Engelen in de nacht

Engelen,

Wie kent ze niet?

Op plaatjes is het altijd een soort kruising tussen een mens en een vogel…

 

Dat is logisch, want vroeger dacht men dat de aarde een platte koek was.

Se hemel bevond zich boven die blauwe koepel, die daar zo mooi op past.
Hemelse boodschappen bereikten de aarde via klapwiekende hemelingen,
die men angelos noemde. “Boodschappers” betekent dat woord.

God stuurde engelen om een boodschap …
om een boodschap te brengen wel te verstaan

 

Wij, met onze kennis van het heelal, glimlachen om die voorstelling…

Wij, die weten van onmetelijke afstanden kunnen ons niet meer voorstellen dat je afstand tussen hemel en aarde met een paar vleugelslagen kunt overbruggen. Wij, in onze onmetelijke eigenwijsheid hebben de engelen afgeschaft. Alles wat met mysterie te maken heeft, lijkt wel te verdwijnen uit ons leefpatroon. Engelen, de mysterieuze wezens,  die de communicatie tussen hemel en aarde op gang houden. Engelen, ik weet er eerlijk gezegd niet zoveel van. We riepen, via het gedicht van Karel Eykman, het verhaal van de jakobsladder in herinnering.

 

Jacob was op de vlucht geslagen voor Esau, zijn broer.

Jacob had eerst Esau te grazen genomen en daarna ook
hun blinde vader op een schandalige manier bedrogen.

Wat een rotstreek. Wat is die Jacob een ontzettend vervelende klier, zeg,

En toch droomt ie over een ladder uit de hemel… en langs die ladder stijgen engelen op en dalen engelen af.

Let wel in die volgorde…   Het begint op aarde. Engelen komen in dit verhaal niet vanuit de hemel aanfladderen, maar ze stijgen eerst op naar de hemel.

Waarom? Oude joodse verhalen vertellen dat die engelen de Here God gaan vertellen, wat een verschrikkelijk mens daar eigenlijk ligt te slapen.

“Zeg maar tegen hem, dat Ik met hem meega…” Dat is de boodschap van God die de engelen moeten overbrengen en ze dalen af langs die ladder…

Ze zien die bedrieger daar liggen en krijgen die boodschap hun strot niet uit.
Ze gaan terug naar boven… weet u wel wie daar ligt te slapen?

Jakob, de hielelichter, de leugenaar, de dief…
Maar God is onverstoorbaar:

“Zeg maar tegen hem, dat Ik met hem meega!”
maar als ze beneden komen  … stijgen ze weer op.

Het is maar de vraag of zo’n mens als Jakob het wel zo prettig vindt dar God met hem meegaat. Hoe gaat God mee? Als wegwijzer of als kwaad geweten?

Hoe dan ook, het  verhaal vertelt ons dat God niet op zoek is naar heilige boontjes, maar naar mensen zoals Jacob… mensen zoals jij en ik. Mensen die enerzijds blij zijn dat God met hen meegaat door het leven; maar het soms ook knap lastig vinden.
 Je hoort mensen eigenlijk nooit zeggen: je bent een heilige…
maar wel: je bent een engel.
Je bent een engel, brengt me een goede boodschap.

Weet u in denk dat die acht, die hier vannacht de nacht hebben doorgebracht, engelen zijn. Het zijn geen heiligen, maar jonge mensen die een boodschap overbrengen. De boodschap dat er ook in de nieuwe generatie mensen zijn die er iets voor hebben om  anderen te helpen. Mensen die zich willen laten inspi reren door zo iemand als Jezus van Nazareth en door medemensen voor engelen worden aangezien.

Soms voel je je ook een engel… Er zijn momenten dat je zomaar boodschapper wordt van de Allerhoogste. Ik vertel een waar gebeurd verhaal.

 

Vorige zomer was ik met Mathijs – die gisteravond nog bij ons op bezoek was,

in Burundi. We gingen we op een maandag naar de kliniek, waarvan  Mathijs -tijdens zijn stage in 2005 – de bouw heeft geleid. Hij had het kliniekje nooit helemaal af gezien, dus vond het wat leuk om te gaan kijken hoe het geworden is en vooral hoe het functioneert.

 

Op de muur rond de kliniek staat een schilderij. Een meertje… een paar zieke mensen eromheen en man in het wit. Dat zal Jezus wel zijn, dacht ik in het voorbijgaan en las de naam van het ziekenhuisje: Bethesda. Ik herinnerde me het verhaal dat we vanmorgen hebben gelezen: weet je nog, zo af en toe daalt er een engel af in het water en wie dan het eerst in het water glijdt, is genezen.

Ik glimlach, want vlakbij die muur zitten twee van die prachtige zwarte kinderen gehurkt, voor het schilderij. Alsof ze zitten te wachten op… op die engel.

In de kliniek ontmoetten we een doodzieke jongen met zijn moeder. De dokter vertelt dat hij lijdt aan Malaria en dat hij, als hij niet snel de juiste medicijnen krijgt, zal sterven. Zijn moeder zit op de rand van zijn bed en staart wezenloos voor zich uit. Als er iets uit haar ogen spreekt dan is het wanhoop.
De dokter vertelt dat ze geen geld heeft voor de benodigde medicijnen en dat hij haar dus niet kan helpen. Daar moeten ze streng in zijn bij de kliniek…
Als er gratis medicijnen worden verstrekt staan er binnen de kortste keren rijen van honderden mensen… Maar er is geen geld… dus geen medicijnen…
Mathijs en ik kijken elkaar aan. Eén vraag! Een antwoord in franken… en in euro’s? Dertig.

Twee dagen later zijn we de verbandmiddelen gaan brengen die we uit Nederland hadden meegekregen. We zijn benieuwd hoe het is met dat zwarte ventje dat zo doodziek opt witte bedje lag.

De zieke jongen is er niet meer. De dokter vertelt: De medicijnen sloegen meteen aan. Hij speelt nu waarschijnlijk weer met zijn vriendjes in het dorp daar aan de overkant van de weg.

 

Die avond aten we bij een collega. De dominee had van de wonderbaarlijke genezing  gehoord en begon met allerlei loftuitingen aan ons adres.
Ik schudde mijn hoofd en vertelde hem dat die morgen de engel was neergedaald in het water van Bethesda. Hij moest daar erg om lachen en zei dat hij die engel(en) wel kende… Hahaha..
Hij verzocht ons een bijdrage te leveren voor de bouw van zijn huis.
Met drie vrachtwagens  stenen van ons samen zou hij heel blij zijn.

 

Ik vroeg hem “Gelooft u in wonderen?” “ Ja natuurlijk!”
Er is eergisteren in Bethesda een wonder gebeurd.
De engel is neergedaald in het water … Het kind dat lag te wachten op de dood
is gezond naar huis gegaan. Samen met zijn moeder.

Een wonder…Een engel!

 

Ik vraag u: gelooft u in wonderen?

Jullie zijn vast geen heiligen…

Maar wel engelen…

 Boodschappers
van heling,

van heil

AMEN