Genesis 3 – de condition humaine

Gemeente van
onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God.

 

Wat zou het toch een zegen zijn voor de kerk als we met zijn allen eens zouden besluiten om te stoppen met het historiserend lezen van Bijbelse verhalen.

Waarom willen christenen toch steeds geschiedenis lezen in die oude joodse
verhalen, die stammen uit een tijd dat er nog geen geschiedschrijving bestond.

Als je het
onderwijs organiseert volgens economische principes, dan krijgt je
HBO-onwaardige diploma’s.  Als je de
historische wetenschap loslaat op Bijbelse verhalen, dan krijg je
geloofsonwaardige toestanden.



Waar ik heen wil?  Naar Genesis 3, maar
dan niet als de Bijbelse geschiedenis
die vertelt waar het  kwaad vandaan komt, maar als het Bijbelse verhaal dat ons vertelt over
hoe het kwaad gebeurt en doorwerkt in ons leven.

Dat gaat
misschien een beetje vlug.

Ik wil vanmorgen graag proberen iets meer te vertellen over Genesis 3.

Om te beginnen benader dat Bijbelgedeelte als een verhaal en niet als
geschiedenis. Wat is het verschil?

Geschiedenis
legt de feiten vast! Zo is het gebeurd, zo is het gegaan… en niet anders.

De geschiedenis legt feiten vast over Karel de Vijfde of koningin Wilhelmina.

De geschiedschrijving legt vast dat Karel in 1500 werd geboren in Gent.

Zijn geboortebewijs staat op internet.

De geschiedschrijving legt vast dat Wilhelmina in ‘48 afstand deed van de
troon.



Verhalen daarentegen leggen niets vast, maar maken iets los…

Verhalen zijn als muziek… Verhalen proberen ons te raken…

Verhalen willen belangrijk zijn of worden voor de hoorders.

Een verhaal vertelt mij dat ik… een verhaal gaat over mij.



Wanneer we Genesis 3 zouden lezen als geschiedenis, zou het een tekst zijn
waarin duidelijk wordt gemaakt hoe het kwaad in de wereld is gekomen.

Als verhaal vertelt Genesis 3 hoe het kwaad gebeurt tot op de huidige dag… en
hoe het doorwerkt in mijn leven en in onze samenleving.

Genesis 3
dus, als verhaal.

Twee naakte mensen worden geconfronteerd met een slang. De slang wordt niet van
te voren gediskwalificeerd als een soort oermonster, nee het is een slim beest…


Het is, wat je noemt, een handige jongen…

 

“Is het echt zo dat God gezegd heeft: Je zult niet van al die bomen eten?”

De slang doet alsof hij ergens heeft gehoord dat de Godheid – let op:

Hij gebruikt het woord EL, in plaats van de naam JHWH, dat wordt vertaald met
HEER.



Tot nu toe had God een Naam, maar de slang heeft het over een Godheid.

Dat klinkt ineens heel abstract, heel afstandelijk.

En dan die vraag: Klopt het dat je niet van AL die bomen mag eten?

Dat kun je – zeker in Hebreeuws –  ook
verstaan als: je moet zeker van al die bomen afblijven. Zo verstaat de vrouw
het dan ook. Dat corrigeert ze wel, maar al corrigerend heeft ook zij het niet
meer over de HEER, maar ook over die abstracte godheid.



Die slimme slang heeft al heel wat voor elkaar…

1.  God, de Heer, heeft zijn hele
schepping aan de mensen gegeven op een of twee bomen na. Dat mag toch royaal
heten… maar na een paar zinnen lijkt het of God alles verboden heeft.

2. God, de
Heer, die als een vriend met zijn mensen spreekt en voor hen zorgt, die bij
zijn naam wordt genoemd, wordt tot een abstracte godheid verheven.

Het zijn maar kleine dingen, maar als de details eenmaal gaan schuiven.

3. Daardoor
krijgt Gods gebod, dat op zich helemaal niet onredelijk is iets absurds. Zoveel
bomen en er dan niet van mogen eten, zeg. Dat is toch gek?!  Wat is dat voor een God?

4. Waar God
de mens  juist als zelfstandig wezen
heeft geschapen, lijkt het nu alsof de Godheid de mens die zelfstandigheid
misgunt.



5. Het lijkt wel of God de mens wil klein houden. Dat komt tussen ouders en
kinderen nogal eens voor:  grootbrengen
door klein houden. Tegenwoordig krijgen kinderen hun zin. God schenkt zijn
kinderen verantwoordelijkheid… daar kom ik op terug

In het
paradijs leeft de mens Gods woord. God zegt iets en de mens doet het, zoals
kleine kinderen doen wat vader zegt, of moeder. De slang laat de details
schuiven. Leven van woorden die God zegt, wordt leven van horen zeggen…

Zou het niet mooier zijn om zelf te zien wat je doet, i.p.v. altijd maar
luisteren naar een ander? Als je weet hebt van goed en kwaad, als je zo zelfstandig
bent… dan ben je … zoals God…  en daarmee
heeft de slang een geweldige waarheid gesproken.

Let wel, het
is nog steeds een verhaal. Er wordt ons hier verteld hoe het zit met de
verhoudingen tussen God en de mensen. Het behoort tot de condition humaine om
te streven naar goddelijkheid; Gode gelijk zijn, dat willen we bijna allemaal
wel. Dat zit ons in het bloed. Wij zijn dol op macht.

Maar precies op dat moment. Precies op het moment dat we onszelf weer eens op
Gods troon hijsen, verliezen we onze menselijkheid. Op dat moment stappen we
uit   onze vertrouwelijke relatie met de
Heer. We zien onszelf staan… maar staan tot oze schrik… in ons nakie. Weg is de
vertrouwelijkheid.

Op het
strand zie je soms naakte kinderen rondscharrelen. Ze spelen met zand en water
voor Gods aangezicht. Niemand ergert zich eraan, ook niet als er spontaan een
plasje wordt gedaan. Zo scharrelen de eerste mensen door dat paradijs en hebben
niet eens in de gaten dat ze in hun blootje lopen. Zonder zorgen! Vol
vertrouwen!



Maar nu dwingt dat zo vol vertrouwen, spelende kind zichzelf om
verantwoordelijk-heid te dragen. Het kind stapt uit de relatie met zijn vader.
Ze breken met hun schepper. Die relatie is niet langer god-schepsel, maar
god-god. 

God en mens worden a.h.w. concurrenten van elkaar…

en de als de Heer die avond een wandelingetje maakt door de tuin, meent hij nog
steeds “De Heer” te zijn, maar ontdekt al gauw dat zijn schepselen zich voor
hem verbergen… en waarom? Omdat ze naakt zijn… 
Ze vinden ineens dat ze niet zomaar in hun blootje de GODHEID onder ogen
kunnen komen. God roept nog: Adam, waar ben je? Maar Adam is nergens meer.

Die staat te rillen tussen de struiken en zijn naaktheid is niet langer een teken van vertrouwelijkheid, maar is bedreigend eworden. Die andere God zal hem toch niet uitlachen zeker… van vertrouwelijkheid is absoluut geen sprake meer.

En dat hebben de man en de vrouw niet alleen t.o.v. God maar ook t.o.v. elkaar.
Die twee, die elkaar in hun naaktheid zo graag omhelsden, staan nu bloot aan elkaars blikken. Ze voelen zich bekeken door de ander…Ze voelen zich beoordeeld door de ander en zelfs bij voorbaat veroordeeld, door die ander en ook door de Gans Andere, zoals Karl Barth God aanduidde.



Ziedaar de
condition humaine. Zo zitten de verhoudingen tussen de seksen in elkaar.

Er is geen sprake van vertrouwelijkheid… veeleer van wantrouwen;

er is geen sprake van spelende kinderen voor Gods aangezicht,

maar van mensen die de kat uit de boom kijken

mensen die op hun hoede zijn

mensen die niemand vertrouwen totdat de ander hun vertrouwen heeft gewonnen.



De momenten waarop wij ons in vol vertrouwen kunnen overgeven aan de ander, zijn
zeldzaam. Ze zijn zo zeldzaam en daarmee zo waardevol, dat we ter bescherming het
huwelijk hebben bedacht.

Wie met meerdere mensen zo intens vertrouwelijk omgaat, noemen wij ontrouw Daar
hebben we woorden voor als overspel of op zijn minst promiscuïteit.

Het beeld
van de mens dat ons bijblijft uit dit verhaal is dat van de bange mens.

De man en de vrouw die in hun nakie staan te bibberen tussen de struiken,

terwijl God roept. De mens die voor goddelijkheid heeft gekozen staat in al
zijn kwetsbaarheid te kijk. De keuze voor goddelijkheid blijkt een keuze te
zijn voor armzaligheid, want ten opzichte van de Eeuwige is het helemaal niks.
Wat klei.



De mens die probeert God te zijn, moet zo ontzettend op zijn tenen lopen.

Daartoe zijn we immers niet geschapen, daar zijn we niet op toegerust.

Wij zijn geen goden… maar eigenwijze mensen.

Wij willen weten, wij willen het allemaal met eigen ogen zien…

en dat terwijl we niet in staat zijn het geheel te overzien.



En in die
situatie dragen we 
verantwoordelijkheid.  Maar, de
man, die ook van de vruchten heeft gegeten, schuift de verantwoordelijkheid af
op de vrouw…

en de vrouw probeert de verantwoordelijkheid af te schuiven op de slang.

Maar dat feest gaat niet door. Aan die verantwoordelijkheid  is niet te ontkomen.

Dat maakt het leven van de mens zo moeilijk. Dat maakt het soms zo haast
ondraaglijk zwaar… zo zwaar als werken op de akker tot het zweet van je gezicht
stroomt, zo zwaar als het baren van kinderen… Mensen zijn van de aarde,

mensen leven op de aarde, we leven te midden van de prachtige en tegelijk zo
ontzettend wrede natuur.

Daar leven
we als goden die het niet redden… Daar leven we 
als godjes die de Eeuwige op afstand zetten, en tot een abstracte
Godheid promoveren.

We hebben allerlei manieren ontwikkeld om God onschadelijk te maken. We prijzen de Heer de hemel in… is tot mislukken gedoemd.
We hoeven de Heer niet de hemel in te prijzen, want daar woont hij al van  voor de
schepping…We hoeven od niet op een voetstuk te zetten.

De sokkel waar mensen Hem op hebben gezet … daar is hij zelf afgestapt. De Heer zit niet op ons te wachten. Hij heeft ons niet nodig… De Eeuwige wil er voor ons zijn – dat is zijn naam, dat is zijn wezen, dat is zijn identiteit: Ik zal er zijn voor jou!

God heeft ons laten zien dat wij ontrouw zijn, maar niettemin: hij is getrouw!
God heeft ons laten zien wat werkelijke trouw betekent: lijden en sterven.
Daar is geen ontkomen aan… maar wie gelooft, wie vertrouwt op de Heer,
wie ondanks alles probeert zich door zijn woord te laten inspireren,
wie Gods woorden leeft… krijgt deel aan eeuwig leven.

Maar let goed op: die KRIJGT deel aan eeuwig leven.
Die kwaliteit van leven is een godsgeschenk.
Dat cadeau kun je – in je menselijke hoogmoed – weigeren.
Dat mag… en velen doen dat ook;
Maar in de loop der eeuwen zijn er altijd mensen geweest, die dat Godsgeschenk dankbaar hebben aanvaard…

Eerst de mensen in het volk Israel, later al degenen die via Jezus’ volgelingen de God van Israël hebben leren kennen.
Maar als diezelfde mensen ook nog zou eten van de boom des levens.
Dan zouden we helemaal gode gelijk worden. Dan zou het experiment mens echt mislukt zijn.  Maar daar krijgt die mens de kans niet voor.

God dwingt hem de tuin te verlaten en zet een engel bij de poort.
Weet hebben van goed en kwaad is al lastig,
maar ook nog de hand leggen op “eeuwig leven,” dat is te veel.
Dan blijft er van de menselijkheid van de mens helemaal niets over,
dan leefden we hier met 7 miljard goden.
Op de Olympus woonden er 12 en dat bleek vaak al te veel.

 

Wat zijn dan echte mensen?
Wie zijn dan degenen die wel leven naar Gods beeld?
Dat zijn de mensen die…
in alle bescheidenheid, in alle menslievendheid,
in alle zelfbeheersing proberen de woorden van God te leven…

Dat zijn de mensen die proberen te lijken op Jezus van Nazareth,
Dat zijn de mensen die niet bang zijn voor de zware, moeilijke kanten van het
leven…
mensen die zich verwonderen over lijden ook mooie dingen te weeg brengt.
mensen die geloven dat niet de dood het laatste woord heeft,
mensen die erop vertrouwen dat er ook voor hen opstanding zal zijn.

 

Ik noem u een voorbeeld. Zwangere vrouwen…
Mijn schoondochter gaat over enkele weken onze tweede kleindochter ter wereld
brengen. Terugkijkend naar de eerste bevalling zou ze daar best bang voor kunnen zijn, want dat was geen pretje…  Hetvertrouwen op voorhand dat het nieuwe leven de pijn snel zal doen vergeten…

Het vertrouwen op voorhand dat het nieuwe kind ook die moeite waard zal zijn…

Vertrouwen op voorhand… dat is geloof.

Als goden zijn we mislukt, maar goddank was de Heer zelf bereid om mens te worden. Hijzelf heeft laten zien dat het kan… De mislukte god die we mens noemen,
krijgt een heel nieuw levensperspectief, door de Heer die mens werd.
Die het menselijk bestaan doorleefde in al zijn hoogte- en dieptepunten..
van de verheerlijking op de berg, tot zijn marteldood aan het kruis…
van het corrupte proces voor Kajafas en Pilatus tot en met zijn glorieuze opstanding op paasmorgen.

 

Lieve mensen, bij dat verhaal mogen wij leven.
Bij dat vertrouwenwekkende verhaal kun je leven en sterven en opstaan.

Bij dat inspirerende verhaal kun je de doodsituaties in je bestaan, doorleven
en overwinnen, zoals in het Paasverhaal Christus Jezus overwon.

Dat verhaal vertelt dat de vrouwen die erbij waren toen hij stierf, getuigen mochten worden van zijn opstanding. Vertrouw op dat verhaal!
Geloof die blijde boodschap en leef in vrede… Dat het zo mag zijn. AMEN