Be-erven of in bezit nemen

Lieve mensen van God

Indianen staan bekend als mensen die leven in harmonie met de natuur.
Zij hadden ons, Europeanen, kunnen leren dat de aarde is niet van ons is,
maar dat we  haar hebben geleend van onze
kinderen. Maar het Spaanse schorriemorrie, het Portugese plebs, de Engelse
engerds en de Hollandse hufters hoefde je niets meer te leren. Ze moordden hele
volksstammen uit en namen het erfdeel van de oorspronkelijke bewoners van de werelddelen Amerika en Australië in bezit. De graaicultuur is niet van de laatste twintig jaar. Het lijkt wel of het in onze genen zit, om te leven ten koste van anderen.


Waarom deze inleiding?
Omdat vers 1 van onze lezing uit Deuteronomium duidelijk maakt dat het volk zal
leven in geërfd land. De beloftes die hier geschreven staan, hebben betrekking
op het land aan de overkant. In de Naardense Bijbel staat vers 1 als volgt
vertaald:

Dit zijn het gebod, de inzettingen en de
rechtsregels welke de ENE, uw God, heeft geboden u te leren, om ze te doen in
het land waarheen ge gaat oversteken om het te beërven.

Dat land aan de overkant is een geschenk uit de hand van de Heer. Het is een
erfenis, een geschenk dat in de familie blijft, een cadeau dat je met de hele
familie, met heel je volk zult koesteren t.b.v. de hele mensheid. Dat land aan
de overkant heeft in deze teksten helemaal niets te maken met geografie.
Aanspraken van een bepaald volk op een bepaald stuk land kun je baseren op
resoluties van de Verenigde Naties, maar niet op de teksten uit de Thora.
Het land van melk en honing, het land waar het leven goed is, het land waar
mensen werkelijk vrij kunnen leven, is beloofd aan alle mensen die bereid zijn
de geboden te leren, om ze te doen in het land waarheen ze gaan oversteken.

Denk dus niet dat je er al bent… want je moet nog gaan oversteken. En wanneer
steek je over als je de geboden geleerd hebt en ze ook doet.
Als je dat doet beërf je het land… en dat gebeurt ons mensen, soms, even.
Denk nou niet dat je er bent! Denk nou niet dat je bent uitgeleerd…

Laten we nog eens kijken naar Israël, het volk dat deze woorden het eerst
hoort. Zij zwerven 40 jaar door de woestijn, met deze belofte op zak. Vind je het gek
dat dit stelletje zwervers zich vastklampt aan eigen land, aan eigen bezit. Als
je een generatie lang geen eigen plek hebt gehad; als je altijd maar weer moest
opbreken en verder trekken, vind je het dan gek… dat je je helemaal vastklampt
aan eigen grond… dat je die in bezit neemt in plaats van beërft.


Maar we lazen toch in bezit nemen… Jazeker, de vertalers van 2004 hebben
de erfenis die ontvangt, het geschenk dat je wordt aangereikt, een cadeau dat
je krijgt om voor te zorgen… ingeruild voor iets dat je in bezit neemt.

Van de indianen hadden we kunnen leren wat het verschil is. Op het moment dat
mensen denken dat ze iets bezitten, gaat het heel vaak mis. Ze raken in de ban
van dat bezit… ze raken ervan bezeten. Niet zij bezitten het land, het huis,
het geld… maar dat bezit krijgt hen te pakken. Ze denken dat ze niet meer zonder
kunnen, ze denken dat het altijd maar weer groeien moet, ze werken zich uit de
naad, ze bouwen er muren om heen, ze bewapenen zich tot de tanden, ze
wantrouwen iedereen, alle andere mensen zijn potentiële bedreigingen. De franse
filosoof Jean Paul Sartre schreef een boek met de onthullende titel: L’enferre,
cést les autres. De Hel, dat zijn de anderen.

En wat is dan dat grote gebod, dat we allemaal mogen leren en in de praktijk
brengen  in ons leven? Shema Yisrael, Adonai eloheinu, Adonai echad – Hoor Israel, de Heer is onze God, de
Heer is een. Hij is enig! Hij is uniek! Zo is er geen andere! Er zijn andere
goden genoeg… maar geen van hen is zoals Adonai.
Dat is namelijk een G’d die bevrijdt.

Alle heidense goden leggen hun volgelingen leefregels om ze in bedwang te
houden, die volgelingen hun goddelijke wil op te leggen, maar Adonai maakt je
vrij… Hij bevrijdt je! Vrij ben je als alleen Hij je God is… Vrij ben je als je
het land, het leven ontvangt als een erfdeel, als een geschenk.
In ons burgerlijk wetboek is een erfdeel iets waar je recht op hebt… (dat zal
maatschappelijk wel nodig zijn) maar ten diepste is het onzin. Een erfdeel
krijg je. Het wordt je in de schoot geworpen. Je hoeft er niets voor te doen.
In meer dogmatische taal: Het is een en al … genade.

Het leven is een prachtig cadeau dat je goed kunt houden door Thora te doen.
Thora wijst DE WEG. Ga je een andere weg, dan ga je vreemd.
Thora gaat niet over de vraag of God bestaat; Thora gaat over wat God doet!
Namelijk, mensen bevrijden van alles wat leven aan de overkant in de weg staat.
Mensen bevrijden van hebzucht, van jaloezie, van wantrouwen, van
de onzalige gedachte dat je meer bent dan een ander, van de afschuwwek-kende
hoogmoed dat jij je zou mogen verrijken ten koste van mensen waar
ook ter wereld, of dat nou kinderen zijn in Turkije die hazelnoten plukken,
of arme sloebers in India die onze scheepswrakken slopen, of … nou ja u kent
alle misstanden net zo goed als ik.

Ziet u, ook wij zwoegen door de woestijnen van het leven… zowel in ons
persoonlijk leven als met onze westerse maatschappij. Ook ons wacht… leven aan
de overkant… als we dat als een geschonken erfdeel in handen nemen, om het
uiteindelijk door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen.

Als in Mattheüs 22 aan Jezus wordt gevraagd wat hij als het grote gebod
beschouwt, dan vragen de Farizeeën eigenlijk: Waar komt het in het leven
volgens u het meest op aan. Dat het daarbij gaat om iets uit de Thora staat op
voorhand vast. De Thora (de boeken van Genesis tot Deuteronomium) vormen het
klokhuis van de Heilige Schrift. Meester, wat is het grootste gebod in
de wet?’ Wat is het grootste gebod in de Thora?

37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God,
lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.

Het eerste woord is: Heb lief.
Als we Thora vertalen met “de wet” dan moeten we wel goed bedenken dat het
hier niet gaat om regels in de trant van Befehl ist befehl. Deze wet is niet
bedoeld om angst aan te jagen, integendeel! God heeft zijn mensen lief. Mensen die
Gods liefde ervaren, mensen die voelen dat er van hen gehouden wordt, willen
die liefde graag beantwoorden. Vandaar: Heb lief. Wie? De Heer uw God. Hoe? Met
heel je hart, je ziel je verstand.

Je hart…Je beleidscentrum.
Alles wat je doet en laat wordt bepaald door het feit dat jij naar wegen zoekt
om zijn liefde te beantwoorden…. met jouw hartelijke liefde voor Hem. Dat is
beleid: de grote lijn uitzetten en alle concrete zaken daaraan toetsen…  

Je ziel… je allereigenste ik.
Het is dus niet iets aan de buitenkant of iets voor de zondagmorgen.
Nee die liefde van God doorstraalt je als het ware tot in de kern van je
bestaan… en de warmte die daardoor te weeg wordt gebracht straal jij weer uit.

Je verstand… je zenuwcentrum…
daar waar al die goddelijke liefdessignalen 
binnenkomen en door jou – bij wijze van antwoord –  in liefdedaden worden omgezet.

Heb lief – je God – met heel je hart, heel je ziel en heel je verstand.
Dat is het grootste en eerste gebod die zin spreekt voor zich!  

Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.
Het tweede gebod is niet meer of minder belangrijk dan het eerste.
Het tweede gebod is gelijk aan het eerste… Dat wil zeggen het is inhoudelijk
hetzelfde:  God liefhebben =  je naaste liefhebben als jezelf.

Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten
staat.  Dat wil zeggen: De hele joodse bijbel is samengevat in deze twee-eenheid van geboden: Heb lief je god; heb lief je naaste.

Dat klinkt heel simpel, maar we weten allemaal uit bittere ervaring hoe
moeilijk dat is. Het woord liefhebben is snel en gemakkelijk uitgesproken, maar
hoe doe je dat? Hoe geeft je vorm op een zodanige manier vorm aan je leven, dat
daaruit blijkt dat je die ander liefhebt als jezelf? Ik kreeg deze week te
horen dat ik me beter een beetje zakelijk kon opstellen, i.p.v. mensen te
vertrouwen.
Wist u dat? Zakelijk zijn is hetzelfde als wantrouwig zijn… en ik dacht: Is dat
nou je naaste liefhebben als jezelf? Misschien wel… misschien getuigt zo’n
reactie wel van veel zelfkennis. We worstelen ons immers allemaal door de
woestijnen van het leven. We moeten immers allemaal een keer naar de overkant…
We zijn nog niet in het land van belofte.

Je naaste liefhebben als jezelf, betekent dat je die naaste op de plek zet, die
je gewoonlijk voor jezelf opeist. Het is die ander een ereplaats gunnen aan
tafel opdat het werkelijk een gastmaal wordt; het is je medespeler de bal
toespelen opdat hij kan scoren en zo het hele team aan de overwinning helpt… Je
naaste liefhebben als jezelf, betekent dat je die ander in staat stelt dingen
te doen die het geheel ten goede komen. Want het gaat in het geloof niet in de
eerste plaats om je persoonlijk zielenheil; het gaat in de eerste plaats om het
heil van de mensen om je heen… heil voor de samenleving … heil voor wereld.

Jezus neemt door deze uitspraak
impliciet stelling in de discussie over een vraag die de eeuwen door heeft
gespeeld in het Jodendom… Is het heil voor de leden van het uitverkoren volk of
is het bestemd voor alle mensen. We weten van hem dat hij bij het begrip naaste
ook de heidenen meerekende. Gelukkig maar, want anders hadden we nooit van Hem
gehoord.

Jezus staat met twee benen in die joodse discussiecultuur… Ging aan deze lezing een twistgesprek met de Sadduceeën vooraf over de opstanding, nu de farizeeën om hem heen staan, werpt hij de vraag op naar de Messias.

Van wie is de Messias een zoon?  Het antwoord is eenvoudig: Van David!
Dat wist zelfs de blinde van Jericho: Jezus, zoon van David, heb medelijden!

Maar Jezus antwoordt als een echte Farizeeër.
Hoewel iedereen weet dat de Messias niet de lijfelijke zoon van David is… Hoewel
iedereen weet dat het Messiasschap niet in het DNA van mensen zit…
Jezus interpreteert het beeld “zoon van David” op dezelfde letterlijke manier
als de farizeeën plegen te doen en zegt:  als David de vader van de Messias is, waarom noemt hij die Messias dan HEER. Er is toch geen vader die zijn zoon HEER noemt, wat zullen we nou krijgen? De farizeeën zijn uitgepraat…
De letterlijke interpretatie van de teksten wordt onderuitgehaald…
Ze zeggen niks meer en stellen hem ook geen vragen meer.
Ze worden toch elke keer klem gezet.
Zo voelen ze dat tenminste…


Straalt Jezus hier Gods liefde uit?
Jawel. Hij doet een poging zijn collega leraren te bevrijden.
Zitten die gevangen dan? Ja… hun onvrijheid bestaat in letterknechterij.
Soms moet je confronterend optreden uit liefde voor God en zijn Woord…
Maar… vragen stellen over de Schrift om een ander onderuit te halen, is
liefdeloos.  Liefdeloosheid t.o. je naaste,  is liefdeloosheid t.o. God.

We moeten blijkbaar op zoek op zoek naar een duurzame manier van geloven.
Misschien moeten we oefenen; oefenen liefdevolle bejegening van onze naasten…
Niet uit zijn op hun val, maar hen een hart onder de riem steken,
opdat zij leven kunnen ten dienste van het geheel. Dat laatste is belangrijk…

Herinnert u zich nog het conciliair proces?
Voluit heette het: Conciliair proces voor vrede, gerechtigheid en heelheid van
de schepping. Het werd in gang gezet door de wereldraad van kerken na de
assemblee in Vancouver 1983. Het sjaaltje in de kleuren van de regenboog werd
het symbool.  Drie woorden ten dienste
van het geheel

Vrede  = kan er alleen zijn als er vrede is voor allen.
Hoe zou jij vrede hebben met het feit dat er elders mensen beschoten worden.

Gerechtigheid  = komt alleen tot stand als aan alle mensen recht wordt gedaan.
Hoe zou je jezelf recht in de ogen kunnen kijken, zo lang je pasta eet met
hazelnoten uit Turkije.

Heelheid van de schepping  –  Heelheid is alleen heil als daarin de hele schepping is betrokken … Het heil van Holland niet ten koste van de Grieken…  Dat van
Europa niet ten koste van andere continenten.
U definieerde uzelf als een veelkleurige gemeente, die een is in Gods dienst
aan mensen. Gods dienst aan mensen… Gods dienst komt voort uit Gods liefde.
We mogen in de week die komt oefenen in Gods dienst aan mensen.
Dan wordt de hele komende week een godsdienstoefening en dat is weer een ander woord voor eredienst.

We mogen leven tot eer van God. Tot heil van de mensen.
We vervolgen onze reis door de woestijnen van het bestaan,
totdat ons leven de kwaliteit bereikt die we eeuwige noemen…
Dan leven we Gods naam: IK zal er zijn voor jou!
Dan is de woestijnreis ten einde
Dan steken we over…
Dan komen we thuis
in het land van belofte

Dat het zo mag zijn.

AMEN