Nothing compares

Lieve mensen van God

Jesaja 40… Je zou dit gedeelte ook II Jesaja 1: 12 – 25 kunnen noemen.

De eerste 39 hoofdstukken van het boek Jesaja zijn de woorden van een profeet
in Jeruzalem… Vanaf Jesaja 40 hebben we te maken met een ander, met de tweede Jesaja. Deze deutero-jesaja is een profeet die woont en werkt te midden van de ballingen in Babel.

Stel u voor… Jeruzalem is veroverd door Nebukadnessar, de koning van Babel. Die wereldheerser is – vanuit zijn standpunt gezien – eigenlijk best een verstandig man. Hij neemt uit elk land dat hij verovert de meest briljante mensen mee naar zijn hoofdstad: Babel.

Onder die elite bevinden zich allerlei religieuze leiders: priesters, profeten,
maar ook politieke talenten zoals bijvoorbeeld Daniel en zijn vrienden.

Te midden van die elite uit Jeruzalem bevindt zich ook onze tweede Jesaja. 
Die mensen leven niet in gevangenissen of in kampen; Nee, ze wonen in huizen in
de hoofdstad Babel. Ze worden daar betrokken bij de regering en het culturele
leven. De intellectuelen uit de verschillende landen ontmoeten elkaar, wisselen
ideeën uit en vergelijken hun religieuze verhalen met elkaar.

Er zijn mensen die zich gemakkelijk aanpassen, anderen proberen in den vreemde
hun eigen identiteit te bewaren. Een multiculturele samenleving in optima forma.
Er is inderdaad niets nieuws onder de zon.

De taak van een profeet in een dergelijke situatie is de mensen bepalen bij hun
eigen traditie. Dat is van groot belang om een traditie niet te laten
ondergaan.
Het zou wel eens kunnen zijn dat het christelijk deel van multi-cultureel
Europa op dit moment gebrek heeft aan profeten.
Gebrek aan mensen die ons bepalen bij de waarde van onze eigen traditie.

Die ballingen in Babel werden door o.a. Jesaja bepaald bij de normen en de
waarden van het Jodendom.  Met de God van
Abraham, Isaäk en Jacob is niets te vergelijken. Nothing compares…

Wij, vertegenwoordigers van de dominante religie in Europa, zouden ons wellicht
ook wat meer bewust moeten zijn van het dat de vader van Jezus Christus met
geen andere  God te vergelijken is…
Nothing compares.

Als ik mezelf hoor zeggen dat deze God met geen andere te vergelijken is,
dan kun je dat uitleggen als een diskwalificatie van andere godsdiensten.
Je zou die woorden kunnen interpreteren als: “Onze God is de beste…
de mooiste… de machtigste… de enige zelfs!”

Je zou erin kunnen horen dat andere religies niks voorstellen.
Hoe u daar over denkt, is aan u , maar ik wil wel graag gezegd hebben,
dat ik dat niet bedoel.

Als je zegt dat God met niets en niemand te vergelijken is, dan moet je dat ook niet doen… Dan moet je als jood Adonai niet vergelijken met Boeddha, en als  christen moet je de vader van Jezus Christus niet vergelijken met één van de Hindoegoden. Dat doet Jesaja ookniet.  Jesaja vergelijkt niet, hij getuigt! Jesaja gebruikt beelden… hij probeert vragenderwijs te iets te vertellen over die onvergelijkbare God:  


Wie heeft de wateren met holle hand omvat,
de hemel gemeten met een ellenmaat?
Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast?
Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal,
de heuvels met balans en gewichten?

De vragen stellen is ze beantwoorden, maar Jesaja probeert u en mij natuurlijk  niet wijs te maken dat de Here God letterlijk
zulke grote handen heeft dat daarin het water van 5 oceanen zou passen… en ook
niet dat hij met een maatlepeltje  stof
over de aarde heeft uitgestrooid, of ziet u de Himalaya op een weegschaal staan
en de Mont Blanc aan een unster hangen?

Maar ja, wat moet je? Wat moet je als je wilt proberen onder woorden te
brengen, waar letterlijk geen woorden voor zijn?
Hoe kun je duidelijk maken dat God echt nergens, maar dan ook helemaal nergens
mee vergeleken kan worden. Jesaja ziet God als scheppende oorsprong van het bestaan: nothing compares!

Hij stelt nog meer van die retorische vragen. Het antwoord op alle vragen is het zelfde. Wie heeft de geest van de HEER gemeten? Niemand, hij meet jouw geest
Heeft iemand hem ooit raad gegeven?               Niemand, hij geeft jou raad
Wie raadpleegt hij, wie biedt hem inzicht?        Niemand, hij biedt jou inzicht
Wie leidt hem op de paden van het recht?        Niemand, hij leidt jou op rechte paden
Wie leidt hem naar de wijsheid?                      Niemand, hij leidt jou naar wijsheid
Wie toont hem de weg van het inzicht?  Niemand, Hij toont jou de weg van het  inzicht.

deze God onderscheidt zich van alle andere goden…
Die kun je met niets en niemand vergelijken.
Nothing compares..

Die Engelse kreet is de titel van een liedje dat je Sinhead o Connor wel eens
op de radio hoort zingen. Het is een liefdesliedje, zoals er duizenden zijn…

De tekst luidt vrij vertaald: Het is nu 7 uur en vijftien dagen geleden, sinds jij, lief, bij me wegging Ik ga elke avond uit en overdag slaap ik, sinds jij je liefde van me wegnam
Sinds jij weg bent, kan ik doen wat ik wil, kan omgaan met wie ik maar uitkies
Ik kan gaan eten in een chique restaurants; maar niets; ik zei niets
kan mijn weemoed wegnemen…
Omdat niets is te vergelijken, niets is te vergelijken met jou. 
Nothing compares… to you.


Jesaja bezingt zijn God zoals Sinhead o Connor haar geliefde bezingt.
Ook hij is ten prooi aan the blues… aan de weemoed.
Hij kan daar in Babel, net als de zangeres, doen wat hij wil: uitgaan, cultuur
snuiven, discussiëren met mensen van andere culturen en andere religies,
Hij er tempeltorens bewonderen en genieten van de hangende tuinen.
Babel is het culturele centrum van de toenmalige wereld.
Jesaja  is zo vrij als een vogel… alles kan, alles mag…

Hij verkeert te midden van de volkeren… Maar hij mist…de traditie, Hij mist de tempel… Hij mist zijn God. Nothing compares…

Ik vermoed dat wij ons maar moeilijk voor kunnen stellen wat Jeruzalem,
de tempel, de Thora en de daaruit voortkomende gebruiken voor het dagelijks leven, voor joodse mensen betekent.
Als we ons dat wel konden voorstellen, dan waren we in de discussie over koosjer slachten, aan de kant van joodse mensen gaan staan.

Wij hebben geen idee wat het voor hen betekent om in een land te leven waar ze zich niet mogen houden aan de gebruiken van hun godsdienst.

Nothing compares!

De grote vergissing ligt degenen
die denken dat dit verbod mensen belemmert in hun dienst aan God. Maar
godsdienst gaat over Gods dienst aan mensen. Het is God die wordt belemmerd in
zijn dienst aan mensen. Godsdienstige regels zijn er niet om de vrijheid van
mensen in te beperken, maar om die vrijheid mogelijk te maken.

Vrijheid betekent immers niet: doe maar wat er in je opkomt!
Als dat zo zou zijn, dan was de chaos niet te overzien.
Vrijheid betekent niet: roep maar wat je denkt!
Dan zouden alle gesprekken gaan lijken op ons parlement – daar moet je toch niet aan denken.

Ik behoor niet tot de mensen die alles vroeger beter en mooier vonden dan tegenwoordig; en aan de jeugd ligt het al helemaal niet… maar in onze samenleving ontwikkelt zich een hufterigheid, die zijn weerga in onze geschiedenis niet kent…

Gisteren nog stond in de krant een verhaal van een veehouder, waarin hij
duidelijk maakte hoe organisaties als “wakker dier” met leugens en bedrog de
onderbuikgevoelens van de Nederlandse consument bespelen..
Nothing compares

 

Ik vermoed dat het verdwijnen van de niet heidense religies uit onze samenleving daaraan in hoge mate debet is. Het heidendom viert hoogtij… De humaniteit wordt ondergeschikt gemaakt aan de goden: geld en economie, maar ook aan bijvoorbeeld het waanidee dat er geen verschil zou zijn tussen dieren en mensen.

Politici en actiegroepen bespelen onze onderbuikgevoelens…

Overal steekt z.g. dierenliefde de kop op, maar is het geen mensenhaat?
Wat is er aan de hand als we God verbieden de mensheid te dienen.
Kijk een hoe het christendom omgaan met dierenwelzijn?  Nothing compares
Het gedwongen voeren van ganzen voor de paté foie is verboden…
maar miljoenen kippensnavels afbranden vinden we normaal,
om over het lot van dagkuikens maar te zwijgen…
We zingen mee in het grote consumentenkoor :

Ave economia…  Wij zullen kiloknallers kopen,
en het meest veelzijdige stukje vlees voor eeuwig loven en prijzen.   


Ave mammon, ave pecunia,
wij zullen niet aflaten de barbecue op stoken
totdat de branderige geuren de hele buurt vervullen …
en wij zullen de heilige gehaktdag blijven vieren tot in eeuwigheid

Nee, ik probeer niet leuk te doen…  Ik probeer aan te geven dat we vaak zo kritiekloos meedoen. In het heidendom moeten mensen goden dienen.

In het moderne heidendom zijn mensen op aarde om slaaf te zijn van de economie
om zich te onderwerpen aan de geldgoden…  
In ons moderne heidendom dienen wij met zijn allen de banken en de kredietbeoordelaars en de durfinvesteerders…

Godsdienst is iets anders.  Bij godsdienst gaat het niet om dienende mensen…
Althans niet om mensen die goden dienen…
Bij godsdienst gaat het om Gods dienst aan mensen, om de dienst van God aan de
wereld. Wij mogen, in de naam van de Heer, de samenleving van dienst zijn.

En als de samenleving die diensten niet op prijs stelt, dan behoren wij achter mensen
te staan die zich willen houden aan hun heilige boek ten behoeve van de
samenleving.

Sinhead o Connor mist de liefde van… van haar lief die haar kennelijk heeft
verlaten…
De westerse samenleving mist de liefde van haar God,
de God die ons leerde omzien naar armen –
maar die moeten vandaag de dag zichzelf maar zien te redden.

De westerse samenleving mist de liefde van haar God,
die haar ooit leerde gastvrij te zijn jegens de vreemdeling,  maar vorige week lagen er twee Roemeense vrouwen te slapen tegen de muur van het kerkje in Andijk. Buiten!

De westerse samenleving mist de liefde van haar God,
die haar leerde dat alle mensen gelijk zijn en het niet aangaat mensen te
benaderen vanuit de vooroordelen … Niet alle Belgen zijn dom; niet alle
Bulgaren crimineel; niet alle moslims terroristen… en ga zo maar door.

Ja maar die zitten er wel tussen. Klopt. Ook bij ons is niet iedereen even slim en ook hier zitten mensen het een verleden waar ze bepaald niet trots op zijn…

Ook wij laten ons verleiden tot het dienen van afgoden, en pas vooral op voor
degenen die zeggen dat niet te doen.

Zouden we als kerk niet moeten ingaan op het diepe verlangen naar God, dat zichtbaar wordt in de samenleving.  Een God die de mensheid wil dienen met wetten en regels.

Niet om de baas te spelen, maar met slechts een intentie: de mensheid op het
spoor houden; eeuwigheidsleven mogelijk maken; leven van grote kwaliteit.

Onze tweede lezing gaat over de verhouding tussen de goed en kwaad. Tussen
godsdienst en heidendom… Het gaat samen op… In de wereld, in ons dorp, in ons
persoonlijk leven. Eigenlijk wordt het hele verhaal over onze verslaving aan de
moderne goden in deze eenvoudige gelijkenis in beeld gebracht.

Op onze levensakker groeien de momenten van waar geloof en modern heidendom
samen op… en ze zijn zozeer met elkaar verstrengeld dat je goeie momenten zou
vernietigen als je de kwade er tussenuit probeert te halen.

Zeker als individu ontkomen we niet aan de economie en de macht van het geld
kunnen we niet ontlopen. Maar ooit zal het recht zegevieren…
Zij die anderen ten val hebben gebracht, zullen hun straf niet ontgaan…
Wie dat zijn? Nee, het oordeel is, goddank, niet aan ons…
Dat mogen we overlaten aan die dienende God…
Hij bepaalt welke mensen zijn wetten hebben verkracht, en die zullen
knarsetanden.

Hij zal bepalen welke mensen rechtvaardig mogen heten en stralend als de zon
het koninkrijk van hun vader mogen ingaan. Ook daarover is het oordeel aan Hem – en aan niemand anders… Geloven in die dienende God betekent: je vol vertrouwen overgeven aan dat oordeel.


Dat klinkt mooi, maar ook dat is voor velen in onze tijd een groot probleem.
Want die God staat bekend als barmhartig en genadig…
Menigeen vreest dat God te barmhartig en te genadig zal zijn…
Menigeen vindt dat de Eeuwige vooral rechtvaardig moet zijn…
en daarbij gelden dan onze eigen maatstaven.   Geloven in God betekent: je vol vertrouwen overgevenaan zijn oordeel over jou en alle anderen.

Hij is barmhartig en genadig – nothing compares.  De uitleg van die gelijkenis eindigt niet voor niets met…
Laat wie oren heeft goed luisteren

Dat het zo mag zijn AMEN