Palmzondag na de dood van ouderling Hugo

Gemeente  van onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God.

 

Ze riepen: Leve de profeet
Gij maakt u voor de dood gereed
De dag die nu palmzondag heet
Hosanna in de hoogte!

Uw staatsie, dat is toorn en pijn,
er zal een kroon van doornen zijn.
Zoudt gij daartoe geboren zijn?
Hosanna, zoon van David.

O, mensen weet wat is geschied,
na deze zondag, na dit lied:
God is het die u vrede biedt –
Hosanna in de hoogte!

Een gedicht van Willem Barnard, de dichter-dominee,
die we ook kennen onder zijn pseudoniem: Guillaume van der Graft.

Leve de profeet –  gij maakt u voor de dood gereed.
Groter kan de tegenstelling niet zijn… leve de profeet, voor de dood gereed.
In het tweede couplet idem dito: Uw staatsie, dat is toorn en pijn.

Je ziet het met je oren: deze woorden van de dichter, schilderen palmzondag ten voeten  uit.
Feestelijkheid en het lijden lopen door elkaar. Beide zijn aanwezig.
Dat zijn ze op palmzondag altijd, maar vandaag, in onze gemeente,
wel heel in het bijzonder…

Een paar weken geleden lagen er plotseling kale palmpaasstokken in de tuinkamer. Ze werden per week verder versierd. De plaat hier op het bord, raakte steeds meer gevuld met verhalen over bevrijdende ontmoetingen.
Je zag in de schikkingen het feest dichter en dichter bij komen..

En dan is er plotseling dat bericht over onze Hugo, onze ouderling,
de man van onze kosteres, een vriend van velen in de gemeente.
Feestelijkheid en intens verdriet… Die twee vormen in het gedicht de glorie van een koning die de stad binnenrijdt, terwijl ze – bij wijze van spreken – zijn  doornenkroon  al aan het vlechten zijn. Het is allemaal zo dubbel!

Hetty zei een dezer dagen: Natuurlijk zijn we verdrietig, maar ook o zo trots op onze Huug. Natuurlijk loopt ze met rode ogen, maar tegelijk is er het volste vertrouwen op geborgenheid bij God, zoals dat er ook was bij Hugo.
Natuurlijk zijn ze er allemaal kapot van, maar zo’n overlijden brengt mensen vaak o zo dicht bij elkaar. Als de koude donkere dood zich aandient, komt er zoveel warmte aan het licht. Het is allemaal zo dubbel…
Het is zo dubbel als palmzondag.

Op palmzondag zwaaien we samen met de inwoners van Jeruzalem vrolijk met palmtakken bij de intocht van Jezus Messias, de Zoon van David.
De koning, die vandaag wordt toegejuicht, zal intens lijden en mateloze spot ondergaan. De koning die nu wordt ingehaald als een vorst, krijgt deze week nog te horen: Laat Bar-Abbas los en kruisigt hem!

Zo gaat het maar al te vaak… Wij mensen kiezen maar al te vaak voor de weg van macht en geweld en daarbij nemen we een beetje onrecht op de koop toe.
Gek eigenlijk dat wij zoals we hier zitten er als kerkgemeenschap tot nu toe nooit toe gekomen zijn om Fair Trade koffie te gaan drinken. Ja, die is iets duurder, maar koffieboer Juan Valdez krijgt een eerlijke prijs voor zijn product.
Waar kiezen we voor?  Voor recht of voor geld. Voor menselijkheid of voor rijkdom?

Het wordt tijd terug te keren Naar het verhaal van de intocht.
Dat verhaal bestaat uit drie delen:
1.  de voorbereiding  van de intocht
2. de intocht zelf
3. het eerste effect van de intocht: de tempelreiniging.

De voorbereiding
Bij de voorbereiding, in deel 1 dus, zien we drie hoofdpersonen: Jezus en twee discipelen. Verder nog een boer en paar ezels, maar dat is alles.

Bij deel 2, de intocht zelf, zijn de pelgrims de handelende personen.
Mensen, op weg naar Jeruzalem om daar – een week later –  de verlossing uit Egypte te vieren. Ze zien Jezus op een ezel de stad inrijden, zoals ooit de wijze koning Salomo  op een ezel intocht hield. Sjalomo – vredekoning

In deel 3 is heel Jeruzalem in rep en roer. “Wie is die man?”  wil de menigte weten. Wie rijdt er als een messiaanse koning onze stad binnen? De heren rond de tempel hebben het over J te N, maar op Twitter en de andere sociale media gaan naam en toenaam rond: Jezus, de profeet uit Nazareth!  

Hoe dichter de Heer zijn doel nadert, hoe meer mensen betrokken raken.
De kring van mensen die actief zijn rond Jezus wordt steeds groter.
Wat een succes! Wat een held! Daar wil je bijhoren…  Het is alsof de gloriedagen van Salomo herleven. Hosanna, zoon van David!

Een paar dagen later valt de held van zijn voetstuk in de ogen van de massa.
Vandaag houden de machthebbers zich stil, maar de anticampagne is al begonnen want zijn optreden in de tempel, dat kan natuurlijk niet!

Voor we een week verder zijn, heeft de publieke opinie hem ingedeeld bij de loosers, de schlemielen, de minkukels. Daar wil je niet bij horen. Ik? Een palmtak? Nee joh. Nee hoor ik heb niets op You Tube gezet. Die uitdijende kring krimpt ineen. Heden hosanna, morgen kruisigt hem.

Wat is er toch aan de hand? Wat moeten we met al die tegenstrijdigheden?
Hoe kun je dit alles ooit rijmen met een liefdevolle God?  Het antwoord zit verborgen in het verhaal. Het verhaal grijpt terug op Tenach.
De drie delen die ik noemde, eindigen alle drie met een citaat uit het Oude Testament. De eerste is de belangrijkste. Het is een citaat van Zacharia.

Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!

Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege.

Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.

 

Nederig komt hij aanrijden. Die koning zit niet hoog te paard, maar rijdt op een ezel en een veulen huppelt mee… Een vertederend beeld komt ons voor ogen… Wat leuk, wat lief… ach kijk nou toch wat schattig. Maar vergis je niet: deze nederige, zachtmoedige  koning is bepaald geen softie. We hebben hier niet met een  slappeling te maken, maar met iemand die weet wat hij wil en zijn  pappenheimers kent.

De Messias van Zacharia is geen looser.

Die nederige koning haalt alle strijdwagens weg uit Efraïm,

alle paarden uit Jeruzalem en de oorlogsboog wordt weggevaagd.
Die koning zal heersen over de aarde en spreekt de volkeren toe over: vrede.

Die koning ruimt het wapentuig op,
Hier wordt niet met pijn in het hart bezuinigd, maar uit volle overtuiging opgeruimd wat niet tot vrede dient. De koning op dat ezeltje maakt korte metten met de mentaliteit, die zijn vertrouwen ontleend aan wapens.

 

Tot zover Zacharia. In het Mattheüsevangelie zien we de vredekoning,
de stad van vrede binnenrijden, op het rijdier van de vrede.
naar het Huis des Heren en dat wordt vervolgens met bezemen gekeerd.
Jezus maakt korte metten met alles wat niet tot vrede dient.

Hij rijdt in alle bescheidenheid op een ezel. De koning als dienaar van mensen, opdat de tempel weer bedehuis kan zijn; de duiven symbool van de vrede en de mensen weer mens kunnen zijn. Jezus zet de dingen op zijn plek, geeft ze hun functie terug.

Alle baaskoningen zitten hoog te paard!  Hij rijdt in op een ezel, het rijdier van de menselijke maat. Een ware koning is ook geen baaskoning, maar een dienaarkoning, niet gekroond maar gezalfd. Zo’n gezalfde heet in het hebreeuws: masjiach – messias.

De messias is de koning van je leven, een dienaar-koning van je leven

We komen uit bij het wezenskenmerk van wat men wel de joods-christelijke traditie noemt.  Wij zien religie als Gods dienst aan mensen. Dus niet onze dienst aan God, maar Gods dienst aan ons. Gods  dienst aan de mensheid bestaat in de vrijheid die hij ons geschonken heeft en die dienst bewijst de Eeuwige ons keer op keer. 

Abram trekt weg uit zijn familiebanden, die hem binden aan de Goden van Ur.

Mozes leidt zijn volk uit Egypte, weg uit slavernij van baaskoning Farao.

David bevrijdt zijn volk van onderdrukking door de Kanaänitische volkeren en hun goden, die o.a. vertegenwoordigd worden door Goliath, de reus.

De mensheid krijgt  vrijheid aangeboden, maar het lijkt alsof we die vrijheid niet aankunnen. Telkens weer  nemen we onze toevlucht tot machtsmiddelen, die ons in staat stellen vermeende vijanden de baas te worden of te blijven
Het lijkt soms wel alsof we niet zonder kunnen. Toen er met de val van de muur een vijand wegviel hebben we heel snel een andere gezocht en gevonden. 

Gods ultieme dienst aan mensen bestaat in de komst van Jezus Messias.
De messias, die – denk maar aan Zacharia 9 – het wapentuig op non-actief zet,
de machtsmiddelen aan de kant schuift. Niet door macht en geweld wordt het koninkrijk Gods bebouwd, maar door te kiezen voor de weg van Christus.

Menigeen zal zeggen: Dat is een onbegaanbare weg. De weg van Jezus is de weg van lijden en dood. Dat gaat zo tegen de menselijke natuur in, dat niemand daarvoor kiezen zal. Wie wil er nou dood? Niemand toch?

Nee, bijna niemand. En zelfs mensen die zelf wel afscheid van het leven zouden willen nemen, verzetten zich ertegen. Toen ik deze week met Hugo en Hetty sprak, wilde Hugo toch weer proberen door de crisis heen te komen,
omwille van Hetty en zijn kinderen en zijn kleinkinderen.
Niemand kiest voor de weg van lijden en dood. We willen leven!

Toch gaan we de stille week in. We zullen stilstaan bij het lijden en sterven van de mens Jezus; we zullen ons bezinnen op de weg die Christus gaat, uit liefde voor de mensen. Niet omdat lijden zo leuk is; niet omdat sterven het oppunt van geluk is; maar omdat hij ons wil laten zien dat de dood niet het einde is. Om ons te laten zien dat de dood niet het laatste woord heeft.

Dat geldt voor de letterlijke dood, waarmee we worden geconfronteerd in het overlijden van Hugo; Hij stierf in het volste vertrouwen dat hij – hoe dan ook –  geborgen is bij God.

Het geldt ook voor de situaties in ons eigen leven die doodgelopen zijn;
het geldt voor verhoudingen die op dood spoor zitten; 
het geldt  voor al die huwelijke waarin het maar een dooie boel geworden is, Het geldt voor al die jongeren die – ondanks alle luxe waarin ze leven – hun bestaan als dor en doods ervaren, door hun immense eenzaamheid.
Het geldt voor jonge mensen met weerzin tegen het leven. Zij zouden juist in de komende week weer zin kunnen ervaren in het bevrijdingsverhaal dat we
 – ondanks onszelf  – opnieuw zullen vieren.

De  rabbijnen van de derde eeuw dachten na over de komst van Messias.
Ze zagen die komst in het verlengde van de eerste verlosser: Mozes.
Wij zullen donderdag het begin van het paasfeest vieren met de ingrediënten
van de seidermaaltijd, die herinnert aan de uittocht uit het land van dood en slavernij. Wij vieren het leven, sterven en opstaan van de de ultieme verlosser: Jezus Messias, die ons voorgaat op de weg uit de dood vandaan! Hij gaat die weg voor ons, opdat we zouden ontdekken dat die weg – dwars tegen al onze natuurlijke aandriften in, een begaanbare weg is.

Vertrouwend op de opstanding, mogen we vandaag zwaaien met palmtakken ter ere van Jezus Messias, de koning op een ezel.

De koning die mensen leert mens te zijn en het wapentuig de wacht aanzegt! De koning die het geld van de wisselaars laat rollen, omdat het een ruilmiddel is en geen doel op zichzelf.
De koning die duiven laat vliegen als tekens van vrede, in plaats van te sterven als slachtoffer van een religie met sterk nationalistische trekken.
Jezus tekent protest aan uit liefde voor de Thora; uit liefde voor de mensheid. Als verzetsdaad tegen alles wat ware menselijkheid belemmert, omdat mensen Gods oogappels zijn. Jezus is trouw, heel erg trouw aan diezelfde Thora… Zo trouw dat hij de vleesgeworden Thora genoemd wordt… Gods woord in mensengedaante. We hoorden het bij Jesaja:

5 God, de HEER, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd.

Hij weet dat leven naar Thora niet zonder risico is. Hij weet heel goed dat  machthebbers de zachtmoedigen vreselijk te grazen kunnen nemen, maar Hij is niet terug gedeinsd. Integendeel:  6 Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden.  
U en ik herkennen de verhalen die we de komende week opnieuw gaan horen.
Messias zijn betekent lijden, maar ook overwinnen. Het betekent doodgaan, maar ook opstaan. Jezus is geen softie, maar iemand die zoveel vertrouwen opbrengt, dat hij de weg door de dood heen durft te gaan. Dat vertrouwen  klinkt ook door in de tekst van Jesaja in onze eerste lezing

 

7 God, de HEER, zal mij helpen, daarom word ik niet gekwetst en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots, want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan

 

Lieve gemeente, de week die voor ons ligt wordt er een van rouw… en van feest; van verdriet… en intense vreugde; van ontreddering en van redding.
We mogen die week ingaan in het volle vertrouwen dat we niet beschaamd zullen staan. Dat geldt ook voor Hugo. Vraag me niet hoe ik me dat voorstel, maar Hugo is in de hemel. Hugo is bij God…
Wij zijn op de aarde en God is met ons.
AMEN.