De eindtijd

Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Lieve mensen  van God

De lezingen van deze zondag gaan over de zogenoemde eindtijd.
Er zijn niet veel theologische onderwerpen die 
in de media zo vaak aan de orde komen als juist die eindtijd.
De getuigen van Jehova bijvoorbeeld voorspellen regelmatig het einde der tijden.
Bijzondere data als 11/11/11/ en 12/12/12 geven altijd weer aanleiding tot
speculaties over  het vergaan van de
wereld.

Ik kreeg twee weken geleden nog een e-mail van iemand die mijn stukje in “Contact” had gelezen over die vredesavond van de Raad van Kerken, waarop het conflict in het Midden-Oosten centraal stond.

De schrijver wist o.a. te melden dat wat zich daar afspeelt, gezien moet worden in het perspectief van wat de Bijbel zegt over “de eindtijd.”

De lezingen van deze zondag hebben allebei betrekking op de eindtijd.

De verhalen over Daniël spelen zich af tijdens de ballingsschap in Babel.

De echte verhalen over Daniele staan in eerste 6 a 7 hoofdstukken van het boek  met die naam. Hij legt de dromen uit van koning Nebukadnessar, overleeft de leeuwenkuil en verklaart het geheimzinnig geschrijf van een hand op de muur van het koninklijk paleis: Mene.. tekel…peres – gewogen en te licht bevonden.

Vanaf hoofdstuk 8 beschrijft hij echter een aantal visioenen.
De verhalende literatuur verandert in apocalyptiek.
We hebben in dat tweede deel te maken met literatuur zoals in het boek
openbaringen bijvoorbeeld.
Michaël is de grote hemelse vorst, de aartsengel, de aanvoerder van de hemelse
legermachten… Het heir der heerscharen. Die Michaël staat op om het volk van Daniël  ter zijde te staan in moeilijke tijden.Het volk wordt gered:
allen die in het boek staan opgetekend.

Dat boek kennen we uit een heleboel andere Bijbelgedeelten.
Het  is “het boek der levenden.”  Het boek waarin de Here God – zo stellen
sommige bijbelschrijvers zich dat voor – de namen heeft geschreven van mensen
die leven zoals Hij dat bedoelt…

Mensen die iets van het leven maken;
mensen die op een zinvolle manier bezig zijn,
Mensen die een positieve bijdrage leveren aan de samenleving… 
Dat boek heet niet voor niets: “Het boek der levenden.”

Als het over de eindtijd gaat, gaat het over leven en dood!

De eindtijd heeft niet alleen betrekking op hen die gestorven zijn, maar ook
– en  ik denk zelfs in de eerste plaats –
op ons eigen bestaan. Ik kom daar op terug,

Velen denken bij de eindtijd aan het vergaan van de wereld.
Laat ik daar maar in een keer heel erg duidelijk over zijn:
daar heeft het niets mee te maken. De wereld vergaat waarschijnlijk als de zon
uitdooft en dat duurt nog 5.000.000.000. jaar, kortom die aarde draait nog wel
even door. Daarover hoeven wij ons sowieso  geen zorgen te maken en zeker niet in verband met Bijbelse teksten over de eindtijd.

Maar wat is die eindtijd dan wel?
De eindtijd is een tijd van crisis…
Een tijd waarin het aankomt op het maken van keuzes.

Israël heeft
heel wat van die crises meegemaakt:
De slavernij in Egypte, de ballingsschap in Babel, de overheersing door de

Assyriërs onder Antiochus 4 Epifanes… en dat is nog maar een greep uit het O.T.

Slavernij inEgypte…

God ziet naar zijn verdrukte volk om en Prins Mozes staat op en leidt hen –
dwars door de zee – naar een veelbelovend land. Maar stel je eens voor dat jij
daar op het strand had gestaan? Stel je eens voor dat jij moet beslissen of je
tussen die twee muren van water doorgaat… over dat pad door de zee.

Ballingen in Babel…   God laat zijn volk
niet in de steek… Prins Zerubabel staat op en brengt een deel van zijn volk
terug naar dat veelbelovend land. Stel je eens voor dat jij moet beslissen of
je alles wat je hebt opgebouwd in de loop der jaren achter je zou laten om
terug te gaan naar een land waar je weer helemaal opnieuw moet beginnen…  

De overheersing door de Assyriërs onder Antiochus 4 Epifanes… God laat zijn
volk niet in de steek. De Makkabeeën staan op en leiden het volk  –  door
een guerrilla oorlog heen – naar 100 jaar veelbelovende onafhankelijkheid. Maar
stel je eens voor dat jij moet beslissen. Kom je in opstand tegen het onrecht?
Tegen het geweld?  Tegen de graaicultuur?

De eindtijd is een tijd van crisis… De eindtijd is een tijd waarin beslissende
keuzes worden gemaakt… De eindtijd breekt aan op het moment dat God zich
openbaart als de bevrijder…

Dat geldt voor het volk Israël. Maar ook voor ons…
Ook onze samenleving kruipt door een crisis heen.
Er moeten keuzes gemaakt worden.
Komt er zo iets als de Verenigde Staten van Europa
of een Europese Bondsrepubliek of vallen
we terug in eng nationalisme…
met alle desastreuze gevolgen van dien.

Moge de Heer zich openbaren als onze bevrijder…
Moge Hij ons bevrijden tot het maken van verantwoorde keuzes…

De eindtijd breekt aan als God zich openbaart als bevrijder…
Dat geldt voor het volk Israël. Dat geldt voor onze samenleving,
maar ook voor ons persoonlijk leven.
Ook persoonlijk mogen we vertrouwen op de belofte van dat veelbelovend land,
dat land waar het goed leven is; waar het bestaan kwaliteit heeft… het land
waarvan de bewoners opgeschreven staan in het boek der levenden. Dat mensen die
kwaliteit van leven ervaren, omdat ze vertrouwen op die ene, bevrijdende God.
Wij mogen geloven dat onze namen geschreven staan in het boek der levenden.

 

Mensen die rouwen om een dierbare kruipen door een crisis.
In eerste instantie ben je volkomen verdoofd door je verdriet.
Het is alsof het leven een tijdlang aan je voorbij gaat.
Je bent zelf haast als een dode, die slaapt in de
aarde, in het stof. 
Je ziet er tegenop om te ontwaken.
Je hebt immers geen idee hoe het leven te leven zonder die ene,
zonder je maatje… zonder die ouder… zonder je zoon. 

Er zijn mensen, die in die toestand van verdoving blijven steken;

maar er zijn er ook die weer opstaan… tot een leven van grote kwaliteit.
Als God zich manifesteert in ons leven,
dan doet hij dat o.a. als degene die je bevrijdt uit die verdoving,
als degene die je uitleidt uit het land van verdriet en zelfmedelijden,
als degene die ervoor zorgt dat herinneringen de overhand krijgen over verdriet… 

Dan blijft het gemis van je maatje,
maar toch: het leven van wie is voorgegaan,
wordt bevrijd uit het duister van jouw verdriet
en komt te staan in het licht van de Eeuwige.

In dat licht zie je de kwaliteit van zijn of haar leven…
die kwaliteit heeft God al veel eerder gezien,
dat is zelfs het enige waar Hij naar kijkt.

In dat licht zie je ook voor jouw leven weer mogelijkheden voor kwaliteit…
De toekomst ziet eruit als een veelbelovend land.

Onze lezing uit Daniël eindigt met Maar houd deze woorden geheim, Daniël, en verzegel het boek tot de eindtijd. Velen zullen op zoek gaan
en de kennis zal toenemen.

De schrijver kent zijn pappenheimers.
Hij weet hoe dol wij mensen zijn op waarzeggerij, toekomstvoorspelling.
Hij weet dat gelovigen van allerlei slag aan de haal kunnen gaan met zijn
woorden en daarom klinkt hier de opdracht: Houd de woorden geheim Daniël.

 

Profetieën en zeker apocalyptische visioenen zien er vaak uit als
voorspellingen, maar dat zijn ze niet. Waarzeggerij en toekomstvoorspelling is
verboden in de Thora. Mensen die zich daar mee bezig houden, worden in de
Bijbel valse profeten genoemd. Daar hoort Daniël niet bij.  


Bewaar deze woorden maar tot de eindtijd.
Houd ze maar geheim totdat mijn mensen ze werkelijk nodig hebben, Daniël…
En dan… als de crisis voorbij is, zul je achteraf kunnen zeggen:
De Eeuwige heeft me niet in de steek gelaten…
De eeuwige heeft naar me omgezien.
Hij is mij tot hulp en steun geweest …
niet door spectaculair ingrijpen van bovenaf…
niet door allerlei machinaties in geestenwereld (whatever that may be)
maar door een liefdevolle benadering van een huisarts,
een bemoedigend woord van een buurvrouw,
een opbeurend voorval met een kleinkind,
ach u weet allemaal legio voorbeelden
van hoe de Eeuwige gebeurt tussen mensen.

 

De eindtijd. De wederkomst van Jezus Messias.
Paulus leefde in de jaren 40 en 50 van de eerste eeuw na chr.
Christenen verwachtten toen de wederkomst van de Heer op  korte termijn.
Maar naarmate de tijd vordert,  zien we bij de apostel het besef doordingen
dat we al zagen bij Daniël.
Het besef namelijk dat als Jezus komt…
Je kunt ook zeggen als God zich openbaart in je leven
dan doet hij dat als een dief in de nacht.

Hij komt, maar je weet nooit waar en wanneer en hoe.
Je kunt het pas achteraf constateren en er danku wel voor zeggen.

Achteraf? Ja, achteraf!
Datgene wat wij zo graag van te voren zouden weten….
merken we pas achteraf… en tot die tijd komt het aan op geloven.
Tot dat cruciale moment gaat het om vertrouwen dat God je niet in de steek laat.
Tot dat beslissende moment komt het aanop vertrouwen dat Hij op zijn tijd, 
en op zijn manier,  en met zijn middelen
jouw leven in het licht zet… 

Gelovige mensen leven in het licht…
De duisternis is voor slapers,
voor degenen die zich niet bewust zijn … 
van de nood in de wereld.  

voor degenen die niet zoeken naar kwaliteit voor zichzelf en voor anderen

voor hen die het kwaliteitsleven aan zich voorbij laten gaan.

Er zijn mensen die niet eens doorhebben dat er anderen zijn die meeleven,
die troost bieden, dat zijn de mensen die leven in het donker… 
Die mensen zijn in nood.

Er zijn jongeren zo ontzettend eenzaam, dat ze overwegen ons voor te gaan.
Ze zouden zich wel willen uiten… maar ze kunnen het niet.

Er zijn mensen die vreselijk met hun gevoelens in de knoop zitten,
maar de pijn niet willen voelen. Ze nemen alcohol en andere drugs…
om het allemaal even te vergeten.

Ook Paulus heeft het over dronkaards, over mensen die verdoving zoeken…
maar zich zodoende ook afsluiten voor Gods bemoeienis met hun leven.
Dat is niet bedoeld als oordeel over die mensen.
Dat is een oproep aan u en aan mij om alert te zijn.
Om ogen en oren open te houden voor signalen van depressie,
om het door te geven als je denkt dat het donker is geworden in het leven
van een medemens.
Daar ligt een taak voor de gelovige die er weet van heeft dat ieder mens een
kind van god is. De Eeuwige ziet zijn kinderen zo graag  wandelen in het licht.

We zijn vanmorgen ook bijeen om degenen te gedenken die in het afgelopen jaar gestorven zijn. We  vieren hun gedachtenis…

Vieren, dat  is iets of iemand uit het verleden,
present stellen in het heden, met het oog op de toekomst.
We stellen onze dierbaren present, door hun naam te noemen, een kaars aan te
steken.
Die kaars vertelt met zijn warmte iets over onze gevoelens voor hem of haar…
De kaars vertelt met zijn licht iets over ons geloof:
zij leven in een land van louter licht…
Zij zijn geborgen bij God.

Wij stellen hen present in ons heden om voor de zoveelste keer vorm te geven
aan het afscheid, om de zoveelste stap te zetten op de weg door de woestijn van
de rouw en we doen dat met het oog op de toekomst, want ook zij die rouwen zijn
op weg naar een veelbelovend land…
naar hun toekomst te midden van de gemeente, te midden van de dorpsgenoten
te midden van medemensen, die stuk voor stuk – soms even – engel kunnen zijn –

Een engel zoals Michaël uit de eerste lezing, aanvoerder van het heir der
heirscharen – die komen om jou ter zijde te staan.
Dat het zo mag zijn…

Amen.