De wereld omgekeerd

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lieve mensen van God.

De wereld omgekeerd.
In de lezing uit de Korinthebrief wordt het kruis een dwaasheid genoemd, voor wie verloren gaan. Dat oordeel over hen die verloren gaan, laat ik graag aan Paulus. Die dwaasheid is wel herkenbaar, want een God die solidair is met mensen die zijn eigen regels overtreden (zondaren dus) dat wil er ook bij de moderne mens nog steeds niet in. Wij geloven – als ik sommige politici mag geloven – in streng straffen, niets gedogen, nooit iets door de vingers zien, alles controleren en elke regel strikt handhaven. Regels zijn regels en daar heeft  iedereen zich maar aan te houden en de goegemeente vind het prachtig!  

Wie ervoor pleit dat we in de samenleving gezamenlijk de risico’s en de kosten dragen voor de nieuwe kansen die we mensen geven in ons midden, wordt voor gek verklaard; voor dwaas uitgemaakt. Soft gedoe! Het moet hard! Het moet strikt volgens de wetten! Dat is de beste bescherming voor de brave burger,
die zich zelf al lang geen zondaar meer voelt.
Een harde aanpak garandeert de veiligheid van brave mensen.
Het idee dat Jezus ook voor hun zonden is gestorven aan het kruis,
hebben ze al lang achter zich gelaten.
 Ik doe immers geen vlieg kwaad en geef ieder het zijne.

De dwaasheid ontgaat hen. De gekte is zo gewoon geworden, dat we met zijn allen accepteren dat het gaat zoals het gaat.
We voelen ons beschermd door politici, die ons eerst bang hebben gemaakt voor alles wat anders, vreemd en dus dwaas is. Maar dat is pas echt dwaas.

Het Christendom is de godsdienst die de dwaasheid van de vergeving verkondigt. Politici willen die vergevingsgezinde godsdienst beschermen tegen haar eigen  vergevingsgezindheid, door andere religies te criminaliseren. De dwaasheid ten top!  En het ergste is dat we ons intussen al weer laten belazeren door de grote bankiers, die voor zichzelf  bonussen bedingen en u en mij een handig klokje willen toesturen, als we gaan sparen bij die bank… Er stond trouwens niet in de folder hoeveel rente je op die spaarrekening krijgt. 
Nou dan weet ik wel hoe laat het is en heb  dus dat klokje niet nodig.

De wereld omgekeerd.
We lazen de zaligsprekingen, een onderdeel van de bergrede.
Jezus is een heuvel opgeklommen.  Zijn discipelen zitten om hem heen.
In een tweede halve cirkel: de scharen. Jezus spreekt zijn discipelen toe,
maar heeft zeker ook de achterban, de schare op het oog.
Het lijkt een beetje op zoals politici dat doen, als kamerdebatten op TV worden uitgezonden: ze discussiëren dan met elkaar, maar de boodschap is eigenlijk bestemd voor de bühne…voor de Tv-kijkers, de consument, het stemvee, de applausmachine, die je tevreden houdt met klokjes en 130 km/pu.

Er is wel een groot verschil: Jezus kijk niet met minachting naar de scharen. Integendeel, voor Hem zijn al die mensen mondige burgers van het Koninkrijk.
Ja, Jezus ziet wel wat in die heel gewone, doorsnee mensen uit Galilea.
 Jezus kent geen dedain… maar heeft die mensen lief.
Het is een zootje ongeregeld, maar juist dat zootje ongeregeld heeft hij lief…
Juist dat zootje spreekt hij – over de hoofden van zijn discipelen – toe.

De zaligsprekingen geven een geweldige beschrijving van het volk dat God rekruteert als de burgers van Zijn koninkrijk.
Niet dat het er aantrekkelijk uitziet. Integendeel, ik dek dat de meeste keurige Andijker Christenen daar liever niet bijhoren:  
Het zijn daklozen, terwijl ons leven gericht is op comfort.
Het zijn mensen zonder vast inkomen, terwijl wij naarstig zoeken naar pensioen-zekerheid – Goddank het ABP zit weer op 105%.
Het zijn mensen waar niets te halen valt en geen dubbele sloten, bewegings-melders en beveiligingscamera’s nodig hebben.

Aan dat zootje ongeregeld, geeft God in zijn wijsheid (zie een Korinthe) een hoofdrol in zijn koninkrijk.
Maar Heer is dat nou wel zo wijs? Waarom krijgt dat uitschot nou juist die rol?
Zou het de bedoeling kunnen zijn dat koopkrachtige, hoogopgeleid, weldenkende mensen van hun stuk worden gebracht?
Zou het kunnen zijn dat die sterken weer moeten leren geloven in God in plaats van in zichzelf.
Zou het kunnen zijn dat die zelfverzekerde mensen, opnieuw moeten leren beseffen dat Jezus ook voor hun stommiteiten is gestorven aan het kruis.

Misschien moeten we – door tussen die scharen te gaan zitten en goed te kijken hoe ze leven….weer een beetje leren lachen en desnoods huilen om onszelf.

Geleerdheid is mooi, maar niet iets op je op voor te laten staan:
maar gelukkig zijn de nederigen van hart;
Opkomen voor jezelf is uitermate populair, maar gelukkig zijn de zachtmoedigen;
Je probeert altijd vrolijk en opgewekt te lijken, maar gelukkig ben je als je kunt huilen als je verdriet hebt.
Lekker eten en drinken doen we allemaal graag, maar gelukkig ben je als je hongert en dorst naar gerechtigheid.
We denken al heel gauw dat anderen kwade bedoelingen hebben; maar gelukkig ben je als vrede sticht.

Hoort u Gods wijsheid achter deze woorden?
Ja? Dat is mooi, maar u hoort ongetwijfeld ook de dwaasheid in wereldse oren. Jezus spreekt dat hele zootje zalig, omdat…
Zij als burgers van het koninkrijk in alle nederigheid, Gods liefde zullen ervaren;  Zij zullen in alle zachtmoedigheid een veelbelovend land bewonen;  
Ze zullen, dwars door hun tranen heen, de troost van de allerhoogste ervaren,
Zij zullen verzadigd worden met recht en vrede.

Deze wereld omgekeerd.
Ja maar, we zijn niet van plan om ons als mietjes te laten wegzetten…
We gaan ons echt niet laten uitmaken voor christenhond, of ….jood;
of ….Marokkaan. We zullen wel gek zijn. We laten ons echt niet beschuldigen van dingen die niet waar zijn… Kom nou!! De bijbel mag dat wijsheid noemen maar….
Zo spreken en denken wij in onze eigen-wijsheid; maar Gods wijsheid klinkt als:

Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.  Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uit-schelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo  vervolgden ze vóór jullie de profeten.

Daar zit spanning en niet zo’n beetje ook. Waar komt bij ons toch dat verzet vandaan tegen de  wijsheid van de Eeuwige. Waarom is het zo lastig om ons die houding van nederigheid van zachtmoedigheid eigen te maken; waarom kunnen wij zo moeilijk uit de voeten met verdriet. Waarom is het zo’n probleem om als vredestichter te leven? Waarom altijd het kwade gedacht van de ander?

Als Christus je voorbeeld is, dan ga je minstens proberen om in alle nederigheid je weg te gaan;
dan zul je een eerlijke poging doen om als een zachtmoedig mens te leven!
En dan krijg je het voor je kiezen hoor, o zeker!
Dan beleef je moeilijke tijden, maar dan zullen je broeders en zusters in de gemeente er ook zijn om je te troosten. Je broeders en zusters zullen je vertellen dat het koninkrijk Gods is weggelegd voor degenen die dwars door alle narigheid heen, toch volhouden.
Het volgen van Jezus Christus brengt verdriet met zich mee, om minachting en scheldpartijen, maar in het koninkrijk van God
zijn de volhouders… de helden;
de vredestichters… de voorbeeldfiguren;  
de mensen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid… ontvangen eer.

Ik wil nog wat dieper ingaan op de eerste zaligspreking. Gelukkig zijn de anawim.
Dat woord anawim wordt heel verschillend vertaald.
Gelukkig, zij die nederig zijn van hart, vertaalt de N.B.V.
Zalig de armen van Geest, stond er in 1951.  De Statenvertaling heeft het over “ellendigen” en de Naardense Bijbel over “gebukten”

Bij die laatste vertaling sta ik graag even stil. Gelukkig zij die gebukt gaan.
Ik moest denken aan de mensen die gebukt gaan onder dictatoriale regimes als in Egypte, Jemen, Tunesië en blijkbaar ook Jordanië.
Ik moest denken aan de mensen die zich krom werken voor de aandeelhouders, die slapende rijk worden en geen boodschap hebben aan de werkgelegenheid van de schare.
Ik moest denken aan de mensen die gebukt gaan onder bonussen van bazen,
mensen die  net meer zijn dan de factor arbeid in een productieproces…
mensen voor wie er geen plaats in de aardse herberg van het leven…

En wie is daar de kastelein? Wie beheert die aarde nou eigenlijk?
Nou, niet de anawim, niet die gebukte mensen?
En dat is jammer want het zijn nu juist die gebukte mensen die de aarde zo goed kennen. Noodgedwongen leven ze met hun gezicht naar de aarde gekeerd.
Ze zijn genegen… Neigen is een oud woord voor buigen. Neigen, neeg, genegen…
Genegenheid hebben ze geleerd. Ze hebben aandacht en eerbied voor wat er op en onder het aardoppervlak omgaat. Omwille van die aandacht en die eerbied zullen zij de aarde beërven. Zij zullen haar niet opofferen aan veiligheidsneurosen, die leiden tot raketschilden en opleidingsmissies in Afghanistan. De anawim zullen de aarde niet ten prooi laten vallen aan waandenkbeelden over een toekomst die wordt versjteerd door zelf verzonnen vijanden. Het is de wereld omgekeerd:
De verbeelding aan de macht in plaats van het krampachtig handhaven van regels op je eigen vierkante centimeter,terwijl daarbuiten het echte gajus zijn gang gaat.  

De Bijbelse profeten protesteren constant tegen politieke spelletjes, die gebaseerd zijn op de belangen van machtsbeluste koningen en corrupte presidenten.

Neem nou Sefanja. Zijn profetie gaat over de grote dag van de Heer.
Dat is zo op het eerste gezicht geen dag om met veel plezier naar uit te kijken.
Dat wordt de dag waarop de onderste steen bovenkomt.
Dan zullen niet alleen de kinderen eerlijk zeggen dat de keizer in zijn nakie loopt.
Dan komen de cijfers en de feiten op tafel.  Wat is er van dat veel-belovende land terecht gekomen? Nou de beschrijvingen liegen er niet om en Sefanja roept in hoofdtuk 2 de mensen op…

Zoek de HEER, allen in het land die nederig zijn en naar zijn wetten leven,
 zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid:  misschien blijven jullie dan gespaard op de dag van de toorn van de HEER.
 
In hoofdstuk 3 richt hij zich naar Jeruzalem. Dat blijkt de meest hardnekkige rebel tegen Gods recht te zijn. God haalt alles uit de kast om Jeruzalem tot inkeer te brengen:

Ik zal een arm en zwak volk binnen je muren achterlaten dat zijn toevlucht vindt in  “De naam van de HEER”.  Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen, ze zullen geen leugens spreken, uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken.

Het valt niet mee om gelovigen tot geloof te brengen. Er worden geen gouden bergen beloofd. Integendeel een arm en zwak volk zal wonen in de stad van de vrede… Maar juist omdat het arm en zwak is, zoekt het zijn toevlucht in “De naam van de Heer”.  Juist omdat de mensen van zichzelf weten dat ze onrecht hebben laten voortbestaan en bedrieglijke praktijken hebben laten voortwoekeren.
Ze weten wel dat ze niet sterk staan en afhankelijk zijn van Gods solidariteit.

Maar dat is nu precies het besef waarvan we eerder zeiden, dat wij het voor groot deel zijn kwijtgeraakt. Op dat punt roepen de lezingen van deze morgen ons op tot omkeer, tot verandering. Op dat punt laten de schriften ons niet met rust, althans mij niet…  Het is nodig dat wij gelovigen tot geloof komen, tot een diep vertrouwen op Gods barmhartigheid, tot een besef van afhankelijkheid van Gods solidariteit met mensen, die HIJ bewees aan het kruis van Golgotha. 

Heidenen bekeren is een christelijk werk;
maar christenen bekeren, dat is een heidens karwei!

Er moet nogal wat gebeuren voordat gelovigen tot geloof komen.
Maar het lukt wel, zegt de profeet. De tekst eindigt immers met een idylle.
 Ze zullen weiden en rustig liggen, en niemand die ze stoort.

Gods toorn stormt over de aarde. Als een wervelwind gaat hij tekeer,
maar midden in die storm is diezelfde God met ons
in de gestalte van Jezus Messias.
Hij weet van de anawiem, van de zachtmoedigen en staat aan hun kant als de grote dag des heren is gekomen.

Gods toorn gaat over degenen die streven naar macht,
die de touwtjes in handen willen hebben,
die anderen vernederen, die verslaafden junks (afval) noemen;
die Afrika laten barsten omdat anders de cacao te duur wordt,
die Nigeria vol smurrie laten lopen omdat anders de benzine niet genoeg oplevert
die moslims vernederen omdat het stemmen oplevert,
die pro Israel zijn omdat het geld in het laatje brengt

Gods solidariteit is er met de gebukten, met de nederigen,
met hen die buigen… maar niet barsten,
met hen die bukken… maar niet breken
met  hen die sterven, maar niet dood gaan…
met de anawiem… de armen van geest…
maar die solidariteit van God is bepaald niet beperkt:
Die betreft de hele wereld, omgekeerd

God is solidair met de ellendigen.
Tja ellendig, betekent letterlijk uitlandig.
Buiten het land zijn, buiten dat veelbelovende land van de Heer.
Wie zullen Gods veelbelovend land bewonen?
Dat zullen de mensen zijn, die nu buiten staan.
buiten het hek… aan de andere kant van de muur.

Komt het ooit zover?
Jazeker. ER komt een dag en dan zie je deze wereld,  omgekeerd..

De wijze woorden en het groot vertoon, de goede sier van goede werken
zijne ijdelheid op zijn pauwentroon: de luchtkastelen van de sterken
Alles wat hoog staat aangeschreven … ZALGODS WOORD NIET OVERLEVEN
Hij, Christus – wiens kracht in onze zwakheid woont,
beschaamt de ogen van de sterken.
Hoort u dat? De sterken beschaamd!
Deze wereld omgekeerd!

Zijn Woord wil deze wereld omgekeerd…
Een schaterlach voor wie nu nog moet huilen
een woonplaats voor elke dakloze in Haiti
eten en drinken voor iedereen…
Kinderen voor wie ze niet krijgen kan
Het vechten tegen de bierkaai is dan eindelijk,
 eindelijk ten einde!!!
Hoort u dat? Het gevecht tegen de bierkaai ten einde
Deze wereld omgekeerd.

De aarde is van God;  De mensheid dient hem onverdeeld
de toekomst is een idylle: de aarde een weide voor Gods schapen…
geregeerd door zijn anawiem.
Hoort udat? De wereld omgekeerd.

De rijken blijken armetierige wezens, die meenden dat geld het hoogste goed is.
De machtigen wroeten van wroeging, als varkens in de modder
De onderdrukkers, schamele mensen schamen zich, de ogen uit het hoofd
en zien dan nog niet wat er is misgegaan.
De onderste steen komt boven –
want eenmaal wordt er recht gedaan op aarde.
Hoort u dat? Deze wereld omgekeerd.

Ik sluit af met een citaat uit de Korinthbrief en nu moet zelf maar bepalen in hoeverre dat op u van toepassing is:

26 Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters.
Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaf wijs waren,
 niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren.

Met andere woorden, die Korinthiers is net zo’n zootje ongeregeld als de scharen in Mattheus’ bergrede.

27 Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is,
 heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen;
wat in de ogen van de wereld zwak is,
heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen;
28 wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen…

Wat ons te doen staat?
Vertrouwen op de solidariteit die God ons in Christus betoont
Dat klinkt heel christelijk en dat is het ook,
maar tegelijk een heidens karwei!

AMEN