Twee mannen in het wit

Lieve mensen van God

 

He is vandaag de 42ste dag na Pasen.
We beleven vandaag de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren.
In het kerkelijk jargon: wezenzondag. De zondag waarop het gevoel
centraal staat dat je hebt als je afscheid hebt moeten nemen.

De discipelen hebben op de 40ste dag afscheid genomen van de opgestane Heer, die hen gedurende die 40 dagen regelmatig is verschenen. 
Ze hebben Jezus opgenomen zien worden in een wolk…
Ze zijn opnieuw geconfronteerd met twee mannen in witte kleren, die hen duidelijk maakten dat “staren naar de hemel” niet zoveel zin heeft.

Het moet kennelijk hier op aarde gebeuren.
We lazen drie stukken uit het nieuwe testament. Sta mij toe dat ik aanknoop bij
het laatste gedeelte en in de uitleg daarvan, de eerste twee meeneem.

In mijn eerste boek Theofilus….

Mijn eerste boek? Wiens eerste boek? Lucas, de evangelist Lucas.

Hier begint zijn tweede boek: Handelingen der apostelen.

 

Hij richt zijn boek aan Theofilus.

Theofilus?
Wie is dat? Is dat een persoon?

Dat kan. We weten het niet, maar de betekenis van die naam is veelzeggend. Het is
Grieks en betekent: Hij die van God houdt.

Het kan een persoon zijn, maar ik lees die naam liever als een aanduiding van alle
mensen die God liefhebben. Theofilus dat bent u, en u en jij en ik… Lucas
richt zich tot de mensen die God liefhebben, tot de lieve mensen van God. Ik
had deze preek ook kunnen beginnen met “beste Theofilussen”

of – nog mooier – lieve theofielen.

 

In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en de leer van Jezus beschreven vanaf het begin tot aan de dag dat hij in de hemel werd opgenomen.

 

Lucas’ eerste boek eindigt met Jezus’ hemelvaart en zijn tweede begint ermee. Hij
vermeld dat Jezus in de 40 dagen tussen Pasen en Hemelvaart met hen heeft gesproken over het koninkrijk van God. Hij heeft hen gedurende veertig dagen instructies gegeven voor de tijd na zijn hemelvaart.

 

Veertig dagen. Zo’n 40-dagenperiode komt meer voor in de Bijbel.
Het zijn dagen van bezinning; erwordt een leertijd mee aangeduid.

Veertig dagen kregen de bewoners van Ninevé om te leren hoe je dat doet: omkeren. Weet u nog, bij Jona.

Veertig dagen krijgt Jezus bij het begin van zijn loopbaan de tijd om zich bezinnen op
zijn taak als Messias van Israël. We kennen dat verhaal als “de verzoeking in
de woestijn.   

Veertig dagen krijgen de leerlingen om zich te bezinnen op de vraag wat de
consequenties zijn van Pasen? Veertig dagen… om helder te krijgendat hun
opgestane Heer een totaal ander koninkrijk sticht dan ze voor ogen hadden. “Koninkrijk van God” wat betekent dat? Veertig dagen.  



En wat behelst dat koninkrijk dan? Dat koninkrijk behelst dat ze gedoopt worden
met de Geest, die hen de kracht zal geven om van dat koninkrijk te getuigen in
Jeruzalem en in Samaria en tot aan de einden der aarde.

Begrijpen de leerlingen dat? Nee, dat begrijpen ze niet, Theofilus.

De vrienden vragen of Jezus het koningschap in Israël gaat herstellen…

Het antwoord? Het gaat er niet om wat God gaat doen… belangrijk is dat jullie aan
de slag gaan!.

Jullie worden door de kracht van de Geest, getuige van mijn koninkrijk,
hier in Jeruzalem en in Samaria en tot aan de einden der aarde.

In Israel en op de Westelijke Jordaanoever; in de joodse staat en in de
Gazastrook; in Noord en in Zuid-Korea; in Avenhorn en in Andijk…

over alle grenzen heen … tot aan de einden der aarde.

 

En als Jezus heeft duidelijk gemaakt wat het grondpersoneel te doen staat, wordt
hij voor hun ogen omhoog geheven, opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer
zien. Jezus bestijgt de troon van het koninkrijk der hemelen, dat hier op aarde
vorm gaat krijgen, dank zij de getuigen..

 

De wolk is in Bijbelse verhalen een teken van Gods onzichtbare aanwezigheid. De
God wiens naam luidt: Ik zal er zijn voor jou maakt die naam zichtbaar in het teken van de wolk! Net als bij de verheerlijking op de berg. Ook daar lezen we over een wolk, die Gods aanwezigheid verraadt… Daar klinkt Gods stem vanuit die wolk: Deze is mijn geliefde zoon in wie ik een welbehagen heb.” 

 

Jezus wordt voor hun ogen omhoog
geheven, opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zien.

 

Ze zien hem niet meer. Ze staan naar de hemel te staren, maar zien hem niet
meer… En dan zijn daar ook weer die twee mannen in witte kleren.

We kennen ze nog van de paasmorgen. Twee mannen in het wit, twee getuigen van
Jezus’ opstanding. Voor een rechtsgeldig getuigenis zijn twee mannen nodig.
Twee mannen die hetzelfde zeggen.

 

Die twee in de graftuin vertelden Maria Magdalena dat de Heer is op opgestaan. Wie
die twee zijn? Die vraag is eigenlijk al beantwoord in de eerste lezing. Je mag
ook bij deze twee denken aan Mozes en Elia.

Dat gaat snel…

 

Lucas vertelt 3 verhalen waarin deze twee mannen in het wit optreden.

WE hebben ze gelezen vanmorgen….

1. Het verhaal van de verheerlijking op de berg.

2. Het Opstandingverhaal.

3. Het Hemelvaartverhaal.

 

Deze drie verhalen hebben heel veel gemeenschappelijke elementen

Alle drie de verhalen over hoogtepunten in het leven van Jezus.

Bij de verheerlijking op de berg staat Jezus in hemels licht vergezeld van die twee
absolute toppers van het Oude Testament: Mozes en Elia.



Mozes en Elia zijn a.h.w. de personificaties van de joodse Bijbel.

Mozes is de man van de wet… en Elia de personificatie van de profeten. Door de
aanwezigheid van Mozes en Elia wordt voor iedere jood duidelijk dat hier wordt
verteld dat Jezus van Nazareth degene is waarover in de Schriften wordt
gesproken: de Messias. Door de aanwezigheid van Mozes en Elia wordt de statuur
van Jezus duidelijk.

 

Ook in het verhaal van Jezus’ hemelvaart zijn deze twee kanjers aanwezig.

Mozes’ wet gaat straks de wereld over… en de discipelen zullen doen wat Elia deed:
Gods heil verkondingen aan joden en heidenen.

Door de aanwezigheid van de twee getuigen in het wit, krijgen ook de leerlingen een
geweldige statuur: Zoals Jezus in de lijn van Mozes en Elia staat, zo ook
Petrus en Johannes en al die anderen.

 

Lucas trekt werkelijk alles uit de kast om voor eens voor altijd duidelijk te maken
dat we te maken hebben met de Messias van Israël. Hij stapelt  Bijbelse beeldspraak op Bijbelse beeldspraak…


Twee van deze drie verhalen spelen zich af op een berg, op de plek waar God en
mens elkaar nabij komen. Denk maar aan de Sinaï, waar zowel Mozes als Elia God
ontmoetten. Die twee bergverhalen – de verheerlijking en de hemelvaart – laten
zien dat Jezus op een lijn staat met Mozes en Elia. De stem  –  uit
de wolk –  op de berg – vertelt bij de verheerlijking dat Jezus niet een profeet van God is… maar de zoon van de allerhoogste.
Ja, Jezus is een topper als Mozes en Elia, maar bij hem gaat het nog een stap
verder… Hij staat op een lijn met God zelf.  

 

Op Pasen wordt ons verteld dat Jezus’ weg door de dood heen gaat, naar het leven…
naar leven van grote kwaliteit, naar eeuwig leven! 

Ook Mozes ging zijn volk voor door het doodswater heen naar de vrijheid. Door de dood heen naar het leven… Op naar de berg Horeb!

 

Elia overwon de Baalpriesters op de berg Karmel.

Een hoogtepunt, maar de volgende dag was hij nergens meer…

Helemaal in de vernieling treft God hem aan ergens in de woestijn

Een engel brengt hem water en brood. Hij voelt zich alleen en in de steek gelaten…
Elia zit op dood spoor, maar staat op en gaat op weg.

Na zijn opstanding reist Elia veertig dagen door de woestijn…
Op naar de berg Horeb.

 

Mozesleidt zijn volk veertig jaar door de woestijn. Veertig dagen/jaren om vrijheid
te leren …  Veertig dagen/ jaren om te leren hoe je vrij kunt zijn en kunt blijven.


40 dagen gaat Jezus in gesprek met zijn leerlingen. Een woestijntocht?
Ja, een leerweg  voor de discipelen, maar ook voor alle andere Theofielen.

Veertig dagen om te leren wat opstanding, bevrijding van dood en duisternis betekent en aan het eind van die leerweg, op Hemelvaartdag,
zijn we weer op de top van een berg. Weer op de plek waar God en mens elkaar
ontmoeten… en daar op de olijfberg zien de leerlingen hoe Jezus opgaat in een
wolk.

 

Na de drie topervaringen in deze drie verhalen, volgt ook steeds een moment van
enorme ontnuchtering…

1 Als ze na de verheerlijking op berg weer afdalen, dan is er beneden in het dal
die maanzieke jongen. Niet met je hoofd in de wolken blijven lopen: Er is werk aan de winkel!

 

2. Na de opstanding is er sprake van vrees en onbegrip. Vrouwen vertellen van de
levende Heer. De discipelen noemen het zotteklap, vrouwenpraat!
Jezus stuurt hen terug naar Galilea … er is werk aan de winkel.

 

3. En vandaag ontmoeten ze – bij die wolk op de berg – weer die twee mannen in het
wit en die zeggen: Wat sta je nou naar de hemel te staren

Je moet de berg afdalen… daar zijn de mensen: groten en kleinen, zieken en
gezonden, mannen en vrouwen de evangelischen en de oecumenischen, de
fundamentalisten en de vrijzinnigen… Daar beneden, aan de voet van de berg,
daar moet het gebeuren…daar mag Gods koninkrijk zichtbaar worden… in
Jeruzalem en in Samaria, over alle grenzen heen… daar moeten jullie getuigen
zijn; dat heeft hij jullie in de afgelopen 40 dagen toch geleerd!  Kom op… Er is werk aan de winkel.

 

Gods koninkrijk krijgt voet aan de grond, waar rijke mensen delen met arme mensen… tot aan de einden der aarde! Daar mogen en moeten jullie getuigen zijn…
Theofilus. Dat heeft hij jullie geleerd in de afgelopen 40 dagen. Dus niet
staren naar de hemel, maar handen uit de mouwen!

 

Mozes die God ontmoette bij de brandende braambos.

Pinksteren,avant la lettre.  Het pinkstervuur werpt
een schaduw vooruit!

 

Elia die de Heer leerde kennen in het suizen van een zachte koelte…

God als een verfrissende wind. Pinksteren avant la lettre –

De pinksterwind komt aanwaaien.

 

Jezus,Theofilus, is bij God… Maar hij is bij God niet verdwenen…

Hij is de Eeuwige… die zich manifesteert in zoiets tijdelijks als zijn kerk…

Hij is de Almachtige… die je herkent aan zijn onbegrensde barmhartigheid

Hij is de Aanwezige … die je herkent in de wolk van getuigen – Hebreeën 12:1 — Gods gemeente

Jezus is degene die Gods Woorden heeft geleefd… en nu is het aan ons, Gods
gemeente…

Ja ook wij Theofilus mogen Gods woorden handen en voeten geven.
Ook wij mogen ze met ons hele hart, onze hele ziel en hele verstand proberen
waar te maken.

Op Hemelvaartsdag gaat Jezus naar de hemel. Hij laat ons los, zoals een vader zijn kind loslaat dat zelfstandig gaat wonen. Hij laat ons los. We mogen op eigen benen staan.

 

De hemel, die is nergens… maar dat nergens is tegelijk overal… We kijken altijd
naar boven… als het over de hemel gaat en daar is niks mis mee – maar op het moment dat Jezus naar de hoge hemel gaat, worden wij in het diepe gegooid en voelen we ons verweesd, zoals dat kind op die eerste avond in het eigen huis een enorme leegte ervaart. Het is wezenzondag…

 

Je voelt je als een kleine adelaar… over de rand van het nest gegooid.

Vader God zegt: Ik beloof je mijn kracht om op eigen benen te staan,

mijn inspiratie om zelf getuige te zijn van mijn koninkrijk.

Als het een keer niet lukt, als je je doel mist, dan is dat zonde,

maar dan ben ik er om je op te vangen, zegt Jezus

Als op adelaarsvleugels draag ik je terug naar het nest.

Terug naar de veiligheid.

En dan?

Dan krijg je weer een duw! Dan ga je weer over de rand

Dan mag je het nog eens proberen…

 

Wij worden niet geacht naar de hemel te staan staren,

maar om ons heen te kijken en met heel ons hart,

heel onze ziel en ons met  heel ons verstand

in te zetten voor Gods koninkrijk

tot in eeuwigheid.

AMEN