Paaswake 2011

 

Protestantse Gemeente Andijk-Wervershoof

 

 

PAASWAKE
2011

 

 

 

 

Zaterdag 23 april – 22.00 uur – K.C. “De Kapel” – Middenweg 48 –  Andijk

 

 

Voorganger: pastor Ton Heijboer

 

Muzikale medewerking: Andrew en Nettie Orme en de cantorij

Bij het Paasvuur
De gemeente vormt een kring rond de vuurkorf op het pleintje voor de kerk.

 

SAMENZANG

 

                Vertaling: Waar betrokkenheid en liefde heerst, daar is God

 

Gebed bij het vuur

Goede God  –  U gaf ons het vuur om de donkere nacht te verlichten.

Wij bidden U: laat ons een licht zijn in de duisternis van mensen.

Ubi Caritas…

 

Goede God  –  U gaf ons het vuur om de koude nacht te verwarmen.

Wij bidden U: Laat ons van warmte zijn voor mensen.

Ubi Caritas…

 

Goede God  –  U gaf ons het vuur om ons voedsel te bereiden

Wij bidden U: Leer ons voedsel delen met mensen.

Ubi Caritas…

 

Goede God  –  U gaf ons vuur – Het houdt  wilde dieren op afstand.

Wij bidden U: Behoed uw mensen voor bedreigend gedrag.

Ubi Caritas…

 

Goede God  –  U gaf ons vuur – maak ons dan vurig en enthousiast

Wij bidden U: Ontsteek in ons midden het heilig vuur van Geest
Laat uw licht schijnen in dit huis, uw woning, ons kerkgebouw  

Laat uw warmte kenmerk zijn voor onze gemeenschap,

Laat de kaars die we ontsteken het teken  zijn  
van uw niet aflatende aanwezigheid

In ons midden.

AMEN

 

De cantorij zingt:

Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur
dat nooit meer dooft; Vuur dat nooit meer dooft   (2x)

 

Tijdens dit lied wordt met een aansteekkaars
de nieuwe paaskaars ontstoken aan het paasvuur.

De voorganger en de diaken staan met de brandende paaskaars bij de ingang  van de kerk. De gemeente gaat naar binnen onder het zingen van Ubi Caritas. Bij het passeren van de  paaskaars steken ze hun eigen kaars aan en zoeken al zingend een plaatsje in de kerk. Als iedereen een plaats heeft gevonden komen de voorganger en diaken komen naar voren en zeggen onderweg

 

De Lof van het licht

Achter in de kerk
D. Licht van Christus     G. WIJ DANKEN DE EEUWIGE, ONZE GOD

 

Halverwege de kerk
D. Licht van Christus     G. WIJ DANKEN DE EEUWIGE, ONZE GOD

 

Voor in de kerk
D. Licht van Christus     G. WIJ DANKEN DE EEUWIGE, ONZE GOD

 

De diaken plaatst de paaskaars op de kandelaar.
De diaken blijft bij de paaskaars staan en ontsteekt de beide kaarsen op de tafel.

 

De ouderling zegt bij de eerste kaars:

 In deze nacht trekt Israël uit Egypte en gaat droogvoets door de Rode Zee.

 

De ouderling zegt bij de tweede kaars:
 
In deze nacht heeft Jezus Messias de dood gebroken en is als overwinnaar uit de doden opgestaan.

 

Lied aan het licht – Tussentijds lied 118

 

 

 

 

2. Licht, van mijn stad de stedehouder,  

aanhoudend licht dat overwint   

Vaderlijk licht, steevaste schouder
 draag mij, ik ben uw kijkend kind.  

 Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen 

 of ergens al de wereld daagt
 waar mensen waardig leven mogen  

 en elk zijn naam in vrede draagt.

 

3. Alles zal zwichten en verwaaien    

dat op het licht niet is geijkt     

Taal zal alleen verwoesting zaaien
 En van ons doen geen daad beklijft.     

Veelstemmig licht om aan te horen     

Zolang ons hart nog slagen geeft        

Liefste der mensen, eerstgeboren    

Licht, laatste woord van Hem die leeft.


We zetten de brandende kaarsen in bakken met zand.     

 De gemeente gaat zitten…

 

Groet:

V. De Heer zij met u 

G. OOK MET U ZIJ DE HEER

Kind: Waarom is deze nacht zo heel anders, dan alle andere nachten?

V. Dit is de nacht van gedenken,
deze nacht wordt wereldwijd gevierd
als de nacht van bevrijding uit de donkere macht van het kwaad.

Dit is de nacht waarin de mensenzoon,
de banden van de dood losmaakt en onze machteloosheid doorbreekt.

 

Kind:

Waarom is deze nacht zo heel anders dan alle andere nachten?

V. We luisteren in deze nacht naar wat we al weten,

om niet te vergeten wie wij zijn: kinderen van GOD.

 

Kind:

Waarom is deze nacht zo heel anders dan alle andere nachten?

 

V.  Deze nacht is anders, omdat we steeds weer de verhalen willen en moeten horen,    

      over wat God voor  mensen heeft gedaan, zodat wij allemaal opleven en zeggen:

A:  GOD IS GOED

 

V.   Dit is de nacht waarin wij God gedenken als Schepper van hemel en aarde,
      die aan mensen de aarde schonk als plek om te leven:
      Hij, de Eeuwige, riep: 
A.  ER ZIJ LICHT

V.  Dit is de nacht waarin wij God gedenken als bevrijder uit de slavernij
      en met de stem van Aaron sprak tot alle aardse grootmachten:
A.  LAAT MIJN VOLK GAAN!

 

V.  Dit is de nacht waarin wij God gedenken als de Eeuwige,
      die mensen en weg wijst naar eeuwig leven.

A.  DE EEUWIGE IS ONZE STERKTE, GROOT IS ZIJN MACHT EN MAJESTEIT

 

 V Dit is de nacht waarin wij God gedenken als de LEVENDE ,
     die ons niet in het donker achterlaat, maar met ons leeft in het licht!
     Dit is de nacht waarin Gods zoon, de banden van de dood losmaakt, onze  

     machteloosheid  doorbreekt. Door op te staan uit het graf.

 

A. WIJ GEDENKEN, OM NIET TE VERGETEN WIE WIJ ZIJN…
Mensen, geschapen te leven om in het licht

Mensen, bevrijd uit overmacht. 

WIJ GEDENKEN OM NIET TE VERGETEN WIE WIJ ZIJN…

Mensen, bevrijd om met God op weg te gaan

Mensen, die alle obstakels overwinnen.

WIJ GEDENKEN OM NIET TE VERGETEN WIE WIJ ZIJN…

mensen, die met u mogen opstaan

tot zich steeds vernieuwd leven.


Kind:
 OOhh, dààrom is deze nacht zo heel anders dan alle andere nachten!  

 

Samenzang: Tussentijds 56: 1,2,3,8,9 en 10

 

 

1 Heel de schepping prijs de Heer!
Al zijn werken, geeft  Hem eer!

En gij engelen in koor,

Zingt uw gloria ons voor.

 

2  Zegen Hem, gij zon en maan,

Sterren in vaste baan

Laat u licht in volle schijn

Voor de Heer een loflied zijn.

 

3  Alle winden alle weer
alles wat er gaat tekeer

Angstaanjagend in uw kracht

Wees de weerklank van Gods macht.

 

8  En gij mensen allen saam

Zegent nu de hoge Naam,
voegt u in het grote koor
van zijn volk de eeuwen door

 

9  Want in ’t dodelijke uur
Gaat Hij voor ons door het vuur
en Hij zal ons op doen staan
om Hem achterna te gaan
 
10  Al wat leeft, wees welgemoed

Loof de Heer, want hij is goed.

Zegen Hem dan hier en nu

Want zijn goedheid zegent u.

 

 lezingen uit het Eerste Testament

 

In deze nacht gedenken we God als de Schepper –  Genesis 1: 1-5

1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. 3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

 

Samenzang: Gezang 1:1 en 3

 

God heeft het eerste woord.                           God heeft het laatste woord

Hij heeft in den beginne,                                  Wat hij van oudsher zeide

Het licht doen overwinnen.                             wordt aan het eind der tijden

Hij spreekt nog altijd voort.                              In heel zijn rijk gehoord.

 

In deze nacht gedenken we God als Bevrijder uit de slavernij –  

 

Exodus 5:1

1 Hierna gingen Mozes en Aäron naar de farao, en ze zeiden tegen hem: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Laat mijn volk gaan, om in de woestijn ter ere van mij een feest te vieren.

 

Exodus  12:31-32

31 Die nacht nog ontbood de farao Mozes en Aäron. ‘Ga onmiddellijk bij mijn volk weg,’ zei hij, ‘u en alle Israëlieten! Ga de HEER maar vereren, zoals u hebt gevraagd. 32 Neem uw schapen, geiten en runderen mee, zoals u gevraagd hebt, en verdwijn! Maar bid dan ook voor mij om zegen

 

 

14 : 21 en 22

21 Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de HEER liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.

Meditatief moment: Durf jij die weg te gaan?

 

Ik vertel je een verhaal…

Stel je voor… Je staat op het strand van Scheveningen.
Vlak voor je  een pad, dwars door de Noordzee naar Great Yarmouth. Vlak achter je, de vijand. Links een muur van water… rechts een muur van water. Ga je? Ga  je dat pad op? Durf je dat? Heb dat lev? Vertrouw je die woorden?
Duf je te gaan?

 

Ik vertel hetzelfde verhaal nog een keer…  .

Stel je voor… Ik kende ooit een gelovig meisje . Ze  heette Vera, ze was 13 en ze had kanker.  Ze wist dat ze dood zou gaan.  Ze was omgeven door  vijanden die de kwaliteit van haar leven bedreigden. Vlak achter haar die ziekte, links en rechts leeftijdgenoten die haar uitlachten omdat ze gelovig was.  Voor haar een pad… door de dood heen, naar een leven van grote kwaliteit. Ga je? Ga  je dat pad op? Durf je dat? Heb dat lev? Vertrouw je op de oude verhalen?  Duf je te gaan?

 

Vera vond het fijn dat haar beste vriendin en haar ouders dichtbij waren…Ga niet weg… Bleibet hier und wachet mit mir… wachet und betet.

 

 

SAMENZANG

 

 

          Bleibet hier und wachet mit mir wachet und betet wachet und betet
Blijf nu hier en waak met mij    waak en bid,      waak en bid


In deze nacht gedenken we God als degene die een weg naar een kwaliteit van leven die we “eeuwig” noemen.

 

Jesaja 54: 1-3

1 Jubel, onvruchtbare vrouw, jij die nooit een kind hebt gebaard; breek uit in gejuich en gejubel, jij die geen weeën hebt gekend. Want – zegt de HEER –, de kinderen van deze verstoten vrouw zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde.

2 Vergroot de plaats voor je tent, span het tentdoek wijder uit,

zonder enige terughoudendheid. Verleng de touwen, zet de tentpinnen vast.

3 Naar alle kanten zul je je uitbreiden, je nageslacht zal de vreemde volken verdrijven en de verlaten steden bevolken.

 

In deze nacht gedenken we God als de Levende, die mensen redt uit de doodsituaties waarin ze zijn verzeild geraakt. 

 

Jona 2 gelezen en gezongen

1 De  HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis. 2 Toen begon hij in de buik van de vis tot de HEER, zijn God, te bidden:  

 

Nettie Orme zingt: God wat voel ik me alleen – Uit de Jona-musical

11 Toen, op bevel van de HEER, spuwde de vis Jona uit op het land.

 

 

Meditatief moment:  Kwaliteit van leven

Het volk Israël trekt weg uit een land waar hun baby’s in de rivier de Nijl werden gegooid en iedereen keihard moest werken… Het land  van dood en slavernij.
Ze trekken uit…  Ze gaan op weg … naar een land van melk en honing…
naar een veelbelovend land. Waarom ze gaan?

God heeft hen daartoe uitgenodigd…

Sta op en ga…  een leven van grote kwaliteit tegemoet!

 

Vera is weggetrokken uit het land waar de ziekte haar lichaam sloopte,
waar klasgenoten haar niet serieus namen… Die andere tieners leefden voorbij aan de dingen die voor Vera belangrijk waren geworden: echte vriendschap, de trouw van vriendinnen, de liefde van haar ouders… echte kwaliteit van leven.

 

De dood van Vera maakte voor veel leeftijdgenoten duidelijk wat je leven echt tot een kwaliteitsleven maakt. Dwars door de pijn heen, dwars door het verdriet heen, 
ja zelfs dwars door de dood heen…  bleek er kwaliteit van leven te vinden.
Het sterven van Vera, veranderde het leven haar klasgenoten.
Velen zaten op dood spoor… maar leven nu … bewust.

Velen zagen die weg van Vera niet voor zich,

maar weten nu van opstanding tot een

leven van grote kwaliteit

een leven dat we

eeuwig leven noemen.

 

Ik ben een paar weken geleden nog even bij haar graf geweest.  Nee er staat geen ondoordringbare steen op, die je dwingt te staren op het verleden — maar een glasplaat- waar je doorheen kunt kijken. Achter die glasplaat stak een sneeuwklokje zijn kopje boven de harde grond…  en op de plaat staat: Eindelijk vrij!

  

 Samenzang: Graan dat in de aarde (TT 155: 1)

 

Lezing uit het tweede testament: Lucas 24:1-12
1 Maar op de eerste dag van de week gingen ze bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden. 2 Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, 3 en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. 4 Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. 5 Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden? 6 Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt. Herinner u wat hij u gezegd heeft toen hij nog in Galilea was: 7 de Mensenzoon moest worden uitgeleverd aan zondaars en moest gekruisigd worden en op de derde dag opstaan.’ 8 Toen herinnerden ze zich zijn woorden.

9 Ze keerden terug van het graf en gingen aan de elf en aan alle anderen vertellen wat er was gebeurd. 10 De vrouwen die het graf bezochten, waren Maria uit Magdala, Johanna, Maria de moeder van Jakobus, en nog enkele andere vrouwen die hen vergezelden. Ze vertelden de apostelen wat er was gebeurd, 11 maar die vonden het maar kletspraat en geloofden hen niet. 12 Petrus echter stond op en rende naar het graf. Hij bukte zich om te kijken, maar zag alleen de linnen doeken liggen. Daarop ging hij terug, vol verwondering over wat er gebeurd was.

 

Dit is de nacht waarin de blijde boodschap  alle talen de wereld rondgaat…

Van Wladiwostok via Moskou tot  St-Petersburg klinkt:  Christos Voskrese

Van Melbourne tot via London tot Los Angelos:  The lord is risen; indeed he is risen.

Van Bujumbura Burundi via Parijs tot op de puinhopen van Haïti :

Le Christ est ressucité. Il est vraiment ressucité

 

Van Buenos Aires , via Madrid tot in de hitte van Guantanamo Bay

Christo ha resucitado; en verdad ha resucitado

Van Kaapstad via Amsterdam tot in Paramaribo
Christus is opgestaan; Hij is waarlijk opgestaan.

Dit is de nacht waarin Christenen zingend de opgestane Heer loven en prijzen
Laat ons zingen in vele talen: U zij de glorie

À toi la gloire, O Ressuscité!
À toi la victoire pour l’éternité!
Brillant de lumière, l’ange est descendu,
Il roule la Pierre du tombeau vaincu.
À toi la gloire, O Ressuscité!
À toi la victoire pour l’éternité!

Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer!
Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.
Weest dan volk des Heren, blijd’en welgezind
en zegt telkenkere: “Christus overwint!”
U zij de glorie, opgestane Heer!  U zij de vitorie, nu en immermeer.

 

Thine be the glory, risen conquering Son

Endless is the victory, thou o’er death hast won

Angels in bright raiment, rolled the stone away

Kept the folded grave-clothes, where the body lay

Thine be the glory, risen conquering Son

Endless is the victory, thou o’er death hast won

Craindrais-je encore? Il vit à jamais,
Celui que j’adore, le Prince de paix;
Il est ma victoire, mon puissant soutien,
Ma vie et ma gloire : non, je ne crains rien!
À toi la gloire, O Ressuscité!
À toi la victoire pour l’éternité!

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen, die mij vrede geeft. In Zijn Godd’lijk Wezen is mijn glorie groot,
niets heb ik te vrezen in leven en dood.
U zij de glorie, opgestane Heer! U zij de victorie, nu en immermeer.

 

Tijdens het naspel van “U zij de glorie’ wisselen we van liturgische kleur

 van paars naar wit

 

 

We gedenken onze doop…

 

DE APOSTEL pAULUS SCHREEF AAN DE GEMEENTE VAN rOME

 Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood?
We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de
Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te gaan leiden.

 

De cantorij zingt: Tussentijds 155: 1 (zie blz. 11)

 

God heeft alle mensen lief.

Als teken van die, allen omvattende liefde bedient de kerk de Heilige Doop. 
Velen van ons hebben dat teken persoonlijk ontvangen, ook al gebeurde dat
op een moment dat we het niet of nauwelijks beseften.

Ook als je dat teken niet ontvangen hebt, dan nog mag je hier voor God

en zijn gemeente betuigen dat je willen behoren tot de gemeenschap van
mensen die leeft van Christus’ liefde
bevrijd van wat ons bindt aan de natuur / bevrijd van wat ons tot slaaf wil maken
thuisgebracht uit ballingschap, bevrijd van… de dood, die door Christus overwonnen is.  

 

Laten we dan de beloften – veelal door onze  ouders gedaan –  bij onze doop als kind nu als volwassen mensen  voor onze verantwoording nemen

 en daartoe opstaan van onze zitplaatsen.   

 

V. Broeders en zusters, wilt u de Heer uw God dienen en naar zijn stem alleen horen?   A. Ja, dat willen wij

V. Wilt ge u verzetten tegen alle machten die als goden over ons willen heersten?   A. Ja dat willen wij

V. Wilt u ieder slavenjuk afwerpen en leven in de vrijheid van Gods kinderen?
A. Ja, dat willen wij

 

Een teken in je hand.

Laat dan nu ieder die dat wil naar voren komen, om het teken van de opgestane Heer te ontvangen. Een eenvoudig kruis met doopwater in je hand  getekend , om nooit te vergeten dat:  Ook jouw naam – gedoopt of ongedoopt – staat geschreven in de palm van Gods hand.

De cantorij zingt: Tussentijds 155: 1. 2 en 3

 

couplet 1 zie TT

 

Met geweld begraven werd de liefde Gods

Rest haar niets dan rusten in de harde rots

Jezus is dood, geen weg lijkt mee te gaan

Liefde groeit als koren als het groene graan 

 

Zaad van God, verloren in de harde steen,
En ons hart, in doornen vruchteloos alleen,

 Heen is de nacht, de derde dag breekt aan.
Liefde groeit als koren als het groene graan.

 

 

Geloofsbelijdenis

 V. Belijden we dan, met de kerk van alle plaatsen en alle tijden,  samen met apostelen en martelaren, samen met alle heiligen die ons zijn voorgegaan… ons geloof:

V. Ik zal niet geloven in het recht van de sterkste, in de taal van puur geweld, in de macht van de machtigen.

A. Maar ik wil geloven in het recht van de mens,  in de open hand, in zachtmoedigheid en de kracht van de overtuiging.

V. Ik zal niet geloven in ras of rijkdom niet in voorrechten,

en niet in een onveranderlijke orde.

A. Maar ik wil geloven dat alle mensen mensen zijn.

dat het recht van de sterkste bij dieren hoort

en de orde van het onrecht, wanorde betekent

V. Ik zal niet geloven dat ik niets te maken heb met wat ver van hier gebeurt.

A. Maar ik wil geloven dat de wereld mijn huis is en het veld dat ik bezaai,

dat allen oogsten van wat allen gezaaid hebben.

V. Ik zal niet geloven dat liefde begoocheling is, vriendschap onbetrouwbaar en alle woorden leugens zijn.

A.  Maar ik wil geloven, in de liefde die verdraagt, in de weg van mens tot mens, in een woord dat zegt wat het zegt.

V. Ik zal niet geloven dat oorlog onvermijdelijk, vrede onbereikbaar is. 

A. Maar ik wil geloven in de kleine daad, in de macht van de goedheid en zachtmoedigheid, in de vrede op aarde.

V. Ik zal niet geloven dat alle moeite vergeefs is, dat de droom van de mensheid een droom zal blijven en de dood het einde zal zijn.

A. Maar ik durf geloven in de opgestane Heer,de nieuwe mens, in de eeuwige droom,

een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid zal wonen.

 

Dienst der gebeden

 

Slotlied: 

Wij gaan weer verder, vol van hoop , de ongebaande wegen

Met onze droom op hinderloop , de meeste feiten tegen

 

De onrust houdt ons op de been en doet ons verder reizen

Een stem die klinkt door alle heen  een God niet weg te prijzen

 

Zijn woord houdt aan in ons gemis, dat alles kan verkeren 

Dat vrede hier bestaanbar is en onrecht om te keren.

 

Hij doet ons kiezen voor de mens, bedreigd, verarmd, vergeten;

Zij voert ons naar de laatse grens, om van elkaar te weten.

 

Sjaloom, geluk op deze reis. Het duurt misschien nog eeuwen

Maar twijfel niet meer aan de wijs: : Het lam huist bij de leeuwen.    

 

Zending en zegen van St. Patrick. (Ierland – 7e eeuw)

 

De Heer zij voor u           om u de juiste weg te wijzen.
De Heer zij naast u         om u in de armen te sluiten en  te beschermen tegen

                             gevaren van links en rechts.
De Heer zij achter u       om u te bewaren voor gemene aanvallen van anderen.
De Heer zij onder u        om u op te vangen als u dreigt te vallen
De Heer zij in u                 om u te troosten als u verdrietig bent.
De Heer zij om u heen  om u te verdedigen als mensen over u heen vallen.
De Heer zij boven u       om u te zegenen.
Moge God zich over u ontfermen nu en altijd.             

 

Gezang 456:3