God en geld

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God.

 

13 Juich, hemel! Jubel, aarde! Bergen, breek uit in gejuich!
De HEER heeft zijn volk getroost, hij heeft zich over de armen ontfermd.

Jesaja ziet de ballingen keren… Ze gingen een voor een, maar ze keren in stoeten… Jesaja, de profeet en Oosterhuis, de dichter en de zingende gemeente zien het voor zich: De ballingen keren, de HEER heeft zijn volk getroost, hij heeft zich over de armen ontfermd. Zo, die staat! Dat is wat je in goed Nederlands een statement kunt noemen. Een belijdenis die er zijn mag!

Die belijdenis staat lijnrecht tegenover de ervaring van godverlatenheid.
Sion, zeg maar de inwoners van Jeruzalem, zeggen: ‘De HEER heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten.’  Dat is een ellendig gevoel. Je bidt de sterren van de hemel en krijgt het gevoel dat je letterlijk ins blaue hinein staat te praten. Niemand hoort je…  er is  geen enkele vorm van antwoord op je smeekbeden. Je voelt je hopeloos alleen.

Of zo’n statement dan helpt? Nou, nee. Toen deze week,  een jonge, mooie, gehandicapte vrouw me vertelde dat ze het gevoel heeft dat ze aan iedereen verantwoording moet afleggen, omdat moeder is geworden van een heerlijke, welgeschapen baby, die we volgende week in Andijk zullen dopen…
Toen ze duidelijk maakte hoe negatief haar zelfbeeld is, hoefde ik echt niet aan te komen met: Juich, hemel! Jubel, aarde! Bergen, breek uit in gejuich!

En toch geeft Jesaja aan dat God begaan is met zijn mensen…
God zegt, bij monde van zijn profeet tegen de mensen van Jeruzalem:
Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou nooit.

Ik denk erover die jonge, mooie, gehandicapte vrouw dit stukje van deze preek toe te sturen… want misschien ervaart ze dat wel als het voorzichtige begin van een antwoord op al haar vragen. Goddank wordt er juist vandaag eens niet in mannelijke beelden over God gesproken, maar wordt de zorg van de Eeuwige in vrouwelijke beelden geschetst. Kan een vrouw haar zuigeling vergeten?
Nee natuurlijk niet… elke uitzending van “Spoorloos” bewijst het weer …
Zoals moeder die ooit hun kind moesten afgeven die kleintjes nooit vergeten, zo vergeet ook God zijn mensen niet.  Zelfs als ze ver van Haar verwijderd zijn geraakt, dan nog… Ze hebben een plek in zijn hart… Ze staan geschreven in de palm van haar hand.  Sion, je kinderen haasten zich terug naar huis, de vijand die je verwoestte en vernielde, trekt weg.

De ballingen keren in stoeten… dicht de dichter. De profeet bemoedigt Sion: 
Open je ogen, kijk om je heen: Je kinderen stromen in drommen naar je toe.
Zo waar ik leef – spreekt de Eeuwige –, je zult je met hen tooien, hen dragen zoals een bruid haar sieraden.

Ik vermoed dat die beelden mijn jonge, mooie, gehandicapte gemeentelid wel zouden kunnen aanspreken: Zoals jij verbonden bent met je dochter… zo is de Eeuwige verbonden met jou en alle mensen. Zoals jij zorg draagt voor Lotte, zo
draagt de Eeuwige zorg voor jou.  En als Lotte huilt omdat mamma er even niet is, dan betekent dat nog niet dat jij haar in de steek hebt gelaten… toch? Nou, zo is het ook als mamma het gevoel heeft dat God er niet is voor haar!
Dan nog luidt de Godsnaam: Ik zal er zijn voor jou!
 God zorgt wel degelijk voor haar mensen, op zijn tijd, op haar manier,
 met zijn onaflatende zorg, vanuit haar onbegrensde barmhartigheid.

We lazen ook een deel uit de Bergrede. Dat stuk begint met een spreekwoord:
Het oog is de lamp van het lichaam.
Jezus levert commentaar op die uitspraak:
Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn.

Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam duisternis zijn.

Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!

Het gaat Jezus hier om het geestelijke welzijn van zijn discipelen.

 

U kent natuurlijk allemaal de gelijkenis van de werkers in  de wijngaard.
U weet wel, de arbeiders die om 6 uur ’s morgens begonnen waren en die als loon krijgen wat de wijngaardenier met ze heeft afgesproken.
Als degenen die maar een paar uur hebben gewerkt, aan het eind van de dag net zoveel krijgen, dan zegt de Heer van de wijngaard:
 Is uw oog boos omdat ik goed ben?

Een boos oog, heeft alles te maken met afgunst, jaloezie, hebberigheid.
Als het halen, hebben en houden tot prioriteit wordt in het leven, dan dooft de lamp van het evangelie; als geld verdienen het hoogste goed wordt, komt er duisternis over het bestaan. Denk maar aan de huurlingen van Gadaffi en aan de grote graaiers bij de banken, die de crisis veroorzaakten. Jezus zet de twee belangrijkste machten in deze wereld lijnrecht tegenover elkaar.
Je kunt niet God dienen en de mammon.

Niet Allah is de tegenstander van de Heer, dat is Mammon – de  geldgod.
Van die duizenden mensen die vrijdagmiddag op het grote plein in Benghazi allemaal op hun knieën gingen en hun aangezicht ter aarde bogen in de richting van Mekka, daarvan heb je niks te vrezen. Dat zijn mensen die zoals u en ik, die niets liever willen dan in pais en vree leven met alle andere mensen op deze wereld.
Nee, het zijn de schatrijke koningshuizen, de corrupte presidenten die miljarden op buitenlandse bankrekeningen hebben staan. Het zijn de rijke machthebbers die huurlingen laten aanrukken en wijken in hun eigen hoofdstad laten bombarderen: Je kunt niet God dienen en de mammon.

Eigenlijk zouden  de vragen rond god en geld ons als rijke westerse christenen danig moeten bezighouden. Waarop vestigen wij uiteindelijk ons vertrouwen? Op ons banksaldo of op de God? Wat zou erger zijn? Een economische of een geloofscrisis; het gevoel van godverlatenheid of een lege bankrekening? Of is dat misschien hetzelfde? 

De Engelsman John M. Hull, professor in de godsdienstpedagogiek en andere opvoedingswetenschappen, aan de universiteit van Birmingham, heeft zich met die vragen bezig  gehouden. Ik heb hem twee keer ontmoet op conferenties en zijn denken fascineert me tot op de huidige dag… Ik wil een paar dingen vertellen uit zijn boek “God en geld”.

Hij vertelt een verhaal over hoe een vriendenclub van 15 jarigen elkaar een cadeautje geeft t.g.v. hun verjaardagen. Ze kopen een kaart en leggen daarin een 5 euro biljet. Dat is het standaard cadeau binnen die groep. Ze vinden dat ideaal, want zo’n standaardcadeau bespaart je een heleboel stress.

Je hoeft niet na te denken over de vraag of jouw geschenk misschien duurder of juist veel goedkoper is dan het cadeautje dat jij van de ander kreeg op jouw verjaardag. Bovendien bespaar je met dit systeem een hoop tijd: Je hoeft niet naar de winkel om iets te kopen; Je hoeft niet na te denken over wat je zult kopen; Je hoeft niet bang te zijn dat je cadeau niet welkom is…
Kortom: alleen maar voordelen en geen enkel nadeel! Je loopt geen enkel risico, je hebt de zaak volledig zelf in de hand.

De oude Grieken wisten al van de religieuze macht van het geld.
Het geniale van geld is dat het middel is om te delen met anderen, maar het misbruik ervan berust op het feit dat je het ook kunt gebruiken om anderen uit te buiten. De aan geld inherente mogelijkheden tot delen en tot uitbuiten waren vanaf het begin evident. Een van de oudste legenden over geld stamt uit de 7-de eeuw voor christus en gaat over koning Midas. Hij had van de goden een bijzondere gave gekregen. Alles wat hij aanraakte veranderde in goud. Maar toen ook zijn eten en drinken in goud veranderde, bad hij de goden om van de gave verlost te worden. In dat eenvoudige verhaaltje zie al dat geld alles kan veranderen. Het kan humaan leven mogelijk maken, maar het menselijk leven – bij misbruik – ook op een geweldige manier verstoren. Geld is een raar goedje, dat gekke dingen kan doen met een mens.

We hebben allemaal wel eens een klein kind gezien dat een munt opraapte, die in de mond stak en vervolgens weggooide. Zo’n kleintje kan niets met geld. Het smaakt niet eens goed.  Je kunt er niks mee! Geld is op zich ook niks, maar het geeft wel de waardeverhouding aan tussen allerlei andere waren.

Geld is niet zomaar een woord uit een rijtje andere…  Huis, boom, lamp, geld, stoel, kunstwerk … Nee geld vertelt hoeveel alle andere dingen in dat rijtje waard zijn. In onze tijd voegen we daar zelfs woorden bij als zorg, solidariteit, vrijwilligerswerk e.d.  Alles is immers terug te brengen tot geld. Geld is het fetish van onze samenleving… een onderdeel dat allesbepalend is geworden.

Het boek waaruit ik u iets vertel vanmorgen heet God en Geld; en John Hull laat zien dat God en Geld akelig veel op elkaar lijken… en dingen die akelig veel op elkaar lijken, hebben de neiging elkaar te vervangen.

Ook God is geen begrip dat je zomaar in een rij andere begrippen kunt zetten, geen ding onder de dingen. Ook God is aan niets en niemand gelijk. God is de oorsprong van alle dingen. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.  In het Woord van God was leven en het leven was het licht voor de mensen … u herkent Johannes 1…

 

Theologen spreken over God als degene in wie alle andere dingen hun waarde en hun bestaansgrond vinden; Economen spreken in ongever dezelfde termen over geld. God en Geld lijken akelig veel op elkaar… en dingen die akelig veel op elkaar lijken, hebben de neiging elkaar te vervangen.

 

Geld heeft iets fascinerends.
Als je er eenmaal een beetje van hebt, valt het niet mee om er niet voortdurend aan te denken. De koersen op de beurs… je belastingaanslag…
Ja, geld kan het denken volledig beheersen en spreekt het hart aan.

Er is met het Geld iets unieks gebeurt.
Wat ooit een simpel ruilmiddel was, is geworden tot het middel waarmee je alles bereiken kunt… en daardoor wordt het voor velen een doel op zichzelf.

Als het middel, doel op zichzelf wordt, ontstaat er een gedrocht, een gedrocht dat je het best kunt benoemen als een moderne afgod.

Geld heeft iets fascinerends  Hindoes in India verbeelden die afgod als een fascinerend mooie vrouw, die in haar ene hand een pot geld heeft en vanuit de andere het geld laat rollen. 

 

Het is fascinerende en tegelijk beangstigend om te zien hoe het geld zelf wordt tot het doel van onze wensen…  Wat wil je worden? Rijk!  
Waarom? Dan hoef ik niet te sparen voor mijn I-pod, dan kan ik meteen die sportwagen kopen. Geld verliest zijn functie als ruilmiddel. Het raakt zijn functie kwijt als mogelijkheid om te sparen voor een aankoop, die je ooit nog eens wilt doen. Geld voor een auto, geld voor een huis, geld voor een boot… wordt geld om het geld…  Geld wordt autonoom. Die autonomie maakt  het nog fascinerender. Het krijgt de aantrekkingskracht van een God…

De godsdienstwetenschapper Rudolf Otto benoemede in het begin van de vorige eeuw al “het tremendum”en de “fascinans”  als kenmerken van het goddelijke. Goden zijn ontzagwekkend en het fascinerend tegelijk, omineus, beangstigend en vol aantrekkingskracht… Geld en rijkdom roepen enerzijds ontzag wakker; we zijn haast bereid tot onderwerping  en anderzijds  is het buitengewoon  aantrekkelijk om ervan te profiteren.

 

Geld is de brug tussen mijn wensen en de vervulling van mijn wensen.
In 9 van de 10 gevallen willen mensen dingen die ze niet meteen kunnen realiseren en dus moeten ze een tijdje sparen… Er ligt enige tijd tussen mijn wens en de vervulling van mijn wensen. Dat gat in de tijd moet overbrugd worden. Het gespaarde geld vormt die brug.

Als je heel veel geld krijgt, verdwijnt die brug tussen wil en wens.

Er is geen afstand meer in de tijd tussen de wens en de vervulling van die wens… Je doet het gewoon… Een gevoel van almacht maakt zich van mensen meester.

 

John Hull, vertelde dat hij met een vriendin op 5th avenue liep. Zij beschreef de wolkenkrabbers en de appartementen die daarin zijn ondergebracht. (John is blind)  Wat kost zo’n penthouse  op 5th avenue nu eigenlijk? vroeg hij haar.


John, als je belangstelling hebt voor zo’n pethouse en eerst naar de prijs moet vragen, dan hoor je niet tot de groep mensen, die hier ooit zo’n huis zullen bezitten.  Hier wonen alleen lui voor wie er geen brug nodig is tussen wil en vervulling van hun wens. Hier wonen mensen die op het idee komen om zo’n penhouse te kopen en dat dan ook gewoon doen…

De bewoner van 5-th avenue spreekt: Penhouse! 

En zie hij bezit een penthouse en de koper zag dat het goed was.
Ook hier maakt het geld de mens aan God gelijk…
“Het woord dat mijn mond uitgaat,” spreekt de Heer “zal daarin niet ledig wederkeren.”  Dat zeggen de superrijken, de eeuwige na.
Ze zeggen jacht … en zie daar ligt een jacht.

Ze zeggen schiet … en zie er wordt op hun onderdanen geschoten…
Wie God-gelijk wordt  verliest zijn of haar menselijkheid.

Goddank zijn er veel meer mensen en diplomaten en militairen, die weigeren te buigen voor de mammon. Die zijn hun humaniteit niet kwijtgeraakt; die snakken naar vrijheid, die willen niet liever dan in Salaam/vrede samen leven met elkaar en met ons…

31 Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?” – 32 dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Dat zijn de zaken waar de afgodendienaars zich druk over maken…
33 Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.

Dat is de boodschap van Jezus: Zoek het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid. We kunnen pas van Gods gerechtigheid spreken als niet langer een groot deel van de wereldbevolking zo armoedig leeft, dat het gat tussen hun wil en de vervulling van hun wensen, zo groot is dat het tot over hun graf heen reikt … Zolang mensen pas in het hiernamaals tot hun recht komen, is er aan deze zijde nog heel veel te doen, voor degenen die Gods koninkrijk zoeken.

Met de oproep van Jezus om niet bezorgd te zijn, voert hij geen pleidooi voor achteloos of slordig leven. Hij roept ons zeker niet op om ons nergens druk over te maken. In een engelstalig  commentaar staat: Jesus intended to free his disciples from worry, not from work. Jezus wilde zijn discipelen bevrijden van zorgen, niet van werk.  Er is namelijk wel degelijk iets om je druk over te maken: Het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid.

Wij hebben onze vrijheid lief, maar weten niet zo heel zeker of we wel blij moeten zijn met de opstand tegen Gadaffi en al die andere heren, die zich als goden gedragen.
“Vrijheid van meningsuiting” is een zo hoog goed, dat we er zelfs ons burgerfatsoen aan opofferen; maar of we nu zo blij moeten zijn met die mensen in Noord Afrika, die nu beginnen te zeggen wat ze vinden.
“Vrijheid van godsdienst” is een groot goed, maar of we nou zo blij moeten zijn met al die vrije moslims? Het is allemaal angst. Angst de controle te verliezen. Over angst gesproken, wat staat er en prachtig verhaal in jullie kerkblad over die Nederlandse Leeuw. Goed blad, die Walvis.

Dat het zo mag zijn…
AMEN