Ik zou je het liefst in een doosje willen doen

Lieve mensen van God,

Het leesrooster dat we in onze gemeente volgen reikte ons na Pasen de
zogenoemde oerverhalen aan. In die serie zijn we vandaag toe aan het verhaal
van de zondvloed. Die naam wordt vaak in verband gebracht met het begrip zonde,
maar daar heeft het woord niets, maar dan ook niets mee te maken, noch in het
hebreeuws, noch in het Nederlands. Zondvloed  betekent: grote vloed – niet meer en niet minder.



Er is nog een misverstand. We stellen ons de ark vaak voor als een schip, maar
het hebreeuwse woord voor Noachs bouwsel betekent kist, om meer precies te zijn doodkist.  Wie de ark naar Bijbelse gegevens zou willen nabouwen, moet dan ook een rechthoekige kist maken. Er wordt geen kiel beschreven en dat is logisch, want voor “schip” kent het hebreeuws andere woorden. Er wordt ons verteld over een doodkist.

Dat woord voor kist is “tebah” en dat komt in de Thora nog een keer voor. Mozes wordt in een biezen “tebah” in het riet gezet van de rivier, waarin al heel veel zonen
van zijn volk de dood hebben gevonden.

Een “tebah” is bekleed met pek om de kist waterdicht te maken. Een “tebah”
drijft op het doodswater. Het water staat in Bijbelse verhalen voor alles wat
het leven bedreigt. Het is het beeld van de dood. Maar in de kist wordt het
leven bewaard voor na de vloed. Ziet u, het is zo gek nog niet om die
oerverhalen te lezen na Pasen; want ook die oude verhalen vertellen over een
God die mensen door de dood heen, naar het leven draagt. Let wel, het is niet
de ark die redt, het God zelf die zijn lieve mensen redt van de ondergang.

U weet waarschijnlijk wel dat deze verhalen in eerste instantie van vader op
zoon, van moeder op dochter werden doorverteld. Ze stonden niet op papier en
ook niet op potscherven… ze zaten in de hoofden van de mensen. Pas toen
Israël  in de Babylonische ballingschap
verzeild raakte, werden ze opgeschreven. Waarom? Om ze nooit te vergeten en om
ervoor te zorgen dat ze niet vermengd zouden raken met de heidense “grote vloed
–verhalen” die daar in Babylon werden verteld. (Trouwens ook in heel veel
andere culturen, tot om Mexico toe.)

Dat Babylonische vloedverhaal gaat over ene Oetnapisjtim, een dienaar van de godin
Ea. Haar concurrente, de godin Isjtar, veroorzaakte veel strijd onder de mensen
en al dat gekissebis en wapengekletter veroorzaakte zoveel lawaai dat de goden
er niet meer van konden slapen.

Enlil, de god van aarde, lucht, wind en water; stelde voor om die lawaaiige
ruziezoekers te verdrinken. De andere goden vonden dat een goed plan; maar EA
waarschuwde Oetnapisjtim. Ze gaf hem de opdracht een schip te bouwen en van
alle levende wezens er twee aan boord te nemen. Zeven nachten duurde de storm
en de hele wereld was bedekt me water. Uiteindelijk liep de boot vast op de
berg Nisir in het Irakese deel van Koerdistan. Om te weten hoe hoog het water
stond liet Oetnapisjtim een duif, en zwaluw en ten slotte een raaf los. Toen de
raaf niet terugkwam wist Oetnapisjtim dat er weer leven mogelijk was op aarde.
Hij maakte een vuur om de goden te danken.

Toen Enlil de rookpluim opmerkte, werd hij woedend. Ea – de wijze godin –

kalmeerde hem en dwong Enlil ertoe om Oetnapisjtim en diens vrouw onsterfelijk
te maken: Zij werden de voorouders van de hele mensheid.

De verschillen zijn wel duidelijk: Veel goden, die net zoveel ruzie maken als
de mensen. Die goden liggen niet wakker van het onrecht dat op aarde geschiedt,
maar van het lawaai en nemen dan ook meteen – en puur willekeurig – het besluit
om de hele boel te verdrinken. Een van de vele godinnen waarschuwt haar
menselijke dienaar… die uiteindelijk wordt beloond met onsterfelijkheid.

In dit heidense verhaal is sprake van een schip. In de bijbel wordt ons verteld
over een Tebah,  een doodkist, weet u
nog. Onsterfelijkheid? Niets daarvan in de Bijbel sterven mensen bij het leven.
Sterven hoort bij mens-zijn.

Waar Oetnapisjtim a.h.w. een pion is in de strijd tussen de goden, wordt Noach
aangeduid als een tsaddiek, een rechtvaardige, iemand die het leven leeft zoals
het geleefd moet worden. Nee, dat zeg ik niet goed, want niets moet… Noach
leeft het leven zoals God het bedoeld heeft… en dat is een leven van grote
kwaliteit… een leven van pure menselijkheid…

een leven waarin je niet probeert om als God te zijn, maar adequaat omgaat met
de kennis van goed en kwaad; een leven waarin een ander niet jouw slachtoffer wordt, maar waarin jij als je broeders hoeder optreedt.

Ook aan zo’n kwaliteitsleven op aarde komt een eind, maar dat leven gaat niet het schip in… zo’n kwaliteitsleven wordt – te midden van het doodswater – met veel liefde geborgen in een tebah.



Noach gaat – met alle mensen die bij hem horen – de ark in. Van alle dieren een paartje, van de reine dieren zeven. Noach heeft gedaan wat de Heer hem heeft opgedragen… en dan sluit de Heer achter hem toe. We stellen ons voor dat God de deur dicht doet… maar die deur staat er niet in het hebreeuws.

God sluit achter hem toe…  Hoort u die zorgzaamheid?
Noach timmert en timmert en smeer met pek en God zelf sluit achter hem toe.
De kist wordt gesloten. Noach is veilig. Daar heeft de Heer voor gezorgd.
God bewaart Noach voor die dag waar niemand van weet…
waar we vroeger in de jeugdkerk in Goes over zongen:

Als de grote dag des Heren is gekomen,
is er niemand die dat voor die tijd al wist 
want we vulden onze tijd met kleine dromen…
maar we hebben ons altijd vergist

Want de hemel gaat open en gunt ons de tijd,
wat we nooit durfden hopen wordt werkelijkheid

Als de grote dag des Heren is gekomen,
is er niemand die dat voor die tijd al wist
alle kranten staan die dag met rode koppen…
want ze hebben zich  altijd vergist

Want de hemel gaat open en gunt ons de tijd,
wat we nooit durfden hopen wordt werkelijkheid…
geweldig wat een lied.

ik zou er bijna een coupletje aan toevoegen… zoiets als…

Als de grote dag des Heren is gekomen,
is er niemand die dat voor die tijd al wist
Fundamentalisten voelen zich bedrogen,
want ze hebben zich altijd  vergist.

Want de hemel gaat open en gunt ons de tijd,
wat we nooit durfden hopen wordt werkelijkheid


Voor mij is het een verhaal en geen geschiedenis. Geschiedenis legt de dingen vast… mensen die geschiedenis lezen in de oerverhalen zoeken op het Kaukasus gebergte naar de resten van de ark… Dat de resten daar moeten liggen is een vaststaand feit,
want de historische wetenschap legt feiten vast: 1500 Karel de V geboren te
Gent; 1600 Slag bij Nieuwpoort; 1700 het begin van de 18-de eeuw…

Geschiedenis legt de dingen vast; maar verhalen… verhalen maken dingen  los… Dit verhaal maakt bij velen iets los van ontzetting… Ontzetting over zoveel vernietiging … over zoveel leven dat verloren gaat, door het onrecht dat op aarde geschied… Mijn gedachten over onrecht komen los…

Ik krijg beelden voor ogen uit de tweede kamer…
Ik denk aan de tegenstelling tussen rijk en arm
Mensen die Lampedusa bereiken en dan…
Aan een machtige man en kamermeisje.
Wat gaat er veel kwaliteit verloren.
Wat moet er veel worden schoongemaakt

God heeft spijt van zijn schepping, want het leven komt niet tot zijn recht…
God maakt zijn schepping ongedaan… Het water dat samenvloeide in de zee en
onder de aarde om plaats te maken voor de mens… komt weer te voorschijn.

De Heer verzamelde water boven het uitspansel. Het werd opgesloten achter de
vensters van de hemel, opdat mens en dier een droge plek zou hebben…
Maar vandaag gaan de ramen open en zelfs de toppen van de Himalaya verdwijnen
onder water. Natuurwetenschappelijk kan het niet; meteorologisch is het
onmogelijk, maar het verhaal vertelt over het bijna ongedaan maken van de
schepping… Let wel: bijna ongedaan maken.

Want de Heer vergeet Noach niet. De Tsaddiek. De rechtvaardige.
De Heer heeft de rechtschapenheid van Noach gezien, voor de vloed.
God houdt van Noach en laat hem de ark bouwen…. En dat doet hij.
God houdt van Noach… dat wil zeggen: God is gek op mensen die leven met zijn
woorden… Het is zondag cantate vandaag en ik moet al weer aan een liedje
denken… Donald Jones,  je weet wel die Amerikaans
Nederlandse zanger, danser en entertainer met dat heerlijke accent…

Verhalen maken je gedachten los… Je fantasie… God zong een liedje toen hij de
ark sloot achter Noach…Ik zou je ‘t liefste in een doosje willen doen
je bewaren, heel goed bewaren
dan laat ik jou verzekeren voor anderhalf miljoen
telkens zal ik eventjes het deksel opendoen….
En dan strijk ik je zo zachtjes langs je haren
Dan lig je in de watten  en niemand kan erbij
Geen dief die kan je stelen,  je bent helemaal van mij…

 

Weet je die “teba” drijft 75 dagen… de doodskist wordt gedragen op het water… en neergezet op Ararat en dan duurt het nog 75 dagen voor mens en dier de schoongewassen aarde weer kunnen betreden.

Al het kwaad van de wereld is weggevaagd; De hele aarde met veel water weer is schoongespoeld en de doodkist gaat open… en vogels vliegen uit … de olifanten maken vette voetafdrukken in de nog natte klei … en de chimpansees gaan twee aan twee op zoek naar dichte bossen en de koe en de stier zoeken een wei, de zeug de de beer hebben het makkelijk ….modderpoelen genoeg… 

Ze zijn allemaal bewaard, heel goed bewaard… en God zegt:
Niemand kan jullie stelen, want je bent helemaal van mij.

Ik zal me er niet toe laten verleiden om ook de nieuwtestamentische lezing nog
helemaal uit te leggen… Maar de eerste twee verzen van die lezing passen
naadloos bij het verhaal van Noach.

Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij… zegt Jezus.  In het huis van mijn Vader zijn veel kamers;
zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken?


Zoals de God van Noach ons door het doodswater leidt naar een nieuw leven van
grote kwaliteit … Zo roept ook Jezus ons op tot vertrouwen. In het huis van
mijn Vader zijn vele woningen. Jezus gaat naar het huis van zijn vader… en
vertelt ons dat daar heel veel kamers zijn, dat daar heel veel ruimte is… dat
je daar van harte welkom bent; dat hij een leven van grote kwaliteit voor je in
petto heeft… na alle lijden, na alle verdriet, na alle moeilijkheden.

Het zijn allebei verhalen over “na de dood,” waarbij Noach in zijn kist bewaard
wordt en mag leven op een nieuwe schoongewassen aarde. Jezus neemt ons mee naar het huis van zijn vader. Het huis met de vele woningen… Dat hoef je niet uit te leggen als een beeld van het hiernamaals, maar het doet er wel sterk aan denken. En dat is mooi… Een leven van grote kwaliteit voor u en voor mij hier en nu, maar ook voor hen die ons zijn voorgegaan in dat huis met die vele woningen.

Wat een verhaal. Wat een heerlijke boodschap. Als je daar niet van gaat zingen, dan
weet ik het meer. Het is wis en waarachtig een verhaal voor zondag  Cantate… Moge de Heer zich over ons ontfermen, zodat ook wij deel krijgen aan die vreugde…

Dat het zo mag zijn.

AMEN