Jezus, een man met compassie

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lieve  mensen van God

We hebben in de afgelopen weken stukken gelezen uit de Bergrede.
Dat is de eerste van vijf redevoeringen van Jezus, die Mattheüs in zijn
evangelie heeft opgenomen. Hij spreekt die rede uit op een berg,
vandaar “de Bergrede”.
De berg, is – zeker bij Mattheüs – niet zo zeer een topografisch gegeven, als wel een theologisch item. Daar hebben we in het leerhuis dit jaar sterke staaltjes van gezien. De berg is van oudsher de plek waar de mens zijn God ontmoet. Logisch dat de berg een eigen plek heeft in de verhalenbalk, die tot voor kort  hier aan de wand hing.
De berg: dichter bij de hemel kun je niet komen. Zeker niet als je je de aarde voorstelt als een platte koek met een koepel daarboven.  

Aan het eind van die Bergrede stelt Jezus zijn toehoorders voor een keuze. Je kunt deze woorden ter harte nemen en leven op de manier die ik je in deze toespraak heb voorgehouden;  je kunt het ook anders doen e ndat mag ook, maar dan laat je wel een heleboel moois liggen.

Het stuk dat Mw. de Boer voorlas kun je vergelijken met een drieluik.
Aan de hand van de drie luiken, is deze preek ingedeeld.
Het eerste luik gaat over de nauwe poort en de brede weg.

Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan,
 leiden naar de ondergang.
Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.

Jezus daagt ons uit om zijn smalle weg te gaan. Wat is er specifiek voor de weg van Jezus?  Als je dat met één woord  zou moeten aangeven, dan zou ik het woord  “compassie” willen gebruiken.

Letterlijk betekent “compassie” mee lijden. Mee lijden is een kenmerk van Jezus manier van doen. Hij lijdt, hij lijdt met ons mee, hij heeft medelijden.
De weg van Jezus is een weg van mee lijden met je medemens en je medemensen de ruimte geven om mee te lijden met jou.

 

 

Daarmee bedoelen we niet een ander “zielig vinden.” Want als er iets vervelend is, dan is het wel: “zielig gevonden worden.”

Daarom kies het woord voor het woord compassie.  
Passie betekent immers niet alleen lijden, maar ook iets heeft van hartstocht. Gepassioneerd bezig zijn, er helemaal voor gaan!
Het Duitse woord voor hartstocht is: Leidenschaft.  

Jezus leeft mee met mensen, Jezus lijdt mee met zijn mensen,
niet omdat hij ze zielig vindt, maar omdat hij weet hoe verdraaid lastig het is om die smalle weg te vinden…  Jezus weet uit ervaring hoeveel pijn en moeite dat kost… Hij gaat de weg van de lijdende mens omdat hij harts-tochtelijk van mensen houdt.
Jezus weet hoe verdraaid moeilijk het is om niet cynisch te worden,
als je in de week voor de doopdienst, je baby naar het ziekenhuis moet brengen.  Jezus weet hoe lastig het is om te blijven geloven, als je zelf altijd pijn hebt, als je omgeving je zielig vindt en niet serieus neemt als mens en als moeder…  en als dan ook de doopviering van je kind voor de derde keer niet kan doorgaan.

Op zo’n moment gaat Jezus voor de mensen die niet zielig doen. Dan gaat Jezus voor degenen die niet zwelgen in zelfmedelijden… Dan gaat Jezus helemaal voor de mensen die juist op dat moment die lieve vader en moeder willen zijn. Dan gaat hij voor de ouders die hun eigen sores voor de zoveelste keer tussen haakjes zetten, en vol van compassie bij hun kleine Lotte willen zijn. Dat is een smalle weg, vol hindernissen en obstakels. Op die smalle weg gaat Jezus met je mee uit compassie.
Dan ben je – ondanks alles – dwars door al die pijn en moeite heen – een gelukkig mens. Daar begon de Bergrede mee..  weet u nog?
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.  Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land van belofte bezitten.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Jezus heeft compassie met hen die nederig zijn, zachtmoedig, verlangend naar recht en vrede. Jezus heeft compassie met de mensen waar de wereld niet naar omkijkt.


Het stuk dat Mw. de Boer voorlas kun je vergelijken met een drieluik.
Het middendeel gaat over valse profeten. Als Nederlanders het woord profeet horen, dan vullen ze tegenwoordig ogenblikkelijk de naam van Mohammed in, de profeet van de Islam… en als dan de term valse profeten valt, dan is de koppeling snel gemaakt.

Laten we even een paar feiten vaststellen.
Mohammed werd ongeveer in het jaar 580 na Christus geboren.
Dat is een feit! Dus over Mohammed gaat het hier in elk geval niet.

De tegenstelling tussen ware profeten en valse profeten speelt in het oude testament een belangrijke rol.
Valse profeten vertellen steeds wat de koning graag hoort.
Ze praten de machthebbers naar de mond en dan heeft het met Gods boodschap meestal niet veel te maken. Die valse profeten zitten dus ook niet te midden van de scharen die daar in het gras, op die berg naar Jezus zitten te luisteren.
Misschien bedoelt Jezus een kleine groep collega’s, die bekend staan als mensen die altijd en overal laten merken hoe vroom ze zijn. Die rijden met visjes op hun auto, dragen kruisjes op hun revers, of lange rokken en zwarte kousen en ‘s zondags hoedjes… Ze luiden de klok van hun kerk en zetten verlichtte kruisen boven op de toren…  Hou me ten goede, van mij mogen ze… In de dagen van Jezus gingen ze op de hoek van de straat in gebed en gaven hun tienden het liefst met een TV camera erbij.
Maar het is niet waarschijnlijk dat Jezus die bedoelt… want Jezus praat niet negatief over mensen, als ze zelf niet bijzijn.
Nee, die  valse profeten moet je zoeken in de gemeente. In de gemeente  voor wie Mattheüs zijn evangelie heeft geschreven. Mattheüs snijdt hier, al vertellend een probleem aan, dat in veel eerste christengemeenten voorkwam:  Er zijn nogal wat bomen die slechte vruchten voortbrengen… en juist aan de vruchten herkent men de boom.
Op dat middenpaneel van het drieluik staat eigenlijk maar één gedachte voor ons uitgeschreven: Niet de vrome woorden tellen, maar de goede daden.
Je kunt nog zo hard ‘Heere, Heere’ roepen en net doen alsof je de waarheid en de compassie in pacht hebt; maar voor Jezus is er maar
één maatstaf: Doet iemand de wil van Mijn hemelse Vader  of niet?

 

Het gaat niet om orthodoxie (het juiste spreken) maar om orthopraxie
(de juiste praktijk; het juiste handelen). Toen  Mozes met de tien geboden van die andere berg afdaalde en hij zijn volk de Thora voorhield, was hun reactie: Wij zullen deze woorden doen en ernaar horen. Let op de volgorde: doen … en dan pas … ernaar horen!
De praxis gaat aan het belijden vooraf.

“Aan de vruchten herkent men de boom. “ zegt Jezus en Mattheüs schrijft die woorden op als hij het middelste deel van het drieluik invult.  We zien een  tegenstelling uit het Oude Testament terug, in een nieuw jasje.
Ware  profeten… bomen met goede vruchten…  
Valse profeten, bomen met slechte vruchten…
Ware profeten wijzen de weg naar de smalle poort… 

Dat is de moeilijkste weg; de meest risicovolle route naar recht en vrede.
Valse profeten mijden conflicten, Valse profeten steken hun kop in het zand. Valse profeten gaan uit van het principe dat degene die betaalt, bepaalt…  Valse profeten nemen de snelste en de makkelijkste weg… Daadkracht  heet dat vaak, ook al is bekend dat die weg vrijwel altijd doodloopt in onrecht en zelfs in geweld.
Valse profeten verkondigen dat er streng gestraft moet worden,
ook al weet iedereen dat er niemand beter de gevangenis uitkomt dan hij er is ingegaan. Streng straffen helpt niet… slim straffen wel. Jezus neemt geen wraak, Jezus lijdt mee. Jezus verkondigt: compassie.

Het stuk dat Ymkje de Boer voorlas kun je vergelijken met een drieluik.
Op het eerste luik de tekening van de brede weg en van de smalle poort.
Op het middenpaneel een schildering van ware en valse profeten, in een boomgaard vol bomen die goede en slechte vruchten dragen.

En op derde deel zien we eigenlijk een grappig klein verhaaltje.
Het verhaal van twee mannen die allebei een huis bouwen.
De een doet dat op het zand, de ander op een rots.
De man die zijn huis op de rots bouwt, wordt wijs genoemd;
degene die zand als fundament kiest is de dwaas…

Bouwtechnisch gesproken zet dit verhaal ons, Nederlanders, een merkwaardig licht. Wij jagen palen de grond in… soms wat dieper, soms wat minder diep, maar in elk geval zo ver, totdat die palen rusten in een …

 

zandlaag. Want zang is de ondergrond die voldoende stabiliteit garandeert,  daar kun je op bouwen.

Aan de andere kant waren de meeste huizen in Christchurch (Nieuw Zeeland) juist op rotsen gebouwd… en daar is door die vreselijke aardbeving weer niet veel van over.

U hoeft het me na de dienst niet uit te leggen, maar het illustreert zo leuk dat het niet om het zand of de rots als zodanig gaat… maar om een fundament waar je op bouwen kunt, dat te vertrouwen is, dat je vaste grond onder de voeten geeft.
Het gaat hier om het fundament waarop je een levenshuis kunt bouwen.

Je huis. De plek waar je jezelf kunt zijn… De plek waar niemand anders iets te vertellen heeft, waar jij doet en laat wat jij wilt. Waar jij het schilderij ophangt dat jij mooi vindt, waar je een stoel neerzet waarin jij lekker zit, Het is jouw huis… en in de loop van de tijd wordt het ook steeds meer jouw huis…
Zo is het ook met je levenshuis… ook daarin ben je jezelf… en word je ook steeds meer jezelf. Je mag er zijn zoals je bent en je hoopt steeds meer te worden, wie je zou kunnen zijn.

De een kiest ervoor dat levenshuis op te bouwen door alles anders te doen dan zijn ouders. Iemand zei: mijn vader kon heel  streng zijn, maar ik geef onze kinderen alle ruimte.
Een ander vertelt, mijn moeder was altijd overbezorgd. Ik heb dat dikwijls ervaren als een gebrek aan vertrouwen. Vooral als puber. Nu ik zelf puber-kinderen heb, probeer ik het anders te doen.

Dat zijn helemaal geen verkeerde strategieën, maar als het alleen zijn fundament vindt in het “zich afzetten tegen, de stijl van je ouders”
zal het niet lang duren.
Die ruimtegevers lopen een keer op tegen een stomme streek van een van hun kinderen en vervallen binnen de kortste kerken in de strengheid van die vader of – als ze eenmaal volwassen zijn –  in het cynisme van “je mag er niks van zeggen, pastor, dus ik houd mijn mond maar!”

Als blijkt dat die puber het vertrouwen van zijn ouders danig beschaamt, dan komt die over-bezorgdheid o zo snel om het hoekje kijken. “Had mijn moeder dan toch gelijk?”


Maar je kunt je levenshuis ook bouwen op … op de woorden van Jezus. Ja, hoor, dat klinkt wel vroom, maar ik ga echt niet uit de bijbel lopen citeren als mijn dochter van 15 ’s nacht op half drie thuis komt! Dan klinken er woorden die in Bijbel niet voorkomen. Geloof dat maar! En? Heeft het geholpen?

Ook Jezus kan best streng zijn, maar er is (bijna) altijd ruimte voor een nieuw  begin. Geloof, vertrouwen, speelt een wezenlijke rol in zijn manier van denken en doen. Als hij bij zijn volgelingen gebrek aan vertrouwen ontmoet,  noemt hij ze: kleingelovigen.
Bezorgdheid en vertrouwen; angst en geloof, sluiten elkaar voor een groot deel uit.

Als de doopdienst vanmorgen wel was doorgegaan, zouden we elkaar als gemeente de vraag hebben gesteld: Wilt u zich afwenden van alle kwaad en toewenden naar Christus en het rijk dat komt?
Met andere woorden, wil je weerstand bieden aan de tegenkrachten,
die het koninkrijk van God frustreren?  

Ben je bereid, op basis van wat Jezus zei, niet meedoen met degenen die oordelen over andere mensen; op basis van wat Jezus deed, niemand buitensluiten, niemand wegpesten, niemands lijden bagatelliseren.

Ben je bereid op grond van Jezus’ woorden: nooit te accepteren dat mensen nummers worden en tot een geval zoveel worden gedegradeerd…
Jezus ziet mensen aan – Wij denken steeds meer in geld en bedragen.
Vraag van een journalist aan een politicus: Hoe denkt u de kwaliteit van de zorg te verbeteren? Antwoord: In ons verkiezingsprogramma trekken we  zoveel miljoen uit voor… Dat was de vraag niet?  Toch?

Ben je bereid te protesteren als er onrecht geschiedt.
Ben je bereid achter mensen gaan staan die vechten voor recht…
Dat betekent soms eigen belangen tussen haakjes zetten.
Er zijn nu eenmaal belangrijker dingen dan de prijs van een liter benzine.

 

 

Wie de woorden van Jezus doet en hoort, is wijs. Die woorden geven een stevig fundament aan je levenshuis en… weet je… als het dan eens gaat stormen en regenen, maar je huis blijft overeind.
Het fundament  van “ik doe alles anders dan mijn ouders” wordt  meegesleurd in de modderstromen van het leven…
Over Jezus kun je zeggen dat hij alle tegenkrachten heeft overwonnen!  zelfs de tegenkracht van de dood, kreeg geen vat op hem.

Laat Gods Woord, realiteit geworden in het verhaal van Jezus’ lijden, dood en opstanding het fundament mogen zijn van je leven zijn…
dat zou een wijs besluit zijn.
Maar het kan zijn, dat je ook aan een wijs besluit zo af en toe herinnerd moet worden. Daartoe doet zich de komende week een unieke kans voor. A.s. woensdag is het as-woensdag. Dan begint de periode van 40-dagen vasten. Dat is van oudsher een periode van vasten.
Wij protestanten hebben bij dat woord de neiging een beetje lacherog  te doen. Dat is ten onrechte, want vormen van vasten kunnen je helpen om dat goede idee, dat wijze besluit niet te vergeten, maar daar juist bij stil te staan.

Iedereen mag vasten zoals hij of zij wil, je mag het zelfs laten. Geen probleem. Maar wie in de komende weken eens wat bewuster met de dingen bezig wil zijn, raad ik aan in elk geval zo een prachtige 40-dagen-kalender mee te nemen en een spaardoosje…
In dat spaardoosje gaat elke dag het bedrag van € 1,49  bij het gezin dat besloten heeft geen vla te eten; of het bedrag van € 3,99 voor die fles wijn die het oudere echtpaar uitspaart door zich in de 40-dagen van alcohol te onthouden. Op Paasmorgen brengt u die doosjes weer mee en dan vragen we de kinderen om die doosjes op te halen en het geld te tellen.
In het kerkblad kunt u het allemaal nalezen. Voor de kinderen is er ook een soort kalender maar die heeft de vorm van een puzzel gekregen…
Het is niet allemaal even gemakkelijk, maar het kan wel vorm geven aan de smalle weg die jij wilt gaan. Deze handreikingen van onze landelijke kerk bieden je de mogelijkheid om die smalle weg te gaan naar die enge poort waardoor jij Gods koninkrijk binnengaat… hier en nu – misschien maar even – maar toch! Ooit definitief – wie weet? Ik vertrouw. U ook?
Ik wens u allemaal een zinvolle 40-dagen-vastentijd. Dat het zo mag zijn. Amen,