Het heeft altijd zijn best gedaan

Lieve mensen van God

Wij zijn van hetzelfde bouwjaar… 1948. 
Hij is in Amsterdam- Oost geboren, maar toen hij jaar of 8 was verhuisden zijn ouders naar de nieuwbouw in Noord. Hij had een gelukkige jeugd, ook al was hij vaak ziek. Als hartpatiënt had hij levenslang… Met zijn vader kon hij lezen en schrijven. Samen naar het voetballen…

Bij zijn vader heeft hij ook een vak geleerd: Het repareren van scheepsmotoren.
Grote binnenvaartschepen en kleine kustvaarders. Daar kon hij sappig over vertellen. Bij nacht en ontij reden ze naar de een of andere rivierhaven in Nederland of België of Duitsland en als ze daar dan soms midden in de nacht arriveerden dan deed hij zijn best om die motor voor de volgende morgen weer aan de praat te krijgen. Als Hugo iets deed, dan deed hij het graag goed…
of dat nou ging over het opnemen van de kerkdiensten op CD’s of
of over zo’n scheepsmotor of over een oudejaarsdienst, dat doet er niet toe
Hij deed zijn best… en meer kan een mens niet doen.

Op een avond was hij uit met een vriend. Het zal 1969 geweest zijn. Zijn vriend had zijn oog laten vallen op ene Hetty de Boer, maar die vriend had al verkering en die moest je toen eerst uitmaken voor je met een ander… snap je. Wil jij even op Hetty passen, vroeg de vriend aan Hugo. Dat deed hij en dat deed hij goed… en dat heeft hij tot vorige week vrijdag volgehouden. Ja Hugo deed altijd zijn best. Of die vriendschap is blijven bestaan weet ik niet, maar de vonk die die avond oversloeg, werd een liefdesvuur voor ruim 40 jaar…  Hij is zijn best blijven doen…

Ze trouwden in 1972 en vestigden zich in Andijk. In 76 werd Marjolein geboren, in 79 Carolien. Hugo, de trotse vader van twee mooie dochters en ook als vader heeft hij zijn best gedaan. Het werden van die paardenmeiden…  de een  -Caroline  – goed in dressuur en de ander – Marjolein – in het mennen.  Ik zag deze week foto’s van haar samen met Hugo op de bok, van zo’n koets he…
En zo zie je… ook als vader heeft hij altijd zijn best gedaan.

Hugo had wat bolle ogen. Dat komt door dat bouwjaar… en die konden helemaal gaan stralen als hij vertelde over Nicolaï en Julius en Melina. Ik ken dat gevoel. Ook als opa deed hij geweldig zijn best.

Trouwens als ouderling ook – Roel had net het over heilig vuur en daar had hij gelijk in… Tja en wie moet me nou die borrel inschenken. Het zal er wel niet meer van komen en ach dat geeft ook niet. Ook al doe je je best… dat wil nog niet zeggen dat ook alles lukt.

In werk nou twee en een half jaar hier in Andijk en ik heb Hugo nog wel redelijk gezond gekend, maar al vrij snel moest ik hem in het ziekenhuis gaan opzoeken.  De ene crisis na de andere. Eerst nog met flinke tussenpozen, maar die intervallen werden steeds kleiner… en toen heb ik mijn best gedaan om met hem aan de praat te raken over zijn levensvragen… en die had hij er echt wel een paar…
Hij heeft me dingen verteld die bijna niemand weet en dat moet ook maar zo blijven… maar over een eventueel  naderend levenseinde wilde hij niet praten.  Hugo had het veel te druk.. hij moest immers zijn best doen om uit de crisis te geraken. En als het dan weer zover was, dan kon hij daarover praten alsof er een wonder was gebeurd… en dan ging hij weer verder met voor Hetty zorgen, want Hugo deed altijd zijn best.

Je kunt hem vergelijken met die adelaar uit onze eerste lezing. Altijd bezig…
Als hij niet jaagt op een prooi voor zichzelf… zo’n lekkere vette scheepmotor dan doet hij zijn best met zijn kinderen… belangstellend bij de dressuurbak, of meemennend op de bok… daar worden ze groot van… en dat is de bedoeling, het moesten volwassen meiden worden, die op eigen benen kunnen staan.
Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.  Vader Hugo deed zijn best.

Weet je hoe een adelaar dat doet? Die bouwt een nest ergens op een steile rotswand en als de jongen moeten leren vliegen, dan duwt vader de kleine over de rand van het nest… zodat die het ravijn instort… en dan neemt hij zelf een duikvlucht en gaat eronder vliegen. Hij vangt het wildfladderende jong op, op zijn vleugels. Terug naar het nest en morgen weer… Vader blijft zijn best doen, tot het jong beter vliegt dan hijzelf.

In onze lezing is die adelaar niet het beeld van Hugo, maar een beeld voor God, die zijn mensen alle ruimte geeft om zelf te leren vliegen… maar op momenten van paniek… als ze het gevoel hebben dat ze wild fladderend een diep zwart ravijn inkukelen, dan neemt hij een duikvlucht en als op adelaarsvleugels draagt hij je naar zijn nest…  hoog daarboven.

Toen Hugo in die laatste nacht op de intensive care terecht kwam en daar een nauwsluitend zuurstofmasker opgezet kreeg, was er zo’n paniekmoment… en toen dat ding er weer af ging moet hij dat gevoel hebben gehad opgevangen te worden op adelaarsvleugels  – wat een opluchting – ook al heeft de hemelse vader hem vervolgens meegenomen naar dat nest daar in de hoge… dat nest dat ze  hemel noemen. Je kunt het ook aanduiden als de schoot van Abraham, of het paradijs… daar waar mensen geborgen zijn bij God… daar gaat het om;
om die geborgenheid…  Het gaat om dat vertrouwen… Het vertrouwen op God  dat Hugo weliswaar niet of nauwelijks  besprak, maar wel constant aan ons voorleefde. Helemaal op het laatst heeft hij verteld klaar te zijn voor de sprong in het duister, de sprong naar het licht. Vertrouwen heeft hij uitgestraald; geloof geleefd op een manier die  vrouw en kinderen stemt tot intense dankbaarheid.
Dankbaar voor de vrede die ze zelf vinden in het feit dat hij in vrede heeft kunnen gaan.  Ook op dat punt heeft hij geweldig zijn best gedaan.   

Lieve mensen, we leven in de paasweek. Misschien was u zondag ook hier en hebt u meegemaakt hoezeer de emoties door elkaar liepen.
We waren allemaal verslagen door het nieuws over Hugo’s dood en toch gingen de kinderen met vrolijk versierde palmpaasstokken naar Sorghvliet.
Hij zou het niet anders hebben gewild…

We zijn verdrietig met Hetty, verdrietig omdat ook wij hem zullen missen,
maar het verhaal van  Pasen, het verhaal dat ons vertelt dat de dood niet het laatste woord heeft.  Het verhaal dat ons vertelt dat kwaliteitsleven niet
verloren gaat, maar dwars door de dood heen leeft en geborgen wordt bij de Eeuwige.

Ook het kwaliteitsleven van Hugo Schriek gaat door…
Hugo is bij God… Zijn ideeën voor diaconale project staan op papier en zullen in oecumenisch verband worden uitgewerkt door de drie kerken van Andijk ten dienste van de dorpsgemeenschap. De kerken die samen proberen iets zichtbaar te maken van die ene God, die kwaliteitsleven herbergt en wat niet gelukt is, wegdoet, opruimt… alsof het nooit heeft bestaan.

Er wordt wel gezegd dat zulke verhalen niet meer van deze tijd zijn, maar ik zeg u: Ze zijn van alle tijden … Het geloof dat het leven niet domweg eindigt bij de dood is van toen, van nu en tot in eeuwigheid.
Hugo Schriek is niet dood, want hij leeft voort in de plannen van Gods gemeente Hugo Schriek is niet dood, want hij leeft voort in de mooie herinneringen van Hetty, zijn kinderen en zijn kleinkinderen…
Stef Bos zong het jaren geleden al…  Pappa ik lijk steeds meer op jou ….
En zodra dat lied ook op jullie van toepassing wordt, mag je daar trots op zijn.
Trots op Hugo, die trots was op jullie.
Trots op jezelf, omdat je Hugo herkent.
Trots op de man die op alle fronten ontzettend zijn best heeft gedaan.

Prediker was een wijs man.
Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen.

De tijd om te dansen… dat duurt nog wel even…
lachen, jawel maar nog niet van harte
 en zeker niet uitbundig…

Neem vooral de tijd om te huilen;
neem de tijd om te rouwen…
al die andere tijden komen ook wel weer…
nee niet vanzelf,
want rouwen is hard werken –
werken als een adelaarsjong.

Wie vandaag het gevoel heeft in een zwart gat  te vallen,
mag weten dat de adelaar met een hoofdletter, een duikvlucht maakt,
onder je komt vliegen en je opvangt op zijn vleugels…  
Hij brengt je thuis… op de Meander,
en ooit in dat hemelse nest…
bij God, bij Huug en al die anderen

Dat het nog lang mag duren… maar toch:
Dat het zo mag zijn,

 Amen.