voor de verandering

Gemeente van onze heer Jezus Christus
Lieve mensen van God


We zijn op weg naar Pasen.
Het feest van de grote verandering.
Daar leeft de kerk van… van verandering.
Dat zou je vaak niet zeggen, want de kerk
staat eerder bekend als behoudend, conservatief,
dus juist helemaal niet zo dol op verandering, maar toch…

Toch is oorsprong en doel van de kerk: verandering.
De rabbi uit Nazareth, van wie wij zeggen volgelingen te zijn,
riep de mensen in zijn omgeving constant op tot: verandering.
Dat zie je al bij de roeping van zijn eerste volgelingen;
kom mee, vissers. Je leven zal drastisch veranderen.
Ik zal je tot vissers van mensen maken.

We zien het aan het eind van de eerste lezing.
Jezus begint zijn verkondiging met:
Het koninkrijk Gods is nabijgekomen.
Met andere woorden: Let op, alles zal veranderen.

Het blijft niet zoals het is, maar het zal worden zoals het zou kunnen zijn.

Van dat komende rijk laat hij allerlei tekenen zien…
een blinde verandert in een man met diep inzicht
een dove hoort ongehoorde dingen
een lamlendig mens wordt op zijn voeten gezet…
Zie je?  Alles wordt anders. Jezus is de grote veranderaar.

Het op verandering gerichte leven van rabbi Jezus
wordt uiteindelijk bekroond met de meest intense verandering,
die je je maar denken kan: Hij blijft trouw aan zijn weg… ten einde toe…
menigeen zal zeggen tot het bittere eind, de dood.
Maar ook dat verandert hij… want de dood blijkt niet het eind te zijn.
Er is sprake van opstanding.

Zo komen we op de eerste zondag van de 40 dagen al terecht bij Pasen.
Dat is goed, want je kunt de 40-dagentijd alleen op een zinvolle manier beleven
als dat doet met Pasen in je achterhoofd. Alleen met die grote verandering in
onze gedachten kunnen we het lijden aan, dat onlosmakelijk is verbonden met het
volgen van Jezus. Wie kiest voor Christus, kiest voor de weg van de meeste
weerstand, voor de weg van de lijdende knecht.

De afgelopen week hadden we in het leerhuis een pittig gesprek. Dat gesprek in
ging ten diepste over de vraag of Jezus nu gestorven is door of voor onze
zonden. Ik denk – na donderdag verder denkend – dat het allebei waar is.

Als je zegt Hij is gestorven door onze zonden, dan verklaar je jezelf
medeschuldig aan de dood van Jezus. Dat wilde er niet bij alle deelnemers
zomaar in… en dat is begrijpelijk. Want als  je die vraag juridisch of historisch benadert, kun je zeggen “nee, natuurlijk niet!” Hoe kan ik nu mee verantwoordelijk zijn voor iets dat 2000 jaar geleden gebeurd is?

 

Maar als religieuze vraag, ligt dat anders. Een gelovige, die probeert de verhalen uit
de Bijbel een rol te laten spelen in zijn of haar leven, die kan zich wel
degelijk  mede schuldig voelen aan het lijden en sterven van Jezus.
Voor mij persoonlijk is dat zeker zo.

Nogmaals, niet in juridische zin, maar omdat ik me ervan bewust bent dat ook ik
het in me heb om een beslissing te nemen zoals Kajafas die nam:
Het is beter dat een mens sterft dan dat het hele volk omkomt.
Je zult maar voor het dilemma komen te staan, zoals de hogepriester:
een mens uitleveren of de bezetter een compleet bloedbad laten aanrichten.

Niet in juridische zin weet ik me schuldig aan de dood van Jezus, maar ook ik
had misschien wel eieren voor mijn geld gekozen, zoals Pilatus deed.
Ook ik zou waarschijnlijk hebben liggen pitten in Getsémané zoals de andere
volgelingen; ook ik zou waarschijnlijk mijn hachje hebben gered, zoals Petrus
dat deed bij de verloochening… anders gezegd: Als ik kijk in de spiegel van
verhalen, dan zie ik daar geen mensen uit een andere tijd, een ander land en
een andere godsdienst. Nee als ik kijk in de spiegel van verhalen kom ik mezelf
tegen.
Lang niet alles wat ik zie bevalt me… en dat doet pijn, want ik zou zo graag
volgeling zijn… Het is die pijn, dat lijden, dat een mens kan brengen tot
verandering.

Nu zult u misschien zeggen dat ik niet erg gebukt lijk te gaan onder dat lijden,
die pijn, dat gevoel van tekortschieten. Nou zal ik de momenten waarop ik daar
wel onder gebukt ga – en zie zijn er zeker – niet zo gauw in de openbaarheid
brengen; maar bovendien duren ze meestal niet zo lang.
Want kijkend in diezelfde verhalenspiegel zie ik Jezus die bad voor zijn
beulen: Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen…

Was het niet diezelfde Jezus die zijn discipelen na Pasen weer in dienst nam
als apostelen. Zoals zij weer verder konden na zijn opstanding, mogen ook u en
ik opstaan en verder gaan. Net als zij mogen ook wij leven van vergeving.  

In die zin is Jezus ook gestorven voor onze zonden: om te laten zien dat, ook al leidde ons tekort tot  zijn dood, Hij ons niettemin vergeving schenkt.
Zijn leven, dood en opstanding laten zien dat niets ons kan scheiden
van Gods vergevende liefde. Ons verraad niet, onze verloochening niet, en ons
ongeloof niet… Gods barmhartigheid is onbegrensd.  

Nu moet ik wel oppassen dat ik niet al mijn paaskruit verschiet… We vieren
immers vandaag pas de eerste zondag in de 40-dagentijd.
Het project dat we volgen heet: Voor de verandering!

Er is een lied dat in kerken zo rond oud en nieuw nog wel eens gezongen wordt:
Ieder woelt hier om verandering, maar betreurt ze dag aan dag.
Aan die woorden merk je al dat wij mensen
en kerkmensen vormen daarop geen uitzondering
helemaal niet zo dol zijn op verandering.
Waar je ook komt, overal willen mensen de dingen maar het liefst laten blijven
zoals ze zijn.
Veranderingsprocessen – in bedrijven bijvoorbeeld – zijn voor managers knap
lastig. Er ontstaat altijd angst en dus onrust. Mensen zien altijd eerst de
bedreigingen en kijken niet of nauwelijks naar de nieuwe mogelijkheden
die zo’n verandering biedt. 
 

In onze lezingen van vandaag staat twee mensen voor grote veranderingen in hun leven. Ezechiël, de profeet die leefde en werkte in de Babylonische ballingschap en
Jezus van Nazareth, die zojuist kopje onderging in de Jordaan en die in ons
verhaal aantreffen in de woestijn.

Laten we bij Ezechiël beginnen. Twee weken geleden heb ik hem bij u
geïntro-duceerd als profeet. Vandaag horen we dat God hem net zo onbuigzaam en
koppig zal maken als de mensen die hij moet oproepen tot verandering.
Ook de Israëlieten in Babylon voelen niets voor verandering.

God zegt tegen Ezechiël: Ga naar de ballingen, naar je landgenoten, om te
profeteren en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER …” – of ze nu horen willen of niet.’ En dan hoort Ezechiël in vers 12 en 13 gezang hem  bekend in de oren klinkt.
Het lijkt op psalm 134 – Hij hoort het psalmgezang dat hij kent uit de tempel
in Jeruzalem: De luister van de HEER zij geloofd in zijn woning!
Een lied over Gods woning…. de tempel in Jeruzalem, denk Ezechiël.
Maar terwijl dit lied klinkt wordt hij aan de hand genomen door de Heer.
God zelf brengt hem met die muziek bij de ballingen in Babel.
Ezechiël is helemaal van zijn stuk gebracht…
Een lied over de woning van de Heer klinkt hier aan het Kebar-kanaal?
Ineens dringt het tot priester Ezechiël door, dat de God van Israël niet
gebonden is aan de tempel… Dat de Heer ook hier blijft bij zijn volk. Ook hier
in het ballingsoord laat hij zijn mensen niet in de steek. 
Zoals gezegd: Ezechiël is helemaal van zijn stuk.
Hij moet van gedachten veranderen… Hij mag nieuwe mogelijkheden ontdekken
Op zoveel trouw van Gods kant had Ezechiël niet durven hopen.

Hij zou het heel logisch hebben gevonden als God zijn weerbarstige volk hier in
Babel aan zijn lot had overgelaten. Maar God heeft zijn volk niet in
ballingsschap gestuurd om wraak te nemen. Het volk is in ballingschap terecht
gekomen om te veranderen, om te leren hoe je ook onder moeilijke
omstandigheden: Gods volk kunt zijn.

Om hen dat duidelijk te maken wordt Ezechiël in zijn kracht gezet.
Zijn naam betekent: God maakt sterk.
De Heer toont zijn onbegrensde trouw
door  Israël een profeet te schenken,
die sterk genoeg is om hun dwarsigheid te weerstaan.

Hij komt weer bij de ballingen… Daar aan het Kebar kanaal zitten ze,
scheldend op de vreemdelingen die hen hier hebben gebracht.
Mopperend op God die het niet heeft voorkomen.

Daar zitten ze, nog zonder inzicht in de situatie waarin ze zichzelf hebben
gemanoeuvreerd. Wat een zootje! Te midden van die mensen, toont God zijn trouw,
door hen een profeet te zenden.
Maar ook dat hebben ze niet door en de profeet zelf is ook nog aan het bekomen
van de schrik… Want veranderen gaat niet vanzelf…
Profeet-zijn is bepaald geen pretje.

Zeven dagen zit hij daar als verdoofd. Zoals gezegd: Ezechiël is helemaal van
zijn stuk gebracht door zoveel trouw van Gods kant, tegenover zoveel ontrouw
van mensenzijde.  
Hij zit als een rups in zijn cocon… Er voltrekt zich een gigantische verandering.
Priester Ezechiël wordt profeet… De liturg, die altijd bezig is met mooie
woorden en oude rituelen, verandert in een profeet, die met zijn poten in de
politieke modder staat.  Hij verandert
van een priester gehuld in lange witte gewaden

in een profeet in een overall en kaplaarzen. ’t Is even wennen… zeven dagen…
een week… 40 dagen …  een jaar…  veranderen gebeurt… een mensenleven lang. 

De overeenkomst tussen de vertelling voor de kinderen en de lezing uit Ezechiël zal u
ongetwijfeld duidelijk zijn. Beide profeten bereiden zich voor op hun absoluut
niet eenvoudige taak. Beiden weten zich geroepen om hun tijd- en volksgenoten op
te roepen tot verandering. In beide gevallen bestaat die verandering in terugkeer tot de kernwaarden van de joodse traditie.

Ook daarover ontstond in het leerhuis deze week een leuk gesprek,
want die kernwaarden zijn uniek in de godsdienstgeschiedenis.
De Thora is het eerste heilige boek dat, de God waar het over gaat, neerzet als
een bevrijder van mensen.
Tot dan toe waren alle goden hogere machten die ervoor zorgden dat er op aarde
niets veranderde, en zeker niet aan de machtverhoudingen. Een typisch heidense
redenering is: 

De koning is de baas in het land omdat de goden dat willen. Als de goden dat
niet zouden willen, dan kwam er wel een andere koning, maar er komt geen andere
koning, dus de goden willen het zo. Dat noem je een cirkerredenering.

Maar bij Abraham lezen we voor het eerst over EEN god.
Bij Mozes ontdekken we dat zie God machtsverhoudingen niet bevestigt maar
doorbreekt.
Een God die een slavenvolk meeneemt, de woestijn in, om daar vrijheid te leren.
Deze God staat voor verandering, voor uittocht uit allerlei klemmende banden.

Maar eenmaal in het beloofde land, blijkt het in onze genen te zitten.
De God van Israël neemt het op tegen de menselijke natuur;
De God van Israël noemt het recht van de sterkste: onrecht.
Maar ook in het beloofde land heeft de godsdienst zich verbonden met de wereldlijke
macht. Ook in Jeruzalem geschiedde allerlei onrecht dat werd gesanctioneerd
door de tempel – gevolg: de ballingschap.

En in de dagen van Jezus heeft een groep priesters rond hogepriester Kajafas
het op een akkoordje gegooid met de Romeinse bezetter.
Ook godsdienstige leiders ontkomen niet aan de verleiding om macht te willen
uitoefenen, denk maar aan de ayatollahs in Iran, de pausen in de middeleeuwen,
die kruistochten organiseerden, de calvinisten in de 17-en de 18-de eeuw,
 Ds. Paisley in Ierland …  dus denk nou niet dat het alleen bij joden voorkomt…
ook onze kerken zwijgen over discriminatie van Poolse werknemers;
en over de intense beledigingen die de Islam ten deel vallen.

Juist de kerk zou de vraag moeten opwerpen hoe het toch komt dat een deel van de Islamitische wereld zo’n hekel aan het westen heeft, zei professor Wessels vorige week in zijn lezing voor de gemeenten van Venhuizen en Andijk. 

Zouden we misschien zelf moeten veranderen? 
Zulke vragen roepen in eerste instantie weerstand op, ik weet het.
Het zijn vragen die je de woestijn injagen, die je in de spiegel laten kijken
en wat je daar ziet is niet altijd leuk.

Maar misschien is het toch goed om in deze 40-dagentijd,
deze periode van bezinning en inkeer,  die woestijnervaringen kunnen leiden tot verandering…  en wat voor verandering! Want daarna verkondigt Jezus:
Het koninkrijk Gods is nabij gekomen
het ligt voor het grijpen

niet in staatrechtelijke zin; niet in historische zin
maar de mens die durft te leven van de vergeving
die vertrouwt op Gods onbegrensde barmhartigheid
die mens mag weten:  Hoever jij ook van
huis bent geraakt,
God is getrouw… vraag maar aan Ezechiël, want die kan het weten.

Dat het zo mag zijn

AMEN