Het bruiloftsmaal

Lieve mensen van God,

Het verhaal dat we vanmorgen hebben gelezen uit het nieuwe testament heeft –
samen met andere – een hoop ellende te weeg gebracht. De gelijkenis is namelijk
eeuwenlang in anti-joodse sfeer uitgelegd.

Die uitleg heeft een stevige bijdrage geleverd aan het ontstaan van anti-semitische
sentimenten in Europa. Antisemitisme is nog steeds – ook in landen waar het
christendom de dominante religie is – aan de orde van de dag.

De uitleg van ons verhaal is dan dat het joodse volk de eerst genodigde gasten zouden zijn en wij, christenen, degenen die later uit de heggen en stegen zijn
geplukt. Wij zijn dan degenen die ervoor zorgen dat het feest toch door kan
gaan. De Heer mag ons wel dankbaar zijn, want als wij er niet waren geweest,
dan was er van Gods plan met deze wereld niets terecht gekomen.
Ik neem aan dat de ironie u niet ontgaat.


Als je nadenkt over de vraag wat het fenomeen godsdienst nu eigenlijk voor mensen
doet, dan kun je zeggen: Religies bieden mensen zowel bevestiging als uitdaging. Enerzijds vertellen de grote wereldreligies dat je mag zijn wie je bent en anderzijds dat je mag worden wie je zou kunnen zijn.

De grote twintigste-eeuwse theoloog Karl Barth stond uiterst kritisch tegenover die bevestiging. Geen wonder, want daarvan heeft hij veel ellende gezien. Je moet aan
die kant van het godsdienstig spectrum heel erg oppassen dat je je niet laat verleiden tot bevestiging ten koste van anderen, en dat met de bijbel in onze handen. Mensen die de Nederlandse identiteit bevestigd willen zien, hoor je spreken over de VOC-mentaliteit als iets nastrevenswaardigs.

Dat die mentaliteit er ook voor zorgde dat we zwarte mensen – op grond van de
Schriften – minderwaardig vonden, vergeten we dan maar even. In de
geschiedenisboekjes voor den chistelijken school stond niet dat we diezelfde
Afrikanen– daarin bevestigd door de prediking – bij honderd-duizenden als
slaven meenden te kunnen verhandelen op de markten van New Orleans en
Paramaribo. In openbare geschiedenisboekjes overigens ook niet.  Maar als de Russische geschiedschrijvers Stalins wandaden verzwijgen, spreken we er schande van. Als in Suriname de decembermoorden worden weggemoffeld dito.

Er zijn binnen het christendom voorbeelden genoeg van misbruik der Heilige boeken,
dat we die uit andere godsdiensten echt niet nodig hebben, om de kritische
houding van Karl Barth op waarde te schatten.

De verhalen dagen ons uit om niet naar onze eerste impulsen te handelen, maar kritisch te zijn op ons doen en laten. Barth schreef zijn belangrijkste werken in de dertiger jaren van de vorige eeuw, toen in Duitsland het nationaal socialisme opkwam en hoogtij vierde. Gott mit uns, stond er op de koppelriemen van Hitlers soldaten; net als op de rand van onze twee-euro-munt. “Das Reich”werd gezien als het apocalyptische duizendjarig rijk uit de openbaring. In Chili, Argentinië
en Griekenland werden kolonelsregimes openlijk gesteund door kerken. In Suid
Afrika werd racisme en apartheid theologisch onderbouwd en  in het huidige Rusland zie je een zekere orthodoxe sektevorming rond de persoon van Poetin. Het volkgeloof maakt hem tot  een soort Messias… Het is vergelijkbaar met de haast goddelijke verering van de Russen voor de Tsaren, van de Ethiopiërs voor Haile Selassie, van de Japanners voor hun keizer en mijn onderwijzers hebben geprobeerd me op te voeden met de trits God, Nederland en Oranje. 

Laten we terugkeren naar het verhaal, dat Jezus vertelt te Jeruzalem.

Jeruzalem duikt in allerlei teksten vaak op als Gods bruid. De Eeuwige heeft dit volk, deze stad, daartoe uitverkoren. Het verlangen naar die bruiloft is altijd latent aanwezig. En hier vergelijkt Jezus het koninkrijk met een bruiloft. Het klinkt de inwoners van Jeruzalem als muziek in de oren. Zal dan eindelijk de dag aanbreken?
Zal  in deze tijd God zijn bruid over de drempel van het koninkrijk dragen?
Zal het goede leven, het leven zoals God het bedoelt, dan eindelijk aanbreken?
De toehoorders herkennen zichzelf ogenblikkelijk in de genodigden.
Ze voelen zich bevestigd in hun bestaan.

Ja, dat zou je denken, maar de genodigden bedanken voor de eer.
Als de koning zijn uitnodiging herhaalt vallen er zelfs doden en gewonden.
De  uitnodiging van de Heer komt nu even niet gelegen.
Ze zijn met andere dingen bezig. Het koninkrijk moet even wachten
Ze hebben nu even geen tijd om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van
leven die de Heer voor ogen staat.
U begrijpt dat het al lang niet meer over de inwoners van Jeruzalem gaat…
Uw wil geschiede… ooit! Uw koninkrijk kome, maar alstublieft niet meteen…
Veel mensen denken bij het Koninkrijk Gods aan het hiernamaals.

Dat mag best, als je maar niet vergeet dat het ook en allereerst gaat om het
leven hier en nu. Het gaat om eeuwigheidsleven en dat is niet zozeer een
kwestie van tijd… maar van kwaliteit. De kwaliteit van leven die IK ZAL ER ZIJN
VOOR JOU in petto heeft voor alle mensheid.

We worden uitgenodigd te streven naar een kwaliteit van leven, die zich
kenmerkt doordat we elkaar toeroepen: Ik zal er zijn voor jou..
Dan zal God alles zijn in allen. Daartoe zijn we genodigd…

Die kwaliteit wordt zo hier en daar, zo af en toe, heel even zichtbaar in ons
dagelijks bestaan. Er zijn van die kwaliteitsmomenten, waarop je het gevoel hebt: Dit is wat God hoopt en verwacht. Niet voor zichzelf, maar voor de mens, voor jou en voor mij.
Er zijn van die kwaliteitsmomenten zoals Jesaja beschrijft: Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal dat zijn weerga niet kent.

Is de bijbel dan toch een sprookjesboek? Worden we echt uitgenodigd te leven op een roze wolk en met lichtblauwe oogkleppen op? Is dit verhaal geschreven om ons te bevestigen in een leven van overvloedige welvaart? Houd Jezus ons deze gelijkenis voor om duidelijk te maken dat wij, westerse christenen zo geweldig goed bezig zijn? Dat dacht ik niet… Ik zou haast zeggen: integendeel.

Voor mijn gevoel lijken we meer op degenen die het vertikken om het feestkleed
aan te trekken? Wij zijn niet zo van… allemaal gelijk, wij zijn niet zo van…
samen delen, in ons liberaal-christelijk geregeerde land, is solidariteit een
vies woord aan het worden…
Wij vinden dat armen geprikkeld moeten worden om aan de slag te gaan…
Geen cent naar Griekenland… Dat 95 % van alle Griekse mensen in de ellende van
werkloosheid, armoe en sociaal isolement terecht zou komen, zal ons een zorg
zijn, als wij maar niet … … Wij redden Griekenland, want dat is in ons eigen
belang. Liberaal-christelijk noemen ze dat. Wat er liberaal aan is begrijp ik
niet, om over christelijk maar te zwijgen.

Ik kom toe aan de man zonder bruiloftskleed en moet eerst even iets
zeggen over kleding in Bijbelse verhalen.

Als de blinde bedelaar van Jericho bij Jezus wordt geroepen staat hij op, gooit
zijn bedelaarsmantel af en gaat naar Jezus. Hij laat zijn die afhankelijke
leefwijze achter zich en gaat een vernieuwd bestaan tegemoet.
Weg met die bedelaarsmantel…

Als Elisa wordt bevestigd als profeet in de plaats van Elia, dan werpt de oude
profeet de nieuwe boodschapper zijn profetenmantel om zijn schouders.
Je kleding laat zien wie je bent… Bij de kleding die je draagt hoort een
bepaalde vorm van gedrag… Elia en Elisa zouden ongetwijfeld de demonstranten
tegen de Wall-street-mentaliteit een hart onder de riem steken. Zij verzetten
zich immers ook tegen grote graaiers van hun tijd… Maar we hadden het over
kleding

Alle gasten aan het feestmaal van de Heer dragen witte kleding, zoals de
moslims in Mekka. Allemaal gelijk. Bij die kleding hoort solidair gedrag…
De bruiloftsgangers reiken de schaal met broodjes aan degene die naast hen zit Ze
geven hem door tot in Afrika toe. Bij die kleding hoort solidariteit. Je geeft
de wijnkan van de broederschap door tot in het gevang… of tot in Griekenland.

De witte mantel van de solidariteit hebben we afgelegd.

De haast spreekwoordelijke profetenmantel van Nederland-gidsland ligt om de
schouders van valse profeten… de schreeuwers, die schelden en de sfeer
verzieken hebben het hoogste woord. Wie opkomt mensen met een andere godsdienst
wordt weggehoond. Wie uitkomt voor een mening die niet gedoogd kan worden,  krijgt al snel te maken met doodsbedreiging of
met een steen door het raam van je woonkamer. 

Europa staat stijf van de angst… voor de bedelaarsmantel.

Ons bodemloos vertrouwen op onze bankrekening is geschokt.
We willen niet met armoe worden geconfronteerd.
Bang als we zijn er ooit zelf in te vervallen.
Armoe is voor Afrika en voor de Grieken.

We – de feestgangers van de Heer – trekken geen bruiloftskleed aan.
Zelfs als bruiloftsgasten uit de heggen de stegen, houden we ons gedeisd.
Het is niet  in om lid van de kerk te zijn. Het is niet hot om je als gelovige te manifesteren… Maar als we heel eerlijk
zijn… Het komt ook wel goed uit…

Met zo’n wit kleed aan moet je moet je immers delen…
Als feestganger bij de Heer, wordt je geacht je in te zetten voor kwaliteit van
leven: recht en vrede voor alle mensen. voedsel en onderdak voor alle mensen.
Onderwijs voor alle kinderen.

Dat is onder christenen, naast de antisemitische variant waarmee we begonnen,
de meest gangbare uitleg van die man zonder feestkleed… Hoe het hem vergaat is
duidelijk. Dat behoeft geen nadere toelichting.
We hebben gezien dat God de mensheid nodigt tot een bruiloftsfeest, een verbond
voor het leven, een verbond voor een kwaliteitsleven.
We hebben ook gezien dat de genodigden lang niet allemaal ingaan op de nodiging
van de Heer. Er zijn nu eenmaal eigenwijze mensen die menen dat de kwaliteit
van hun leven, ten koste van anderen mag gaan. .. of zelfs moet gaan! Zij laten
het feest aan zich voorbij gaan…

Maar wie is de degene die dat witte kleed niet heeft aangetrokken?  
Er zijn uitleggers die zeggen: Dat is Jezus. Zo maakt de verteller duidelijk
dat Hij de consequenties draagt van die weigeringen. Hij neemt de plaats in van
degenen de gedode knechten en van de onwillige geroepenen.
De bruiloft wordt gevierd, maar niet over de ruggen van deze mensen. Het
verbond wordt gesloten en uitgevoerd, maar niet ten koste van de zondaars. Integendeel!

Jezus deelt met hen in de buitenste duisternis en het geknars der tanden.
Hij neemt in zijn onmetelijke solidariteit zelfs de schreeuwers en de grote
graaiers mee naar zijn Rijk. Hij neemt in zijn onbegrensde barmhartigheid
ook de mensen mee die het bruiloftsfeest niet wilden vieren.
Waarom? Ter bevestiging van degenen die wel meedoen…
Omwille van de gasten die kwaliteit van leven willen vieren…
De kwaliteit van hun leven zou immers compleet in het water vallen, als ze
moesten leven met de gedachte dat er mensen verloren gaan.

Stel je voor dat je moet leven met het idee dat miljoenen kinderen geen
onderwijs  krijgen en gedoemd zijn tot die bedelaarsmantel… een leven in afhankelijkheid van de rijken. Je zou toch geen oog meer dichtdoen…

Dat het zo mag zijn

AMEN