De deur van ark en schaapskooi

Lieve mensen van God…

Of hebt u liever dat ik traditioneel begin…

Gemeente van Onze Heer Jezus Christus.
De tekst voor de prediking van hedenmorgen vindt u in het evangelie naar de
beschrijving van Johannes, daarvan het 10-de hoofdstuk en daarvan het 10-vers, ik
noemde u Johannes 10 vers 10 waar geschreven staat:
Een dief komt alleen om te roven, te
slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.

Lieve mensen van God
In de gelijkenis gaat het over het in en uitgaan van het koninkrijk. Ik weet of
het u ook opvalt maar het gaat niet alleen over het binnengaan, maar ook over
weer naar buiten gaan. Ze zullen in en uit lopen.  Mooi is dat… Het beeld van de goede herder
vertelt ons niet over een herder die zijn schapen de kooi injaagt en er dan
angstvallig op toeziet dat ze er niet meer uitgaan. Nee, de schapen lopen in en
uit. Een echte herder laat zijn schapen in en uit gaan. Je kunt ook zeggen hij
gunt ze hun vrijheid… of hij maakt ze zelf verantwoordelijk voor hun ingaan en
uitgaan.

In de bijbel is het beeld van de herder populair. Abel is een herder, die staat tegenover de landbouwer Kaïn; Abraham is een herder, die – volgens een oude legende – staat tegenover zijn broer, handelaar in godenbeelden;
Jacob staat als herder tegenover de jager Esau; David staat als herderkoning tegenover baaskoning Saul.  De herder is een figuur die in de ogen van de bijbelschrijvers  iets laat zien van “het leven in al zijn volheid.”

Die woorden komen uit onze tekst waarin Jezus zegt:
ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid.

Jezus wordt vergeleken met de deur waardoor je in en uit kunt lopen…
Jezus wordt ook vergeleken met de herder, die zijn schapen in en uit laat
lopen. Die vrijheid is kennelijk van groot belang.

Ik heb me in vorige preken wel eens afgevraagd of ik het eigenlijk wel zo leuk
vind om vergeleken te worden met een schaap. O het zijn lieve dieren, daar niet van, maar toch ook typisch kuddedieren. Als iemand tegen ons zegt dat we schaapachtig lachen, of kuddegedrag vertonen, dan ervaren we dat bepaald niet als een compliment.

Wij – moderne mensen – gaan niet graag op in zo’n massale kudde..
Wij – individualisten die we zijn – zijn gesteld op onze vrijheid.
Wij maken zelf wel uit of we in die schaapskooi willen of niet.
Gelukkig heeft die kooi een deur, zo lezen we in vers 9…
Gelukkig is daar die herder, die ons vrijelijk in en uit laat gaan.


In vers 10 van onze evangelielezing staat niet dat “het leven in al zijn volheid” tegengesteld is aan die vrijheid. Integendeel:die twee horen voluit bij elkaar.  Je
hoeft geen kuddedier te worden, om het leven in al zijn volheid te kunnen ervaren. Je mag, dank zij de deur, in en uitgaan.

Die deur vind ik fascinerend. In heel veel wat oudere christelijke theologie wordt ons uitgelegd dat je alleen door die deur het koninkrijk Gods kunt
binnengaan. Het beeld wordt gebruikt om de exclusiviteit van het christelijk
geloof te claimen. Alleen als Christen kun je het leven in al zijn volheid ervaren. Alleen wanneer je bij de deur je doopbewijs en je belijdenisattestatie kunt laten zien, mag je binnen. Die schaapskooi staat in die wat oudere christelijke theologie voor het leven na de dood. De woorden  het leven in al zijn volheid  heeft
daar betrekking op het hiernamaals.

Ja maar, als die schaapskooi staat voor het leven na de dood, dan kun alleen maar binnengaan. In en uitgaan zit er niet in. Was dat maar waar, kwam er maar eens iemand terug om ons wat meer te vertellen over hoe daar is… aan de overkant van de doodsrivier.

Als de schapen de vrijheid hebben de schaapskooi in en uit te gaan, dan moet d ie term het leven in al zijn volheid betrekking hebben op ons bestaan aan deze zijde.  Onze tekst verwijst dus niet naar het hiernamaals, nee, de goede Herder,
gunt ons het leven in al zijn volheid hier en nu! Ik kom daar op terug….

We lazen ook een gedeelte uit Genesis. Rond die eerste verhalen uit Genesis bestaan heel veel misverstanden. Ik noem er een paar: He zou goed zijn als we in de kerk met elkaar af zouden spreken dat we deze verhalen nooit meer zullen lezen als
geschiedenis. Ik zou zeggen laat die verhalen nou gewoon verhaal zijn.
Geschiedenis, historische wetenschap dus, legt de dingen vast. De geschiedenis
vertelt me dat Karel V in 1500 werd geboren te Gent. Zo is dat en niet anders.
Koningin Wilhelmina deed in 1948 afstand van de troon. Zo is dat en niet
anders. Die feiten over Karel V en koningin Wilhelmina liggen vast.


Verhalen leggen niet iets vast, nee die maken juist het een en ander los.
Als  ons het verhaal van Genesis 1 wordt verteld dan maakt dat iets los.
God is in de hemel en de mensen zijn op aarde… op een mooie aarde,
op een goede aarde… een aarde waarvoor die mens verantwoordelijk is.
Genesis 1 maakt bij  u en mij iets los:
wij hebben de aarde gekregen en mogen er goed voor zorgen. Zie u: la condition
humaine – zo is het leven! 

Als we Genesis 3 lezen dan wordt ons verteld dat de mensen proberen als God te
zijn. Dat mag die mens proberen, die boom der kennis van goed en kwaad, staat
er niet voor niets. Het verhaal vertelt dat het wel mag, maar dat we er ons
leven een stuk ingewikkelder mee maken. Nou dat blijkt, want u en ik weten dat kiezen tussen goed en kwaad hartstikke moeilijk is, maar het onderscheidt ons wel van de dieren.

 Zie u: la condition humaine – zo is het leven!  In Genesis 4 brengen Kaïn en Abel
allebei een offer. Ze doen allebei precies hetzelfde. Het ene offer wordt gezien het andere niet. Dat is niet eerlijk!  Ach, de grote prijzen altijd vallen bij mensen die het al goed hebben; en als ik zie hoe het leed zich in sommige families opstapelt, en andere fluitend door het leven gaan, dan moet je wel concluderen dat hier een verhaal wordt verteld  dat ons laat zien hoe het leven in elkaar steekt:

Voila, la condition humaine.
De moord wordt gepleegd – en God vraagt: Kaïn waar is je broeder en hij antwoordt: Ben ik soms de herder van mijn broer? De vraag stellen is hem beantwoorden. Het verhaal legt niet de eerste moord vast, maar maakt mijn gedachten los over de vraag: Hoe moet ik omgaan met mijn medemens?
Hoe met die vragen naar goed en kwaad? Mijn broeders hoeder..
Voila, la condition humaine. Zo is het leven

Vandaag lazen we de aanloop naar de zondvloed. Die naam heeft overigens niets met zonde te maken.  Het woord betekent: de grote vloed. Meer niet.

God ziet het experiment “schepping” uit de hand lopen, omdat de mensen zich meer en meer als goden gaan gedragen. In hoofdstuk 5 trouwen de zonen van de goden zelfs met de dochters van de mensen. Het moet niet gekker worden.

Moet je kijken hoe het verhaal van vandaag begint:

11 In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht.
12 Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat
iedereen een verderfelijk leven leidde, 13 zei hij tegen
Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want
door hen is de aarde vol onrecht.

 

Het lukt blijkbaar niet om adequaat met die kennis van goed en kwaad om te gaan. De aarde is voor onrecht. Onrecht dat het voortbestaan van de menselijke soort bedreigt… zou dat gaan over de tegenstelling tussen Noord en Zuid, tussen arm en rijk?
Zou dat iets te maken hebben met een regering die steeds harder roept: “Ben ik
mijn broeders, hoeder?”
Zou dat iets te maken hebben met de bangmakerij van populistische politici,
waardoor tegenstellingen alleen maar vergroot worden…
Zou het iets te maken hebben met machthebbers die met tanks schieten op hun
eigen onderdanen?  Zie u, verhalen maken
van alles los. De aarde wordt bedreigd door het onrecht van de mensen….

Noach bouwt een ark, waarin het leven wordt bewaard.
En die ark wordt keurig omschreven zodat die meneer uit Schagen hem ook keurig na kan bouwen en expedities op Ararat weten waar ze naar zoeken.
Ik moet altijd een beetje glimlachen
als ik zie hoe mensen proberen van losmakende, je kunt ook zeggen, verlossende,
verhalen toch weer vastgelegde historische feiten te maken. Maar goed die ark
is keurig beschreven en er zit goddank ook een deur in.  Een deur waarlangs de mensen en de de dieren in en uitgaan.
Ze gaan door de deur naar binnen om bewaard te blijven voor een nieuwe
schoongewassen aarde, waarop ze opnieuw kunnen beginnen.
Een nieuwe schoongewassen aarde waarop het leven zich in al zijn volheid kan
ontplooien. En wie sluit de deur als ze eenmaal zijn? God zelf… 
En wie geeft er bevel de ark weer uit te gaan: precies God zelf.
Ik bedoel maar te zeggen dat de verhalen in de eerste hoofdstukken van Genesis
ons vertellen van een God die ons als vrije mensen neerzet op deze aarde.  Dat bewijst diezelfde god als Abraham mag uittrekken uit Ur,
als Israël mag uittrekken uit Egypte; als Messiaanse koningen het land regeren,
als de ballingen mogen terugkeren uit Babylon en ook als Jezus de banden van de
dood verbreekt.

De God van Israël is een bevrijdende God, die ons vertellenderwijs losmaakt van
alles wat het goede leven bedreigt. Ook ons en dat hebben wij te danken aan
Jezus en zijn volgelingen:   

Zonder Jezus zou die bevrijdende God
voor ons immers onbereikbaar zijn geweest. De volheid van mijn leven staat of
valt met Hem, want Hij heeft me de weg gewezen naar de God van Israël. Als hij niet had geleefd, als hij niet was gestorven en opgestaan – en als zijn volgelingen niet met dat verhaal de boer op waren gegaan, dan had ik al die prachtige oude verhalen nooit gehoord. Dan zou ik niet geweten hebben van de condition humaine.

Dan zou ik immers nog steeds in angst leven voor de goden van onze
voor-vaderen, de Germanen. Dan hadden we wellicht vanmorgen samen gedanst rond de heilige eik, bier gedronken uit de schedels van onze voorvaders, en elkaar
de verhalen vertelt die nu over sinterklaas vertellen. Ja die lijkt erg veel op
Wodan, maar daarover een andere keer. Ik had de verhalen over die bevrijdende God voor geen goud willen missen.

Ik zou ook niet weten hoe ik, zonder die verhalen, het leven in al zijn volheid zou kunnen leven. Nee niet na mijn dood: Hier en nu. 

Wij, heidenen van huis uit, krijgen door HEM deel aan het leven in al zijn volheid
Wij, zondaars, krijgen door HEM deel aan het leven in al zijn volheid.

Voor heidenen en zondaars leek die kooi van het leven in al zijn volheid
potdicht. Niet dus: Hij is de deur, hij maakt de schaapskooi open voor jou en
voor mij.  Nee niet na je dood: Hier en nu!

Ik stel me voor dat die schaapskooi een veilige plek is, maar tegelijk een plek waar je niet je leven lang kunt vertoeven. Je moet in en uit gaan, of je wilt of niet… Je mag af en toe even schuilen in de schaapskooi…


Dat kan van alles zijn…  een kerk, waar je even binnenloopt en een kaarsje aansteekt
een camping, waar je je even terugtrekt uit het hectische leven van alle dag
een fietstocht in de vrije natuur, waarop je hoofd zo lekker uitwaait…
maar na dat kaarsje, na de camping, na de fietstocht is er weer het leven van
alledag… Je moet weer naar buiten… God roept:
Adam, waar ben je?
Kaïn waar is je broer

God roept om je broeders hoeder zijn.
God roept om de aarde te bewerken en te bewaren
God roept…
daar is de deur…. naar de wereld waarin het gebeuren moet
daar is de deur… nee niet dat ding met scharnieren … dat is geschiedenis
daar is de deur… via Hem zul  het leven
ervaren als het leven in al zijn volheid

Leven als mens, die – soms even – wel
weet om te gaan met goed en kwaad.

Leven als mens, die zijn of haar broeders hoeder is
Leven als mens, gesteld in de vrijheid die de Heer ons  in principio 
heeft gegeven. In principio… dat zijn de eerste woorden van de bijbel
het Latijn… In beginsel zijn we VRIJ.       

Dat het zo mag zijn. Amen