Pinksteren: In hun eigen taal

Gemeente van onze Heer Jezus
Christus;  Lieve mensen van God.

Tussen Pasen en Pinksteren stonden de eerste 11 hoofdstukken van Genesis op het leesrooster. We hoorden de beide scheppingsverhalen. In het eerste zweefde Gods Geest boven de wateren… in het tweede maakt de Heer de mens uit klei en blaast hem zijn geest in. Geest, wind, adem; allemaal hetzelfde woord: Ruach. 

Gods Geest brengt de schepping en uiteindelijk de mens tot leven. 

De woeste, lege aarde wordt bewoonbaar gemaakt voor mensen…  In Genesis 3
raakt de mens op het spoor van de dood. We lezen over de hoogmoed van de mens, die eet van de boom der kennis van goed en kwaad.  De mens, die als God wil zijn…

In Genesis 4 zijn we getuige van een moord. Daar beschikt de mens over het
leven van een medemens en als God vraagt: Kaïn, waar is de broer? Is het
antwoord een tegenvraag: Ben ik soms mijn broeders hoeder? Dat blijkt inderdaad
de bedoeling.

 

In Genesis 5 zijn het de zonen van de goden die onder de indruk raken van de dochters der mensen. De duidelijke scheiding tussen hemel en aarde was al aangetast door de menselijke hoogmoed, maar lijkt hier nog verder te vervagen.

God steekt er een stokje voor, d.m.v. de grote vloed. Die vloed is zo groot dat de schrijvers 4 hoofdstukken Genesis 6-9 nodig hebben om hem te beschrijven.

 

Hoofdstuk 10 bevat een geslachtsregister waar heel veel over te zeggen valt, maar dat laten we achterwege, want dat vergt een verhaal apart.


Vandaagkomen we toe aan hoofdstuk 11: De torenbouw van Babel. Dit verhaal is een
beetje een vreemde eend in de bijt, want waarom nou ineens Babel terwijl we tot
nu eigenlijk nog geen enkele geografische aanduiding zijn tegengekomen. 

Babel komt op de proppen omdat de verhalen die ik noemde eerst van vader op
zoon zijn doorverteld en tijdens de Babylonische ballingsschap zijn opgeschreven. Het zou mij zelfs niet verbazen als de bijbelschrijvers toen, tijdens die ballingsschap dit verhaal hebben toegevoegd. Laten we het eens wat nader bekijken. Die Babyloniërs zeggen tegen elkaar….

“Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt.
Dat zal ons beroemd maken, en we zullen niet over de aarde verspreid raken.’

Mensen die Babel bouwen, doen dat met een dubbel doel.

1 – Beroemd worden  2 – Niet over de aarde verspreid raken.

Ze proberen dat dubbele doel te bereiken door in hun stad een toren te bouwen. Bij de toren mag u denken aan een zogenoemde Ziggurath, een kunstmatige berg. Hij lijkt wel wat op een Egyptische piramide, maar dan met een afgeplatte punt. Een stenen trap leidt naar boven en op de top staat een tempel. Daar wonen een of meer
goden. Er staat een plaatje van zo’n Ziggurath voor op de liturgie.

Misschien heeft u het ook gehoord of gelezen. In de afgelopen week is de Amsterdamse emeritus rabbijn Jehudi Ashkenasy overleden. Hij was de grote joodse
leermeester die christenen heeft geleerd om op een joodse manier naar de oude
verhalen te kijken. Dat is heel zinnig, want het zijn oude joodse verhalen.

Ik heb de rabbijn niet persoonlijk gekend, maar van mijn leermeester Douwe van
der Sluis, wel veel over hem gehoord… en van Douwe heb ik geleerd om met een
joodse blik naar joodse verhalen te kijken…

Zo stel ik me bijvoorbeeld voor dat de joodse mensen die als ballingen in Babel kwamen, vol verwondering naar die Ziggurath hebben staan kijken. Wat een bouwwerken!

Ik vermoed dat ze nog verbaasder hebben geluisterd naar de verhalen over de
goden, die via de trap te bereiken waren. Torens tot bij de goden… een toren
tot in de hemel… In joodse ogen is zo’n zelfgemaakte woonplaats voor de godheid een teken van hoogmoed.

In joodse oren klinkt zo’n verhaal over een toren die tot in de hemel reikt,
volkomen belachelijk. In  joodse verhalen zijn hemel en aarde streng van
elkaar gescheiden.

De mensen bewonen de aarde, de hemel is de woonplaats van God…
Zo is dat door de schepper geregeld. Hoe halen die Babyloniërs het in hun hoofd om die ordening te doorbreken. Wat een kapsones… wat een hoogmoed.

Voor de begrippen van de joodse ballingen is Babel een immens grote stad.
Daarbij vergeleken is Jeruzalem maar een dorp. 
In Babel wonen zo ontzettend veel mensen, dat het wel lijkt of  de hele mensheid hier op een kluitje bij elkaar woont… rond die Ziggurath.

De ballingen zijn bezig hun oude verhalen op te schijven. Ze denken aan  de cultuuropdracht: Ga heen vermenigvuldig je… en bevolk de hele aarde!  

En wat zien ze hier… Hier zitten ze allemaal op een kluitje. Eigenwijze Babyloniërs! Wie denken ze wel dat ze zijn?
In dit verhaal zetten onderdrukte mensen hun onderdrukkers neer als een stel
eerste klas kapsoneslijers… en die woorden door hun God op hun nummer gezet.

Al die mensen op dat kluitje rond die enorme toren spreken allemaal dezelfde taal. Voor de ballingen een vreemde taal. 
Het is de taal van de machthebbers, de taal van de onderdrukkers…
Het is de taal die zij moeten leren op de inburgeringcursus.
Spreek je de taal niet, dan krijg je geen werk,
Spreek je de taal niet, dan heb je geen recht op een uitkering.
Spreek je de taak niet, dan blijf je wat je bent: een tweederangs burger.

Ja,met taal kun je macht uitoefenen.

Een eenheidstaal helpt om een sterke staat te stichten.
Onze Staten Generaal lieten in de 17-de eeuw de Bijbel in een eigen
eenheidstaal vertalen… Die eenheidstaal werd het Hollands, de taal van het
machtigste gewest. En dat merk je tot op de dag vandaag. Alles draait om de
Randstad. Op Brabantse culturele instellingen wordt 100 keer zo zwaar bezuinigd
als op die in de Randstad, terwijl datzelfde Brabant nog deze week werd
uitgeroepen tot de slimste regio ter wereld.

Met taal kun je macht uitoefenen. Daarom mochten Basken en Catalanen onder
Franco hun eigen taal niet gebruiken. Daarom mogen Koerden dat nog steeds niet
in Turkije… en ook Nederlanders worden bang als ze op markt Marokkanen hun
Berbertaal horen spreken… We verstaan het niet… Dus we hebben ze niet
ondercontrole… Ze moeten Nederlands leren… voor hun eigen bestwil! Tja,
dat zei Nebukadnezar ook en gaf Daniel en zijn vrienden Babylonische namen.

Onder de joodse ballingen in Babel zijn er heel wat die zich de Babylonische
taal en daarmee de Babylonische gewoonten en dus de Babylonische godsdienst
eigen maken. Het dagelijks leven in die tijd was helemaal doordrenkt van religie.

Voor de ballingen is het Hebreeuws dan ook volop verbonden met hun jood zijn. Die
taal hoort bij de joodse identiteit, net als de joodse humor.

Vasthouden aan je eigen traditie… Dat is mooi, zo lang het niet krampachtig gebeurt. Wie kans ziet om met de nodige humor vast te houden aan eigen tradities, heeft een
manier in handen om onder moeilijke omstandigheden zijn eigenheid niet te
verliezen. De joden in Babel overleven… en dat doen ze met de nodige humor.

Ze vertellen elkaar in hun eigen taal verhalen over hun eigen God, die in zijn eigen hemel woont… Zo af en toe wordt er hartelijk gelachen… Die gekke Babyloniërs ook
met torens waarmee je tot bij de goden kunt komen. Ja, ja tot in hemel zeker.  Ha ha.. stelletje patsers.  

Ze vertellen elkaar in hun eigen taal verhalen over hun eigen God die zijn
eigen mensen de opdracht gaf… wees vruchtbaar en wordt talrijk en bevolk de
hele aarde… en wat doen die duffe Babyloniërs? Die kruipen op een kluitje rond
die belachelijke torens van ze… En daar moeten zij, joodse mensen van onder de
indruk raken? Kom nou zeg… laat me niet lachen. Of juist wel. Gekke
Babyloniërs! De Babyloniërs willen beroemd worden. Ze gaan naam maken op aarde…

Nou voor deze joodse mensen is er maar een naam en die spel je met vier letters
en die spreek je niet uit.  JHWH – staat er, maar uit pure eerbied zeg je: Adonai.

Wat nou, naam maken? Dikdoenerij… Pure hoogmoed. Wat denken ze wel?

In de ogen van de bijbelschrijvers maken die Babyoloniërs zich onsterfelijk belachelijk… en de grootste grap is de spraakverwarring.  Je hoort ze bezig, die ballingen… Ze vertellen elkaar een verhaal: De Heer des hemels komt eens op aarde kijken. Hoe zou het toch met de mensen zijn? En wat zie hij? Die machotoren met alle mensen op een kluitje erom heen. En wat hoort hij? Die onderdrukkende eenheidstaal.

En dan… dan verwart hij de spraak. In een klap is het gedaan met de toren, met de kluit en met macht. Einde onderdrukking!
De Heer manifesteert zich als de bevrijder.
Dat zijn de verhalen waarbij Israel leeft.
Dat zijn de verhalen die inspireren… Verhalen waar je mee verder kunt.
Verhalen vol humor; Geestig  geschreven
in hun eigen taal. Pinksterverhalen.

Vandaag is het Pinksteren.
Ook vandaag klinken er verhalen van bevrijding. Verhalen in hun eigen taal,
bevrijdingstaal. Verhalen vol humor. Geestig geschreven.

Hier op het tempelplein in Jeruzalem klinkt geen koine Grieks,
de eenheidstaal van het Romeinse rijk. Nee, niet de taal van de machthebber.
De taal van de onderdrukker past niet in de stad van de vrede. In tegendeel.

Vandaag vieren de joden hun pinksterfeest. Sjawoeot. Letterlijk vertaald:

Het wekenfeest. 7 weken, 7×7 dagen na Pesach…  50 dagen na Pasen.

Op de 50-ste dag na de uittocht viert het volk dat God neerdaalt op Sinaï
om hen zijn 10 geboden te schenken. 10 inspirerende tips voor een goed leven.
U kent ze wel en eventueel kunt u ze nalezen op het schilderij achter in de
kerk.

Op die pinksterdag zijn joden van over de hele wereld bijeen in Jeruzalem.
Ze vieren de gave van Thora… God schonk zijn volk hun heilige boek…
Thora, daartoe behoren ook de scheppingsverhalen: bevrijding van de
natuurgoden; Thora, daartoe behoren de verhalen over de aartsvaders: bevrijding
uit allerlei natuurlijke banden.

Thora, daartoe behoren de verhalen over de uittocht uit Egypte, de bevrijding
van hoogmoedige machthebbers als de Farao, de doortocht door de schelfzee, de
omzwervingen door de woestijn… uitzicht op een veelbelovend land.   

Joden van over de hele wereld zijn samengekomen in de voorhof van de tempel,
en al die mensen horen de discipelen in hun eigen taal spreken.

Bevrijdende verhalen in hun eigen taal… De geloofstaal van Israel;
de taal die vrij maakt… Taal die redt van de dood
Ze herkennen het verhaal –

Dit is hun eigen taal. Het gaat over de bevrijding uit de doodsituaties van het leven.  
Het zijn verhalen die je afhalen van het dode spoor waarop je bent geraakt.
Het zijn verhalen die je doen opstaan uit de dooie boel die er van je leven is
geworden.

Pinksteren, het verhaal over de Geest… de levensgeest die de dood overwint.
Die schepping tot leven riep en de mens adem inblies…
Geest  van Jezus, die gestorven en begraven, opgestaan uit de doden en opgevaren ten hemel… Nee, niet langs detrap van de toren.  Jezus werd opgenomen
door een wolk. Als Petrus dat vertelt daar op dat tempelplein, ook dan horen ze
hem in hun eigen taal spreken, want die wolk is bekend… Het is de wolk waarin
God neerdaalde toen Mozes op de berg die tien geboden kreeg. Dat verhaal staat
hen helder voor de geest. Het is immers Sjawoeot. De wolk, symbool van Gods
verborgen aanwezigheid. Op het Pinksterfeest horen ze over wind en vuur…

Joodse oren horen de discipelen in hun eigen taal spreken.
Wind… Vuur… Die tekenen van de Geest, zijn oude bekenden…
Het is alsof ze een oud verhaal horen… een bevrijdingsverhaal… eigen taal
Het vuur doet denken aan die brandende braambos … Een vuur dat niets verteert.
En moest u ook niet denken aan die wolkkolom die het volk de wegwijst door de
woestijn bij dag…. en die bij nacht als een vuurkolom licht en warmte geeft.
Iedereen hoorde hen in zijn eigen taal spreken.

De wind doet denken aan Elia… die God ontmoet op de berg Horeb… 
niet in een aardbeving, niet een storm maar in het suizen van een zachte
koelte…

Een verfrissend windje in de woestijn…En wat doet die Geest, die wind? dat vuur?
De geest brengt het enthousiasme terug. De geest verdrijft de apathie.
De geest zorgt ervoor dat de mentaliteit van “het zal mijn tijd  wel duren” als sneeuw voor de zon verdwijnt. Weg met die apathie!

Toen Mozes bij die braambos stond, aan de voet van de Horeb … had hij zich had
teruggetrokken in de woestijn… Maar Gods Geest zet hem weer op het spoor …  richting Farao – Let my people go!  

 

Elia, na zijn overwinning op de Baälspriesters, ten prooi aan een enorme
depressie, wil er het bijltje bij neergooien. God, ik doe het niet meer… Ik ben helemaal alleen overgebleven. Niemand die zich nog iets van u aantrekt. Hij is volkomen apathisch.

Maar dan is er een engel en die zet hem op het spoor naar de Horeb en daar is
er die zachte koelte… Dat geluid als van een windvlaag… Elia wordt  weer op het spoor gezet… Hij moet een koning aanstellen en
zijn opvolger zalven…

Want het verhaal gaat door!
Het verhaal in de taal van bevrijding. Het verhaal in de taal van Thora.

De discipelen zijn na Jezus hemelvaart op een kluitje gaan zitten in een huis in
Jeruzalem. Wachtend en biddend… Wachtend op inspiratie… wachtend op de tekenen
die komen zouden… wachtend op wind en vuur. Afwachten maar…

10 dagen duurt het… voor elk gebod een. 10 dagen apathisch afwachten.

Maar op die 10-dag na Jezus’ hemelvaart; op die 50-ste dag na Jezus’ opstanding;
waait er een totaal andere wind… Een zachte koelte die verfrist… dat gevoel van
effe lekker uitwaaien… Nieuwe perspectieven ontdekken.

Op die 10-dag na Jezus’ hemelvaart; op die 50-ste dag na Jezus’ opstanding staan de
vrienden van Jezus in vuur en vlam… een en al enthousiasme… helemaal vervuld
van Gods Geest spreken ze de mensen aan in hun eigen taal…

Jezus  Messias heeft hen – door zijnGeest – weer op het aloude spoor gezet… 
Het spoor van IK ZAL ER ZIJN VOOR JOU en JIJ BENT JE BROEDERS HOEDER. 

De wolk … is het teken van Gods verborgen aanwezigheid.

In de Hebreeënbrief wordt de gemeente aangeduid als… een wolk
Een wolk van  getuigen. Hoofdstuk 12:1. God woont in de hemel, maar is op aarde aanwezig in de gestalte van zijn gemeente. “Ik zal er zijn voor jou” is onder de mensen aanwezig in de gedaante van zijn kerk.

God zegt tot zijn ekklesia… tot de gemeenschap die Hij tot zijn dienst geroepen
heeft: “Ik zal er zijn voor jou… en jij bent je broeders hoeder!”

Dat is een enorme uitdaging …  die we vol enthousiasme, vol geestdrift mogen aanpakken… Schenke de Heer ons daartoe elke dag weer…
Zijn Geest – individueel, maar vooral ook als gemeente
Dat het zo mag worden

AMEN