. We moesten het maar eens op een andere manier proberen. Laten we eens kijken wat de joodse schrijver,
 de evangelist Mattheüs, zijn joodse lezers probeert duidelijk te maken.

Jezus, de Galileeër, meldt zich in Judea bij Johannes de Doper.
Johannes doopte in de rivier de Jordaan op de plek waar het volk ooit ,
o.l.v. Jozua die grensrivier was overgestoken. In het zuiden, in de buurt van Jericho.

Johannes zag dat er veel farizeeën (leraren) en sadduceeën (priesters) naar hem toe kwamen. Johannes doopt daar mensen uit het zuiden, uit Judea.

 

Hij doopt mensen uit de omgeving van Jeruzalem. Hij roept Jeruzalem op, een nieuw begin te maken, want het koninkrijk Gods is nabijgekomen.

Die oproep klinkt niet bepaald diplomatiek.
Nee, het gaat recht voor zijn raap: Adderengebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? O zeker, jullie behoren tot het uitverkoren volk, maar dat betekent niet dat je daarom rechtstreeks dat koninkrijk binnenwandelt.
Die zuiderlingen vinden zichzelf heel goede joden. Als iedereen eens zou leven zoals zij, dan kan Gods koninkrijk  komen, dan komt er ruimte voor de Messias.

En wat zegt Johannes daarop: Keer je om! Juist jullie moeten radicaal anders gaan leven! Juist jullie moeten je opnieuw oriënteren op de wet en de profeten! Jullie moeten gaan meewerken met Gods plannen; jullie moeten nou eindelijk Gods dienst aan de mensen een vorm gaan geven!  Juist degenen die het zo goed met zichzelf getroffen hebben, worden door Johannes op hun nummer gezet, de Judeeërs,

Tussen die héél gelovige Judeeërs, staat er ook eentje uit Galilea.  Zo eentje uit het noorden waar wel joden wonen, maar die kennen de wet niet eens.
Daar wonen mensen die amper iets weten over Mozes en Adam en Jozua en Abraham en Sara. Galilea, dat de wet niet kent. Het is neef Jezus uit Nazareth…

Ja, maar die moet zich toch niet laten dopen? Jezus hoeft toch niet om te keren, die hoeft toch geen nieuw begin te maken?
Johannes  wil dat die Jeruzalemmers, met hun vrome praatjes, nu eindelijk eens de daad bij het woord voegen.
Johannes wil dat ze erkennen dat hun vroomheid tot nu toe niet meer is dan schone schijn.
Johannes wil dat hun vroomheid eindelijk eens vrucht gaat dragen.
Jood zijn op zich levert je geen paspoort voor het koninkrijk, maar als ze som denken dat de doop hen dat document wel oplevert, dan hebben ze het mis!
 

 
Als ze denken dat ze gewoon door kunnen gaan met hun hoogmoedige houding en hun collaboratie met de vijand, nou dan hebben ze het mis.
Als deze Judeeërs gedoopt willen worden, dan kan dat; maar dan gaan ze echt kopje onder, dan maken ze zich klein voor God, en beginnen echt een nieuw leven! De dopelingen van Johannes  moeten leren niet hun eigen belangen te dienen, maar te zeggen: Heer, Uw wil geschiede.
Dat is – zo denkt Johannes,  een vernedering voor ze, maar met minder kan het volgens hem niet toe…

Dan staat er tussen die héél gelovige Judeeërs ook eentje uit Galilea.
Neef Jezus uit Nazareth… De Messias, in hoogst eigen persoon.
Jezus is afgedaald naar de Jordaan, om af te dalen in het water, om kopje onder te gaan, zich klein te maken voor God. Jezus wil juist wel gedoopt worden omdat hij staat voor een nieuw begin.  

Jezus staat op het punt om een heel nieuwe levensfase in te gaan.  
De fase van zijn publieke optreden.
Jezus gaat vanaf nu ook oefenen in “niet mijn wil, maar uw wil geschiede.”

Als Mattheüs straks in hoofdstuk 4 vertelt over de verzoeking in de woestijn, zegt Jezus tegen satan: Ga weg! Opzij!
Diezelfde woorden gebruikt Jezus tegenover Johannes: Ga weg! Opzij! Johannes probeert Hem te weerhouden, maar Jezus  wil coute que coute gedoopt worden.

Wat krijgen we nou? Johannes als tegenstander van Jezus?
Nou, zegt menige uitlegger, dat is bescheidenheid van Johannes.
Hij vindt dat hijzelf door Jezus zou moeten worden gedoopt, dan andersom.

Laten we er eens heel even van uitgaan, dat Johannes zijn zin krijgt,
en dat Jezus niet kopje ondergaat in het water, kan hij ook niet bovenkomen.
Als Jezus niet verloren gaat in dit doodswater, kan hij ook niet gevonden worden.
Als het water zich niet sluit boven zijn hoofd, kan de geest niet zweven boven de wateren, en de hemel niet opengaan en zeggen: Deze is mijn geliefde zoon, in wie ik een welbehagen hebt. Dan gaat er een nieuwe schepping aan ons voorbij.

 

Johannes doopt daar in de woestijn, op de plek waar Israel het beloofde land binnenging en als hij dat niet doet: Gen nieuwe intocht in dat veelbelovende land, dat koninkrijk van God.

Zonder die doop van Jezus door Johannes, geen de heilsboodschap van Jesaja: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”  
Natuurlijk moet Jezus naar Johannes toe, want Hij is immers degene die langs die gereed gemaakte weg moet gaan; Jezus zal langs die rechte paden gaan: Vanuit de Jordaan zal hij opgaan naar Jeruzalem. Vanuit de diepste diepte – kopje onder in de grensrivier – kwam Jezus omhoog uit het water en begon zijn weg naar het hoogste hoogtepunt: Jeruzalem, de stad van de opstanding. 
Hij wordt door Gods zelf op weg gezet naar Sion, naar het kruis van Golgotha en naar de opstanding uit de dood.

God zet hem op weg met de woorden: Jij bent mijn geliefde zoon, in wie ik mijn welbehagen heb. In het verhaal van Jezus’ doop wordt eigenlijk zijn dood en opstanding al verteld: Hij gaat kopje onder in de doodsrivier, waar Gods Geest boven de wateren zweeft… Hij komt boven en die Geest manifesteert de duif neerdaalt uit de hemel… en in een stem die roept: Deze is mijn geliefde zoon, in wie ik vreugde schep.

Waarom Johannes hem tegenhield?
Johannes wilde in eerste instantie geen Messias die ondergaat;
Johannes heeft een ander idee van de redder die komen zal. 
Ook Johannes moet leren zeggen: Niet mijn wil maar uw wil geschiede.

Als er in het evangelie van Mattheüs iemand gedoopt moet worden,
dan is het Jezus wel. Want zonder die doop kan Mattheüs zijn verhaal niet kwijt, het verhaal van de man die niet alleen Thora leert, zoals de farizeeën en de Sadduceeën; die zelfs niet alleen Thora doet, maar die Thora IS. 

Mattheüs maakt van het begin af aan duidelijk dat Jezus niet los verkrijgbaar is. Wie Jezus wil,  moet de hele Thora erbij nemen: Van de schepping tot de intocht. Jezus is niet los verkrijgbaar. Als je bij deze Messias wilt horen, moet je ook de profetie serieus nemen…  

Alleen als je begrijpt dat Jezus het mens geworden woord van God is,
alleen dan heb je kans dat je iets begrijpt van zijn betekenis voor de wereld
als groot geheel en voor jouw persoonlijke leven in het klein.

Abraham is in het spel, via het geslachtsregister, in dit joodse verhaal,
om te laten zien dat beloftes overeind blijven, waar mensen eraan werken.
De wereld een veelbelovend land, jouw leven op weg naar Gods belofte.

David doet ook mee, om te laten zien dat messiaans leven betekent: dienstbaar leven à de koning als dienaar van God en mensen. De Messias, de gezalfde is een dienaar in optima forma. Jezus toont Gods dienst aan de mensheid uiteindelijk aan het kruis en roept ons op een solidaire gemeente te zijn. Solidair met elkaar en met de derde wereld.

Mozes speelt zijn rol
als de profeet die zij volk met vallen en opstaan door de woestijn loodst; zoals Jezus zijn volgelingen leert hoe je met vallen en opstaan kunt leren leven zoals God het bedoelt… Jezus gaat onder in het water en komt weer boven: sterft en staat op! Wij gaan wereldwijd door de crisis heen en komen ook persoonlijk uiteindelijk altijd door moeilijke tijden heen.

Jozua is de speler die zijn volk, dwars door de Jordaan heen… thuisbrengt in het land van belofte. Jozua, J’shua in het Hebreeuws, Jezus in het Latijn.
Jezus is de naamgenoot van Jozua. Jezus brengt je thuis bij God, je schepper. 

Jesaja, de grote profeet speelt mee als degene die de woorden aanreikt, woorden die herkend worden: Zie een zoon is ons geboren… wonderbare raadsman, sterke held…. Maar die rechte wegen in de lezing van vandaag staan aan het begin van de profetie over de lijdende knecht van de Heer…
God laat in de doop van zijn geliefde zoon, al van het begin af aan zijn redding zien aan alle mensen, ook aan ons. Zijn naam: Jezus, J’shua, Gods redt.

Zoals God van het begin af aan laat zien dat Jezus de redder van de wereld is, zo mogen wij aan onze kinderen het teken van de doop voltrekken. Met de doop zeggen we niet: jij bent beter dan een ander… We zeggen ook niet: jij bent beter af dan een ander… We zeggen wel:

 Aan jouw doop kunnen alle mensen zien dat God met ons is, en dus ook met jou. Wat dat betekent? Jesaja zei het zo:

Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden,
ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen
en maak je tot een licht voor alle volken,
7 om blinden de ogen te openen,
m gevangenen te bevrijden uit de kerker,
wie in het duister zitten uit de gevangenis.

In de brief van Paulus krijgen we een inkijkje in de gemeente van Korinthe.
Het Rotterdam van het toenmalige Griekenland. Havenstad bij uitstek.
Stad van harde werkers en no nonsense. Stad waar de mensen die het zware werk doen veelal tot de christengemeente behoren.

En daar in die stad ontstaat wat verdeeldheid, omdat de een zich meer aangetrokken voelt tot de ene, en de ander meer tot de andere voorganger. Paulus roept de mensen op om eensgezind te zijn.
Hij is blij dat hij zelf niemand heeft gedoopt in Korinthe…
 maar bij nader inzien blijkt hij toch een paar mensen te hebben via de doop te hebben ingelijfd bij de gemeente.

Als er over dat soort  meer organisatorische dingen gesproken wordt in de gemeente, dan wijst Paulus altijd terug naar wat het meest essentieel is.
Het gaat niet om mij… Het gaat om Christus.

Het gaat om de weg waarop Jezus ons is voorgegaan,
die weg door het doodswater heen naar het leven.
Laat die weg nou niet blijven steken in verdeeldheid.
Laat die weg nou niet op de klippen lopen van vermeende persoonlijke belangen. Wie een doop bedient is absoluut niet van belang.

Het feit dat het ritueel weer wordt voltrokken, dat een kind op de weg van Christus wordt gezet en de belofte meekrijgt dat papa en mama hun kinderen de verhalen zullen vertellen… dat ze die prachtige woorden van Jesaja zullen horen:

Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je tot een licht voor alle volken.

Daar gaat het om. Niet om Kefas, of Paulus, of Apollos, of dominee zus of pastor zo. En als er dan al over gesproken moet worden, dan zou het mooi zijn  als  we rond te tafel gingen zitten in de sfeer van:“Wat zou Jezus hiervan vinden, denk je?” Tja, het zou mooi zijn om ook over dergelijke dingen het geloofsgesprek te voeren met elkaar. Tja, dat zou mooi zijn.

Wat al mooi is…  De doop is tot op heden een teken van eenheid in de christenheid. Kerken kunnen nog zo verdeeld zijn, elkaars doop erkennen doen ze in elk geval. Groepen die mensen overdopen moesten 1 Korinthe 1 nog maar eens lezen.

AMEN