Herder Ton in Bethlehem

Ik wandel door een stadje.
De kleine witte huisjes lijken op dobbelstenen,
maar dan zonder die zwarte punten.

Wij vinden zulke witte, vierkante huisjes nogal bijzonder
De mensen die erin wonen vinden die huisjes heel gewoon.
Het zijn heel gewone huisjes, van heel gewone mensen, in een heel gewoon stadje.

Mijn ogen zien de mensen naar binnen gaan…
mijn neus vertelt me dat het eten klaar is
en mijn hoofd weet dat ze na het eten
slapen gaan. Ze moeten morgen vroeg weer op!


He, kijk nou eens.
De huisjes verkleuren.
Ze worden oranje.  Hoe dat kan?
Dat komt door de zon. Die gaat bijna onder…
De zon kijkt nu nog als een groot rond gezicht boven de heuvels uit.
Kijk, hij zakt steeds verder. 
nog even … dan is hij weg.
Ik loop stad uit, de heuvel op…
Ze zon is nu echt weg…
Het wordt donker. Het is nacht. ’t Is koud.

 

He kijk nou  in de verte brandt een vuur
Daar is nog een beetje licht en een beetje warmte.  
Bij dat vuur, daat zitten mijn vrienden. De herders van Bethlehem…

Ik kom dichterbij…
Mijn vrienden zitten om het vuur
Hun ruggen zijn donker en koud…
Ik zie hun gezichten in het licht en ze gloeien.

Hallo, herder Ton…  roept herder Jochanan
en gooit nog een stuk hout op het vuur.
“Ik stook het vuur nog een beetje op, want ik heb leeuwen en beren gezien.”
“Toe maar!

Goedenacht allemaal, “ zeg ik tegen de anderen
Herder Daniël geeuwt: Ja, slaap lekker!
Daniël geeft zelf het voorbeeld… grrr grrr 
Welterusten, Daniël!

“Zeg, Jochanan, zijn er echt leeuwen en beren in buurt?
of bedoelde je die soldaten, die vanmiddag door de stad marcheerden? 
Weet je trouwens dat die soldaten herder Ruben gevangen hebben genomen?”

Herder Jochanan schrikt … Herder Daniël snurkt. 
Herder Jochanan maakt zich zorgen. Herder Daniël zal het een zorg zijn…
Herder Jochanan kijkt me aan met wijd open ogen. Herder Daniël ligt er niet
wakker van.

“Waarom hebben ze Ruben gevangen genomen?” vraagt Jochanan.
“Dat hebben ze er niet bij verteld.  Zo doen de soldaten van de keizer
dat nou eenmaal, hè. Dat weet je toch!  Ze nemen je gevangen en ze hangen je aan een kruis en je krijgt nooit te horen… waarom?

Ik ben zo boos, en dat ben ik  al een hele poos.
Ik voel me machteloos, en radeloos en hopeloos
Wat ben ik boos!  Schoften zijn het! Allemaal! Schoften!

Ssstt, sist Jochanan. Zeg nou niet hardop hoe je over die soldaten denkt!
Daar krijg je last mee, herder Ton.  Je kunt maar beter zwijgen. Ssssttt.
Ik draai me om… Ik wil niet dat ze zien, hoe teleurgesteld ik ben.

Waarom ik verdrietig ben?  De herders in de stad van David zwijgen.
Waar ooit de herdersjongens hun protestlied zongen… blijft het stil.
Waar ooit de herderkoning psalmen speelde op een herdersfluit,
slaat de angst adembenemend toe…

Waar ooit een herdersjongen vol vertrouwen een reus tegemoet trad,
met een steentje zo klein als het menselijk geloof… wordt nu gezwegen.
Als de herders van Bethlehem zwijgen en snurken
als een van hun maten gevangen wordt genomen,
dan zijn we uitgepraat.
Ik krijg het er koud van en kruip wat dichter bij het vuur.

Ik voel de angst van de anderen voor de soldaten;
ik voel de boosheid in mijn hart;
ik voel de tranen branden in mijn ogen.
Het is ook altijd hetzelfde liedje….

Niemand merkt het… Het is donker
Het is nacht… ook ik… zwijg.
Stille nacht.

En dan… zomaar… in eens… licht!  
Stralend licht! Weg is het donker.
En dan… een stem die klinkt uit het licht
Een heerlijk geluid… weg is de stilte

Wees niet bang!  Ik  breng een boodschap uit de hemel
die jullie blij zal maken… en niet alleen jullie, maar alle mensen
die nu nog bang zijn… en boos…. en verdrietig…

“Dit moet Gods gabber zijn!”  schiet er door me heen.
Gods vriend, de engel Gabriel

Ja hoor!, moet je horen… wat hij zegt:
Het is de Here God een grote eer de geboorte aan te kondigen van de Messias,
In deze stille, donkere nacht, in deze duistere wereld waar de gemene dingen steeds maar doorgaan,
waar mooie dingen steeds weer stuk gaan
is een kind geboren, de heiland
de heelmaker…
en jullie gaan op kraambezoek…
je zult het kindje vinden,  in doeken
gewikkeld…
en het ligt in een kribbe.

Het is de Here God een grote eer… Gloria in excelsis deo
en dan zingen er duizend engelen tegelijk, zo mooi, zo zuiver,  zo intens blij!
Weg is mijn boosheid… Weg is mijn verdriet … Weg is mijn teleurstelling
Dit is nou eens niet het oude liedje…
Het is tijd voor een ander lied…
een lied uit de hemel.

Waar mensen zwijgend wantoestanden laten voortbestaan,
gaat de hemel open  en roept 
God zelf het uit op aarde: Vrede!  
Gloria in excelsis deo  et pacem in
terris.

De engelen keren terug…
De hemel sluit zich weer
Herder Daniël is het meest uitgeslapen…
Hij zegt: Het kind ligt in een kribbe…
en een kribbe vind je in een stal.
Kom laten we gaan…
Laten we gaan kijken…

Zomaar midden in de nacht, laten we al onze schapen achter. 
Niemand denkt nog aan leeuwen en beren.
We denken alleen maar aan … dat kind in de kribbe  
Een kind dat ons, als het groot is,
zal helpen om vrede te maken op aarde…
Een kind dat ons op weg zal helpen…
om echt mens te worden
een mens zoals God bedoelt.

Even later sappen we onze eigen stal binnen.
We komen thuis… Er speelt een glimlach om mijn mond
In de hoek staat een os… Hij loeit ….
Nee, hij zingt met een diepe bas… Nu sijt wellekome…

En daar… De ezel … Die balkt een beetje hees…
’t is geboren,  ‘t  goddelijk kind
Een vogeltje fluit… ere zij God
Een muisje piept…  komt allen tezamen
Een kruisspin maakt dat hij wegkomt.

En wij… de herders van Bethlehem
vertellen ons verhaal aan
die moeder en die vader…

Wij herders, wij lagen die bij nachte
ij  lagen bij nacht in het veld
wij hielden vol trouwe de wachte
we hadden de schaapjes geteld
en toen,  toen hoorden we engelen zingen… 
hun liederen vloeiend en klaar …
en toen we naar Bethlehem gingen …
toen kwamen we hier…in de stal…

Ik vroeg aan de vader: Hoe heet je?  

Waarom ben je naar Bethlehem gekomen?

Ik ben Jozef… ik ben nog familie van herder David, je weet wel die later koning
werd – die psalmen speelde op zijn herdersfluit  die protestliederen zong bij de harp
en later die enorme reus versloeg… met een steentje zo klein als het menselijk geloof…

Dus… dit is een koningskind? Jozef knikt. 
Een koningskind in een stal.
Dat moet dan wel een herderkoning worden

Ik ging naar de moeder en vroeg
Hoe heet jij?
Ik ben Maria… uit Nazareth.
Ik kreeg bezoek van Gabriel…

Hij zei: Wees gegroet Maria,
je bent de gezegende onder de vrouwen
en gezegend is Jezus de vrucht van je schoot…
en nu ligt hij daar in de kribbe…

God doet wat hij belooft, herder Ton,
Ik knik!
Ik ben blij dat jouw kindje me daaraan herinnert…

Jochanan, Daniël… we moesten maar weer eens gaan.
Wij moeten weer voor onze schapen zorgen…
Deze kleine man… dit kind in de kribbe .. wordt een collega:
Hij zal als een echte herder voor de mensen zorgen
Hij wordt de herderkoning van alle mensen
en dat ga ik aan iedereen vertellen…
of die keizer dat nou leuk vindt op niet.

Ik heb wel eens gehoord dat een groepje herders uit Bethlehem
nog diezelfde nacht een herder heeft bevrijd uit de gevangenis,
maar of dat herder Ruben was?

Dat weet ik niet.
Ik denk het wel…

Amen