Ongeloofwaardige verhalen

Lieve mensen van God,

We lazen twee verhalen over kinderen die geboren worden.
Beide geboortes zijn biologisch gesproken onmogelijk.
Het gaat Sara en Elisabeth al lang niet meer naar de wijze der vrouwen.
Met andere woorden: hun periode van vruchtbaarheid is al lang voorbij.

De bioloog zal vragen:  Waarom maken die bijbelschrijvers hun verhalen
toch zo ongeloofwaardig? Moderne mensen vinden dat geen gekke vraag.
Een paar weken geleden vroeg ik mijn catechisanten in Wieringerwerf of ze ook
ongeloofaardige verhalen kenden uit de Bijbel… Ze kenden er vele… o.a. al die
merkwaardige geboorteverhalen.

Die bioloog krijgt geen antwoord op zijn vraag, omdat hij de Heilige Schrift
als biologieboek. Hij denkt dat hier gynaecologische feiten worden
weergegeven. En een moderne gelovige? Welke vraag stelt die?

Waarom worden ons toch telkens weer verhalen verteld over onvruchtbare vrouwen,
die desondanks kinderen krijgen? Daar moet meer achter zitten, want laten we welzijn… het wemelt van dat soort verhalen. Sara, Rebekka, Rachel, de
moeder van Simson, Hanna – de moeder van Samuel, Elisabeth en in zekere zin ook Maria.



De hedendaagse gelovige  realiseert zich dat Thora en Evangelie zijn
geschreven in een wereld waarin de natuur werd vergoddelijkt. Vruchtbaarheid
van de vrouw en de potentie van de man werden als de positieve krachten in
het leven gezien.

De potentie en de vruchtbaarheid hielden de menselijke soort in stand van
generatie op generatie op generatie op generat….
Als je in de godenwereld van de volkeren rondom Israël rondkijkt wordt je
overspoeld met fallussymbolen. 0Artemis of Diana, de godin die o.a. in
Efeze wordt vereerd, ziet eruit als een vrouw met ontelbaar veel borsten.

Ik vertel dat niet om de preek te doorspekken met pikanterieën. Ik laat de
tegenstelling tussen de goden enerzijds en de God van Israël anderzijds zien. 
Alle afgoden zijn natuurgoden… De God van Israël is dat niet.
De God van Israël is de schepper van hemel en aarde. 
De God van Israël openbaart zich niet in natuurkrachten,
maar in zijn scheppende WOORD.  Dat
Woord  Gods is zeer tegennatuurlijk.



In de natuur geldt de wet van de jungle – het recht van de sterkste.
Zo ook bij de heidenen. De sterkste is de baas… de zwakke delft het onderspit.
In Thora worden we opgeroepen om te zien naar de zwakke.

Bij de heidenen zijn weduwen en wezen aan de goden overgeleverd…
In Israël worden ze beschermd door de wetten van de Heer.
Het is natuurlijk om je vijanden te haten…
maar de Schrift roept ons op ze lief te hebben.

Ons worden, ook vandaag, tegennatuurlijke verhalen verteld.
De schrijver wil duidelijk maken dat hier de God van Israël in het geding is.
In het grote verhaal van God en de mensen gaat niet de natuur haar gang,
In het grote verhaal van God en de mensen schrijft de Heer geschiedenis
met zijn mensen. 

Ik heb Lucas 1: 69 als thema op de liturgie gezet: Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt. Het zal duidelijk zijn dat het bij die reddende kracht niet  om natuurkrachten gaat. Het gaat niet om de mannelijke potentie en de vrouwelijke vruchtbaarheid,  waardoor in biologische zin een kind wordt
verwekt en ter wereld komt. Het gaat hier om Gods reddende kracht. De kracht
van de Heer die we hebben leren kennen als bevrijder van mensen.

Het gaat hier over de God die Abraham uit de ellende van Oer haalde, waar hij
geen toekomst heeft. Het gaar over de die Zijn beloften waarmaakt  door Abraham naar een veelbelovend land te brengen; die Zijn beloften waarmaakt door Abraham een veelbelovende zoon te schenken.

Abraham en Sara worden verlost uit de ellende van de kinderloosheid.
Kinderloosheid wordt door de heidenen in het oude oosten beschouwd als een
straf van de goden…  Een straf van de natuurgoden wel te verstaan, die volstrekt willekeurig de een veel … en de ander helemaal geen nageslacht geven. Wat wij aanduiden als een speling van het lot… is voor de heidense mens van daar en toen een beslissing van hun God. Je moet er niet aan denken. Wat een verschrikkelijk Godsbeeld houden die mensen er op na.  Wat zegt u? U vindt het wel herkenbaar?

Ja, u hebt gelijk: er zijn ook christenen die leven met  zo’n godsbeeld.

Maar de God van Israël verlost Abraham en Sara… en zo ook Zacharias en Elisabeth
uit de ellende van de kinderloosheid. Ze hadden geen toekomst. Niemand die voor hen kon  zorgen  in hun ouderdom. Elk perspectief op een goede
oude dag ontbreekt…

Kinderloos oud worden, betekent onverzorgd oud worden.
Kinderloos sterven … dat is pas echt: dood gaan.
Geen kind of kleinkind dat jouw naam draagt… dat jouw principes overneemt
Alles waar jij voor leefde, prijsgegeven aan vergetelheid. Dan ben je pas echt
dood

Zo beleefden oosterse mensen dat, zo’n 2000 jaar geleden en ook daarvoor.
Maatschappelijk gesproken klopte dat wel, maar met een straffende God heeft het niets te maken.

We zagen het al: zelfs onder Christenen van vandaag kom je die gedachte tegen.  Mensen die graag ouder en/of grootouder hadden willen worden, zitten nog wel eens met de vraag, waarom de Heer hun huwelijk niet zegent met kinderen. 

Maar, zou het wel verstandig zijn om een speling van de natuur, gelijk te stellen aan de wil van God. Ben je dan niet bezig van Israëls God tot zo’n willekeurige natuurgod te maken? Sluipt er dan niet een stukje heidendom in ons denken? O zeker… wij zijn heidenen van huis uit… Wodan, Donar en Freija zijn de natuurgoden en godinnen van onze verre voorouders.  

Maar hoe ligt dat dan als je God dankt voor de kinderen, die je wel kreeg?
Is dat dan ook niet een vorm van natuurgodsdienst?
Daar kom ik op terug. Eerst even iets heel anders…



In het verhaal van Zacharias en Elisabeth zit een merkwaardige gelijkheid
tussen man en vrouw: Een vrouw die niet baart, is als een priester die zwijgt…
Een vrouw die niet gezegend wordt met het moederschap,
is als een priester die geen zegen over zijn lippen krijgt.

Maar in deze vertelling wordt  de kinderloosheid verbroken, zoals ooit bij
Sara. Het kind wordt geboren…zoals ooit Simson werd geboren
Elisabeth krijgt een zoon zoals Hanna ooit Samuel kreeg

De  eerste zeven dagen heet de zoon: zoon. De baby heet: baby. Maar op de achtste dag komt de moheel, de ambtsdrager die de besnijdenis uitvoert.
De achtste dag is – tot op de huidige dag – de dag van de naamgeving.
De buren zijn erbij…  Zacharias ziet het aan… stil … stom.

Stil en stom staat de priester daar, te midden van de opwinding die ontstaat
als de buren hem Zacharias willen noemen en Elisabeth roept dat hij Johannes
moet heten!  “Dat kan niet!” roepen de buren… die naam komt in je hele familie niet voor. Toe, Zacharias, zeg jij eens wat… flapt een buurvrouw eruit.

Ze probeert haar woorden nog in te slikken… maar het is er uit voor ze het
weet.  Zacharias glimlacht. Pakt een plankje met was erop en schrijft letter voor
letter: JOCHANAN – is zijn naamà Wie goed luistert hoort de Jot van Jahweh…
en verder Chana … Hanna … genade.   In het Latijn: Johannes  à God is genadig.

Dit kind moet niet Zacharias heten. Niet  worden als zijn vader, stel je voor dat hij
ook stil valt…  Stel je voor dat ook hij de hemelse boodschap  zou negeren.

Stel je voor dat ook hij de God van het Woord zou verwarren met een natuurmacht.  Nee, dit wordt geen Zacharias…

Dit is een bijzonder kind… een kind wiens naam vertelt over God.
Een kind in wiens naam de kern van Israëls geloof wordt beleden:
God is genadig.

Het hoge woord is eruit! Zacharias krijgt zijn stem terug.
Er is hem een zoon geboren…  Hij is zelfals een herboren mens…
Israël heeft zijn priester terug… Zacharias
Israël  heeft ook weer een profeet …
Johannes is zijn naam.



U heb natuurlijk al lang begrepen dat die naam essentieel is
zoals trouwens vrijwel geen enkele naam toevallig is, in de Heilige Schrift…
Wat denkt u van Mosje – Mozes – uit/ door het water getrokken
Adaam – Adam – Aardmannetje
Chawa – Eva – moeder van alle levenden
Smue-el   Samuel:  God hoort
Awraham – Abraham: vader van vele volkeren
J’shua – Jozua -God redt…   J’shua –Jezus: God redt.

Zacharias is de latijnse vorm van Zacharja – God gedenkt…
Jochanan – Johannes: god is genadig!

Vandaag, op de achtste dag… de dag van de naamgeving is
de ellende voorbij.

De ellende voorbij…  De uitlandigheid voorbij…

Vandaag gaan Zacharias en Elisabeth een veelbelovend land binnen.
Het veelbelovend land met een veelbelovende zoon — Hij zal immers een Nazireeër
zijn. Een man met een opdracht; een opdracht van de Heer.

Niet de verwonderlijke geboorte, maar die opdracht maakt hem tot een bijzonder mens. Er is sprake van verwondering … Zacharias en Elisabeth verwonderen zich over het teken… een teken van Gods bemoeienis met mensen… en dan blijkt de priester weer een echte priester…  Want nu steekt de sprakeloze, zijn vreugdevolle
verwondering ook niet langer onder stoelen of banken. Hij zingt een lofzang die
zijn weerga niet kent… Benedictus dominus! Gezegend de Heer….

Zacharias dankt  de Heer, niet omdat hij wel en die anderen niet gezeend zijn…

Ik beloofde dat ik erop terug zou komen… Luister naar wat hij zegt en zingt in
zijn lofzang:  Geprezen de Heer, de God van Israël, omdat hij heeft omgezien naar zijn volk. Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt  zoals hij van
oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten. Zacharias zingt zijn
persoonlijke verwondering uit… ja allicht, maar ook – en voor alles  – ziet hij in zijn zoon een geschenk voor het hele volk, voor de hele mensheid.

Johannes is niet gemaakt door de particulier Zacharias bij zijn privé -echtgenote Elisabeth.  Johannes is niet het product van Zacharias‘ mannelijke potentie en Elisabeths vrouwelijke vruchtbaarheid. 

Zacharias bezingt Johannes als een godsgeschenk voor Gods hele volk.
Zacharias , hij is niet voor niets priester, herkent het reddingswerk dat de
Heer altijd weer verricht voor zijn mensen. Ten tijde van Abraham, die uit Ur vertrok;
In de dagen van Jacob en Jozef, die aan de hongersnood ontkwamen
Mozes, die zijn volk uitleidde uit Egypte’;
Zerubabel nam ze mee vanuit Babylon;
en Jezus Messias redde ons allen uit het land van de dood.

Zo mogen ok wij God dankbaar zijn voor onze kinderen… omdat ze geboren worden met de mogelijkheid  bij te dragen aan het koninkrijk van God.

Dank u wel Heer, dat er weer iemand bij gekomen is, diin alle vrijheid kiezen mag  of
hij/zij wil meewerken  aan uw rijk. 
Zacharias herkent de beloften van de rofeten…
De Heer zal jullie gedenken; de Heer zal naar jullie omzien!
Dat heeft hij immers altijd gezegd! Dat heeft hij immers altijd gedaan.

Lieve gemeente,
op deze vierde zondag van Advent wordt ons verteld
dat de God van het z.g. oude verbond zijn belofte waar gaat maken,
het begint met beelden uit de oude verhalen: onvruchtbare moeders;
sprakeloze priesters … het eindigt met een nieuwe naam: God is genadig.

De god van het z.g. nieuwe verbond is exact dezelfde bevrijder… het enige
verschil: De volgelingen van Jezus, Paulus als eerste, hebben ook de heidenen
betrokken bij het grote verhaal van God en de mensen.

Op deze vierde zondag van Advent wordt  verteld, dat er ook voor ons een reddende kracht is opgewekt. Wij hebben – dank zij Jezus Messias – die ene, unieke God van Israël leren kennen.

Die reddende kracht is geen natuurkracht
Die reddende kracht is geen politieke of militaire macht
Die reddende kracht zit hem in het geloof dat God geschiedenis schrijven wil
gaan met mensen die zichzelf herkennen in een weerloos kind, in een kwetsbare
baby, in een levensstijl die niet is gebaseerd op macht en geweld, maar op
compassie.

Meeleven, meevoelen,  meelijden, meedoen, meebouwen aan een kwaliteit  leven die we  “eeuwig leven” noemen.
Moge die reddende kracht, die bevrijdende Geest vaardig over u worden tijdens
het grote feest, waarop de Eeuwige –  zoals van ouds – naar mensen omziet door met hen mee te gaan leven, mee te gaan voelen, mee te lijden…

Benedictus Dominus… Gezegend de Heer –

Gezegend zijn gemeente, die meeleeft, meevoelt, meelijdt met mensen in dit dorp
Als de gemeente van Christus zich zo manifesteert  zullen zij die buiten staan roepen:  Benedictus Dominus – gezegend de Heer

Dat het zo mag zijn.

AMEN